Arsacal
button
button
button
button


Ga nu eerst eens even rustig zitten!

Overweging Preek - gepubliceerd: donderdag, 16 juli 2015 - 1035 woorden
Ga nu eerst eens even rustig zitten!

Voor veel mensen is de vakantie­tijd be­gon­nen. Velen gaan erop uit, het is een tijd om tot rust en tot ons­zelf te komen. Dan beleef je alles gewoon anders, je wordt een ander mens.... Daarover gaan ook de lezing en de preek van deze zon­dag.

Homilie

Ook voor mezelf...

Ik wil vooraf bij deze preek zeggen dat ik ook voor mezelf preek; als ik of een andere gees­te­lij­ke over iets preekt betekent dat niet dat die daar zelf als predi­kant perfect in is en nu aan de anderen komt ver­tellen dat ze het ook maar eens zo goed moeten zien te doen als hij­zelf. Als het goed is betekent het wel dat het on­der­werp waar een pries­ter over preekt iets van zijn hart is, iets waar hij een ander in wil laten delen.

Je hoeft niet goed te zijn

Want het mooie van ons geloof is dat je niet goed hoeft te zijn, je mag zelfs een uit­ge­spro­ken slechterik zijn. Ja, dat hoort U niet iedere dag in de kerk, maar het is toch waar. Het gaat er helemaal niet om wie we zijn, wat we gedaan hebben, wat er allemaal gebeurd is. Maar het gaat erom of we er voor open staan om betere mensen te wor­den.Het kan zelfs zijn dat iemand op wie we maar weinig aan zou­den kunnen merken, zo'n keurige vrouw of man als het is, dat Onze Lieve Heer toch met minder wel­ge­vallen naar die iemand kijkt dan naar een ander die mis­schien tegen alle tien gebo­den heeft gezon­digd. Waar ligt dat aan? Dat ligt hieraan: God kijkt naar ons hart; Hij ziet hoe mensen willen wor­den. God kijkt het meeste naar onze goede wil. En daar gaat het om.

Twee hebbe­lijk­he­den

Wij mensen hebben twee hebbe­lijk­he­den als het gaat over fouten van anderen en over onze eigen gebreken: wij praten dingen toch wel graag goed en wij dragen mensen iets na. Wij praten dingen goed. Bijna iedere mens vindt het maar moei­lijk om te erkennen dat hij fouten heeft gemaakt, iets niet goed heeft gedaan. Liever praten we ons eruit. En we vergoei­lijken fouten van anderen en vooral van ons­zelf. Tenminste, zo gaat het bij veel mensen toch; Wij weten vaak duizend redenen te verzinnen waarom het toch goed was, of we zeggen: had die ander ook maar niet dit moeten doen of zus moeten zeggen, of... En toch ervaren we ergens ook weer: het bevre­digt niet, we blijven er ergens mee zitten en het helpt ons niet vooruit. En de tweede hebe­lijk­heid is: mensen dragen mensen vaak iets na. Die heeft toen dit en dat gedaan. Die ís zus of zo. Eens gestolen, altijd een dief. Mensen krijgen een etiket.

Je moest eens weten...

Maar Onze Lieve Heer is precies om­ge­keerd. Hij praat niets goed. Hij doet ook niet alsof het toch niet zo erg is, maar Hij zegt: dit is zo erg, Ik moet nu zelf maar mens wor­den en mijn leven opofferen aan het kruis om dit uit te boeten. Dus Hij neemt het enorm serieus. Maar Hij draagt mensen ook nooit iets na. Hij blijft niet verwijten maken. Wij mogen bij Hem altijd een nieuw begin maken. Als pries­ter krijg ik weleens te maken met mensen die bij­voor­beeld zeggen (of daar komt het dan op neer): "Onze Lieve Heer moet mij wel waardeloos vin­den, want ik heb zoveel fouten". Maar dan zeg ik: "Mens, je moest eens weten hoeveel Hij van je houdt, al had je nog honderd­dui­zend fouten meer. Denkt U nou heus dat Hij U eerst met heel veel zorg het leven heeft gegeven en Jezus en de sacra­menten en Uw ouders en de natuur als een tuin om in te wan­de­len en uw kin­de­ren en zoveel gaven die Hij in u heeft gelegd, en dat Hij U dan de grond in wil stampen?"
Zo is het: God houdt heel veel van mensen, juist van de kleine mensen, van een­vou­dige mensen, van be­schei­den mensen, van mensen die niet zich­zelf op een voet­stuk plaatsen, maar die gewoon genoeg zijn om God hun Vader te noemen en Maria hun moeder.
Maar hoe kun we dat nu zo beleven?

Schiet toch eens op...

Wij kijken vaak op de klok. En soms denken we dan: O,jee ik ben al laat. En mis­schien gaan we dan jagen, we wor­den onrus­tig. De kans is dan groot dat er ook nog van alles fout gaat en we beginnen in ieder geval onrus­tig aan het volgende wat ons te doen staat. Als U moet wachten op de dokter, denkt U mis­schien: "Waarom schiet die dokter niet op". Maar als U aan de beurt bent, wilt U toch wel graag dat hij rus­tig en goed notitie van U neemt, zeker als U toch al lang hebt moeten wachten.
Als we gejaagd of gespannen zijn, nemen we alles niet zo goed in ons op en we vergeten veel meer; doe alles alsof het 't enige was dat U die dag te doen hebt. En zo is het ook tegen­over God.
Iemand zei eens: "Nu bid ik zoveel gebe­den, maar ik voel niets; ik merk niets van Gods te­gen­woor­dig­heid. Wat kan ik doen?" "Mis­schien", zo was het ant­woord, "Bent U teveel aan het woord geweest en kreeg God geen tijd iets te zeggen. Ga nu eens eerst naar huis, maak de kamer aan kant, ga rus­tig zitten en kijk om U heen en probeer te zien waar U woont en tracht te genieten van de vrede van uw kamer".
Wij zijn eigen­lijk altijd druk in de weer. We hebben zoveel te doen, we komen tijd tekort. We lopen van het één naar het ander. Wij regelen van alles wel even. Er moet zoveel. Maar we kunnen alleen tot God bid­den, als we ten aanzien van Hem in een staat van rust en inner­lijke vrede verkeren.

Naar de stilte en de rust

Het evan­ge­lie van vandaag laat ons dit alles zien. Jezus nodigt de apos­te­len uit om mee de stilte in te gaan en Hij heeft medelij­den met alle mensen. In die stilte kunnen we weer ontdekken dat God ons liefheeft wie we ook zijn, wat we ook hebben gedaan en dat Hij ons uitno­digt om nieuwe mensen te wor­den.

Terug