Arsacal
button
button
button
button


De Ursulinen van Bergen raken gewend in Heemstede

Overweging Preek - gepubliceerd: woensdag, 9 september 2026 - 1164 woorden
Zusters Ursulinen met de administrator diaken Jules Post
Zusters Ursulinen met de administrator diaken Jules Post
De Ursulinen van Bergen raken gewend in Heemstede
tijdens de koffie-ontmoeting na de Mis
tijdens de koffie-ontmoeting na de Mis

Op woens­dag 9 sep­tem­ber was ik in Bosbeek in Heem­ste­de bij de zusters die daar wonen, vooral bij de zusters Ursulinen van Bergen, die daar sinds een jaar zijn komen wonen. Na vele jaren in Bergen, waar het moe­derhuis was en de zusters de laatste tien­tal­len jaren in een nieuw zorg­kloos­ter woon­den, was de tijd geko­men om die ver­trouwde plek te verlaten. Het is be­grij­pe­lijk dat veel zusters tegen de verhui­zing opzagen, maar het is goed om nu te kunnen con­sta­te­ren dat ze al goed gewend zijn in Heem­ste­de. De dag begon met de vie­ring van de H. Eucha­ris­tie.

Bosbeek

Bosbeek ligt naast het moe­derhuis van de zusters van de Voor­zienig­heid, die samen met de laatste zuster van de Goede Herder en een paar Agustinessen van Heem­ste­de die zorg behoeven, even­eens in Bosbeek aan de Glipperdreef ver­blij­ven.

H. Eucha­ris­tie

In de kapel van het zorg­cen­trum vier­den we de H. Eucha­ris­tie met alle zusters, voorzover ze kunnen. De homilie van de Mis vindt U hier­on­der. Tijdens de vie­ring hernieuw­den de zusters Ursulinen hun geloften. Diaken Jules Post assis­teerde, hij is de admini­strator (be­stuur­der) van de Congegatie, benoemd door de bis­schop op voor­dracht van de zusters. Na de vie­ring van de Eucha­ris­tie was er een gezel­lige ont­moe­ting met alle zusters, waarna er een gesprek was met de zusters Ursulinen om hun erva­ringen rond de verhui­zing te kunnen horen.

Bis­schop­pe­lijk Gedele­geerde

Ook de Bis­schop­pe­lijk Gedele­geerde voor de reli­gi­euzen, pastoor Nico van der Peet, was kort gele­den op bezoek geweest. Het zijn dan ook ónze zusters: samen met de zusters van de Voor­zienig­heid en de Au­gus­ti­nessen van Heem­ste­de, vormen de zusters Ursulinen van Bergen een dio­ce­sane con­gre­ga­tie van het bisdom Haar­lem-Am­ster­dam.

Prach­tig werk

De zusters hebben prach­tig werk gedaan in onder­wijs, zieken­zorg, verstsn­de­lijk ge­han­di­capten en allerlei andere sociale projecten, zowel in Neder­land, als in de missie. In het kring­ge­sprek hebben ze daarover kort ver­teld en over hun erva­ringen rond de verhui­zing en het "lan­den" in Heem­ste­de.We sloten het bezoek af met de ge­za­men­lijke lunch.

Homilie

ZALIG DE ARMEN...

woens­dag in de 23e week door het jaar H. Petrus Claver
Zusters Ursulinen van Bergen in Heem­ste­de


Beste zusters,

In de geest van de zalig­spre­kingen

De zalig­spre­kingen die we zojuist in het heilig evan­ge­lie hebben gehoord, zullen U waar­schijn­lijk wel bij­zon­der aanspreken.
Ten eerste omdat U zelf hebt gekozen, in ant­woord op de roe­ping van de Heer, voor een leven in de geest van de zalig­spre­kingen. Wat is een leven in de geest van de zalig­spre­kingen? Dat is een leven dat niet in dienst staat van jezelf, maar in dienst van de ander, de Ander met een hoofd­let­ter, want Uw leven is een dienst aan God; en de ander met een kleine letter, de mede­mens, de naaste. Zo was Uw leven: een leven van dienst­baar­heid voor God en de naaste.

Meer dan het mate­rië­le

De zalig­spre­kingen beginnen met de woor­den, die eigen­lijk alles al samen­vat­ten: Zalig gij, die arm zijt. Die woor­den slaan niet zozeer op de gelofte van armoede die U hebt afgelegd, als we die gelofte tenminste alleen betrekken op het niet bezitten van geld en goed. Maar U zou terecht kunnen zeggen dat de gelofte van armoede veel meer inhoudt dan alleen het afstand doen van het mate­rië­le.

Anawim

Het gaat op de aller­eerste plaats om een leven in de geest van deze zalig­spre­king, als een arme van God, de ”anawim Adonai” (Amos 2,7: Ps. 10m, 17; 25, 9 enz.), zoals ze in het oude Testa­ment wor­den genoemd. Een arme van God is iemand die nederig is, niet zelf­ge­noeg­zaam leeft, die weet dat hij/zij alles heeft ont­van­gen, die leeft vanuit het besef dat je ont­van­gend moet leven, dat je niets uit jezelf kunt, maar dat alles wat we doen en wat we voltooien met Gods hulp was gedaan.

Hij werd arm

Alle andere zalig­spre­kingen staan in feite met die eerste in ver­band, want ze nodigen uit om alles te beleven als een bede­laar en in ont­vanke­lijk­heid; en als je moet wenen, als je hon­ger hebt, als mensen je haten, je beschimpen of verfoeien, dan zijn we uit­ge­no­digd - hoe vre­se­lijk en naar dat ook is - om het te beleven in de vereni­ging met Jezus Christus, die voor ons een arme is gewor­den, die voor ons hon­ger heeft gele­den, die voor ons beschimpt werd en ter dood gebracht.

Heb je het gemáákt?

Als je alles zo kunt regelen dat je veel geld hebt, dat de mensen je allemaal eren en goed doen, als ieder­een goed en aar­dig voor je is en je het gewoon best goed maakt, dan lijkt het mis­schien alsof je het hebt "gemáákt".
Maar in feite is dat niet zo, want de eigen­lijke opgave wordt dan waar­schijn­lijk alleen maar groter: de opgave om als een arme te leven, iemand die alles ont­vangt van de Heer, die zich­zelf als klein en een­vou­dig ziet, zich niet opblaast, niet zich­zelf groot en be­lang­rijk maakt.

Petrus Claver

Op deze dag wordt ook de heilige Petrus Claver her­dacht. U kent mis­schien zijn levensge­schie­de­nis, hij was één van de eerste Jezuïeten en leefde en werkte in het noor­den van Colombia, in het Cari­bisch gebied, in de stad Cartagena. Daar wer­den in die tijd steeds weer, duizen­den slaven aange­voerd vanuit Afrika. Petrus Claver had niet de macht om die slaven­handel te stoppen, maar hij wilde in ieder geval temid­den van die onmen­se­lijke slaven­handel een teken geven.

Een teken van men­se­lijk­heid

Dat teken bestond erin dat hij neerknielde aan de voeten van die arme mensen die over de zee waren aange­voerd. Hij probeerde hun won­den te ver­zorgen, zo goed en zo kwaad als het ging, hij bracht hun te eten, bracht reuk­werk mee, sprak liefde­volle woor­den tot

Gees­te­lij­ke bijstand

Zo stond Petrus Claver deze mensen op allerlei gebied bij. Ook gees­te­lijk. Als zij ervoor open ston­den en er een manier was waarop ze kon­den com­mu­ni­ce­ren, ver­telde hij hen over Jezus Christus en hij heeft vele slaven gedoopt. Het teken dat hij gaf was: jullie zijn waarde­vol, jullie hebben een waar­dig­heid als mens, jullie hebben een eeuwige bestem­ming, net zo goed als andere mensen die niet in deze vre­se­lijke omstan­dig­he­den zijn. Zo werd hij arm voor de Heer, arm voor de mensen.

Liefde voor God, liefde voor de naaste

Beste zusters, onze dienst aan God en onze dienst aan de naasten staan niet los van elkaar, ze horen bij elkaar. Zonder liefde voor de naaste is je liefde voor God niet veel waard; zon­der liefde voor God, krijgt je naasten­liefde niet de diepte en de inhoud en wordt die naaste niet gediend als beeld van God. Je naasten­liefde wordt rijker en mooier als je God liefhebt, want dan zie je de mens zoals die is, als schepsel van God, geliefd door God, als mens met een eeuwige bestem­ming.

Zalig de armen

De basis van alles is dat we klein en nederig zijn, dat wij voor God met lege han­den staan, kortom dat we arm zijn: zalig gij die arm zijt!

 

post deze webpagina op: Facebook X / Twitter

Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug