Arsacal
button
button
button
button


Wie stapt er in de witte limousine?

Westfriese bedevaart in Heiloo (25e zondag door het jaar B)

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 20 september 2015 - 1198 woorden
Wie stapt er in de witte limousine?

Jaar­lijks komt de Westfriese bede­vaart in sep­tem­ber naar Heiloo. En dit jaar had­den ze er goed weer bij. Ook de meeste se­mi­na­risten van het Re­demp­to­ris Mater-semi­na­rie (Nieuwe Niedorp) had­den zich aan­ge­slo­ten; samen met de rector van het Hei­lig­dom, Nars Beemster en em. pastoor Jan Granneman, con­ce­le­breerde rector Luc Georges van dit semi­na­rie de Eucha­ris­tie.

De grote kapel in Heiloo heeft onlangs van elders een mooi pijporgel gekregen en kruis­wegs­ta­ties. Ook is het hei­lig­dom al helemaal voor­be­reid op het mooie heilig Jaar van Barm­har­tig­heid dat gaat komen: er zijn vier mooie nieuwe biecht­stoelen in de kapel geko­men, de moeite waard om die eens van binnen te bekijken!

Hier­on­der de homilie die ik bij gelegen­heid van de Westfriese bede­vaart heb gehou­den.

Homilie

Ruzie

Broeders en zusters,

De apos­te­len hebben ruzie.
Dat komt na­tuur­lijk in de beste families voor
en het is van alle tij­den.
Waar hebben die apos­te­len dan ruzie over?
Het gaat erom wie de grootste is.
Ook dat is nog steeds van alle tij­den.
Wie is de be­lang­rijk­ste,
wie heeft rechten,
wie heeft het voor het zeggen,
wie gaat hier over?
Iemand heeft iets gedaan of gezegd,
een ander zegt of vindt:
Wie denkt hij wel dat hij is?
Die ander meent dat hem of haar
geen recht is gedaan.
In families zijn er vaak ruzies
rond erfenissen.
Ook dat was in Jezus’ tijd al zo.
Jezus wordt zelfs op een gegeven moment
te hulp ge­roe­pen
bij de ver­de­ling van een erfenis.
Ruzie en con­flic­ten zijn dus iets van alle tij­den,
het hoort bij de erfzonde
die ons ernaar laat streven
de grootste, de hoogste, de meest be­lang­rijke
te willen zijn.

Wie gaat buigen?

En wie gaat dan de eerste stap zetten,
om weer tot elkaar te komen,
wie zal dan de minste zijn?
De fout ligt na­tuur­lijk bij de ander,
die moet het dan ook maar weer goedmaken,
zelf hoef ik niets te doen.
Mijn deur staat open,
maar die ander moet komen,
want aan mij ligt het niet
en ik ga niet buigen.
Dat is nog steeds geen steek veranderd:
daar gaan onze ruzies over.

Hij wordt flink bele­digd


Wie is de grootste?
Maar de eigen­lijke vraag is na­tuur­lijk:
Wie kan er de minste zijn?

Het ant­woord is allang gegeven:
Jezus geeft dat ant­woord
in het evan­ge­lie van vandaag:
“Wie de eerste wil zijn,
zal de laatste van allen moeten wezen
en de die­naar van allen”.
Jezus heeft zelf het voor­beeld gegeven.
Hij had niets ver­keerd gedaan,
Hij had alle rechten,
Hij is wer­ke­lijk de grootste,
ie­der­een moet goed naar Hem luis­te­ren,
Hij heeft het eigen­lijk voor het zeggen.
Maar veel geluisterd wordt er niet,
Naar men­se­lijke maatstaf zou je zeggen:
Hij werd en wordt bele­digd
door de zon­den van de mensen,
doordat ie­der­een zijn eigen gang gaat,
door dat mensen Hem vervloeken,
links laten liggen
of aan het kruis slaan,
maar Zijn ant­woord was en is en blijft:
“Vergeef het hun, Vader”.
We gaan dat straks bij­zon­der vieren
in het heilig jaar van de barm­har­tig­heid.

De witte limousine

Bij ons komt er vaak emotie bij.
We wor­den geraakt door wat iemand ons zegt
of wat iemand ons doet.
Dat doet ons pijn.
Soms zijn het eigen­lijk maar kleine dingen,
maar het lukt ons niet
om dat rus­tig en met afstand te bezien,
daarvoor voelen we ons te veel geraakt.
En als wij mensen in onze emotie zitten
zien we de wer­ke­lijk­heid niet
zoals die is.
We moeten een situatie eigen­lijk eerst
echt van ons af kunnen zetten
voordat we goed kunnen reageren.
Mensen voelen zich geraakt
als ze zich niet erkend en ge­res­pec­teerd voelen.
Al gaat de ruzie soms eigen­lijk over niks,
het blijft toch iedere keer weer spannend
of iemand in die witte limousine stapt
en mee­komt naar het familie-diner.

Een slecht bericht

Zo was het bij de apos­te­len ook:
Jezus ver­telt iets heel be­lang­rijks:
dat Hij zal wor­den over­ge­le­verd,
dat Hij zal moeten lij­den en sterven
en dat Hij weer zal verrijzen.
Het is mis­schien voor ons
nog het beste te ver­ge­lij­ken
met iemand die een slecht bericht van de arts krijgt.
Stel je voor dat niemand in zijn omge­ving
- als iemand zo’n slecht bericht krijgt -
iets zou vragen of zeggen
en ie­der­een alleen aan zijn eigen besognes denkt.
Dat is wat bij de leer­lin­gen van Jezus gebeurt.
De apos­te­len zitten op dat moment
zo opgesloten in hun gevoel
van niet-ge­res­pec­teerd te wor­den,
zijn zo bezig met de vraag wie de grootste is,
dat ze compleet voorbij gaan
aan Jezus’ woor­den en het erge dat Hem te wachten staat.

De cirkel van gekwetste trots

In Jezus’ ant­woord ligt besloten
dat als we door dat soort gevoelens en vragen
in beslag wor­den geno­men,
we zou­den moeten proberen
om meer aan anderen te denken,
want al het goede dat we doen
ook al lijkt dat niet zo be­lang­rijk
en ook al zijn degenen voor wie we dat goede doen
mis­schien ‘maar ‘gering, een­vou­dig en klein,
niet zo be­lang­rijk
- en Jezus plaatst een kind in hun mid­den
om dat te illustreren -:
al het goede dat we voor anderen doen
is een goede daad aan God gedaan
en die goede daden
maken ons los
van dat cirkelen om onze eigen glorie,
van onze gekrenkte gevoelens,
van onze gedachten
over wat mensen ons hebben aan­ge­daan.
Zet je in voor een ander.
Kijk maar eens naar het lij­den van anderen.
Trek je het lot aan van een vluch­te­ling
of van iemand bij je in de straat
die best wel wat aan­dacht en liefde kan gebruiken.

Het is hartverwarmend dat in deze dagen
de stroom van vluch­te­lingen
uit de oorlogs­ge­bie­den van Syrië en Irak
zoveel harte­lijk­heid en liefde losmaakt.

Dat is een bijdrage aan vrede!

Kleine, dienst­ba­re maagd

We zijn hier bij Maria,
bij Onze Lieve Vrouw ter Nood.
De afgelopen week is gevierd
dat zij de Moeder van smarten is,
dat zij onder het kruis stond,
verenigd met het lij­den van haar Zoon.
Als we naar Maria kijken
dan zien we hoe haar hele leven
is getekend door dat ene zinnetje
dat zij tot de engel Gabriël sprak:
“Zie de dienst­maagd des Heren”.
En even verder in het evan­ge­lie,
in het Mag­ni­fi­cat,
heeft Maria het over haar klein­heid,
waar God op heeft neergezien.
Zij was heel dienst­baar
en bereid haar eigen gedachten en plannen
te verlaten,
haar leven was dienen.
Zij stond met heel haar wezen
in dienst van Gods plan.
Zij had kleine, een­vou­dige gedachten over zich­zelf.
Daardoor was Maria niet zo gauw bele­digd,
voelde zij zich niet gepasseerd
of in haar eer te kort gedaan.
Zeker, Maria verdient
al onze liefde en aan­dacht,
maar haar hart is als dat van God zelf:
vol liefde en barm­har­tig­heid.
Ook Maria kun je niet zo bele­digen,
dat zij niks meer van je wil weten.
Zij is de toevlucht van de zon­daars,
de moeder van barm­har­tig­heid
Zij is niet met zich­zelf bezig,
zij is er voor anderen
- na de bood­schap gaat zij meteen
naar Elizabet haar nicht -
en zij is er voor God en haar God­de­lijke Zoon
en altijd weer bereid
om een nieuw begin moge­lijk te maken.

En wij?

Ach, kon­den wij mensen
ook maar wat creatiever zijn
om verschillen te overbruggen,
ruzies te beslechten,
deuren te openen,
te ver­ge­ven,
te verdragen.

Laten wij Maria vragen
dat wij de liefde mogen leren kennen,
de verdraag­zaam­heid en barm­har­tig­heid,
die haar hart zo bereid maakten
om God in alles te dienen.
Amen.

Terug