Arsacal
button
button
button
button


Nieuwe Nuntius bij Sacramentsprocessie Amsterdam

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 6 juni 2015 - 1267 woorden

De nieuwe Apos­to­lisch Nuntius, mgr. Aldo Cavalli, was op Sacra­ments­dag, zon­dag 6 juni, bij de Sacra­ments­pro­ces­sie in Am­ster­dam. Na de Pontificale Mis in de O.L. Vrouwe­kerk aan de Keizers­gracht - waarbij ik de on­der­staan­de preek heb gehou­den -, trok de pro­ces­sie voor de twaalfde keer over de Am­ster­damse grachten.

Op Sacra­ments­dag viert de katho­lie­ke Kerk de in­stel­ling van het Sacra­ment van de Eucha­ris­tie door Jezus tij­dens het Laatste Avondmaal. Het is een feest­dag die bij­zon­der gewijd is aan de aanbid­ding van de wer­ke­lijke te­gen­woor­dig­heid van de Heer onder de gedaanten van brood en wijn.

De nieuwe Nuntius heeft gecon­ce­le­breerd en het heilig sacra­ment gedragen in de pro­ces­sie. Aan het einde van de pro­ces­sie en het lof hield hij een korte bemoe­digende toe­spraak waarin hij de rol van de heilige Geest in de Kerk onder­streepte.

Aan de pro­ces­sie namen veel oosterse chris­te­nen deel alsmede ver­te­gen­woor­digers van nationale pa­ro­chies zoals de Poolse en Duitse ge­meen­schappen.

 

Homilie

Excellenties, Broeders en zusters,

ver­bon­den­heid met de lij­dende chris­te­nen

Straks zullen we weer
Ons Heer door de straten dragen,
samen met onze broeders en zusters
van de Syrisch Orthodoxe en Koptische kerk, de Ethiopisch orthodoxe en Armeense kerk.

Ik ben dank­baar voor hun aanwe­zig­heid
en hun deelname aan deze mooie gebeur­te­nis.
Wij willen aan hen vandaag nogmaals
ons medeleven ken­baar maken
met alle chris­te­nen die wor­den ver­volgd
of als marte­laar zijn gestorven.
Ons samen optrekken in deze pro­ces­sie
is een mooi teken
van onze harte­lijke ver­bon­den­heid
en van de zegen die we elkaar toewensen.

Onze levensweg als een pro­ces­sie

Wij lopen daar,
rus­tig en vreed­zaam,
wij bid­den en zingen.
De mensen langs de kant
begrijpen er soms iets van of niet;
maar de erva­ring is dat men respect­vol is,
soms vragen stelt, uitleg wil,
of een gebaar van eerbied toont.
Wij bid­den
dat de Heer die voorbij komt
hun harten mag raken
en dat ook wij in ons leven
steeds een weg met Hem erbij mogen gaan,
dat onze levensweg als het ware
een sacra­ments­pro­ces­sie mag zijn.

Die ene daad van liefde

Eens stierf Jezus voor ons aan het kruis,
dat was bijna twee­dui­zend jaar gele­den.
Hij stierf daar een­zaam
en bijna door ie­der­een in de steek gelaten,
slechts een paar getrouwen ston­den onder het kruis.
Wij willen Hem vandaag ver­ge­zel­len
in dank­baar­heid voor wat Hij voor ons deed
of wij nu in een moei­lijke fase van ons leven zijn
of juist niet.
We willen altijd vooruit kijken,
zoals Jezus deed bij het Laatste Avondmaal
toen Hij al verder dan Zijn lij­den en kruis,
keek naar het nieuwe feestmaal
in het Ko­nink­rijk van God.
Dat gebeuren van toen
- dat Hij Zijn leven gaf op het kruis -
was uit liefde voor ons;
door die ene daad van liefde
werd het lot van de mens­heid gekeerd:
we zijn niet langer bestemd
voor dood en verderf,
voor de put en het graf,
maar voor het leven en geluk,
voor het Ko­nink­rijk van God.
We zijn niet langer over­ge­le­verd
aan de macht van het kwaad,
ons gelovig ver­trouwen zegt
dat de zachte en verborgen
kracht van de liefde uit­ein­delijk zal winnen!

Dat is de hoop en het geloof
van alle chris­te­nen;
dat is het ver­trouwen
dat de mar­te­la­ren in verle­den en heden
moed heeft gegeven
om door te gaan en trouw te blijven.

Nieuwe schep­ping

De Heer heeft ervoor gekozen
dat Zijn offer voor ons
altijd zou voortleven:
dat offer wordt vernieuwd
en opgedragen
en te­gen­woor­dig gesteld
in de vie­ring van de Eucha­ris­tie.
Eigen­lijk is de kern
van onze zon­dags­vie­ring
dan ook niet eens zo zeer
dat we ter communie gaan;
de kern is
dat we onze verlos­sing vieren,
dat zijn Paas­mys­te­rie
- zijn lij­den, dood en ver­rij­ze­nis -
onder ons te­gen­woor­dig is,
dat we zijn opgestaan met Christus,
verrezen met de Heer!

We zijn al verrezen,
ons leven is al nieuw,
we zijn een nieuwe schep­ping,
onze hemel is al be­gon­nen.
De wer­ke­lijk­heid waarin we nu nog leven
is een voor­bij­gaande schaduw.

Zijn woor­den en ons geloof

Dit is een geloof, een over­tui­ging,
we zien het nog niet.
We zien een stukje brood
dat straks in de monstrans wordt rond­ge­dragen.
Het is eigen­lijk meer aan die monstrans
en aan de gewa­den en de wierook
dat we zien dat er iets bij­zon­ders is,
dan aan dat stukje brood;
aan dat brood, aan die hostie
is niet zoveel te zien,
zo gewoon als het is.
Het zijn de woor­den van Jezus
die ons dui­de­lijk maken dat Hij het is,
wer­ke­lijk aanwe­zig
onder de gedaante van het brood.
Het is ons geloof dat ons zegt:
dit is de Heer!
Dit is geen brood,
want de wer­ke­lijk­heid die wij met aardse ogen zien,
telt niet zozeer als de god­de­lijke wer­ke­lijk­heid
die nog verborgen is.

Van toe­schou­wer deel­ne­mer wor­den

Soms twijfelen wij,
soms zijn wij zwak,
soms zien we het niet meer zo zitten,
soms wor­den we bekoord
en gaan we andere wegen
dan die pro­ces­sieweg
met Hem in ons mid­den,
soms wor­den wij beproefd
of glijdt het geloof gelei­de­lijk weg,
dat is ons leven.
Maar Hij is altijd daar,
Hij wacht en staat voor ons klaar,
Hij nodigt ons uit
om van toe­schou­wer
deel­ne­mer te wor­den,
van mens aan de kant
tot participant,
om een stap te zetten
en van ons leven
zo’n pro­ces­sie te maken.
Bij alles wat we meemaken
is dat de grote uit­daging:
om er de hand en de aanwe­zig­heid
van de Heer in te zien.

Een stapje...

Hij dringt zich niet op,
Hij blijft een beetje verborgen,
zoals in de hostie;
en toch: als wij­zelf een stap zetten,
kunnen we Hem gaan ervaren.
Hij laat ons niet in de steek...
Je moet zelf ook iets doen,
dat stapje zetten,
iets los laten,
wat anders gaan denken,
maar God doet dan de rest....
Dat stapje begint heel vaak
met je klein te maken, nederig,
zoals Jezus zich klein maakt in de hostie.

Jaar van barm­har­tig­heid

Paus Fran­cis­cus heeft
een jaar van Barm­har­tig­heid uit­ge­roe­pen,
op 8 de­cem­ber gaat het beginnen;
we wor­den allemaal harte­lijk uit­ge­no­digd
om de barm­har­tig­heid van Jezus te ont­van­gen;
dat kan eigen­lijk niet zonder eenvoud van hart,
zonder nede­rig­heid,
want wie leeft van barm­har­tig­heid
is ergens een bede­laar.
Het is wat de verloren zoon doet
in de parabel
of wat wij zeggen in de biecht:
“Vader, ik heb gezon­digd”
en dan komen de stromen
van Gods barm­har­tig­heid vrij.

Een teken en een ont­van­ger...

Af en toe loopt ons geloof dus best gevaar,
maar als wij dat stapje zetten,
kan God op Zijn beurt
ons bewaren en sterken
en merken we wel weer
dat Hij er is en voor ons zorgt.
In het evan­ge­lie van vandaag bij­voor­beeld
wor­den de leer­lin­gen uit­ge­stuurd
om de zaal voor te berei­den
waar Jezus het Laatste Avondmaal kan vieren.
Jezus zegt hun dan precies
wie ze zullen tegen­ko­men,
wat er dan gebeurt
en hoe de zaal eruit ziet,
tot in detail beschrijft Hij alles.
En het komt precies zo uit:
alles was exact
zoals Jezus had gezegd.

Maar aan dit teken van de Heer
gaat toch nog iets vooraf,
een in­stel­ling van de leer­lin­gen.
Die leer­lin­gen had­den een vraag gesteld:
“Waar wilt Gij
dat wij voor­be­reidselen gaan treffen,
zodat Gij het paasmaal kunt hou­den?”
Ze vragen niet:
“Waar zullen wij nu eens het Paasmaal gaan hou­den?”,
nee: “Waar wilt Gij, dat wij ... zodat Gij
het paasmaal kunt hou­den”.
Aan dat teken wat Jezus geeft
gaat dus een bepaalde in­stel­ling
van de leer­lin­gen vooraf.
In hun woor­den zit een open­heid
en een erken­ning van de groot­heid van de Heer.
zij beseffen en belij­den
dat het niet om hen­zelf draait.
Het teken dat de Heer geeft
is als het ware een ant­woord
op hun hou­ding van nede­rig­heid,
van de erken­ning dat de Heer groter is
en dat zij dienaren zijn.

Proce­damus in pace!

Laten we voort­gaan in vrede,
in eenvoud, met open han­den en een open hart
voor God de Heer van ons leven.
Moge onze pro­ces­sie straks
een beeld van ons leven zijn,
dat we onze levensweg willen gaan
met Hem in ons mid­den
Amen

Terug