Arsacal
button
button
button
button


Weggeëbd of afstand genomen?

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 6 december 2015 - 916 woorden
interieur van de St. Bavokerk in Adventsstemming
interieur van de St. Bavokerk in Adventsstemming

Op de tweede zon­dag van de Advent heb ik de H. Eucha­ris­tie gevierd in de St. Bavo­kerk in Heem­ste­de. Hierbij de homilie die ik daar heb gehou­den.

Homilie

Vol ver­wach­ting...

Nu Sint Nicolaas zich weer opmaakt
om het land te verlaten,
kan heel onze ver­wach­ting zich richten
op het ko­men­de kerst­feest
en de komst van de Heer.
Wat dat betreft is het Sin­ter­klaas­feest
daarvoor een goede voor­be­rei­ding
- afgezien van de zwarte pieten-dis­cus­sie -:
vol ver­wach­ting klopt ons hart,
we zien uit naar wat die goede, heilige man
ons gaat schenken;
dat is in zekere zin maar een spel,
een tra­di­tio­neel gebruik,
maar het geeft ook de kern
van het chris­te­lijk leven weer:
christen-zijn is
vol ver­wach­ting uitzien
naar wie komt
en naar wat ons ge­schon­ken zal wor­den.
Het geloof in Sin­ter­klaas is dat mis­schien niet,
maar ons geloof in die Heer die komt
moet onwankel­baar zijn
en steeds weer opnieuw wor­den gevoed.

Weggeëbd of afstand geno­men

We hebben allemaal wel
van die perio­den in ons leven
dat de band met God wat minder voel­baar is,
dat het ons wat minder zegt en aanspreekt,
dat het allemaal wat op afstand staat.
Dat kan gebeuren wanneer we heel druk zijn,
wanneer zake­lijke en mate­rië­le dingen
erg veel aan­dacht vragen,
wanneer we in een tredmolen zitten,
een soort vaste sleur
of ook wanneer we
denkend over tegen­val­lers in ons leven,
die aan God verwijten.
En vaak ook nemen mensen afstand
omdat ze bepaalde con­se­quenties
van geloof in een God
niet willen aan­vaar­den.
Soms hebben mensen iets
wat in de rich­ting gaat van:
als er een God is
dan moet ik mijn leven ver­an­de­ren,
dus is er geen God.
Ik wil niet iemand boven mij,
die mij zegt wat ik moet doen.
Maar God is niet zozeer iemand
die zegt wat je moet doen,
Hij is aller­eerst liefde,
een goede Vader,
die ons wel ons gang laat gaan
- we zijn volwassen
en de wereld heeft zijn loop -
maar die ons opwacht en ons thuis­brengt,
die voor ons klaar­staat
met Zijn wijs­heid en barm­har­tig­heid.

Bastion

Er kunnen veel redenen zijn,
waarom het geloof in God verflauwt of wegebt.
Wanneer daar echt een keuze aan ten grond­slag ligt,
dan moet er al bijna iets heel bij­zon­ders gebeuren
om door dat bastion van afweer heen te breken.
Als het alleen verflauwd is of weggeëbd,
maar het fun­dament toch wel aanwe­zig is,
dan kan het zijn dat toch
de basis van geloof die ooit is gelegd,
ge­mak­ke­lijk terug komt
op het moment dat we tijd krijgen
voor be­zin­ning en re­flec­tie,
dat we voor vragen komen te staan,
dat het per­spec­tief van ons leven verandert.

Als het geloof verdwijnt
heeft er vrijwel altijd mee te maken
dat het aardse,
wat in de wereld in tel is
- kennis en kunde, gezag en macht, het hebben en hou­den -
indruk maakt en be­lang­rijk wordt gevon­den.

Maar het mooiste is eigen­lijk wel
als ons leven met vallen en opstaan
iets van een opgang mag zijn,
een weg naar het huis van de Vader,
als wij bewust op weg zijn
en naar Hem uitzien.

Bereid de weg

In het evan­ge­lie wor­den vandaag
allerlei grote en be­lang­rijke heren genoemd:
de Romeinse keizer Tiberius,
zijn landvoogd Pontius Pilatus,
de gouverneurs Herodes, Filippus en Lysanias
en de hoge­pries­ters Anna en Kajafas.
Het zijn allemaal mensen naar wie werd opgekeken,
mensen van macht en gezag;
velen van hen speel­den een kwalijke rol
in het proces dat leidde tot de kruis­dood van Jezus.
Als zij ergens naar toe gingen,
reed er een ploeg voor hen uit
die de wegen controleerde:
de gaten opvulde, stenen verwijderde,
alles deed
om een ongehinderde doorgang
moge­lijk te maken.
Het berei­den van de weg,
het rechtmaken van de paden
had dus ge­woon­lijk betrek­king
op het facili­te­ren van de door­tocht
van wie in aardse macht en aanzien ston­den.

Maar Johannes de Doper
geeft daar een andere draai aan.
De aan­dacht van de evangelist
gaat - na het noemen van al die hoge heren -
ineens naar een afgelegen plaats,
ver van de wereld, naar de woes­tijn
waar een wereldvreemde profeet
in een kameelharen pij staat te roepen,
het woord van God verkon­digt
en een doopsel van beke­ring preekt.
Nee, het is niet voor die hoge heren,
die koningen en macht­heb­bers,
niet voor de groten van deze aarde,
dat je de weg moet berei­den,
maar voor de Heer.
Haal de stenen weg, vul de kuilen op
die Zijn weg naar jouw hart blokkeren,
maak een nieuw begin,
herstel de band,
maak je kronkelpa­den recht!

Barm­har­tig­heid

Deze week, op 8 de­cem­ber,
zal paus Fran­cis­cus
het jaar van barm­har­tig­heid beginnen
door de heilige deur te openen.
In dat jaar staat dus barm­har­tig­heid centraal:
de barm­har­tig­heid van God
die we in het sacra­ment van de biecht ont­van­gen
en onze barm­har­tig­heid naar anderen toe.
Iedere vrij­dag zal paus Fran­cis­cus in dit jaar
een plaats bezoeken
waar mensen zich wij­den
aan de dienst aan mede­mensen in nood
en daar spreken met de mensen in problemen
en met de vrij­wil­li­gers.

Ook in ons bisdom
wor­den dit soort ini­tia­tie­ven geor­ga­ni­seerd.
Zo zal er op 12 de­cem­ber
weer een bij­een­komst zijn
met mensen die zich voor vluch­te­lingen inzetten.
Ook wor­den in ons bisdom
op wens van de paus
drie deuren geopend:
in de basiliek van Sint Nicolaas
bij het centraal station in Am­ster­dam
en in de bede­vaarts­plaats van Heiloo,
dat zal ko­men­de zon­dag gebeuren
en op kerst­mis wordt dat
in de ka­the­draal gedaan.
Die deur is sym­bo­li­sch,
het is een uit­no­di­ging
om naar binnen te gaan
en een nieuw begin te maken,
Gods barm­har­tig­heid te ervaren.

“Barm­har­tig­heid” wil zeggen:
liefde­vol, niet veroor­de­lend, met begrip, open.
Zo is de God die wij eren:
Hij staat altijd voor ons open,
bij Hem blijven we altijd welkom,
laten we vol ver­wach­ting
naar Hem uitzien
en zo een mooi kerst­feest vieren.
AMEN

Terug