Arsacal
button
button
button
button


Kerstmis is een opdracht!

Overweging Preek - gepubliceerd: donderdag, 26 december 2013 - 1368 woorden
Kerststal in de Mariakerk van Haarlem-Noord
Kerststal in de Mariakerk van Haarlem-Noord

De dagmis van Kerst­mis mocht ik vieren in de kerk van de H. Maria­paro­chie (vroeger O.L. Vrouw van Zeven smarten) in Haar­lem Noord. In de sfeer­volle kerk zong het dames- en heren­koor op uits­te­kende wijze een Missa Brevis (dat betekent “korte Mis”, maar die zijn juist meestal vrij uit­ge­breid) van W.A. Mozart. Ik heb hier de on­der­staan­de homilie gehou­den:

homilie

Van harte wens ik U allen
een Zalig Kerst­feest toe.
Ik hoop na­tuur­lijk dat U dit feest
met familie en vrien­den kunt vieren,
maar dat geldt lang niet voor ie­der­een.
Voor sommige mensen
zullen het pijn­lijke dagen zijn
omdat ze een dier­ba­re missen
of omdat ze bij­voor­beeld
de pijn van een ruzie,
een ver­wij­de­ring tussen mensen
in deze dagen extra voelen.
Maar we zou­den allemaal in deze dagen
ook wel even stil kunnen staan
bij de miljoenen mensen
die geen kerst in vrede kunnen vieren,
die honger hebben,
in oorlog en ver­vol­ging leven,
geen vei­lig­heid kennen,
net een natuur­ramp hebben mee­ge­maakt
en ga zo maar door.
Laten we in ieder geval in ons gebed
ook even bij al die mensen stil staan.

Toch hoop ik voor ons allen
dat het toch een “zalig kerst­mis” mag zijn,
ook al ziet niet alles er even roos­kleu­rig uit.

Die woor­den “Zalig Kerst­feest”
zijn vanouds de katho­lie­ke manier
om elkaar op deze dag alle goeds toe te wensen.
Bij dat “zalig” hoeft U niet te denken
aan het kerst­di­ner dat o zo heer­lijk smaakt,
maar eerder aan de Bergrede uit het evan­ge­lie,
waarin Jezus dat woord “zalig” steeds weer herhaalt:
“Zalig gij die.... arm zijt,
want aan u behoort het rijk Gods,
zalig wie hon­ge­ren en dorsten
naar ge­rech­tig­heid,
want hun behoort het rijk der hemelen”.
Het gaat niet alleen om “gelukkig zijn”,
het “fijn hebben”,
in de zin van dat je het materieel goed hebt,
maar als we zeggen: zalig kerst­mis,
wensen we elkaar toe
dat we het op zo goed mogen hebben
dat we er echt gelukkig van wor­den,
ook op een dieper niveau
waar het goed is in Gods ogen
omdat je behoort bij het rijk van God.
En dat “zalig kerst­mis” is eigen­lijk ook
een soort van constate­ring, want
- zoals het evan­ge­lie zei -:
“... aan hen die in zijn Naam geloven,
gaf Hij het vermogen
kin­de­ren van God te wor­den”.
Zalig Kerst­mis, dat is:
Wees blij, verheug je,
want op deze dag
heeft God je het vermogen gegeven
een kind van God te zijn!
Je bent Zijn Kind,
Hij heeft je lief,
Mis­schien ben je nog een­zaam,
toch ben je nooit alleen!
Hij zal je nooit af­schrij­ven,
niemand van ons!
Je bent geschapen
om gelukkig te wor­den.

“Zalig kerst­mis” is een uitroep
en een wens tege­lijker­tijd.
Er blijft nog veel te wensen over,
voor U per­soon­lijk mis­schien
en zeker ook in de grote wereld,
dat ervaren we iedere dag.
in die evan­ge­lie­le­zing van vandaag
kwam dat naar voren,
want we hebben van­mor­gen niet gehoord
over de stal van Beth­le­hem
en de volk­stel­ling die keizer Augustus had laten hou­den,
we hebben niet gehoord dat er geen plaats was in de her­berg
en ook hoor­den we de engelen niet zingen,
maar de woor­den van vandaag
waar­mee het Johannes-evan­ge­lie begint,
laten ons even stil staan
bij de bete­ke­nis
van wat er deze nacht heeft plaats­ge­von­den.
We zijn geneigd
om een warm gevoel te krijgen en vertederd te zijn
bij het horen van het kerst­ver­haal,
we hebben het over
het “stalletje”, het “kribbetje” en het “Kindje”
en die verkleinwoor­den geven aan
dat het kerst­ge­beu­ren iets “gezelligs”, iets “genoeglijks” is;
we dromen een beetje weg
wanneer we kijken naar het kindje in de kribbe
en een kaarsje aans­te­ken
en genieten van de kerst­sfeer.
Maar Johannes spreekt vandaag
over een nacht, een duisternis
waarin het licht van God schijnt
door dat het Woord is vlees gewor­den,
doordat de Heer is mens gewor­den.
Hier gaat het niet meer over een feite­lijke nacht,
dat het nu eenmaal buiten donker is,
het gaat om een gees­te­lij­ke nacht,
een duisternis
omdat de wereld God niet wil aan­vaar­den :
“Het licht schijnt in de duisternis,
maar de duisternis nam het niet aan”.
In feite is dat een uit­no­di­ging aan ons
om eens na te gaan
wat wij als duisternis ervaren
Wat die duisternis inhoudt in de grote wereld,
hoef ik bijna niet meer op te noemen.
Ik heb het al gehad over oorlog en geweld,
over hongers­nood en rampen;
dat er zoveel mensen in de wereld zijn
die on­schul­dig moeten lij­den,
terwijl hun mede­mensen
er zoveel aan zou­den kunnen doen.
We hebben ook allemaal wel onze eigen duisternis,
pijn­lijke erva­ringen,
moei­lijke dagen of jaren.
En in onze eigen samen­le­ving,
waarin we vaak heel erg op ons­zelf zijn,
zijn er vele mensen die het niet ge­mak­ke­lijk hebben,
die bij­voor­beeld geen warme maal­tijd
kunnen betalen.
Vorige week was ik bij een maal­tijd voor dak­loze mensen
en ik mocht luis­te­ren naar hun verhalen,
naar hoe het hun was ver­gaan.
Als je uit hun eigen mond mag horen,
wat er allemaal is gebeurd
dan begrijp je beter,
wat het is om op straat terecht te komen
en hoe dat een mens kan over­ko­men.

Als je dat allemaal ziet,
durf je dan toch ver­trouwen
dat er een licht schijnt in die duisternis
en dat dit licht Jezus Christus heet,
onze Ver­los­ser
en dat je zelf mee mag doen
om iets van dat licht te laten schijnen?

Heel veel mensen voelen wel iets
van de kerstge­dachte aan.
De sfeer en de kaarsjes die we aans­te­ken,
dragen daartoe bij.
Dit feest straalt zoveel warmte uit
en dat is goed.
Want we vieren dat God op aarde is geko­men,
mens gewor­den is in Jezus Christus
en dat Hij licht heeft willen ver­sprei­den
en dat Hij ons vraagt om daaraan mee te doen:
Kerst­mis is ook een opdracht!
Wees een licht
dat in de duisternis schijnt
en blijft schijnen,
ook als alles er erg donker uitziet,
ook als je er niets voor terug krijgt (denk je),
ook als je stank voor dank krijgt.

Een oud verhaal ver­telt van een koning
die in zijn paleis een grote zaal had zonder ramen
Omdat hij zelf geen doel had
waarvoor die zaal zou kunnen dienen,
schreef hij een prijs­vraag uit:
wie deze zaal binnen een dag geheel kan vullen,
zal rijke­lijk wor­den beloond.
De een na de ander kwam
met stro of hooi of andere ma­te­ri­alen
om die zaal helemaal vol te krijgen,
maar niemand redde dit binnen een dag.
Totdat er iemand aanklopte aan het paleis,
die niets bij zich droeg: geen pak of zak, geen wagens­vol,
maar mid­den in de donkere zaal
in aanwe­zig­heid van de koning,
ontstak hij een kaars.
“Kijk, Majes­teit, hoe klein dit licht ook is,
het vervult toch heel deze ruimte”.
En zo heeft hij die prijs gewonnen.
En zo is het ook met ons:
geloof in het goede dat je kunt doen,
in het licht dat je kunt ver­sprei­den.
Het lijkt mis­schien klein, weinig,
maar wij kunnen niet meten
tot waar het licht dat wij dragen reikt,
het heeft meer uit­stra­ling
dan wij kunnen vermoe­den.
We zijn ge­roe­pen om goed te zijn
en goed te doen,
licht te laten schijnen.
En we moeten de kracht van dat licht
niet onder­schatten!
Denk eraan dat Gods liefde standvas­tig is,
dat Hij ook om ons bekommerd blijft,
dat is het beeld
dat wij zelf voor ogen mogen hou­den en navolgen.

Aan het begin van deze maand
waren we met de Neder­landse bis­schop­pen
bij paus Fran­cis­cus.
Hij heette hij ons heel broe­der­lijk en harte­lijk welkom,
nodigde ons uit
erop uit te gaan
en dat licht te laten schijnen.
Dat was na­tuur­lijk niet alleen
voor bis­schop­pen bedoeld,
maar voor ons allen!
De paus hij zei onder meer
als mensen niet zo open zijn voor het geloof in God,
mis­schien kun je hen met je woor­den niet bereiken,
maar neem hen dan mee naar de armen
om iets voor de armen te doen
en zij zullen in het gelaat van die armen,
het gezicht van God herkennen.

Zalig ben je
wanneer je je licht
standvas­tig laat schijnen voor andere mensen,
een sociaal bewogen mens probeert te zijn,
een mens met oog en hart voor anderen,
vooral voor de armen, de minsten, de kleinen
en als je in hen het gezicht kunt herkennen
van dat Kind van Beth­le­hem
dat in de wereld kwam
om ons licht en leven te geven.

Ja, dan is het een zalig kerst­mis.
Dat wens ik U allen toe!
AMEN

Terug