Arsacal
button
button
button


Nieuwe Nuntius bij Sacramentsprocessie Amsterdam

overweging_preek - gepubliceerd: zaterdag, 6 juni 2015

De nieuwe Apos­to­lisch Nuntius, mgr. Aldo Cavalli, was op Sacramentsdag, zondag 6 juni, bij de Sacramentsprocessie in Amsterdam. Na de Pontificale Mis in de O.L. Vrouwekerk aan de Keizersgracht - waarbij ik de onderstaande preek heb gehouden -, trok de processie voor de twaalfde keer over de Amsterdamse grachten.

Op Sacramentsdag viert de katholieke Kerk de instelling van het Sacrament van de Eucha­ris­tie door Jezus tijdens het Laatste Avondmaal. Het is een feestdag die bijzonder gewijd is aan de aanbidding van de werkelijke te­gen­woor­digheid van de Heer onder de gedaanten van brood en wijn.

De nieuwe Nuntius heeft geconcelebreerd en het heilig sacrament gedragen in de processie. Aan het einde van de processie en het lof hield hij een korte bemoedigende toespraak waarin hij de rol van de heilige Geest in de Kerk onderstreepte.

Aan de processie namen veel oosterse christenen deel alsmede vertegen­woor­digers van nationale parochies zoals de Poolse en Duitse gemeen­schappen.

Homilie

Excellenties, Broeders en zusters,

verbondenheid met de lijdende christenen

Straks zullen we weer
Ons Heer door de straten dragen,
samen met onze broeders en zusters
van de Syrisch Orthodoxe en Koptische kerk, de Ethiopisch orthodoxe en Armeense kerk.

Ik ben dankbaar voor hun aanwezigheid
en hun deelname aan deze mooie gebeurtenis.
Wij willen aan hen vandaag nogmaals
ons medeleven kenbaar maken
met alle christenen die worden vervolgd
of als martelaar zijn gestorven.
Ons samen optrekken in deze processie
is een mooi teken
van onze hartelijke verbondenheid
en van de zegen die we elkaar toewensen.

Onze levensweg als een processie

Wij lopen daar,
rustig en vreedzaam,
wij bidden en zingen.
De mensen langs de kant
begrijpen er soms iets van of niet;
maar de ervaring is dat men respectvol is,
soms vragen stelt, uitleg wil,
of een gebaar van eerbied toont.
Wij bidden
dat de Heer die voorbij komt
hun harten mag raken
en dat ook wij in ons leven
steeds een weg met Hem erbij mogen gaan,
dat onze levensweg als het ware
een sacramentsprocessie mag zijn.

Die ene daad van liefde

Eens stierf Jezus voor ons aan het kruis,
dat was bijna tweeduizend jaar geleden.
Hij stierf daar eenzaam
en bijna door iedereen in de steek gelaten,
slechts een paar getrouwen stonden onder het kruis.
Wij willen Hem vandaag vergezellen
in dankbaarheid voor wat Hij voor ons deed
of wij nu in een moeilijke fase van ons leven zijn
of juist niet.
We willen altijd vooruit kijken,
zoals Jezus deed bij het Laatste Avondmaal
toen Hij al verder dan Zijn lijden en kruis,
keek naar het nieuwe feestmaal
in het Koninkrijk van God.
Dat gebeuren van toen
- dat Hij Zijn leven gaf op het kruis -
was uit liefde voor ons;
door die ene daad van liefde
werd het lot van de mensheid gekeerd:
we zijn niet langer bestemd
voor dood en verderf,
voor de put en het graf,
maar voor het leven en geluk,
voor het Koninkrijk van God.
We zijn niet langer overgeleverd
aan de macht van het kwaad,
ons gelovig vertrouwen zegt
dat de zachte en verborgen
kracht van de liefde uiteindelijk zal winnen!

Dat is de hoop en het geloof
van alle christenen;
dat is het vertrouwen
dat de martelaren in verleden en heden
moed heeft gegeven
om door te gaan en trouw te blijven.

Nieuwe schepping

De Heer heeft ervoor gekozen
dat Zijn offer voor ons
altijd zou voortleven:
dat offer wordt vernieuwd
en opgedragen
en te­gen­woor­dig gesteld
in de viering van de Eucha­ris­tie.
Eigenlijk is de kern
van onze zondags­viering
dan ook niet eens zo zeer
dat we ter communie gaan;
de kern is
dat we onze verlossing vieren,
dat zijn Paasmysterie
- zijn lijden, dood en verrijzenis -
onder ons te­gen­woor­dig is,
dat we zijn opgestaan met Christus,
verrezen met de Heer!

We zijn al verrezen,
ons leven is al nieuw,
we zijn een nieuwe schepping,
onze hemel is al begonnen.
De werkelijkheid waarin we nu nog leven
is een voorbijgaande schaduw.

Zijn woorden en ons geloof

Dit is een geloof, een overtuiging,
we zien het nog niet.
We zien een stukje brood
dat straks in de monstrans wordt rondgedragen.
Het is eigenlijk meer aan die monstrans
en aan de gewaden en de wierook
dat we zien dat er iets bijzonders is,
dan aan dat stukje brood;
aan dat brood, aan die hostie
is niet zoveel te zien,
zo gewoon als het is.
Het zijn de woorden van Jezus
die ons duidelijk maken dat Hij het is,
werkelijk aanwezig
onder de gedaante van het brood.
Het is ons geloof dat ons zegt:
dit is de Heer!
Dit is geen brood,
want de werkelijkheid die wij met aardse ogen zien,
telt niet zozeer als de goddelijke werkelijkheid
die nog verborgen is.

Van toeschouwer deelnemer worden

Soms twijfelen wij,
soms zijn wij zwak,
soms zien we het niet meer zo zitten,
soms worden we bekoord
en gaan we andere wegen
dan die processieweg
met Hem in ons midden,
soms worden wij beproefd
of glijdt het geloof geleidelijk weg,
dat is ons leven.
Maar Hij is altijd daar,
Hij wacht en staat voor ons klaar,
Hij nodigt ons uit
om van toeschouwer
deelnemer te worden,
van mens aan de kant
tot participant,
om een stap te zetten
en van ons leven
zo’n processie te maken.
Bij alles wat we meemaken
is dat de grote uitdaging:
om er de hand en de aanwezigheid
van de Heer in te zien.

Een stapje...

Hij dringt zich niet op,
Hij blijft een beetje verborgen,
zoals in de hostie;
en toch: als wijzelf een stap zetten,
kunnen we Hem gaan ervaren.
Hij laat ons niet in de steek...
Je moet zelf ook iets doen,
dat stapje zetten,
iets los laten,
wat anders gaan denken,
maar God doet dan de rest....
Dat stapje begint heel vaak
met je klein te maken, nederig,
zoals Jezus zich klein maakt in de hostie.

Jaar van barm­har­tig­heid

Paus Franciscus heeft
een jaar van Barm­har­tig­heid uitgeroepen,
op 8 december gaat het beginnen;
we worden allemaal hartelijk uitgenodigd
om de barm­har­tig­heid van Jezus te ontvangen;
dat kan eigenlijk niet zonder eenvoud van hart,
zonder nederigheid,
want wie leeft van barm­har­tig­heid
is ergens een bedelaar.
Het is wat de verloren zoon doet
in de parabel
of wat wij zeggen in de biecht:
“Vader, ik heb gezondigd”
en dan komen de stromen
van Gods barm­har­tig­heid vrij.

Een teken en een ontvanger...

Af en toe loopt ons geloof dus best gevaar,
maar als wij dat stapje zetten,
kan God op Zijn beurt
ons bewaren en sterken
en merken we wel weer
dat Hij er is en voor ons zorgt.
In het evangelie van vandaag bij­voor­beeld
worden de leerlingen uitgestuurd
om de zaal voor te bereiden
waar Jezus het Laatste Avondmaal kan vieren.
Jezus zegt hun dan precies
wie ze zullen tegenkomen,
wat er dan gebeurt
en hoe de zaal eruit ziet,
tot in detail beschrijft Hij alles.
En het komt precies zo uit:
alles was exact
zoals Jezus had gezegd.

Maar aan dit teken van de Heer
gaat toch nog iets vooraf,
een instelling van de leerlingen.
Die leerlingen hadden een vraag gesteld:
“Waar wilt Gij
dat wij voorbereidselen gaan treffen,
zodat Gij het paasmaal kunt houden?”
Ze vragen niet:
“Waar zullen wij nu eens het Paasmaal gaan houden?”,
nee: “Waar wilt Gij, dat wij ... zodat Gij
het paasmaal kunt houden”.
Aan dat teken wat Jezus geeft
gaat dus een bepaalde instelling
van de leerlingen vooraf.
In hun woorden zit een openheid
en een erkenning van de grootheid van de Heer.
zij beseffen en belijden
dat het niet om henzelf draait.
Het teken dat de Heer geeft
is als het ware een antwoord
op hun houding van nederigheid,
van de erkenning dat de Heer groter is
en dat zij dienaren zijn.

Procedamus in pace!

Laten we voortgaan in vrede,
in eenvoud, met open handen en een open hart
voor God de Heer van ons leven.
Moge onze processie straks
een beeld van ons leven zijn,
dat we onze levensweg willen gaan
met Hem in ons midden
Amen

Terug