Arsacal
button
button
button
button


H. Mis bij de grot in Lourdes

Hij zag neer op onze kleinheid...

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 14 september 2026 - 2612 woorden
H.Mis bij de grot in Lourdes

De eerste volle dag in Lourdes begon meteen goed: met de heilige Mis aan de grot. Het was het feest van kruisverhef­fing dat we daar vier­den. De preek vindt U hier­on­der in het Neder­lands met een Franse vertaling, nodig voor de TV uitzen­ding vanuit het hei­lig­dom. Na de Eucha­ris­tie­vie­ring begon de bede­vaarts­dag met ver­schil­lende mooie momenten.

Voor­be­rei­dingen

Lourdes is aan het voor­be­rei­den op de komst van paus Leo XIV, die op 14 sep­tem­ber zijn ver­jaar­dag viert. Er zijn grote vanen te zien die langs de esplanade hangen en de weide tegen­over de grot, aan de over­kant van de rivier de Gave, is groten­deels af­ge­slo­ten van­wege die voor­be­rei­dingen. Op de façade van de basiliek zijn de mozaïeken van Rupnik, een pries­ter-kunste­naar tegen­over wie beschul­digingen zijn geuit, deels bedenkt. Niet allemaal, zoals in Neder­landse kranten stond te lezen, een paar mozaïeken zijn in ieder geval op dit moment nog zicht­baar. (De dage voor we ver­trok­ken zkjn die alsnog bedekt).

H. Mis aan de grot

Bij de H. Mis aan de grot waren alle Neder­landse pelgrim­groepen verza­meld, de groep van Huis van de Pelgrim na­tuur­lijk waarbij groepen uit ons bisdom en daar­naast bede­vaarten van Christoffelreizen of pelgrims die in­di­vi­dueel waren geko­men, bij elkaar - zo zei men mij - een 900. Het was een fees­te­lij­ke vie­ring, ook door de koren, met meer dan twin­tig pries­ters, vier diakens en twee pas­to­raal werkers. Voor de groep uit West-Friesland en Am­stel­veen ( en andere plaatsen) met pastoor Álvaro Rodrgueze Luque was het verblijf in Lourdes ten einde. Zijn ver­trok­ken na het mid­dagmaal.

in de mid­dag zijn er ver­schil­lende pro­gram­ma's die de groepen kunnen volgen. Een stads­wan­de­ling, een bezoek aan het museum, even winkelen of een moment van stilte, rust en gebed, behoren tot de moge­lijk­he­den. Zelf ben ik met de mensen van het Accueil, de pelgrims die extra zorg nodig hebben, rich­ting de baden geweest waar diaken Pieter van de Laarschot een mooi gebeds­mo­ment en woord hield en alle pelgrims per­soon­lijk een zegen met het Lourdes­wa­ter van me ont­vingen. Daar­naast was er gelegen­heid om met pelgrims per­soon­lijk te spreken of op een terrasje.

 

Je kleine mens-zijn aan­vaar­den...

KRUISVERHEFFING 14 SEPTEMBER H. MIS BIJ DE GROT

Broe­ders en zusters,

Her­in­ne­ringen...

Als we terug­denken aan de jaren van ons leven die voorbij zijn gegaan, komen er na­tuur­lijk allerlei her­in­ne­ringen boven. Hier bij moe­der Maria zijn die gedachten en gevoelens met geloof en ver­trouwen verbon­den: we denken aan momenten en tij­den dat we steun hebben gehad aan ons geloof, dat we hebben ervaren dat de Maagd Maria en haar Zoon Jezus Christus dichtbij ons waren, dat we wer­den aan­geraakt door de genade van God en de liefde van onze hemelse moe­der Maria.

Vergeet­boek?

Na­tuur­lijk, niet ieder­een van ons heeft dezelfde band met God, met Maria en mis­schien moeten we erkennen dat de momenten dat we steun hebben ervaren en ergens door­heen geholpen zijn, een beetje in het vergeet­boek zijn geraakt. Dat is niet zo erg, maar ik nodig je uit: open je hart voor jouw hemelse Moeder, de moe­der van God, die in eenvoud en dienst­baar­heid steeds weer met liefde heeft aanvaard wat God op haar pad had gebracht. Open je hart voor Maria.

Ber­na­dette

Ook Ber­na­dette komt hier in onze gedachten, dat meisje dat Maria mocht zien. Veer­tien jaar oud, heeft zij hier de moe­der van God ontmoet en die ont­moe­ting zou haar hele leven ver­an­de­ren.

Onaanzien­lijk

Ber­na­dette had astma, die had zij overge­hou­den aan een cholerabesmet­ting. Haar ge­zond­heid was niet sterk. Zij was arm, uit een arm gezin met een werk­loze vader en zij was nog steeds niet goed genoeg bevon­den om haar eerste heilige communie te mogen doen. Zo stond zij hier voor de grot, een onaanzien­lijke jon­gere.

Je bent goed genoeg

Maar God vond haar wél goed genoeg, méér dan goed genoeg en Maria kwam juist voor háár. En Maria doet niets buiten God om of tegen Hem in, nooit. De ver­schij­ning van Maria aan Ber­na­dette is dus een teken hoe­zeer God Ber­na­dette liefhad en bre­der nog: een teken hoe­zeer God de eenvoud liefheeft, van onze armzalig­heid houdt en van de arme mens die met lege han­den voor Hem staat.

Hij zag neer op onze klein­heid

Ach, hoe vaak willen wij mensen indruk maken op anderen, ons voordoen als knap, succes­vol, rijk? En onze kin­de­ren en klein­kin­de­ren zijn de gewel­digste van de hele wereld!

Maar God ziet neer op onze klein­heid, zoals Hij neerzag op de klein­heid van Maria, van Ber­na­dette.

Zij wer­den uitgekozen

Want wat had Ber­na­dette te bie­den? Geen rijkdom, geen licha­me­lijke kracht, geen ge­zond­heid, geen studies, geen aanzien. Maar het was door haar, door Ber­na­dette, dat God grote dingen heeft gedaan, daar zijn de miljoenen pelgrims in Lourdes een teken van; en het is door Maria - dat andere heel gewone meisje uit een onbekend dorpje - dat God grote dingen doet. Haar had Hij uitgekozen om de moe­der van God te wor­den.

Hij kijkt door de facade heen

Nee, voor God hoef je je niet groter voor te doen en ook voor Maria hoeft dat niet. God ziet alles, Hij kijkt dwars door onze mooie façade heen en ook Maria kijkt naar je hart, je gewone kleine men­se­lijk­heid, je liefde. God kijkt niet naar wat wij allemaal wel niet kunnen, niet naar wat we hebben en niet naar wat we weten. God kijkt niet hoe gewel­dig je bent! God bekijkt je anders dan de mensen doen en Hij heeft een voor­keurs­liefde voor de armen en een­vou­digen, de nederigen van hart.

Maria heeft zo’n zelfde liefde voor ons, haar liefde lijkt op de liefde van God, zo is zij moe­der van de Kerk, van ons allen.

Aanvaar­den

Probeer dus je kleine mens-zijn te aan­vaar­den. Soms zit het tegen, hebben we verdriet, gaat de ge­zond­heid niet goed, missen we een dier­baar iemand, zien wij het niet meer zitten. Het is be­grij­pe­lijk dat we dan naar een uitweg zoeken, dat we dit verdriet uit de weg willen ruimen, maar we wor­den uit­ge­no­digd door God zelf, door Maria, om Gods liefde voor ons en Maria’s nabij­heid ook in dat kruis, in dat moei­lijke, te ont­dek­ken.

Zo werd Hij mens

Het gaat zelfs nog ver­der: God heeft ervoor gekozen om zelf een arme mens te wor­den, die geen steen had om Zijn hoofd op te laten rusten, die geboren werd op een plaats voor de dieren, over wie werd geroddeld, die werd buiten gesloten en die na mar­teling en bespot­ting de doodstraf kreeg als een crimineel. Na veel lij­den gestorven is Hij op een kruis gestorven. Zo heeft God gedaan, zo is Hij mens gewor­den.

Kruisverhef­fing

Wie niks is, wie niet mee­telt, niets voorstelt en lijdt, die heeft God verheven en op een troon gezet. Dat is het teken dat Hij ons geeft door de uit­ver­kie­zing van Maria, door het leven en lij­den van Zijn Zoon en in dat spoor: door de ver­schij­ningen aan Ber­na­dette.

Die bij­zon­dere liefde van God, van Jezus tot op het kruis, is wat we vandaag vieren op het feest van Kruisverhef­fing: “Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn enig­ge­bo­ren Zoon heeft gegeven, opdat wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan”.

Geen snelweg...

Kruisverhef­fing herinnert aan een feest in Jeru­za­lem waarbij het kruis werd opge­he­ven om Jezus de Ver­los­ser te aanbid­den en het kruis te eren. Onze weg naar de hemel loopt over dat spoor, het is geen snelweg, maar een steil en hobbelig pad: je eenvoud, je nede­rig­heid, de offers die je brengt, je lij­den, je liefde - zich­zelf gevende liefde - : dát brengt ons naar de hemel; niet je geld, niet je bezit, niet je carrière, niet je groot­heid of je ge­zond­heid en niet je successen brengen je daar.

Moge Maria, Onze Lieve Vrouw van Lourdes, onze hemelse Moeder ons op die weg be­ge­lei­den, moge de heilige Ber­na­dette voor ons een voor­spraak zijn.

 

Élévation de la Croix, 14 Septembre - Messe près de la Grotte


Frères et sœurs,

Lorsque nous repensons aux années de notre vie qui se sont écoulées, toutes sortes de souvenirs nous reviennent naturelle­ment à l’esprit. Ici, auprès de notre Mère Marie, ces pensées et ces senti­ments sont liés à la foi et à la confiance : nous repensons aux moments et aux périodes où notre foi nous a soutenus, où nous avons senti que la Vierge Marie et son Fils Jésus-Christ étaient près de nous, où nous avons été touchés par la grâce de Dieu et l’amour de notre Mère céleste Marie.

Bien sûr, nous n’avons pas tous le même lien avec Dieu, avec Marie, et peut-être devons-nous reconnaître que les moments où nous avons trouvé un sou­tien et où nous avons été aidés à surmonter des épreuves sont un peu tombés dans l’oubli. Ce n’est pas grave, mais je t’invite à ouvrir ton cœur à ta Mère céleste, la mère de Dieu, qui, dans la simplicité et le service, a toujours accepté avec amour ce que Dieu avait mis sur son chemin. Ouvre ton cœur à Marie.

Ber­na­dette nous vient égale­ment à l’esprit, cette jeune fille qui a eu la chance de voir Marie. À quatorze ans, elle a rencontré ici la Mère de Dieu, et cette rencontre allait chan­ger toute sa vie.

Ber­na­dette souffrait d’asthme, séquelle d’une infection au choléra. Sa santé était fragile. Elle était pauvre, issue d’une famille modeste dont le père était au chômage, et elle n’avait pas encore été jugée assez digne pour faire sa première communion. C’est ainsi qu’elle se tenait là, devant la grotte, une jeune fille sans importance.

Mais Dieu, lui, la trouvait assez bonne, plus qu’assez bonne, et Marie est venue spéciale­ment pour elle. Et Marie ne fait rien en dehors de Dieu ni contre Lui, jamais. L’apparition de Marie à Ber­na­dette est donc un signe de l’amour profond que Dieu portait à Ber­na­dette et, plus large­ment encore, un signe de l’amour que Dieu porte à la simplicité, à notre misère et à l’homme pauvre qui se tient devant Lui les mains vides.

Ah, combien de fois nous, les humains, voulons-nous impressionner les autres, nous faire passer pour beaux, brillants, riches ? Et nos enfants et petits-enfants sont les plus formidables du monde entier!

Mais Dieu se penche sur notre petitesse, comme Il s’est penché sur la petitesse de Marie, de Ber­na­dette.

Car qu’avait Ber­na­dette à offrir ? Ni richesse, ni force physique, ni santé, ni études, ni pres­tige. Mais c’est par elle, par Ber­na­dette, que Dieu a accompli de grandes choses, comme en témoignent les millions de pèlerins à Lourdes ; et c’est par Marie - cette autre jeune fille tout à fait ordinaire, issue d’un petit village inconnu - que Dieu accomplit de grandes choses. C’est elle qu’Il avait choisie pour devenir la mère de Dieu.

Non, devant Dieu, tu n’as pas besoin de te donner de grands airs, et ce n’est pas nécessaire non plus devant Marie. Dieu voit tout, Il voit au-delà de notre belle façade, et Marie aussi regarde ton cœur, ta petite humanité toute simple, ton amour. Dieu ne regarde pas tout ce dont nous sommes capables, ni ce que nous possédons, ni ce que nous savons. Dieu ne regarde pas à quel point tu es formidable ! Dieu vous regarde différem­ment des hommes et Il a un amour par­ti­cu­lier pour les pauvres et les simples, les humbles de cœur.

Marie a le même amour pour nous, son amour ressemble à celui de Dieu ; c’est ainsi qu’elle est la mère de l’Église, de nous tous.

Essayez donc d’ac­cep­ter votre condition d’être humain tout simple.
 Parfois, les choses vont mal, nous sommes dans la peine, notre santé nous fait défaut, un être cher nous manque, nous ne voyons plus d’issue. Il est compréhensible que nous cherchions alors une issue, que nous voulions écarter cette peine, mais nous sommes invités par Dieu lui-même, par Marie, à découvrir l’amour de Dieu pour nous et la proximité de Marie même dans cette croix, dans cette épreuve.

Cela va même plus loin : Dieu a choisi de devenir Lui-même un pauvre homme, qui n’avait pas de pierre pour reposer Sa tête, qui est né dans une étable, dont on colportait des ragots, qui a été exclu et qui, après avoir été torturé et raillé, a été con­damné à mort comme un criminel. Après avoir beaucoup souffert, Il est mort sur une croix. C’est ainsi que Dieu a agi, c’est ainsi qu’Il s’est fait homme.

Celui qui n’est rien, qui ne compte pas, qui ne représente rien et qui souffre, Dieu l’a élevé et l’a placé sur un trône. Tel est le signe qu’Il nous donne par l’élection de Marie, par la vie et la souffrance de Son Fils et, dans cette lignée : par les apparitions à Ber­na­dette.

Cet amour par­ti­cu­lier de Dieu, de Jésus jusqu’à la croix, est ce que nous célébrons aujourd’hui lors de la fête de l’Exaltation de la Croix : « Dieu a tant aimé le monde qu’Il a donné son Fils unique, afin que quiconque croit en Lui ne périsse pas ».

L’Exaltation de la Croix rappelle une fête à Jérusalem au cours de laquelle la croix était élevée pour adorer Jésus le Rédempteur et honorer la croix. Notre chemin vers le ciel suit cette voie ; ce n’est pas une auto­rou­te, mais un sen­tier escarpé et cahoteux : ta simplicité, ton humilité, les sacrifices que tu fais, tes souffrances, ton amour - cet amour qui se donne soi-même - : voilà ce qui nous mène au ciel ; ce ne sont pas ton argent, ni tes biens, ni ta carrière, ni ta grandeur, ni ta santé, ni tes succès qui t’y mèneront.

Que Marie, Notre-Dame de Lourdes, notre Mère céleste, nous accompagne sur ce chemin, et que sainte Ber­na­dette intercède en notre faveur.


post deze webpagina op: Facebook X / Twitter

Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug