Arsacal
button
button
button
button


Witte donderdagviering in Bovenkarspel

Overweging Preek - gepubliceerd: donderdag, 17 april 2014 - 719 woorden
Randy Simileer is in de kerk van Bovenkarspel ruim een jaar geleden diaken gewijd
Randy Simileer is in de kerk van Bovenkarspel ruim een jaar geleden diaken gewijd

Voor de vie­ring van Witte Donder­dag was ik in Bo­ven­karspel, bij diaken Randy Simileer. De kerk was prach­tig versierd doordat een bloemen­hande­laar was overle­den en kort voor Witte Donder­dag voor hem de uit­vaart was geweest. Maar die mooie bloemen pasten na­tuur­lijk heel goed bij de ge­dach­te­nis van de in­stel­ling van de heilige Eucha­ris­tie en het wij­dings­sa­cra­ment.

Ik heb de volgende homilie gehou­den:

homilie

Paus Fran­cis­cus was vorig jaar op deze dag
in een jeugdge­van­ge­nis.
Tijdens de Mis knielde hij neer
bij twaalf jonge delinquenten
- waar­on­der ook moslims -
en waste hun voeten.
Dit jaar zal hij dat­zelfde doen
in een andere in­stel­ling
waar hij twaalf ge­han­di­capte jon­ge­ren
de voeten zal wassen.
“Het is mijn plicht”, zei de paus vorig jaar,
“om als pries­ter en bis­schop
dienst­baar te zijn aan jullie.
Maar het is een plicht
die uit mijn hart komt.
Ik vind het fijn en ik doe dit graag
omdat de Heer mij dat zo heeft geleerd”.
De paus wil dienst­baar zijn.
Toen de Neder­landse bis­schop­pen in de­cem­ber
bij de paus op ‘ad limina’ bezoek gingen,
kon­den we dat heel goed zien
aan allerlei kleine dingen.
Vroeger ging het bij­voor­beeld zo
dat de bis­schop­pen
eerst in een wacht­ruim­te wer­den gebracht
als ze de paus gingen ontmoeten,
daarna bracht iemand hen naar de zaal
waar de ont­moe­ting plaats zou vin­den.
Daar moesten ze wachten,
totdat de deuren open gingen
en de paus naar binnen kwam.
Nu wer­den de bis­schop­pen
meteen naar de zaal gebracht
en daar stond de paus
ons bij de deur al op te wachten
om ie­der­een harte­lijk welkom te heten.
Na­tuur­lijk, het zijn maar kleine dingen,
kleine gebaren,
maar ze brengen iets over,
ze maken iets dui­de­lijk.
Er zit een roe­ping achter
die wij als volgelingen van Jezus
allemaal hebben:
de roe­ping om een­vou­dig, dienst­baar,
harte­lijk en tegemoet­ko­mend te zijn.

Op de laatste avond van Zijn leven
heeft Jezus de liefde centraal gesteld.
Wij vieren van­avond het sacra­ment
van Zijn liefde tot het uiterste toe,
dat Hij ons op deze avond heeft gegeven
om Hem en Zijn offer
altijd te blijven gedenken:
wij vieren de heilige Eucha­ris­tie,
de kern en de bron
van ons geloof en ons ker­ke­lijk leven.
“Dit is mijn lichaam,
voor jullie gegeven,
dit is mijn bloed,
vergoten voor U”.

Wij mensen zijn ster­fe­lijk,
ons leven is kort,
het is weer gauw voorbij,
die 80 of 90 jaar,
wat stelt dat eigen­lijk voor
op de eeuwig­heid?
Dat denk je mis­schien niet als je jong bent,
maar wie al wat ouder is en omkijkt,
kan het zich nau­we­lijks voor­stel­len
dat het zo snel is gegaan.
We zijn ster­fe­lijk en ervaren onze onmacht,
onze klein­heid en zwak­heid.
We doen soms of we heel wat zijn,
maar we zijn allemaal breek­ba­re mensen.
Als we opscheppen over onze baan,
onze pres­ta­ties en re­sul­taten, onze kin­de­ren enzo­voorts,
beseffen we eigen­lijk ergens wel
dat we bezig zijn met gebakken lucht:
wat we hebben en wat we kunnen
hebben we uit­ein­delijk gekregen.

In zijn laatste grote do­cu­ment,
de exhor­ta­tie “Evangelii Gaudium”,
heeft paus Fran­cis­cus onder meer gezegd
dat een gevaar is in de wereld van nu
dat mensen steeds bezig zijn met con­sump­tie,
met leuke dingen doen,
met de eigen belangen en de eigen zorgen
en dat er geen ruimte voor anderen,
geen plaats voor de armen is.
In feite wor­den mensen dan op den duur
bitter, rancuneus en onte­vre­den,
niet gelukkig en vervuld.
Maar juist door erop uit te gaan,
niet in jezelf opgesloten te blijven,
maar te ontmoeten en je te geven,
daardoor beleef je de liefde en vind je geluk.

Langs die weg heeft Jezus ons verlost,
daardoor kreeg ons leven toe­komst,
doordat Hij zich­zelf voor ons heeft gegeven,
helemaal, totaal.
En Hij heeft ons gevraagd
dat steeds opnieuw te vieren,
dat altijd weer opnieuw te doen
tot Zijn ge­dach­te­nis.

Iedere keer dat wij de Eucha­ris­tie vieren
en de heilige communie ont­van­gen,
is dat wat Jezus ons zegt:
Doe zoals ik, geef jezelf,
wees dienst­baar,
tegemoet­ko­mend,
handel met liefde.

Voeten wassen van de gasten
was in Jezus’ tijd een slaven­werkje.
Door dit te doen liet Jezus zien
dat Hij zich niet verheven voelde boven anderen,
dat Hij zich niet op ereti­tels liet voorstaan,
dat Hij een­vou­dig en dienst­baar wilde zijn
en dat Hij dat ook van Zijn leer­lin­gen verwacht.

Daarom kunnen we geen Eucha­ris­tie vieren,
zonder de bereid­heid van ons hart
om zoals Jezus ons heeft voor­ge­daan,
dienst­baar te zijn en liefde te geven
vooral aan wie arm is, nood heeft, een­zaam is.
AMEN

Terug