Arsacal
button
button
button
button


Héél de mens gezond...

Homilie zesde zondag door het jaar B

Overweging Preek - gepubliceerd: woensdag, 15 februari 2012 - 848 woorden
Héél de mens gezond...

Ge­zond­heid is voor ons allemaal be­lang­rijk. Hoe vaak zeggen we niet tegen elkaar: “Als je maar ge­zond­heid blijft”, of: “Ik wens je veel ge­zond­heid, want dat is het be­lang­rijk­ste”. En we hebben er met zijn allen veel voor over om gezond te blijven. We zien op tegen lij­den en pijn en we willen die vermij­den. Maar is ge­zond­heid echt het aller­be­langrijkste? Ik ken wel moeders die me over een erns­tig zieke zoon of dochter hebben gezegd: kon ik dat maar van hem of haar overnemen, ik ben oud, maar die staat nog voor een heel gezin, de kin­de­ren hebben hem of haar zo nodig. De liefde voor die zoon of dochter ging dus daar boven het verlangen naar eigen ge­zond­heid.

In de bijbel is ziekte, in het bij­zon­der melaats­heid vaak een beeld van de zonde. Jezus sluit daar­mee aan bij de gedachte die de mensen toen had­den en die je ook nu wel tegen komt, die ook mis­schien bij ons weleens is op­ge­ko­men, dat de ziekte een straf was voor je zon­den. De apos­te­len vragen bij­voor­beeld Jezus als ze een blind­ge­bo­rene tegen­ko­men: “Wie heeft er gezon­digd, hij­zelf of zijn ouders, dat hij blind­ge­bo­ren werd?” (Jo. 9,2). Jezus maakt dan dui­de­lijk dat de ziekte geen straf voor de zonde is. In het Oude Testa­ment wordt dat eigen­lijk ook al ver­teld, met name in het boek Job. Job was een zeer recht­schapen en gods­diens­tige man, maar door allerlei rampen verliest hij zijn bedrijf, zijn kin­de­ren en tenslotte zijn ge­zond­heid, alles dus wat een mens in dit aardse leven als waarde­vol beschouwt. Het was geen straf, het overkwam hem en het boek Job beschrijft dan plas­tisch dat dit de wer­king is van het kwaad in de wereld, het is het werk van de duivel.

In het Nieuwe Testa­ment is Jezus bij uitstek de recht­vaar­dige, degene die geen kwaad, geen zonde heeft gedaan, maar toch moet lij­den. Hij lijdt en sterft en doordat Hij dit lij­den aanneemt en opdraagt met liefde wordt het vrucht­baar voor de verlos­sing van de  hele wereld. Dat is na­tuur­lijk ook een prach­tige bood­schap aan ons, een uit­no­di­ging om je best te doen en Gods hulp te vragen om het lij­den wat je ten deel valt goed aan te nemen en aan te bie­den. Maak er als het ware een offer van wat je brengt en waar­van je bidt dat het vruchten mag dragen voor anderen. Als je ziek bent of lij­den moet is dat vaak dé manier waarop je iets voor anderen kunt doen, door dat lij­den op te dragen voor anderen, voor een intentie. Vroeger zei­den mensen vaak als ze een moei­lijk iemand moesten verdragen of ziekte of pijn te ver­du­ren had­den: “Dat gaat af van mijn vagevuur”.

Jezus geeft dus dui­de­lijk aan dat lij­den en ziekte niet gezien moeten wor­den als een veroor­de­ling, een vergel­ding voor wat je ver­keerd hebt gedaan, alsof je straf krijgt. Maar Hij maakt wél gebruik van de verbin­ding die mensen leggen tussen ziekte en zonde door de zieken te genezen als een teken dat Hij ook de zonde kan ver­ge­ven.

Volgende week zon­dag zullen we het evan­ge­lie horen van de lamme man die door het dak wordt gelaten voor de voeten van Jezus, die dan tot die lamme zegt: “Uw zon­den zijn U ver­ge­ven” en dan als teken dat Hij die macht heeft, wordt de man genezen. Ook hier gebeurt zoiets: De melaatse man vraagt niet of hij beter mag wor­den, hij vraagt om gereinigd te mogen wor­den en Jezus raakt hem even aan en zegt: “Ik wil, wordt rein”. Die woor­den over reinigen en rein wor­den geven aan dat je gezuiverd wordt en ze roepen de gedachte aan de zonde op. Als de melaatse man genezen is kan hij weer onder de mensen komen, hij wordt terug gebracht naar de ge­meen­schap om een mens met en voor andere mensen te zijn; voor die tijd moest hij op eenzame plaatsen ver­blij­ven, buiten het contact met andere mensen vanwege zijn besmette­lijke ziekte. Maar nu de melaatse man genezen is, neemt Jezus als het ware zijn ziekte over: Jezus zelf wordt als het ware melaats en moet nu op eenzame plaatsen ver­blij­ven.

In feite wordt daarbij gedacht aan de zonde: “Hij heeft onze zon­den op zich geno­men”. Ook hier zit voor ons een soort bood­schap in: je ge­zond­heid is be­lang­rijk, maar be­lang­rijker nog dan je licha­me­lijke ge­zond­heid, is je gees­te­lij­ke ge­zond­heid, dat je geen zonde doet, maar een goed mens probeert te zijn en goed op je leven kunt terug kijken of een nieuw begin hebt gemaakt en ook die woor­den hoort: “Je zon­den zijn je ver­ge­ven”, of zoals hier vandaag: “Ik wil, word rein”. Het zijn woor­den die tot ons wor­den gezegd bij het doopsel en bij het sacra­ment van de biecht. Ik wens U allen veel ge­zond­heid, licha­me­lijk, zeker dat ook, maar ook gees­te­lijk, spi­ri­tu­eel, om een mens voor anderen te kunnen zijn en voor die Heer en Vader die zo verlangt dat het goed met ons gaat.

AMEN

Terug