Arsacal
button
button
button


Wat komt er uit de bisschoppensynode over het gezin (oktober a.s.)?

Werkdocument verschenen

artikel_overig - gepubliceerd: vrijdag, 28 augustus 2015
kardinalen en bisschoppen in de Sint Pieter
kardinalen en bisschoppen in de Sint Pieter

Voor gezinnen is het geen gemak­ke­lijke tijd: veel relaties lopen stuk, er zijn veel een-ouder­gezinnen. Gezinnen hebben vaak over­volle pro­gram­ma’s waar­door het moei­lijk is tijd te vin­den voor elkaar; kinderen groot brengen is een opgave, ook finan­cieel. Veel mensen trouwen niet meer. Het gezin en het huwe­lijk staan dus flink onder druk. Paus Fran­cis­cus leeft mee en wil dat de hele kerk zorg heeft voor mensen die het verdriet ervaren van gebroken relaties.

Daarom roept hij voor de derde keer een bij­een­komst van bis­schop­pen bijeen over het gezin, dit keer een gewone, algemene ver­ga­de­ring van de bis­schop­pen­synode, die van 4-25 ok­to­ber in Rome wordt gehou­den.

Thema

Het thema van de syode is: “De roe­ping en de zen­ding van het gezin in de kerk en de wereld van vandaag”, maar uit het werk­do­cu­ment (Instru­mentum Laboris) dat deze zomer is verschenen blijkt dui­de­lijk dat het als de taak van de synode wordt gezien om mensen nabij te zijn die gewond zijn geraakt door een gebroken huwe­lijk en mensen te helpen die zich voor­be­rei­den op een huwe­lijk of willen groeien in hun relatie. Dit werk­do­cu­ment is het gesprekspaper voor de synode.

Reacties uit pa­ro­chies

Begin dit jaar was er een (korte) tijd waarin de pa­ro­chies hun bijdragen kon­den geven. Uit heel de wereld zijn duizen­den ver­slagen ingediend en ver­werkt in dit do­cu­ment. Soms betekent dit dat ver­schil­lende meningen er naast elkaar wor­den weerge­ge­ven. De synode zal er over moeten spreken in vol­ko­men trouw aan de bood­schap van Jezus Christus, zoals die door de kerk al twintig eeuwen is doorge­ge­ven.

De synode zal echter niet zozeer gaan over de leer, maar meer over de pas­to­rale zorg voor (gebroken) gezinnen. Iedereen die heeft bij­ge­dragen aan het werk­do­cu­ment wil dat er zorg voor is voor deze gezinnen en dat zij de oneindige liefde en barm­har­tig­heid van God mogen ervaren (n. 107). Er wordt in het werk­do­cu­ment slechts een enkele keer geci­teerd uit Familiaris Consortio, een do­cu­ment van paus Johannes Paulus II over het huwe­lijk.

Niet veroor­de­lend

Graag sta ik even stil bij een paar opvallende kenmerken van het werk­do­cu­ment.

Het werk­do­cu­ment wil niet veroor­de­lend spreken. Zelfs over zaken waar de Kerk niet gelukkig mee is, zoals bevruch­tings- en voort­plan­tings­tech­nieken en de ‘maak­ba­re mens’, spreekt het werk­do­cu­ment terug­hou­dend (vgl. n. 34). Dat is een bewuste keuze, zoals blijkt uit nr. 78 waar staat dat we de chris­te­lijke bood­schap moeten ver­kon­di­gen met een taal die hoop wekt, die helder is en uit­no­di­gend, open, niet controlerend en moraliserend, meer getuigend van de bood­schap van het evan­ge­lie en de moraal van de kerk als iets moois.

Juist omdat het leer­ge­zag van de Kerk op ver­schil­lende punten niet wordt begrepen, is het nood­za­ke­lijk een taal te gebruiken die mensen kan bereiken en de schoon­heid te laten zien van huwe­lijks­liefde, zelfgave, huwe­lijks­liefde, vrucht­baar­heid en het door­ge­ven van het leven (nr. 78). We moeten laten zien, zo betoogt het werk­do­cu­ment, dat het sacra­ment van het huwe­lijk iets prachtigs, een grote genade is. De Kerk ziet het huwe­lijk als trouwe en onverbreek­ba­re een­heid van man en vrouw, die geroepen zijn om elkaar te aan­vaar­den en het leven te verwel­ko­men.

Maar de Kerk moet ook naast mensen gaan staan die alleen bur­ger­lijk getrouwd zijn of samenwonen om bij hen de zaadjes van het evan­ge­lie te ontdekken om die te kunnen laten groeien, hopen­lijk tot aan een sacra­men­tele ver­bin­te­nis (n. 99). Daarom vindt het werk­do­cu­ment dat we niet oor­de­lend naar mensen moeten kijken: dat zij “veraf” staan en er minder bij horen, maar met begrip voor de ge­schie­de­nis van iedere mens (vgl. n. 36).

Voor­stel­len

Het werk­do­cu­ment doet ver­schil­lende voor­stel­len om gezin en huwe­lijk en mensen in gebroken relaties concreet te steunen:

  • veel belang wordt gehecht aan een goede huwe­lijksvoor­be­rei­ding, die een vor­mings­tra­ject zou moeten wor­den in het geloof en het beleven van de liefde. Daarbij zou er bij­zon­dere aan­dacht moeten zijn voor het on­der­schei­den van ieders roe­ping, als persoon en als koppel/paar (n. 95);
  • het voorstel wordt gedaan in ieder bisdom een (gratis) pas­to­rale dienst op te zetten voor gezinspas­to­raal, mediation en be­ge­lei­ding bij huwe­lijks­pro­ble­men en voor hulp aan mensen die ge­schei­den zijn (n. 117). Deze of een andere, eigen dienst zou (gratis) advies moeten geven over nietig­ver­kla­ring van hu­we­lij­ken (nn. 115 en 117);
  • in de Kerk bestaat een nietig­ver­kla­rings-pro­ce­dure om te zien of het huwe­lijk wellicht ongeldig (nietig) was, doordat bepaalde wezen­lijke ele­menten van een huwe­lijk van af het begin ontbraken. Die pro­ce­dure moet ge­mak­ke­lijker toe­gan­ke­lijk wor­den en zo moge­lijk gratis. Velen hebben ver­een­vou­digingen in de pro­ce­dure voor­ge­steld, zoals het afschaffen van de tweede instantie (een tweede beoor­de­ling) in bepaalde gevallen (n. 115). Dit voorstel zal zeker enige discussie geven. Een radicaler ver­an­de­ring nog lijkt te wor­den voor­ge­steld in n. 123 waar gesproken wordt over de priester die in bepaalde omstandig­he­den het oor­deel over de nietig­heid kan vellen of het huwe­lijk kan ontbin­den. Deze sug­ges­tie roept na­tuur­lijk de nodige vragen op over objec­ti­vi­teit van het oor­deel en de onontbind­baar­heid van het huwe­lijk;
  • voor­ge­steld is door velen om ge­schei­denen die bur­ger­lijk hertrouwd zijn meer mee te laten doen in het ker­ke­lijk leven, door hen te betrekken bij taken op li­tur­gisch-pas­to­raal en educa­tief terrein en op het gebied van de caritas (n. 121). Nu komen zij hiervoor vaak niet in aanmer­king omdat hun levens­staat ker­ke­lijk niet geor­dend is. Ook dit wordt dus een on­der­werp van gesprek tij­dens de synode met dan na­tuur­lijk de ermee verbon­den vraag wat dan wel kan en wat niet; dui­de­lijk is de intentie om ge­schei­den mensen beter te kunnen laten ervaren dat zij volop bij de kerk­ge­meen­schap horen;
  • dan zal er ook weer over wor­den gesproken of ge­schei­denen die bur­ger­lijk hertrouwd zijn na een boete-traject of een weg tot ver­zoe­ning tot de biecht en de heilige communie.kunnen wor­den toe­ge­la­ten. Het werk­do­cu­ment geeft aan dat iedereen het erover eens dat een boete­tra­ject moge­lijk is en dat deelname aan de sacra­menten moge­lijk is als de voor­waar­den van Familiaris Consortio 84 (onder meer: leven in seksuele ont­hou­ding) vervuld zijn.

Per­soon­lijk geloof

Tenslotte wordt opnieuw het punt naar voren gebracht van het per­soon­lijk geloof van de huwen­den (n. 115): als de sacra­mentali­teit van het huwe­lijk afhangt van het per­soon­lijk geloof van mensen, zou een huwe­lijk van mensen die wel gedoopt zijn maar niet geloven, geen sacra­ment zijn. Dat betekent dat het ook weer ontbon­den kan wor­den.

Dit is een thema dat kar­di­naal G.L. Müller, prefect van de Con­gre­ga­tie voor de geloofsleer aan het hart ligt. Paus Fran­cis­cus lijkt hier al op te hebben geant­woord in zijn toe­spraak tot de Rota van 22 janu­ari van dit jaar: als iemand geen geloof heeft, zal hij vaak een ander beeld van het huwe­lijk hebben dan het beeld dat de Kerk voorhoudt. Dat kan ge­mak­ke­lijk lei­den tot ongeldig­heid van het huwe­lijk, omdat die persoon in feite niet het chris­te­lijk huwe­lijk met zijn waar­den heeft aanvaard. Maar als een gedoopte een op zich geldig huwe­lijk heeft aangegaan, is dat altijd een sacra­ment.

Het werk­do­cu­ment doet over deze discussie geen uit­spraak maar stelt wel dat de rol van het per­soon­lijk geloof besproken moet wor­den.

Graag gebed

Graag nodig ik iedereen uit om te bid­den voor het wel­slagen van de bis­schop­pen­synode. Ik hoop dat er iets moois en goeds uit­komt en het een impuls mag zijn voor iedereen in de kerk om gehuw­den, mensen met gebroken relaties en een­ou­dergezinnen nabij te zijn en jonge mensen moed en inspiratie te geven om een ker­ke­lijk huwe­lijk aan te gaan.

Terug