Arsacal
button
button
button


Sant'Egidio

overweging_preek - gepubliceerd: zaterdag, 3 maart 2012
Sant'Egidio

2 maart was ik te gast bij de ge­meen­schap van Sant'Egidio die op vrij­dags om 20.00 uur bijeen komt voor een avond­ge­bed in de Krijt­berg in Am­ster­dam, waarna voedsel wordt uitge­deeld aan dak­loze mensen op straat. Zater­dags gaan leden naar bejaarde mensen toe in een ver­zorginstehuis om dat stukje vriend­schap en aan­dacht te bie­den, dat veel mensen moeten missen.

De ge­meen­schap van Sant'Egidio is in Rome gesticht door Andrea Ricardi, die op dit moment minister is in het Ita­li­aanse kabinet. De ge­meen­schap doet veel voor de armen, voor ver­zoe­ning - ook tussen volkeren -, oecumene en de ge­dach­te­nis van mensen die als marte­laar gestorven zijn voor geloof en ge­rech­tig­heid. Het was goed om de ge­meen­schap te ontmoeten en de erva­ringen te horen.

De ge­meen­schap heeft een eigen website: www.santegidio.org en santegidio.nl

Hier­on­der volgen de lezing van dit avond­ge­bed en de over­we­ging die ik heb gehou­den:

“Als Gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw boreder iets tegen u heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bie­den. Haasdt u het eens te wor­den met uw tegenpartij  zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u weleens aan de rechter kunnen overleveren en de rechter u aan de gerechtsdie­naar en zoudt ge in de ge­van­ge­nis wor­den geworpen”(uit de lezing van vrij­dag in de eerste week van de veer­tig­da­gen­tijd, Mt.  5, 20-26)

Wij zijn allemaal op weg naar de rechter, naar iemand die het uit­ein­delijke licht over ons leven zal laten schijnen, dan zullen we alle stralende en helderdere, mét alle duistere en schaduwzij­den van ons leven kunnen zien in het licht van Hem die liefde is. Daarop zullen we uit­ein­delijk ook be­oor­deeld wor­den: op de liefde die ons opent voor God en voor onze naaste, want Hijzelf is de naakte die wij kle­den, Hijzelf is de zieke die wij bezoeken, Hijzelf is de vreem­de­ling die wij hebben opgenomen, Hijzelf is de hongerige die wij te eten gaven en de dors­tige die wij hebben laten drinken, Hijzelf was de gevangene die wij hebben bezocht. Deze liefde is niet een roman­tisch gevoel, het is een inner­lijke open­heid die ons ertoe beweegt om onszelf te geven in dienst van de naaste, in dienst van God.

Het evan­ge­lie van deze li­tur­gische dag dat we zojuist hebben voor­ge­le­zen opent ons voor de soms moei­lijke reali­teit dat we ons daarom moeten verzoenen met onze naaste, met degene die ons iets heeft aangedaan, naar ons subjectieve gevoel of ook wer­ke­lijk en objec­tief, iets  erns­tigs misschien en we wor­den geroepen dat te doen voordat we bij die hemelse rechter zijn aan­ge­ko­men. Dit betekent niet dat we onze ogen moeten sluiten voor het onrecht, alsof het niet gebeurd zou zijn, het betekent ook niet dat we onze visie moeten inruilen voor de mening  van iemand anders, zeker ook niet dat we kwaad dat onszelf of anderen is aangedaan zou­den moeten baga­telliseren. Het kwaad blijft kwaad en het leed blijft leed. Daarom is het vaak moei­lijk, ja zelfs onmoge­lijk om dit tegen anderen of tegen onszelf te zeggen: jij moet je verzoenen! Zeg dat bij­voor­beeld maar tegen onze medechris­te­nen in Noord-Nigeria, Soedan, Egypte of andere plaatsen of tegen de chris­te­nen die hebben moeten vluchten uit Irak; of tegen de mensen die sterven in Homs, tegen mensen die zijn mis­bruikt en mis­handeld. We zien het onrecht, we willen het zeker niet terzijde schuiven, we moeten het erkennen, opkomen voor hen die aan de kant staan, voor slacht­of­fers, voor wie als vuil behandeld zijn. We moeten hun in woord en vooral in daad tonen dat wij juist in hen Christus herkennen, dat zij onze eerbied waardig zijn als mens én om hun marginale plaats. Want onze God is geen verre, hoogverheven, ongenaak­ba­re, on­aan­tast­bare God, maar onze God is mens gewor­den en Hij heeft in Christus hun plaats willen delen, daar aan de rand, in de marge, daar waar gemar­teld, gele­den en gestorven wordt, waar mensen ver­oor­deeld, weg geschoven, uit de weg geruimd wor­den, daar heeft Hij willen zijn.

Maar de bood­schap van het chris­te­lijk geloof is daarbij óók: mens, je kunt niet in haat blijven leven! Laat jezelf niet opsluiten in je pijn, kom uit je cocon, sta op tot een nieuw leven. Laat die dader, dat kwaad niet langer je leven bepalen, maar neem het besluit om de soms lange weg naar ver­zoe­ning te gaan.

Dezer dagen sprak ik met een vrouw die in haar jeugd door haar vader mis­bruikt was. Een uiterst trieste ge­schie­de­nis, die haar leven na­tuur­lijk diep­gaand beïnvloed heeft. Totdat er een keer­punt in haar leven kwam. Zij besloot hulp te zoeken. Ruim vijf jaar heeft zij nodig gehad om het een beetje te ver­werken. Maar de grote be­vrij­ding kwam voor haar toen gebeurde wat zij al zo dikwijls had gevraagd: op zijn sterf­bed erkende die vader wat hij had gedaan en hoe fout dat was geweest. Toen was zij bevrijd en verzoend.

Onlangs heb ik de stichter van Sant'Egidio - nu minister in het Ita­li­aanse kabinet - voor de eerste keer gezien. Hij heeft zich ingezet juist voor die drie dingen: niet vergeten, wél verzoenen en Christus herkennen in de lij­dende mens. De Kerk heeft veel waar­de­ring voor Sant'Egidio. Eergis­te­ren werd het nieuws bekend dat de paus een priester van de Sant'Egidio ge­meen­schap tot hulp­bis­schop van Rome heeft benoemd. Sant'Egidio zet zich in voor vrede en ver­zoe­ning onder de volkeren en onder alle chris­te­nen in oecumene en dialoog, voor vriend­schap met de armen en voor het evan­ge­lie en zij heeft zich er voor ingezet dat wij niet het offer zou­den vergeten dat de mar­te­la­ren van de twin­tigste eeuw hebben gebracht voor het evan­ge­lie, voor ver­zoe­ning en recht­vaar­dig­heid.

Wij allen wor­den vandaag uit­ge­no­digd om zo samen die weg naar onze uit­ein­delijke rechter te gaan, want we zullen niet onszelf beoor­de­len, niet onszelf recht­vaar­digen, niet onszelf heilig verklaren, alleen Hij kan dat doen, wij hebben het steeds opnieuw nodig dat onze zon­den wor­den ver­ge­ven, dat wij wor­den verzoend, dat onze liefde wordt gevoed en gesterkt, door de sacra­menten, in gebed en be­zin­ning, door het voor­beeld van Jezus,  onze Broeder, Gods Zoon. AMEN

Terug