Arsacal
button
button
button
button


Sluiting van de meimaand in Heiloo

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 26 mei 2014 - 1159 woorden
beeld van de lichtprocessie
beeld van de lichtprocessie

Op zon­dag­avond 26 mei vond in Heiloo de slui­ting van de mei­maand plaats met een fees­te­lij­ke Eucha­ris­tie­vie­ring en licht­pro­ces­sie door het park van de bede­vaarts­plaats. Bij de kleine kapel werd ver­vol­gens de toe­wij­ding aan Maria gedaan en werd de pro­ces­sie afgesloten. Vele gelo­vi­gen namen deel aan deze mooie gebeur­te­nis, die door prach­tig weer werd beguns­tigd.

Hier­on­der de homilie die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den.
(deels gelijk aan die ik 's ochtends in Limmen heb gehou­den)

Homilie

Broeders en zusters,
Fijn dat u geko­men bent
om samen het slot van de mei­maand te vieren,
tenminste: er liggen nog enkele dagen voor ons,
maar dit is de laatste zon­dag van deze mooie maand
die aan Maria is toegewijd.

Hier in Heiloo komen vele mensen
bij Onze Lieve Vrouw ter Nood
Zij leggen er hun zorgen neer,
bevelen hun intenties aan,
want ze weten dat Maria een moeder is
die het leven begrijpt,
die snapt wat er weleens mis gaat,
die weet wat het is om te moeten lij­den,
die zelf standvas­tig was
en zich niet uit het veld liet slaan,
die trouw bleef tot onder het kruis.

En als je een kaarsje opsteekt
en peinzend in dat vlammetje kijkt,
de warmte voelt,
dan kijk je als het ware
in het licht van de eeuwig­heid;
dan weet je weer dat heel veel dingen
die mensen zo be­lang­rijk vin­den,
waarover ze gewich­tig doen,
helemaal niet be­lang­rijk zijn.

U hebt het mis­schien ook weleens mee­ge­maakt
dat mensen om u heen
druk waren met bepaalde zaken,
zich daar over kon­den opwin­den,
terwijl uzelf met iets heel anders bezig was
en u die dingen waar de mensen om U heen
zich zo druk om maakten
eigen­lijk alleen maar als totaal onbe­lang­rijk kon ervaren.
We hebben dat denk ik allemaal wel
als we een dier­baar iemand hebben verloren
of met een erns­tige ziekte te maken hebben
en mensen om ons heen praten
over de gewone alle­daag­se dingen:
over de poli­tiek, een klein ongemak,
de voetbal, het werk, over anderen.
En hoewel u mis­schien zelf ook een grote voetballiefhebber bent
en vaak over het werk of de poli­tiek hebt gepraat,
kan dat gepraat op zo’n moment zelfs pijn­lijk zijn,
omdat we die on­der­wer­pen dan
als vol­ko­men onbe­lang­rijk ervaren
en ergens het gevoel hebben
dat er aan onze pijn, onze erva­ring, ons verdriet mis­schien
voorbij wordt gegaan.
Juist met de erva­ringen die ons diep raken,
die ons een diepe vreugde geven
of een groot verdriet,
kunnen we ons soms echt een­zaam voelen.
Dat geldt niet alleen voor droevige dingen,
ook iets wat heel kost­baar en mooi voor ons is,
wat een diepe indruk op ons heeft gemaakt,
kunnen we vaak moei­lijk delen.
Ik heb bij­voor­beeld vaak gehoord van mensen
die ver­tel­den wat God of Maria voor hen betekent,
hoe zij ervaren had­den dat God of Maria hun nabij was
in bepaalde situaties,
mis­schien zelfs iets had­den mee­ge­maakt
wat eigen­lijk wonder­baar­lijk was,
en dat zij erbij ver­tel­den:
“Daar kan ik eigen­lijk met niemand over praten”.
Zo kan iemand dus in zijn diepste gevoelens
heel een­zaam zijn
ook in een relatie.

Op een of andere manier zullen we allemaal weleens
een soort gees­te­lij­ke een­zaam­heid ervaren.
Het is nu eenmaal zo
dat niets op deze aarde
ons helemaal kan vervullen.
We komen allemaal op een punt
waarop we moeten con­clu­deren:
dit kan ik met niemand delen,
of maar een heel klein beetje.
Hierin sta ik ergens alleen.

Dit was ook de erva­ring van de eerste leer­lin­gen van Jezus
en van Jezus zelf.
Jezus heeft lang rondgelopen
met de weten­schap dat het slecht met Hem zou aflopen,
dat Hij gegrepen, gemar­teld en ge­krui­sigd zou wor­den.
Hij heeft wel ge­pro­beerd
om daar met Zijn apos­te­len over te praten
- in de lij­densvoorspellingen en de gesprekken
aan de tafel van het Laatste Avondmaal bij­voor­beeld -,
maar dat lukte niet echt,
daar was gewoon heel weinig begrip voor,
vaak be­gon­nen de leer­lin­gen dan gewoon gauw over iets anders.
Eigen­lijk kon Hij er met niemand over praten
en dat moet Jezus een groot gevoel van een­zaam­heid
hebben gegeven,
wat tenslotte zijn hoogte­punt vond
in de uitroep van Jezus aan het kruis:
“Mijn God, mijn God, waarom hebt ge mij verlaten?”
Mis­schien dat we ook weleens geneigd zijn
om dat te ver­zuchten.
Ga dan naar Maria.
Zij is toen niet weggelopen,
zij is onder dat kruis gaan staan
en wat een geluk dat zij dat heeft gedaan,
want daar wees Jezus haar aan
als gees­te­lij­ke moeder voor ons allen.

Is dat ook niet een beetje onze erva­ring?
Als je zelf door het kruis gaat,
dat opneemt, niet wegloopt, standvas­tig blijft,
het weet te dragen, met vallen en opstaan mis­schien,
dan kun je meer voor andere mensen betekenen.

De leer­lin­gen hebben dat later zelf ook zo ervaren.
Zij hebben best succes gehad
met hun ver­kon­di­ging van het evan­ge­lie,
we hoor­den dat in de eerste lezing:
Filippus’ woor­den oogstten algemene instem­ming.
Maar de tweede lezing uit de brief van de apostel Petrus
had het er al over
dat we er reke­ning mee moeten hou­den
dat mensen ons niet begrijpen,
dat zij onze chris­te­lijke levenswandel beschimpen
en laster­praat over ons uitstrooien.
Wie dat weleens heeft mee­ge­maakt,
weet hoe af­schu­we­lijk dat kan zijn:
mensen wor­den zwart gemaakt,
ver­dacht gemaakt,
terwijl ze dat niet verdienen.
Petrus schrijft zijn mensen in de brief die we hebben gelezen:
Heilig in uw hart Christus als de Heer.
Dat wil zeggen: Rustig blijven, geef het over, geef het af,
niet als een wilde in het rond gaan slaan,
geef het goede voor­beeld,
“verde­digt u met zacht­moe­dig­heid en gepaste eerbied
en zorg dat je geweten zuiver is”.
Dan zal het vruchten dragen.
Rustig vol­hou­den en jezelf blijven,
geen gekke dingen doen!
Juist in je een­zaam­heid
staat er Iemand naast je,
ook al zie je Hem niet.

De leer­lin­gen hiel­den vol en bleven moe­dig verder gaan,
ook al was er tegen­wer­king, onbegrip.
2000 jaar later weten we
hoeveel vrucht dat heeft gedragen.
Dat moet ons moed geven en ver­trouwen
ook in een tijd en een maat­schap­pij als de onze,
die nu eenmaal niet over­stroomt van gods­diens­tig­heid.

Jezus in het evan­ge­lie
bereidt Zijn leer­lin­gen erop voor
dat ze zich alleen zullen voelen staan met hun geloof,
dat de wereld niet voor de Geest van waar­heid
ont­vanke­lijk is,
dat mensen met andere dingen bezig zijn
en van hun bood­schap vaak niets moeten hebben;
dat hebben de apos­te­len na­tuur­lijk
inder­daad vaak mee­ge­maakt:
ze hebben volop tegen­wer­king gekend,
wer­den door hun eigen mensen uit­ge­sto­ten
en bijna allemaal zijn ze uit­ein­delijk
als marte­laar gestorven,
zonder dat zij zelf ook maar enig geweld had­den gebruikt.

“Als je Mij liefhebt,
zul je mijn gebo­den onder­hou­den
en de Vader zal je een andere helper geven
die altijd bij je zal blijven”:
de heilige Geest.
Samen met Maria
hebben de leer­lin­gen gebe­den
om de komst van de heilige Geest.

Dus Jezus zegt Zijn leer­lin­gen:
Ik laat jullie niet alleen,
ik zal jullie niet verweesd achter laten,
Gods geest zal met jullie zijn.
Ga gewoon door met het goede te doen,
on­der­houd mijn woord,
laat je daar niet vanaf brengen.
Ga rus­tig door, met ver­trouwen, standvas­tig,
zoals Maria, tot onder het kruis....
Ik help je er door heen.

Heilige Maria,
Onze Lieve Vrouw ter Nood,
wees onze voor­spraak.
AMEN

Terug