Arsacal
button
button
button
button


Altijd blij?

Zondag Gaudete

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 15 december 2014 - 1014 woorden
Johannes de Doper wijst naar Jezus (Titiaan)
Johannes de Doper wijst naar Jezus (Titiaan)

Op de derde zon­dag van de Advent, die zon­dag "Gaudete" (verheugt U) wordt genoemd was ik voor de heilige Mis in de O.L. Vrouw Hemel­vaart te Heem­ste­de, één van de pa­ro­chies van “Het Klaver­blad”, waar­van ik tot februari admini­strator ben. Tijdens de Eucha­ris­tie­vie­ring heb ik de volgende homilie gehou­den.

Homilie

De woor­den van de tweede lezing van vandaag
staan na­tuur­lijk in nauw ver­band
met de ope­nings­tekst, de introïtus,
die in een Latijnse Mis wordt gezongen:
Gaudete in Domino semper,
verheug je altijd in de Heer.
“Wees altijd blij”.

Altijd blij?

Nou, dat is na­tuur­lijk
ge­mak­ke­lijker gezegd dan gedaan.
“Wees altijd blij”!
Je zult maar net hebben moeten vluchten
uit Syrië of Irak,
je zult maar iedere dag sid­de­ren
voor de terreur van Boko Haram,
je zult maar niet rond kunnen komen
en meemaken dat er beslag wordt gelegd
op het weinige dat je kreeg,
je zult je baan maar verliezen
zonder uit­zicht op nieuw werk
of een heel dier­baar iemand hebben verloren.
Zo zou­den we vele situaties kunnen opnoemen
die het eigen­lijk irreëel maken
of zelfs onmoge­lijk
om blij te kunnen zijn.
En toch is dit het
wat de liturgie ons vandaag voorhoudt.
Het klinkt zelfs bijna als een bevel:
“Verheugt U, Wees blij”.

Wat moet je daar nu mee?
Wat kun je daar mee?

De naricis­tische samen­le­ving


Als mensen met elkaar praten,
krijgt het gesprek
- en vooral mannen zijn daar goed in,
heb ik soms weleens het idee -
vrij ge­mak­ke­lijk iets van
laten horen of door­sche­me­ren
hoe goed de eigen pres­ta­ties zijn,
we laten de ander toch graag even iets merken
- subtiel of minder subtiel -
van hoe goed onze kin­de­ren het doen
en hoe intel­li­gent ze zijn,
hoeveel re­sul­taat wij behalen in ons werk
en hoe knap we dit of dat
voor elkaar hebben gekregen.
Dat is heel men­se­lijk en vrij normaal,
we hebben die nei­ging allemaal wel een beetje,
we scheppen bijna allemaal weleens een klein beetje op.
En eigen­lijk, als we daar later op reflec­te­ren,
vragen we ons dan zelf vaak af:
‘Had je dat nu nodig
om zo hoog van de toren te blazen,
om te doen alsof het bij jezelf en jouw gezin
allemaal gewel­dig perfect is?
Zit daar ergens mis­schien toch
een behoefte achter om goed gevon­den te wor­den,
om waar­de­ring te krijgen,
een vorm van onzeker­heid, dus? ‘

Volgens ver­schil­lende onder­zoeken
neemt narcisme in onze westerse samen­le­ving
steeds grotere vormen aan.
Narcissus was de mythische figuur
die zich­zelf mateloos bewonderde
en dat werd juist zijn ondergang.
De over­dre­ven behoefte om jezelf te profileren,
aan­dacht te krijgen,
goed en be­lang­rijk gevon­den te wor­den,
de mooiste, de slimste, de grootste te zijn,
is te­gen­woor­dig wijd verbreid.
Daar­mee is een mens echter ook kwets­baar
voor de andere kant van de medaille:
leegte, angst, gevoelens van een­zaam­heid en depressie
zodra die bevesti­ging voor zijn gevoel
gaat ont­bre­ken.
Het begin van gene­zing is dan
wanneer iemand die kwets­baar­heid
onder ogen gaat zien.

Voor een narcist wordt het erg las­tig
om blij en gelukkig te zijn, in vrede te leven.

Moet God narig­heid voor­ko­men?

Ook de gedachte dat God iets moet doen
om te zorgen dat wij gelukkig zijn
- dat Hij ons moet behoe­den voor nare gebeur­te­nissen, bij­voor­beeld
of zelfs dat Hij geen goede God kan zijn
als er narig­heid en ellende is -,
staat enigszins in deze lijn:
Ik heb recht op geluk, op aan­dacht, op waar­de­ring.

Maar:
wijs niet naar anderen,
het geluk zit in ons zelf,
geluk en vreugde gaan dieper
dan of we fijne of nare dingen meemaken.

Johannes de Doper

In het evan­ge­lie van vandaag
ontmoeten we iemand
die geen last heeft van narcisme,
integen­deel:
Hij is de be­schei­den­heid zelf.
Een be­lang­rijk gezant­schap komt uit Jeru­za­lem
naar Johannes de Doper toe,
die op dat moment
een trek­pleis­ter is voor velen.
Grote menigten mensen trekken naar hem toe
om zich door hem te laten dopen.
Ook uit de vragen
die de Joden uit Jeru­za­lem
hem laten stellen
blijkt die hoge dunk
die ze van Johannes hebben:
Is hij Elia, is hij de profeet?
‘Nee’, ant­woordt de Doper,
‘Dat ben ik niet’.
Hij claimt geen enkele titel,
geen waar­dig­heid of positie,
zijn leven is een dienst,
een ver­wij­zing naar die komen zal.
Johannes is een­vou­dig en nederig
een die­naar van de Messias,
van de Heer die komen zal
en die zich op Zijn beurt ook weer zal presen­te­ren
op super-een­vou­dige wijze,
zonder opsmuk of poeha,
zonder eisen of zelfver­heer­lij­king,
zonder opschepperij:
als een arm kind komt Hij,
geboren in een stal tussen de dieren
en Hij komt om te lij­den
en aan een kruis te sterven.

Je bent al bemind, je bent al aanvaard...

Wat we mogen mee­ne­men uit het voor­beeld
van deze twee grote figuren:
Jezus en Johannes de Doper,
dat is:
zoek het uit­ein­delijk niet in de pres­ta­ties,
niet in het geld of de macht,
niet in groot­heid of de waar­de­ring van mensen.
Wij zijn goed in ons­zelf,
we zijn goed, zoals we zijn,
geschapen door een liefde­volle hemelse Vader
en bestemd om gelukkig te wor­den
voor altijd en eeuwig.
Dat is iets wat niemand ons kan afnemen.
Ik bén aanvaard,
ik wórd bemind,
ik mág er zijn,
hoe dieper deze wer­ke­lijk­heid
in ons post kan vatten,
hoe beter het is
en hoe meer we inder­daad
- zoals deze zon­dag van ons vraagt -
altijd blij kunnen zijn.
Dat is de kracht van ons geloof.
De kracht van ons geloof is niet
dat God de vervelende dingen, de kruisen
uit onze weg ruimt,
maar Hij helpt ons die te dragen
wanneer wij proberen te leven
vanuit de vreugde van ons geloof,
vanuit het besef dat wij gewild en bemind zijn.

De vreugde die blijft....

Er is een vreugde
die niemand ons kan ontnemen
en die door geen situatie ongedaan kan wor­den gemaakt,
die we bewaren in ons hart
en die maakt
dat er bij groot verdriet dat ons zal over­ko­men,
toch ergens - mis­schien in de verte en heel klein -
aan luikje open staat,
dat een beetje licht doorlaat.

Laten we onze ze­ge­ningen tellen,
zien wat ons gegeven is,
dank­baar leven,
het goede behou­den,
leven als een kind aan de hand van die Vader,
een­vou­dig van hart, be­schei­den, ver­trouw­vol
dat is de basis voor:
“Wees altijd blij”
Amen.

Terug