Arsacal
button
button
button
button


Onze wereld: een mengeling van goed en kwaad....

Tarwe en onkruid

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 20 juli 2014 - 1225 woorden
Onze wereld: een mengeling van goed en kwaad....

Voor de zes­tien­de zon­dag door het jaar was ik in de ka­the­drale basiliek van Sint Bavo waar een bij­zon­dere Heilige Mis werd gevierd ter ge­dach­te­nis aan de slacht­of­fers van de vliegramp en hun nabe­staan­den (zie ook volgend bericht). Het evan­ge­lie ging over het goede zaad en over het onkruid dat er tussen is gezaaid maar dat wij met voorzich­tig­heid moeten bena­de­ren: niet zomaar gaan rukken en trekken, anders loopt het niet goed af. Dat geldt voor alle kwaad in de wereld. We zijn geneigd tot een hef­tige emo­tio­nele reactie, maar voorzich­tig­heid en pru­dentie zijn gebo­den....

Hier­on­der de preek die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den.

Homilie

We hebben aan het begin van de vie­ring
de slacht­of­fers van de vliegramp her­dacht
die nu zo plot­se­ling
voor de poort van de hemel zijn komen te staan.
Het is bijna altijd verdrie­tig en pijn­lijk
als iemand ons door de dood verlaat,
maar soms kunnen we er toch vrede mee hebben,
bij­voor­beeld doordat we goed afscheid hebben kunnen nemen,
Dat is hier allemaal niet moge­lijk geweest.
Nu gaan de gedachten van nabe­staan­den
uit naar de over­le­de­nen,
naar hun leven, wie zij waren.
Dat nemen deze mensen, die slacht­of­fer gewor­den zijn,
mee op hun laatste reis:
Die vrouw of die man die nu ineens is weggerukt,
staat aan de hemeldeur:
als de persoon die zij of hij was,
met zijn of haar goed­heid en harte­lijk­heid,
met alle mooie eigen­schappen,
de rijkdom van z’n persoon.
Die rijkdom was het koffertje,
dat voor de laatste reis was gepakt,
dat neem je mee.

Als ik straks bij Petrus voor de hemelpoort sta
zal ik niet kunnen zeggen:
“Laat me erin, ik ben bis­schop, ik hoor erbij,
ik ben van de club”.
Volgens Dante’s Divina Commedia
zitten er veel bis­schop­pen in de hel.
Maar niet alleen bis­schop­pen,
niemand van ons zal kunnen zeggen:
“Ik was koster” of: “Ik had de mooiste sopraan
van heel het muziek­in­sti­tuut”
of ik was wereld­kampioen, (of bijna),
ik heb rechten, laat me erin,
nee.
Geen geld, geen macht en positie zullen tellen
maar alleen de vraag wie we geweest zijn,
wat voor mens,
of we christen zijn geweest
en dat wil in de kern zeggen:
Of we ons in ons leven hebben laten lei­den door de liefde.
Want dat is het be­lang­rijk­ste gebod:
Je liefde tot God en de liefde voor je naaste
en God is liefde.
Al het goede dat je hebt gedaan,
al het goede dat in je zit,
zal honderd­vou­dig wor­den ver­goed.
Een daarbij gaat het ook nog niet om de vraag
of we wel perfect zijn in de liefde
en of we mis­schien tegen de liefde hebben gezon­digd.
Nee, het gaat enkel om de vraag
of we bij al onze zwak­heid
met de hulp van Gods genade
willen leven en han­de­len volgens de liefde,
uit liefde, met een goed hart,
of we van harte er naar verlangen, om een goed mens te zijn
naar het voor­beeld en de leef­wij­ze
van Jezus Christus onze Heer.
Karl Rahner, een bekend theoloog, zei daarom dat er ook
“anonieme chris­te­nen” zijn,
mensen die niet zo heten, maar wél zo zijn.

En daarom komen we naar de kerk.
We komen niet naar de kerk
om te genieten van mooie muziek
- tenminste niet op de eerste plaats –
en ook niet om te luis­te­ren naar een min of meer geslaagde preek
- tenminste: ook dat is niet het be­lang­rijk­ste.
We komen hier samen om de liefde te vieren,
Gods liefde die tot het uiterste ging,
die als ant­woord op het kwaad
dat in de wereld zo welig tiert,
(ook nu – zoveel mensen die lij­den
onder oorlog, terreur, honger, onder­druk­king
of deze vliegtuigramp)
die als ant­woord op die enorme berg van kwaad en zonde,
niet zei:
“Ze hebben het aan zich­zelf te wijten,
laat ze barsten”,
maar ons leven kwam delen,
kwaad beant­woordde met goed,
de liefde kwam vóór leven
en daarbij tot het uiterste ging:
Hij gáf zich,
liet zich als mis­da­diger ter dood veroor­de­len
tot de dood aan het kruis.
Dit was Gods ant­woord op het kwaad en de haat
die Hij overal in de wereld zag.
En wij komen hier om die liefde te gedenken,
ons daardoor te laten voe­den en ons te laten in­spi­re­ren
door de woor­den en het leven van Jezus.
Het is de reali­teit van deze dagen
dat we hard met het kwaad in de wereld
wor­den gecon­fron­teerd.
Het evan­ge­lie van vandaag wil ons eraan her­in­ne­ren
dat het kwaad een reali­teit is
waarin ook wij moeten leven.
Met het voor­beeld van Jezus voor ogen,
kun je je niet goed door het lint laten gaan
en in het wilde weg om je heen gaan slaan
om wraak te nemen.
Het ant­woord zal toch ergens weer
met evenwicht, met recht­vaar­dig­heid en liefde
te maken moeten hebben.
Op de akker van de wereld
groeien onkruid en tarwe,
het is niet anders.
Overal ontmoeten we goede mensen en slechte mensen
en velen er zo’n beetje tussenin.
We kunnen niet het onkruid uitroeien
zodat er alleen maar tarwe overblijft.
Dat kan alleen al niet
omdat onkruid en tarwe samen
in onze eigen harten vaak gemengd zijn.
We kunnen de mensen niet zo goed indelen
in goe­den en slechten
en we kunnen de goe­den niet mooi en zuiver
van de slechten schei­den.
De vorige keer dat strij­dende partijen
een passagierstoestel neerhaal­den,
was tij­dens de oorlog in Irak.
Presi­dent Bush dacht mis­schien
toen hij de oorlog begon in Irak
dat hij onkruid van tarwe kon schei­den:
paus Johannes Paulus II noemde dat toen
een nutte­loze slach­ting
en hij heeft gelijk gehad:
Door iemand in Irak als het kwaad aan te wijzen,
verstoorde Amerika een wankel evenwicht
en nu – honderd­dui­zen­den doden
en miljoenen vluch­te­lingen later –
schijnt alle tarwe verdwenen, al het goede is weg,
zo lijkt het;
men wilde het onkruid – het kwaad – bijeen wilde garen,
eruit wilde trekken,
maar het woekert nu welig als nooit tevoren
en geen christen is zijn leven veilig....

Overal is kwaad, in de wereld en ook in de kerk.
Wie in de kerk is, is zeker niet auto­ma­tisch goed
en dat is van het begin af zo geweest
toen Jezus met de apos­te­len rond trok.
Als we zelf moeite hebben met onkruid dat we aantreffen,
met het kwaad in de grote wereld
dat agressie in ons opwekt,
of ook met het kwaad in onze eigen omge­ving,
met wat mensen elkaar aandoen,
met het kwaad in de wereld, in onze omge­ving óf in de kerk,
zou­den we eraan kunnen denken
hoe Jezus met Judas omging.
Hij wist dat die een verrader was,
een rotte appel in de mand met apos­te­len,
onkruid tussen de tarwe.
Jezus verdroeg hem, tot bij het Laatste Avondmaal en
de kus waar­mee Judas hem verraadde;
en alle liefde­volle woor­den die Jezus sprak
waren in feite een uit­no­di­ging
aan Judas en alle andere tegen­stan­ders
om van onkruid tarwe te wor­den.
Na­tuur­lijk moeten mis­da­digers ver­volgd en bestraft wor­den,
dat is een eis van recht­vaar­dig­heid;
maar alleen waar mensen inner­lijk ver­an­de­ren,
ont­staat er echt een nieuwe situatie.
Dat noemen we: beke­ring
Dat blijft altijd moge­lijk tot hun laatste snik,
dat mensen zich bekeren tot de liefde
en steeds meer tarwe wor­den.
Want we zijn allemaal nog onderweg,
ons levens­ver­haal is nog niet af.
Gelukkig maar.
En voor al die mensen
wier levens­ver­haal zo plot­se­ling nu is afgelopen
door de vre­se­lijke vliegtuigramp,
bid­den we
dat zij ook als goed zaad
in de aarde gevallen mogen zijn,
dat hun leven vrucht mag dragen,
dat zij nu in vrede mogen zijn.
Amen

Terug