Arsacal
button
button
button


Sorry...

Beter niet onaantastbaar perfect

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 15 maart 2015

Zondag 15 maart was de vierde zondag van de veertigdagentijd, ook “halfvasten” of “zondag Laetare” (Verheugt U) genoemd, omdat de vreugde van het Paasfeest in zicht komt. Deze zondag was ik voor de heilige Mis in de parochiekerk O.L. Vrouw Presentatie van Anna Paulowna, waar een talrijk dames- en herenkoor bepaald niet onverdienstelijk een Mozart-mis zong. In koren zijn ze daar trouwens goed gesorteerd, want er zijn ook een kinderkoor en een jongerenkoor (natuurlijk: ritmisch), die samen in de middag van deze zondag “The Passion” hebben uitgevoerd: het lijdensverhaal van Onze Heer Jezus Christus.

En eveneens bepaald niet onverdienstelijke plaatselijke kunst­schilder heeft in de kerk alle pastoors van de parochie tot 2004 geschilderd (foto 2) met een Latijns opschrift dat oproept om de dagen van weleer niet te vergeten...

Homilie

Hij ziet je verdriet


God kijkt naar ons hart.
Wij mensen kijken naar de buitenkant
en wij zien vaak bij mensen
het beeld dat zij van zichzelf geven.
En wij mensen zijn nu eenmaal geneigd
ons op een bepaalde manier voor te doen:
we willen graag een goede indruk maken;
we zeggen dat het goed gaat,
ook als we het best wel moeilijk hebben;
we scheppen liever een beetje op
dan dat we onze mislukkingen toegeven,
we komen graag een beetje succesvoller, rijker over
dan we in werkelijkheid zijn,
om maar een paar voorbeelden te geven.
U kent de reclame:
“Het gaat als een tierelier...”,
zegt de zzp-er die niets om handen heeft.
We doen meestal graag
of alles goed gaat
of we kunnen beantwoorden aan de hoogste eisen....
Maar God ziet ons hart,
Hij kent onze kleine kanten,
Hij ziet ons verdriet;
Hij kijkt anders dan mensen,
Hij heeft ons gewild en gemaakt.

Hij wil een band


Vroeger hadden mensen soms een beeld van God
als een streng en alziend oog,
een oog dat alles in de gaten hield
en iedere zonde zou bestraffen.
Nú hebben mensen vaak helemaal geen beeld van God,
omdat die God ver van hen af is komen staan;
Hij is een vage figuur, een onbekende,
zoals dat gaat met iemand die je zelden ziet
en die vooral een herinnering is uit een ver verleden.
Maar Hij zou niet die onbekende willen zijn,
Hij zou het liefst met ieder mens
een per­soon­lijke relatie aan willen gaan,
een band met mensen hebben, van hart tot hart.

Veel gemeen­schap­pe­lijk


Hoe krijg je een band met mensen?
Vaak gebeurt dat
door wat je samen meemaakt.
Je krijgt een band met iemand
die je heeft gesteund in moeilijke tijden,
die er voor je was
en voor wie je zelf ook weer een steun kon zijn,
met wie je kon praten.
En we merken dat een band die is ontstaan
in onze jonge jaren
soms heel ons leven kostbaar blijft.
Ik merk het zelf met vrienden uit mijn jeugd:
al heb ik hen jaren niet gezien,
we pakken de draad van het gesprek
weer heel gemakkelijk op,
omdat we zoveel gemeen­schap­pe­lijk hebben.

Een verbleekte relatie?
Zo ongeveer gaat het ook
in onze relatie met God.
Wat ouders op dit gebied
aan hun kinderen meegeven
in de jaren van hun jeugd,
zijn zaadjes die rusten op de bodem van hun hart.
Soms vervaagt het beeld van God
tot een vergeelde, slechte bleke foto.
Maar er is een basis
waarop de vriend­schap zich kan herstellen.
Het is dus toch belangrijk
als U het geloof en het vertrouwen
hebt voorgeleefd en doorgegeven,
ook als kinderen er misschien weinig mee doen.
Dat is jammer,
want het geloof is een kostbare schat.
maar als er eens een moeilijke periode komt
hebben ze hopenlijk toch iets,
nee: ze hebben Iemand
om op terug te vallen!
Het is een Vader die van hen houdt
en met wie ze toch ergens iets van een band
hebben meegekregen.

Opzien naar de slang


Jezus spreekt in het evangelie van vandaag
met Nicodemus,
een van de voornaamste schriftgeleerden.
Die schriftgeleerden
waren niet allemaal zo op Jezus gesteld,
maar dit is er toevallig een,
die open staat en ontvankelijk is.
Jezus nodigt die voorname Nicodemus uit
om als een eenvoudig kind
op God te vertrouwen
en op Jezus, Gods Zoon.
“De Mensenzoon (dat is Jezus)
moet opgeheven worden,
zoals Mozes eens de slang ophief in de woestijn”.
Jezus verwijst hier naar een gebeur­te­nis
tijdens de tocht van de Joden
vanuit Egypte, door de woestijn,
op weg naar het beloofde land.
De Joden kregen te maken met een plaag
van giftige slangen.
Vele Joden werden gebeten en vonden de dood,
maar Mozes kreeg de opdracht van God
om een bronzen slang te maken
en die op een paal ten toon te stellen.
Ieder die naar de slang opkeek,
zou worden gered.

Naar het licht...


Ook Jezus wordt omhoog geheven
op een paal, aan het kruis
en wie met geloof en vertrouwen
naar Hem durft te kijken
zal worden gered.

Hoe moet je dus kijken?
Met geloof en vertrouwen,
met hoop en met liefde.
Niet met angst,
niet met ongeloof,
niet met afkeer,
maar met het verlangen
naar het licht te mogen gaan,
te mogen groeien,
een steeds mooier, innerlijk rijker, beter mens te worden.

Onze Lieve Heer rekent niemand van ons af
op de fouten die we misschien hebben gemaakt
of die we nog zullen gaan maken.
Hij kijkt naar ons verlangen,
naar onze inzet,
naar de stappen die wij zetten:
“Wie de waarheid doet,
gaat naar het licht”.

Beter niet ‘perfect’


De Farizeeën en de schriftgeleerden in het evangelie
vonden van zichzelf vaak dat ze heel perfect waren,
veel beter dan andere mensen.
Juist daardoor konden ze zich niet openen
voor een echte ontmoeting met Jezus.
Maar tollenaars en zondaars, ontuchtige vrouwen
deden dat wél.
Zij werden veracht door de mensen,
maar in Gods oog waren zij zo slecht nog niet,
omdat zij het zelf niet te hoog in de bol hadden,
omdat zij zichzelf niet perfect en geweldig voordeden,
maar uit­ein­de­lijk
eenvoudig en nederig bleken te zijn,
het licht van de Heer over hun leven lieten schijnen,
fouten onder ogen konden zien,
open stonden voor iets nieuws,
een andere weg,
stappen naar een beter mens-zijn.

“Sorry...”


Een vader van een gezin
zat altijd in de kerk,
maar hij misbruikte zijn dochters seksueel,
zijn eigen kinderen!
Nooit kwam hij erop terug,
er werd nooit over gepraat,
het werd met een kleed van zwijgen bedekt.
Een dochter die ik sprak
had het weleens geprobeerd,
maar dat werd helemaal niets.
Tot hij op sterven kwam te liggen.
Hij stond dus voor de poort
van de hel of de hemel.
Hij legde zijn hand op haar arm
en zei,
terwijl hij naar haar keek,
één woordje slechts:
“Sorry”.

Het was niet veel,
het was te weinig,
hij kón nu ook niet veel meer
met de krachten die hem restten;
en het was laat, te laat,
maar het was wel het belangrijkste woordje
dat hij ooit tegen haar had gezegd.
Even ging het pantservan onaantast­baar­heid,
van heerszucht en hoogmoed
(en ook van angst misschien)
een klein beetje open,
even keek hij op naar de bronzen slang,
naar het kruis van Jezus Christus
en misschien heeft dat ene woordje
zijn eeuwig leven gered....

Nederige overgave


Geloven is per definitie
een daad van nederigheid,
van eenvoud,
omdat het een “je overgeven” is,
je vertrouwen op een Ander stellen
en niet op eigen kracht,
op weg gaan naar het licht
en niet denken dat jijzelf dat licht bent.
Geloven is niet je goed voordoen,
maar proberen goed te zijn
en God te dienen.
In deze veertigdagentijd
worden wij uitgenodigd
om zo naar onszelf te kijken
met eenvoud, nederigheid en vertrouwen,
vergeving te schenken
en te vragen,
misschien ook eens een keer in een goede biecht.
Als een teken dat we
houden van het licht
- ook als dat misschien wel eens een keer
valt op onze minder goede eigen­schappen -,
omdat we in de waarheid willen leven.

Want voor God hoeven we ons
niet mooier voor te doen
dan we eigenlijk zijn;
Hij kent ons hart,
Hij houdt van ons
zoals we zijn,
met onze kleine kanten.

Amen.

Terug