Arsacal
button
button
button


“Dikwijls zijn wij allen blind”

zondag Laetare

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 30 maart 2014
Hoofdaltaar in ’t Veld
Hoofdaltaar in ’t Veld

Zaterdag­avond bezocht ik de parochie in 'T Veld om de heilige Eucha­ris­tie te vieren en de parochianen te ontmoeten. Zondag­och­tend heb ik hetzelfde gedaan in de parochie van Nieuwe Niedorp (en 's middags in het centrum La Vie).

In beide parochies waren goede zangkoren die de Eucha­ris­tie­viering feestelijk hebben opge­luis­terd. Met parochie­bestuurders en parochianen had ik ook gelegenheid om te spreken over de mooie en de moeilijke dingen, de zorgen ook. Het geringe aantal mensen wat naar de kerk komt steekt nogal af bij het grote aantal dat aanwezig is bij bijzondere gelegenheden, zoals grote feesten of uitvaarten. Wil de gemeen­schap levend kunnen blijven, is het nodig dat er gelovigen zijn die zich engageren, op de eerste plaats door hun katholieke geloof te leren kennen en het te beleven. We zijn gemeen­schap rond Christus. De gelovigen die aanwezig waren willen zich daar graag voor inzetten.

Op zondag­mid­dag tenslotte mocht ik de heilige Eucha­ris­tie vieren in het centrum La Vie aan het Planetenveld in Zeewolde. Veel mensen vinden hier hulp en steun op een weg naar innerlijke heelwording. Een mooie, intieme viering van een heel betrokken gemeen­schap, waar de aanwezigheid van de Heer bijna voelbaar wordt.

homilie

De drie lezingen van de zondagen van de veertigdagentijd

horen in zekere zin bij elkaar.

Ook vandaag komt het thema steeds weer terug,

dat gaat over zien en niet-zien

en over: hoe kijken we eigenlijk

en over Christus als het licht in onze duisternis.

Hoe kijken we bij­voor­beeld naar anderen?

In de eerste lezing moet de nieuwe koning van het land

worden uitgekozen en gezalfd door de profeet Samuël.
Samuel heeft daar zo zijn ideeën over:
als er een indruk­wek­kende verschijning binnen komt,
denkt hij al gauw: die zal het wel zijn.
Maar de Heer, zo is de bood­schap aan ons,
kijkt anders dan wij het zien,
Hij kijkt in de diepte, naar wie we werkelijk zijn,
Hij doorgrondt ons,
terwijl wij vaak oppervlakkig oordelen,
aan de buitenkant.

Paus Franciscus heeft daar wel ideeën over.

Als wapenspreuk heeft hij gekozen:

“Miserando atque eligendo”;

Dat gaat over de blik waarmee Jezus naar Matteüs keek,
die tollenaar en zondaar die Hij tot apostel riep.
Jezus keek met barmhartig-liefdevolle en tegelijk uitverkiezende blik.
De blik van Jezus was er een die moed en kracht gaf

om op te staan – ook op te staan uit de zonde -
en een nieuwe weg te gaan.

Paus Franciscus ziet hierbij een voorbeeld voor hemzelf

in paus Johannes XXIII

die hij op zondag na Pasen heilig zal verklaren.

Paus Johannes XXIII werd in 1958 gekozen

en hij was een heel toegankelijke persoon

met een grote liefde en aandacht voor kleine mensen

- net als onze paus nu -.

Zo ging deze paus meteen na de plechtige Mis

op het kerstfeest van dat jaar

naar twee kinderziekenhuizen in Rome

om daar de kinderen te bezoeken

en met hen te praten.

Hij kwam op de afdeling

voor de kinderen met oogziekten.

Daar was een jongetje

dat een hoornvlies-transplantatie had gekregen

en weer kon zien,

maar ook een die ongebluste kalk

in zijn ogen had gekregen

met alle gevolgen vandien.

Tenslotte kwam de paus bij een jongen

die drie maanden eerder blind was geworden

door een hersenvliesonsteking.

Die jongen riep door de zaal:

“Jij bent de paus, ik weet het,

maar ik kan je niet zien”.

De paus ging op de rand van zijn bed zitten,

pakte zijn hand en streelde die

met tranen in zijn ogen,

tenslotte zei hij zachtjes:

“Dikwijls zijn wij allemaal blind”.

(K. Klinger, De lachende paus, pp. 17-19)

Ja, hoe vaak gebeurt dit niet:

wij mensen zijn vaak blind,

blind voor het mooie en goede,

voor dat wat van God komt,

voor “gerechtigheid, goedheid en waarheid”,

zoals de tweede lezing zegt,

blind voor het licht.

Hoe komt het dan dat wij blind zijn?

Wij laten ons verblinden door uiterlijkheden:

Hoe iemand eruit ziet en overkomt.

We worden verblind door de schittering

van geld, van macht en aanzien;

we kunnen het niet hebben

dat een ander beter is dan wij,

dat die ‘credits’ krijgt en wij niet,

dat die succes heeft en wij niet.

Hebzucht, lust en eerzucht

kunnen een mens totaal verblinden.

We willen graag goed en waardevol zijn,

belangrijk, knap en succesvol

en het is moeilijk om voor jezelf te aanvaarden

wat met dat beeld niet zo klopt.

Deze week stapte ik ‘s avonds in een trein

die klaar stond voor vertrek;

toen de trein ging rijden doofden de lichten

en een paar honderd meter verderop

kwam die weer tot stilstand

en wij passagiers bleven achter

op een rangeerterrein

in een pikdonkere wagon.

Met hulp van de noodvoorziening

konden we de deuren openen

en kwamen we eruit.

De machinist stond nog buiten

en hij begon meteen op ons te foeteren,

alsof niet hij maar wij de fout hadden gemaakt!

Dat is ergens weer begrijpelijk,

we vinden het moeilijk om in te zien,

de minste te zijn en toe te geven

waar wij fouten hebben gemaakt.

Veel mensen vinden het gemakkelijker

om de zonden van anderen te biechten

dan die van henzelf.

En toch zijn we mooiere mensen

- kinderen van het licht -

als we juist dát weten te doen:

de minste te zijn,

de kleinste te wezen,

onszelf niet op te blazen

tot grotere proporties

dan ons eigenlijk toekomen,

maar in nederigheid en eenvoud

toe te geven,

ons over te geven;

dat is een weg die uit­ein­de­lijk leidt

tot geloof en vertrouwen.

Daar gaan de lezingen over vandaag.

Jezus geneest in het evangelie

een jonge man die blind geboren was,

dus nooit had kunnen zien.

Maar de Farizeeën maken allerlei bezwaren:

het is op een sabbat dat dit is gebeurd

en je mag niet werken op sabbat;

ze maken allerlei bezwaren

en ze proberen die genezen jonge man

te imponeren en onder druk te zetten,

hun autoriteit te laten gelden.

Ze foeteren en doen moeilijk.

Ze hebben geen enkel oog voor het wonderteken

dat Jezus heeft gedaan.

Bij een andere gelegenheid, in een ander evangelie

zal Jezus tegen hen zeggen:

“Blinde leiders”.

Ze zien het niet,

Ze reageren niet vanuit begrip en liefde,

maar afwerend,

de ander wegduwend:

die pasgenezen blinde mag er bijna niet zijn,

uit jaloezie en afgunst misschien,

omdat Jezus het wonder had bewerkt en niet zij.

In feite een oproep aan ons allen

om het licht van Christus over ons te laten stralen,
die ons verlost, ons bevrijdt uit ons “ik”
om vanuit Zijn licht te gaan leven,

open naar God en open naar anderen,
in “goedheid, gerechtigheid en waarheid” (2e lezing).

Amen

Terug