Arsacal
button
button
button


Feest van de heilige pater Karel in Munstergeleen

overweging_preek - gepubliceerd: maandag, 6 januari 2014
het feestelijk versierde alataar met het beeld van pater Karel
het feestelijk versierde alataar met het beeld van pater Karel

In Munstergeleen wordt jaarlijks op 5 januari het feest van de heilige pater passionist Karel van Sint Andries gevierd met een feestelijke Eucha­ris­tie­viering en een lichtprocessie vanuit de parochiekerk naar het geboortehuis van de heilige.

Vele gelovigen namen hieraan deel en ook een flink aantal priesters waren gekomen om dit feest mee te vieren met pastoor Harrie Broers, waaronder de provinicaal van de Passionisten, p. Mark-Robin Hoogland en de rector van het heiligdom p. Martin de Korte alsmede pater Alessandro, de secretaris van de generaal van de Passionisten uit Rome.

Meer over de heilige pater Karel leest U in de volgende homilie die ik bij het feest heb gehouden

Homilie

Broeders en zusters,
Met vreugde ben ik hier gekomen
om het feest
van de heilige pater Karel van Sint Andries
met U te vieren.
Van pater Karel heb ik voor het eerst in 1987 gehoord,
kort nadat ik pastoor was benoemd in Haastrecht
waar ook een Passionisten­klooster is.
Al gauw kwam ik op huisbezoek bij een echtpaar
dat een groot portret van pater Karel
in de woonkamer had hangen.
De vrouw getuigde tegenover mij
dat pater Karel in haar leven vele wonderen had bewerkt
en dat hij haar nooit in de steek had gelaten
als zij hem om hulp had gevraagd.
Regelmatig liet zij een Mis lezen
om op voorspraak van pater Karel
een gunst aan God te vragen.
Het jaar daarop werd pater Karel zalig verklaard
en begon hij nog bekender te worden;
bijna zeven jaar geleden is het alweer
dat pater Karel werd heilig verklaard
na de wonderbaarlijke genezing
op voorspraak van pater Karel
van de heer Dormans
die ik hier per­soon­lijk heb mogen ontmoeten.
Maar vandaag denken we niet alleen
aan de wonderen die de heilige pater Karel doet,
al zijn velen van U hierheen gekomen met intenties,
met zorgen en vragen
die U bij pater Karel wilt brengen.
Hij zal U zegenen vanuit de hemel,
zoals hij tijdens zijn leven iedere dag opnieuw
vele tientallen, later honderdtallen mensen heeft gezegend
in de kloosterkerk van Mount Argus in Ierland,
waar pater Karel het grootste deel van zijn priesterlijk leven
heeft doorgebracht.
Maar we willen vandaag ook bijzonder denken
aan de persoon die hij was,
aan zijn geloof, aan zijn liefde
in het bijzonder voor de biecht en de heilige Eucha­ris­tie
en voor Maria,
aan zijn armoede, zijn nederigheid,
zijn eenvoud en gehoorzaamheid
en aan zijn grote liefde voor het lijden van Jezus.
Pater Karel was echt een man van God,
een man van gebed,
hij bleef altijd met God verbonden
en dat heeft hem gered
uit allerlei moeilijke situaties en omstandigheden,
dat heeft hem staande gehouden.
Want U moet niet denken
dat pater Karel een gemakkelijk leven heeft gehad.
Verre van dat.
Zijn leven is doorspekt van kruisen en kruisjes.
Hoe ga je daarmee om?
Och, wat kunnen we dan veel van pater Karel leren!
Ik zal U een paar van die moeilijke,
pijnlijke momenten uit zijn leven vertellen;
het zijn gebeur­te­nissen
die voor ons herkenbaar zijn.

Vlak voor pater Karel’s priester­wijding
overleed zijn vader.
Dat was natuurlijk een verdriet.
Maar niet alleen moest pater Karel
zijn vader missen,
door de kosten van de uitvaart en de begrafenis
had de arme familie van pater Karel
geen geld meer
om naar zijn priester­wijding te komen.
Natuurlijk was dat een kruis
en een verdriet voor hem,
maar hij liet zich niet uit het veld slaan.
Meteen na zijn priester­wijding
werd hij naar Engeland gestuurd
en werd daar priester
in een taal die hij nooit goed machtig is geworden.
Ook dat was een kruis.
Toen pater Karel daarna in Ierland terechtkwam
in het nieuwe klooster van Mount Argus
was het weer niet gemakkelijk.
Al gauw werd bekend dat hij wonderen kon doen,
genezingen kon verrichten.
Dat leidde tot jaloezie:
er waren allerlei mensen
die kwaad over hem begonnen te spreken
en zeiden dat hij de mensen
van de dokter afhield
en dat hij een soort kwakzalver was.
Anderen gingen in heel Ierland water verkopen
dat hij gezegend had of zou hebben.
Toen hebben zijn oversten
hem naar Engeland overge­plaatst
waar hij acht jaar lang moest blijven.
Pater Karel nam het aan in grote rust.

Ook in het klooster was het geen koek en ei.
De geest was helemaal niet goed.
Veel paters en broeders kwamen niet naar het gebed;
een pater die bijna nooit naar het gebed kwam,
zich niets van zijn medebroeders aantrok
en altijd maar zijn eigen gang ging
was wel uit op eer en erkenning.
Hij gedroeg zich als een prins,
iedereen moest naar zijn pijpen dansen
en hij vond dat heel normaal.
Maar pater Karel zou je er nooit over horen,
het leek alsof hij het niet merkte of niet voelde,
want hij bleef verbonden met de Heer.

Ook meer op het einde van zijn leven
vond een medebroeder pater Karel
toch wel wat overdreven en onaangepast.
Die medebroeder besloot dat het zijn taak moest zijn
om pater Karel steeds tot de orde te roepen
en hem te zeggen hoe hij de dingen moest doen.
Van toen af aan werd pater Karel
ieder moment van de dag gecorrigeerd,
hij kreeg voortdurend te horen
wat hij doen en laten moest,
daarbij had hij veel last van reumatiek.
Maar hij nam het met een glimlach aan,
werd niet kwaad of wat dan ook,
maar gehoorzaamde als het even kon.
Nooit hoorde je hem iets lelijks
over een medebroeder zeggen.

Ik denk dat we allemaal veel
van pater Karel kunnen leren.
Denk zelf maar eens
aan die buurvrouw of kennis
waar u zich aan stoort.
Of aan die lelijke persoon
die je overal zwart maakt.
Hoe moeilijk is het niet
om dat voor je te houden.
We willen ons hart graag even luchten
over hoe die persoon
toch wel niet doet
en hoe beroerd dat is.
Of denk aan uw lichamelijke klachten,
aan pijn die je voelt
en ook aan het verdriet
als je een dierbaar iemand moet missen.
Hoe gemakkelijk zijn we daar
in gedachten niet mee bezig,
hoe vlug zitten we dan
te klagen en te mopperen.
Zeker, dat is menselijk,
daar wil ik niets van zeggen
en het is ook heel begrijpelijk.

Maar hoe kwam het dan toch
dat pater Karel
daar zo goed mee om kon gaan,
dat het hem allemaal niet leek te raken?

Pater Karel was met God verbonden.
Hij leefde zo met God
en was zozeer bij Hem
dat wat er om heen gebeurde
hem eigenlijk gewoon niet meer zo raakte.
Hij bekeek alles op een dieper niveau.

Hij was altijd aan het bidden,
ook gewoon vaak kleine gebedjes
die hij op een bidprentje had staan.

En een tweede punt was bovendien:
dat hij altijd voor andere mensen in de weer was.
Eén van zijn medebroeders
moest het werk van pater Karel
- met name het zegenen van de mensen -
eens een tijdje overnemen
toen pater Karel ziek was
en een tijdje in een ander klooster moest gaan rusten.
Die medebroeder was dood- en doodop,
hij kon het allemaal niet aan
en stelde snel een schema in
dat mensen niet de hele dag
maar alleen op bepaalde tijden
bij hem terecht konden.
Maar pater Karel stond altijd klaar:
voortdurend was hij bezig biecht te horen
- dat vond hij een heel belangrijk sacrament -,
geestelijke leiding te geven,
mensen te zegenen
enzovoorts.
Hij gaf zich helemaal,
vergat zichzelf, zijn eigen problemen,
was er voor anderen.
En dat is iets moois.

En dat geldt eigenlijk ook wel voor ons:
als we liefde geven aan andere mensen,
als we voor anderen klaar staan,
vergeten we onszelf,
komt er vreugde in ons hart,
wordt ons leven mooier, rijker.

Het is fijn dat U vandaag bent gekomen
op het feest van pater Karel.

We hebben de Open­ba­ring des Heren gevierd,
het feest van de drie wijzen uit het oosten.
Zij kwamen van verre om het Kind te zoeken
en zij nodigen óns uit om dat óók te doen,
om God, om Jezus in ons leven te zoeken.
En dat betekent altijd
dat je jezelf wat loslaat,
dat je je eigen zorgen vergeet.

De heilige pater Karel van Sint Andries,
Saint Charles of Mount Argus,
zoals de Ieren zeggen,
zal zeker voor ons bidden
en hij zal zeker ook hier of daar
nog wel een wondertje doen.
Daar mogen we gerust om vragen.
Maar laten we dan tegelijk ook naar hem kijken
en proberen hem een beetje na te volgen
in zijn eenvoud, in zijn verbondenheid met God
en in zijn liefdevol klaarstaan voor andere mensen.
Door die liefde tot God
en die liefde voor de naaste
kon hij alles verzetten,
was zijn leven helemaal
voor God en mens.
Amen

Terug