Waarom noemt Jezus de Kananese een hondje?
20e zondag door het jaar A, H. Mis in de cokathedraal van de H. Nicolaas
Op zondag 16 augustus (twintigste zondag door het jaar A) was ik in de cokathedrale basiliek van sint Nicolaas in Amsterdam. Het was een feestelijke H. Eucharistieviering waarbij naast de parochianen ook veel toeristen aanwezig waren. Het evangelie over de Kananeese werd gelezen (Mt. 15, 21-28), waarin Jezus de vrouw lijkt af te wijzen. Waarom deed Hij dat?
Waarom doet Jezus zo?
Bij het uitgaan van de kerk kon ik de kerkgangers even kort groeten, een kort gesprekje, een zegen en daar blijft het dan bij. Maar toen ik terugkwam uit de sacristie waren er nog enkele kerkgangers in druk gesprek over de Kananeese vrouw: waarom behandelde Jezus haar zo lelijk? Op internet zijn er allerlei antwoorden te vinden, zoals dat Jezus het verkleinwoord "hondje" kiest wat niet zo erg onvriendelijk klinkt: je hoort erbij, maar als een huisdier. Natuurlijk kan ik Jezus gedachten niet lezen, maar ik denk wel dat Jezus er een bedoeling mee heeft. Zoals bij het offer Isaak, de zoon van Abraham, stellen zaken die God, die Jezus zegt ons soms voor vragen. God kan ons ook beproeven. Waarom bid je? Alleen omdat je iets nodig hebt of is er meer? Ben je een vreemdeling of hoor je tot Gods huisgezin? Je hoort tot Zijn gezin door je geloof.
Waarom doet Jezus zo? Vreemdeling of huisgenoot zijn heeft er mee te maken. Iets van een "antwoord" zit in de homilie hieronder, al blijft staan dat we God niet zullen kunnen begrijpen...
Homilie
ALS JE AFGEWEZEN WORDT...
WAT IS BIDDEN?
TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HAT JAAR A COKATHEDRAAL
Broeders en zusters,
Leert nood bidden?
Ze zeggen dat nood doet bidden. Ik denk dat het inderdaad bijna onvermijdelijk is dat de aandrang om te bidden veel minder is als er geen nood is. Wie in welvaart leeft en niet veel te klagen heeft als het gaat om de eerste levensbehoeften, zoals voedsel, vocht en veiligheid, en een redelijke gezondheid geniet en een beroep kan doen op goede artsen als daar iets aan hapert, die voelt in veel gevallen minder existentiële nood die tot gebed brengt.
Bidden: alleen iets voor gelovigen?
Veel mensen die zeggen niet te geloven, hebben gebeden, toen zij in een nood waren. Een al wat ouder onderzoek vond dat een kwart van de mensen die zegt niet gelovig te zijn, soms wel bidt (H. Knippenberg, "The Changing Religious Landscape of Europe" 2005, p. 92). Nu is daarbij natuurlijk de vraag wat die mensen onder geloven en onder bidden verstaan.
Op een terrasje
Soms roepen bepaalde ontmoetingen en bepaalde gebeurtenissen in mensen godsdienstige gedachten op. Zo zat ik deze vakantie op een terrasje met aan het tafeltje naast me een oudere man die kort tevoren zijn vrouw was verloren. Hij zag een priester en begon een gesprekje. Zo gaat het vaak. Ruim vijftig jaar geleden had hij zijn dochter laten dopen, maar ik kreeg de indruk dat hij niet meer praktiserend was. Aan het einde van het kort gesprekje vroeg hij: “ Is hier een kerk open? Ik wil graag een kaarsje opsteken bij Maria, want het is Mariamaand”. Ik heb maar niet gezegd dat hij zich vergiste en dat augustus niet de Mariamaand is maar mei, maar ik denk dat het veel mensen zo vergaat: bepaalde momenten, bepaalde gebeurtenissen roepen ook bij mensen die niet geloven of praktiseren, godsdienstige gedachten op.
Het religieuze aanvoelen
Ieder mens is uiteindelijk toch een schepping van God en in z’ n hart zit een verlangen, dat niets op aarde kan bevredigen. “Omrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U”, zei Augustinus al over zijn eigen leven. Dat religieuze aanvoelen zit bij sommige mensen echt diep weggestopt, maar op bepaalde momenten zal het toch tevoorschijn komen. Zullen ze er dan iets mee kunnen, zullen ze er dan iets mee willen? Ik hoop het!
De vurigheid van een Kananese vrouw
Het evangelie van deze dag laat zien wat een vurigheid kan losbarsten in een vrouw, die niet van het geloof is, niet van geloof in één God - zij is een Kananese, geen Joodse -; het is een vrouw die een grote nood ervaart, die bij haar ook nog eens verbonden is met een bijzondere, hartelijke liefde, want het gaat om haar dochter die er slecht aan toe is. Zij bidt en smeekt met grote vurigheid.
Wat als je afgewezen wordt?
Maar zij wordt afgeserveerd op een heel onsympathieke wijze: “Ik ben er niet voor jouw soort” is de teneur van Jezus’ antwoord en hij vergelijkt haar zelfs met een huisdier, een hondje. Wat zou jij doen als je dat overkwam? Beledigd afdruipen? Weer word je gediscrimineerd, niet voor vol aangezien, jij telt niet mee, jouw soort moet ik niet... en dat word je ook nog eens duidelijk gemaakt op een beledigende manier! Wat zou jij doen?
Onverstoorbaar
Maar zij, deze Kananeese vrouw, blijft onverstoorbaar en gaat zelfs mee in het discours: ook de hondjes eten kruimels... Zij laat zich niet ontmoedigen door Jezus’ afwijzing, zij haakt niet af wanneer zij niet verhoord wordt. Daarin is zij zeker een voorbeeld voor ons allemaal.
De boodschap is duidelijk: Raak niet te gauw ontmoedigd als je niet meteen krijgt wat je zou willen hebben. Laat niet je minderwaardigheidsgevoel van afgewezen te worden de hoofdrol spelen. Haak niet teleurgesteld af!
God hoort niet allereerst wat je vraagt, maar Hij ziet wat je nodig hebt en Hij ziet dat beter dan wij. Het kan dus zijn dat Hij ons anders verhoort dan wij zouden denken of willen en Hij verhoort ons op Zijn tijd.
Overgave
En trouwens, ieder gebed vraagt om overgave, want je bidt tot de eeuwige God die oneindig groter is dan wij en wiens gedachten en plannen wij met ons menselijk denkraam niet kunnen begrijpen. Ga dus niet zelf “invullen” dat je het niet waard bent om verhoord te worden, dat God je niet ziet zitten, enzovoorts. Uiteindelijk is “overgave” het grote woord als je tegenover Gods oneindige grootheid staat. Overgave is nauw verbonden met de nederigheid, die de basis is van alle deugden.
Ga door...
En intussen mogen we bidden, dat is de uitnodiging: ga door met bidden, vurig en met kracht; we moeten dat niet opgeven. Volhardend gebed doet wonderen. Of liever: God zal de wonderen doen, als je volhardt, zoals die Kananeese vrouw.
Leer je pas bidden in nood?
Is het trouwens altijd waar, dat de aandrang om te bidden groter is als we in nood verkeren? Leer je pas bidden in nood en ellende? Dat is niet perse zo. Je gebed krijgt een diepte en schoonheid als je God hebt ontmoet. De aandrang om te bidden is misschien wel het grootst wanneer we een innerlijke band gekregen hebben met God, onze Heer. Dan is je gebed geen opgave en niet alleen een noodkreet, meer maar een gesprek van hart tot hart. En eerlijk gezegd is bidden dan nog meer luisteren dan spreken, zoals dat in iedere goede relatie gaat.
Dorheid?
Ook dan kan er nog, zoals in iedere relatie, een periode komen van dorheid en droogte, maar als die band met God, die overgave aan Hem is ontstaan, dan weet je, dan voel je aan, dat je door moet gaan, dat je volhardend moet bidden zoals die Kananese Vrouw. Jezus’ woord klinkt dan weer, ook voor ons: je geloof is groot, wat je wil zal gebeuren... Ik laat je niet alleen.
























