Arsacal
button
button
button
button


Afscheid van Rome....

Overweging Preek - gepubliceerd: donderdag, 7 mei 2015 - 1178 woorden
Chaos op het vliegveld Rome Fiumicinio
Chaos op het vliegveld Rome Fiumicinio

Op de laatste dag in Rome vier­den we als slot van onze bisdom­bede­vaart ge­za­men­lijk de heilige Eucha­ris­tie in de Sint Paulus buiten de muren in Rome.

Ook deze afscheidsmis van Rome was weer een mooi gebeuren. Het pelgrims­koor (foto) zong heel mooi en na afloop van de Mis kreeg iedere pelgrim per­soon­lijk een rozen­krans uitgereikt door de bis­schop­pen en de pries­ters en diakens, nadat ook het reis­ge­bed was gebe­den.

In zijn dank­woord gaf de bis­schop aan dat we zeker verder gaan met het or­ga­ni­se­ren van derge­lijke pelgrims­tochten. De vreugde en de po­si­tie­ve geest van alle mensen die zijn mee­ge­gaan, had hem (en mij ook) goed gedaan.

Maar er was ook een wat meer vervelende mede­de­ling: Door een brand in een bar en bagagedepot van het vlieg­veld Rome Fiumicinio, in de nacht van woens­dag op donder­dag, bleken de terugvluchten problemen op te leveren. De foto's geven een beeld van de chaos op het vlieg­veld. Allerlei vluchten waren gecancelled of waren vertraagd. De meeste pelgrims zijn soms wat later op de dag toch nog wel weg­ge­ko­men, maar ik hoorde dat een groep jon­ge­ren nog een nacht moest over­blij­ven. Zelf was ik zo gelukkig - mede door de hulp van mede­rei­zi­gers - dat ik tij­dig met een vlucht meekon, zodat ik 's avonds om 21.30 uur weer veilig thuis ben aan­ge­ko­men.

Het is iets waar niemand wat aan kon doen en we had­den gelijk gelegen­heid om de echte pelgrimsgeest te laten zien!

Tijdens de Eucha­ris­tie­vie­ring heb ik de volgende homilie gehou­den:

Homilie

Broeders en zusters,

Plaats van hoop

We zijn bijna aan het einde
van onze eerste bisdom­bede­vaart.
Na vandaag
nu we hier de Mis mogen vieren
op het graf van de heilige Paulus,
kunnen we zeggen:
we hebben de graven van de apos­te­len bezocht!
Dit is een plaats en een dag
die ons te binnen brengt
dat we altijd hoop mogen hou­den,
dat de Kerk een kerk van alle eeuwen is
en van alle volkeren
en dat God tot stand brengt
wat men­se­lijker­wijs gedacht niet kan:
“Voor God is niets onmoge­lijk” (Lc. 1,37).

Ze weten het niet meer...

Wij leven in een tijd met grote zorgen en vragen.
In onze westerse maat­schap­pij
zijn waar­den en normen vervaagd,
bijna alles waar­van onze voor­ou­ders schande spraken
wordt nu heel normaal gevon­den;
ik mis vaak de trouw en de liefde
en het respect voor de mens als beeld van God.
Dat redu­ceert mensen
eigen­lijk een beetje tot wegwerpproducten.
Geloven in een God die onze Vader is,
kan eigen­lijk bijna niet meer.
Politici en TV-per­soon­lijk­he­den
haasten zich om te zeggen
dat ze beslist niet gelovig zijn.
Een krappe meerder­heid van de Neder­landers
gelooft nog net
dat er wel iets is,
maar wat dat is of wie dat is:
zij weten het niet meer.

Sodom en Gomorra

Neder­land loopt daarin tame­lijk ‘voorop’.
Als de bis­schop in het bui­ten­land ver­telt
dat hij bis­schop is van Am­ster­dam,
heeft hij al vaker de reactie gekregen:
“Ah, Sodom en Gomorra!”

Geweld en terreur

En buiten Europa zien we grote span­ningen
en geweld­da­dige con­flic­ten.
Een groot deel van Noord- en Midden Afrika
en van Syrië en Irak
wordt geteisterd door ter­ro­ris­tische strijd­groepen.
Duizen­den chris­te­nen wor­den ver­volgd en zijn gedood
enkel en alleen omdat zij christen zijn.
We denken daarbij op deze bij­zon­dere plaats
speciaal aan onze medechris­te­nen
uit de Syrisch-Orthodoxe, de Armeense, de Koptische
en de Ethiopisch-Orthodoxe kerk.
Zij staan zeer dicht bij ons, katho­lie­ken,
en ik betreur het dat er
veel te weinig aan­dacht voor hun situatie is.
En tal­loze arme mensen
proberen deze situaties te ontvluchten
en sterven op zee,
om zo te zeggen in de slot­gracht van Fort Europa.

Maar ook wij, Europeanen,
kunnen ons niet veilig weten in ons bastion:
we weten nog niet bij­voor­beeld
waar de drei­gingen van ter­ro­ris­tische aan­slagen
toe zullen gaan lei­den.

Opbouw in saam­ho­rig­heid

En toch is juist deze prach­tige basiliek
een teken van hoop.
In het jaar 1823 lag deze kerk in puin,
voor ongeveer de helft verwoest
door een vre­se­lijke brand.
De kerk is weer opge­bouwd
en ziet er in­druk­wek­kend uit.
Allerlei lan­den
- ook niet-katho­lie­ke zoals Rusland -
hebben meegeholpen
met geld en kost­ba­re geschenken
om dit gebouw te restaureren.
Zo werd het een saamhorig teken
van een­dracht en harmonie in deze wereld.

De Kerk van alle eeuwen

En we zien hier de portretten van alle pausen
vanaf het begin van de chris­te­lijke ge­schie­de­nis,
vanaf de apostel Petrus, de eerste paus,
tot aan paus Fran­cis­cus.
Het is als het ware een zicht­ba­re uitdruk­king
van de woor­den van Jezus,
die Hij tot Zijn leer­lin­gen sprak:
“Zie ik ben altijd bij U, tot aan het einde van de tijd”.

We zijn in Gods hand

Of, zoals we het vandaag in het evan­ge­lie hoor­den:
Jullie zullen duivels uit­drij­ven,
nieuwe talen spreken,
slangen opnemen,
dode­lijk vergif zal je niet scha­den
en je zult zieken genezen.
Dat wil zeggen:
Hoe groot het kwaad ook is
dat ons over­komt of zal over­ko­men,
we zijn uit­ein­delijk in Gods hand.
Ook als het heel hef­tig is,
je slag op slag te ver­werken krijgt,
vergeet het niet:
je bent in Gods hand!

Het laatste woord zal vrede zijn

Hoeveel af­schu­we­lijke wreed­he­den
hebben mensen elkaar aan­ge­daan
en begaan zij nog steeds.
Dat is ronduit mis­da­dig,
maar ook dit heeft niet het laatste woord,
het laatste woord zal een woord
van vreugde en van vrede zijn;
niet het kwaad en de haat
maar Gods goed­heid en liefde
hebben het laatste woord,
dat is de belofte,
dat is ons geloof,
dat is de zen­ding
die de apos­te­len en heel de Kerk
hebben mee­ge­kre­gen.

Saulus werd Paulus

God res­pec­teert onze vrije wil
en dat blijft ergens ook een mysterie,
het mysterie van het kwaad.
Maar Saulus was zelf een ver­volger,
die chris­te­nen liet opsluiten
en van harte instemde met hun terecht­stel­ling.
Hij was bijna een soort Jihadist.
Maar toen ineens op weg naar Damascus
werd Hij geraakt door een licht en een stem.
Saulus werd Paulus.
Hij liet zich dopen
en werd in Jezus’ Naam
de apostel van de volkeren,
de grootste mis­sio­na­ris aller tij­den,
on­ver­moei­baar prediker
van de liefde, de genade,
de nede­rig­heid en dienst­baar­heid,
een grote ver­kon­di­ger van de blijde bood­schap
dat Jezus Christus de Ver­los­ser is,
dat Die, ge­krui­sigd en verrezen,
ons vrij maakt van de heer­schap­pij
van het kwaad, van de zonde en de dood
en ons voorgaat uit het tranendal
dat deze aarde voor de meeste mensen is,
naar een land van vrede, licht en vreugde,
naar dat eeuwig Vaderland.

Paulus werd door niemand betaald,
er bestond nog geen zorgplicht;
hij leefde van het werk van zijn han­den,
tentenmaker was hij
en alles wat hij deed
was ook een middel
om met mensen in contact te komen
en hun iets door te geven....

Uitgezon­den...

Wij gaan weer op weg naar huis.
We wor­den uitgezon­den - zoals de apos­te­len -
met een bood­schap van hoop:
laat je niet ont­moe­di­gen
niet door het kwaad wat ons over­komt,
niet door de ellende die we zien;
laat je niet meeslepen
door het gees­te­lijk verval,
het wegvallen van waar­den en normen.
Doe niet mee,
maar laten we proberen om juist sterker te wor­den
in ons geloof
en in onze opdracht
om vanuit de liefde
die Jezus ons heeft voor-geleefd
deze wereld een beetje beter te maken.
Ga uit
en verkon­dig het Evan­ge­lie,
geef de blijde bood­schap door.
Moge de apostel Paulus,
ons aller voor­spre­ker zijn.
amen.


Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug