Arsacal
button
button
button


Laat je verzoenen!

Over vergeving, verzoening met elkaar, met God, in het jaar van Barmhartigheid

overweging_bezinning - gepubliceerd: dinsdag, 5 januari 2016
Laat je verzoenen!

In het kader van het heilig Jaar van de Barm­har­tig­heid plaatsen we hier de tekst van Laat je verzoenen! met overwegingen over verzoening en vergeving en het sacrament van de biecht. Het boek is te verkrijgen bij uitgeverij Colomba (www.colomba.nl) in Oegstgeest (€ 14,25).

Laat je verzoenen!

Met je lot
met je naaste
met God...

Laat je verzoenen!

Maar niet te snel
vergeving vragen
of vergeving schenken,
alsof het goedkoop
en gemakkelijk is.

Dan wordt het
iets oppervlakkigs.
Dan zie je de ernst
van het kwaad niet meer:
van wat mensen
je hebben aangedaan
of van wat je mensen
of God hebt aangedaan.

Verzoening is méér
dan goedkope excuses,
het is een nieuw begin.

Vergeven

Moet je het maar wegstoppen?

Haat verwoest ons leven.
Het haalt al het mooie en menselijke eruit.
Haat is een ziekte van de ziel.
Alleen vergeving
kan die ziekte genezen.

Dat wil niet zeggen
dat we moeten doen
alsof er niets gebeurd is,
dat je weg moet stoppen
wat je is aangedaan.

Zou Jezus ook maar
hebben kúnnen wegstoppen
wat Hem werd aangedaan
toen Hij op het kruis zei:
“Vader vergeef het hun”?

Probeer te zien
hoe Jezus aanwezig was
in het leed dat je is aangedaan.

Je kunt alleen maar echt vergeven
als je niet hebt vergeten
wat een ander je heeft aangedaan.
Vergeven wil niet zeggen:
je afsluiten voor wat er gebeurd is,
niet in jezelf toelaten
wat er geweest of voorgevallen is.
Vergeven wil zeggen:
terwijl je de pijn
wellicht in alle hevigheid voelt,
je hart om laten buigen
naar die woorden van Jezus:
“Vader, vergeef het hun...”.

Soms lijkt het
alsof we iets prijsgeven, iets verliezen
als we ergens overheen stappen
en iets echt van harte vergeven.
Maar werkelijk, we winnen er alleen maar door.

Geen enkele mens is zo beminnelijk en aantrekkelijk,
dat hij onze liefde steeds "verdient".
Daarom kan liefde nooit zonder vergeving.
Je moet verder... in liefde!

Open staan

Openheid: jezelf te blijven
zonder de goede waarden van je persoon
te verloochenen,
en tegelijk tegemoetkomend zijn,
mensen open benaderen,
met een hart voor de mens
die je ontmoet,
ook als die openheid
niet zó wordt beantwoord
als je zou mogen hopen.

Open.
Als je zo probeert te zijn
in het normale contact,
zit je al op de goede weg
om iemand te kunnen beminnen
die het je moeilijk maakt,
die je als een soort vijand ervaart.

Ik kan niet vergeven

“Je moet open staan voor anderen en vergeven”.
Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Als je iets dwars zit:
soms denk je dan een lange tijd
dat je het kwijt bent,
dat het geen pijn meer doet,
en dan ineens steekt het de kop weer op.

Daaraan zien we eens te meer:
vergeven is een oefening
die eigenlijk nooit af is;
open staan voor anderen
is een oefening,
het is nooit “af”.

Soms zeggen mensen:
"ik kan het niet vergeven";
en dan bedoelen ze ook werkelijk:
"ik kan het niet; het lukt me niet".
Maar vergeven is niet iets
wat we in één keer kunnen.
Het is een oefening.

Daar is gebed voor nodig
en goede wil
om steeds weer opnieuw
je hart te buigen naar vergeving.

Wraak is geen weg

Vergeven is moeilijk.
Maar het is belangrijk:
als mensen dat niet doen
maar elkaar blijven haten
en het kwade vergelden,
wordt alles steeds erger.
Denk aan de situatie in het Midden Oosten
Als de ene partij iets doet,
vergeldt de andere dat
met een eens zo harde actie.

De tekenaar Behrendt
maakte eens een kleine strip
waarin een jongetje ruzie kreeg
maar niet kon winnen.
Dat joch haalde zijn grote broer erbij.
Ook zijn tegenstander
had nog wat sterke vrienden.
Zo escaleerde de ruzie
en het laatste plaatje toonde een wereld
die uiteen spatte door atoomgeweld.

Je kunt je hart verharden
en opgesloten blijven
in jezelf en in je eigen gelijk.
Misschien héb je gelijk,
maar je gelijk is ook niet alles
en al klinkt het afgesleten,
het blijft waar:
een open hart en een uitgestoken hand
is de weg van de ene mens tot de ander,
zoals Jezus´ open Hart
en Zijn uitgestrekte handen
de enige weg is naar verzoening
voor de mensen.

Het is soms al heel wat
als we ons gevoel
open weten te houden voor de ander.
Reageren vanuit de
ik-zal-het-ze-eens-betaald-zetten-gedachte
maakt alleen maar veel kapot.

Neem geen wraak.
Wie wraak neemt
bouwt aan een spiraal van geweld.
Je schiet er niets mee op.

Je gevoelens afgeven

Vaak kun je een ander niet bereiken.
Je zou wel willen vergeven,
maar het wordt je niet gevraagd!
Veel kan niet worden uitgepraat,
omdat daar nu eenmaal twee partijen
voor nodig zijn.
Die ander vindt misschien
dat hem of haar
niets te verwijten valt.

Je moet afstand nemen van je gevoelens.
Je kunt alleen maar doen
wat God zelf doet:
geduldig wachten,
soms alleen
voorzichtig kleine stappen zetten
naar de ander toe
je hart naar die persoon
opnieuw proberen te openen
in liefde,
want zo alleen
kun je een “Onze Vader” zeggen:
we zijn kinderen van één Vader,
Hij is zijn/haar Vader
zo goed als de mijne.

Je bent niet de minste
als je probeert je gevoelens
te relativeren en af te geven.
Het lijkt misschien
alsof je iets prijs geeft,
verliest.
Maar werkelijk: je bent een over­win­naar!
Je hebt jezelf overwonnen!

Vergeven worden

Wij hebben zelf vergeving nodig

Om anderen te kunnen vergeven,
is belangrijk dat we zelf ervaren
dat we vergeving nodig hebben:
“Ik was toen zelf een beetje zus of zo,
niet zo eenvoudig om mee om te gaan,
ik had dit zó niet moeten zeggen,
of zó niet moeten doen.
Ik heb mijn fouten en beperkingen.
Heb ik verkeerd gehandeld,
te snel geoordeeld
of nagelaten goed te doen?”

Sommige mensen krijgen het benauwd
als ze eraan denken
dat ze iets fouts
zouden kunnen hebben gedaan!
Maar we mogen allemaal fouten maken.
Daar is het leven voor.
Wij leven van vergeving.

Om anderen te kunnen vergeven
is het nodig om te zien
dat wijzelf vergeving nodig hebben
van God
en van elkaar.

Ergens zitten we allemaal in hetzelfde schuitje:
we hebben zwakheden en fouten;
er zijn nu eenmaal in het leven van ieder van ons
woorden gevallen
die je niet had moeten zeggen;
dingen gedaan
die je niet had moeten doen;
en er zijn dingen niet gedaan,
die we wél hadden moeten doen;
er zijn fouten gemaakt.

De enigen die zonder zonden zijn,
zij Jezus en Maria.
En wij zijn geen van beiden.
Wij zijn niet wit
en die ander niet zwart,
maar wij zijn
iets er tussen in.

Leven is leren.

Als dit je laatste fout was,
zul je niet lang meer leven.

Wat je kunt is je gegeven...

Als wij misschien niet gevallen zijn
waar een ander wel de fout is ingegaan,
moeten we niet vergeten
dat wij mede door onze opvoeding,
door de liefde die we ondervonden hebben,
door de gaven die God ons heeft gegeven,
door de kansen die wij gekregen hebben,
door onze levenservaringen en door wat al niet meer,
daarvoor bewaard zijn gebleven.
Dat is niet alleen onze eigen verdienste.
Dat is ook genade.

Geen sorry-cultuur

In de politiek
moet iemand het boetekleed aantrekken
en politieke consequenties trekken
als hij of zij formeel verant­woor­de­lijk was
en de politieke tegenstander machtiger,
zelfs al is er geen sprake
van per­soon­lijke schuld.
Schuld erkennen
en vergeving vragen
wordt een uiterlijke geste
die het hart niet raakt.
De sorry-cultuur.

Maar het is niet een uiterlijk excuus
dat tot nieuwe verhoudingen leidt
en alles anders maakt,
maar een diep gevoelde behoefte
aan vergeving en verzoening.

Niemand is groot

Napoleon's grootheid eindigde
op het kleine eilandje Elba;
zijn rijk was voorbij;
Hitler’s waan van een superieur Germaans ras
eindigde in diens zelfmoord in een bunker te Berlijn,
een daad van wanhoop en onvermogen;
De standbeelden van Stalin en Saddam Hoessein
zijn allang van hun sokkels getrokken.
Dat waren nu de mensen voor wie men sidderde,
de groten.
En de godinnen van het filmdoek
door miljoenen aanbeden en bewonderd,
worden oude invalide vrouwtjes
die soms zelfs de deur niet meer uit durven.

Imponeren

Als wij mensen ontmoeten
die hoog opgeven van hun eigen kwaliteiten
en anderen in hun schaduw stellen;
als wij met mensen te maken hebben
die ons trachten te imponeren
met hun geld of hun bezit of met hun capaciteiten;
of als wij mensen tegenkomen
die anderen zwart maken
om zichzelf wit te wassen,
maakt dat ons eerder voorzichtig;
Zeker, we kennen die neiging
bijna allemaal wel een beetje.
Wij willen zelf ergens goed in zijn
en goed gevonden worden.
Maar we waarderen en vertrouwen allemaal veel meer
een bescheiden en eenvoudig mens
die niet hoog van zichzelf opgeeft
zich niet beter voordoet dan hij is,
die voorzichtig en te­rug­hou­dend in zijn oordeel is.

Welk netwerk?

Mensen kennen de geneigdheid om iemand af te schrijven.
Als iemand iets niet zo goed of zo vlug kan
als sommige anderen,
zijn velen geneigd die persoon erop aan te kijken.
Als een bejaarde persoon voor een loket iets langer doet
over het intoetsen van zijn pincode
of het invullen van een formulier,
als hij niet zo vlug is als anderen dat kunnen,
krijgt hij of zij vaak al allerlei blikken toegeworpen.
Voor ziekten en handicaps
die aan de buitenkant niet zo zichtbaar zijn,
is er vaak niet zoveel begrip.
Je moet het kunnen.
En als iemand het eens slechter maakt,
tobt met problemen of ziekte of hoe dan ook,
laten mensen het afweten.
Het contact is blijkbaar niet meer “interessant”.

Een bepaald iemand werd genoemd
als kanshebber op een belangrijke benoeming,
en ineens kreeg hij wel tien keer zoveel
verjaardagskaarten en attenties als anders.
Allerlei kennissen kwamen op visite.
Ze wilden blijkbaar allemaal graag zijn vriendje zijn.

Als iemand op een bepaald moment niet zo in de markt ligt,
of er wordt iets ongunstigs over een persoon verteld,
dan trekken vele mensen hun sympathie en steun voor die mens terug.
Ze laten hem links liggen.
Eigenlijk is dat onbarmhartig.

Klein is groot genoeg

Er zijn geen grote mensen;
iedere mens is eigenlijk klein.
Ieder mens heeft zijn kleine kanten,
zijn zwakheden, zijn fouten
of gewoon: dingen die hij niet zo goed kan.
De grootste mensen zijn degenen
die in dankbaarheid leven
om wat ze hebben ontvangen.
Echt grote mensen weten
dat ze hun talenten en vermogens maar gekregen hebben,
dat ze niets uit zichzelf hebben
en daar leven ze ook naar.

Mensen doen zich nogal eens graag groot voor,
liefst een beetje groter dan we eigenlijk zijn,
een beetje rijker,
een beetje beter,
een beetje sterker of sportiever
of een beetje hoger gestegen op de carrière-ladder
dan eigenlijk met de werkelijkheid overeenkomt.
We hebben de neiging om ons mooier voor te doen dan we zijn.

Tegelijk maakt dat ons kwetsbaar.
Wie iets op te houden heeft, is kwetsbaar.
En die kwetsbaarheid maakt ons bang:
stel je voor dat men een fout
of een zwakheid ontdekt,
een gebrek aan kundigheid en capaciteiten
in ons aantreft,
of onze kleine kanten ziet.
En daar zit ook wel iets in:
hoe vaak springen mensen daar niet op
om ons daarop vast te pinnen.

Maar zo krijgen we onwaarachtige verhoudingen
en in het werk krijgen we dan
een ongezonde prestatiedwang en stress.

En hoeveel mensen leiden niet
een soort van dubbelleven?
Er is een mooie buitenkant die wordt getoond
en wat daar eigenlijk niet zo aan beantwoordt,
of daar niet zo bij past,
wordt liever weggestopt of ontkend,
dat moet maar niet naar buiten komen
maar er wordt niets aan veranderd.

JEZUS' HOUDING

Je mag opnieuw beginnen

Wat mensen fout of zwak vinden
is ook wel aan mode onderhevig.
Wat nu niet kan, is soms precies het omgekeerde
van wat een generatie geleden
negatief beoordeeld werd.

Bij tekorten, fouten en zonden
zijn er in de maat­schappij vaak twee reacties:
ofwel men ontkent dat het fout was,
integendeel het was goed, zeggen ze,
ofwel iemand wordt op zijn fouten vastgenageld.

De reactie van Jezus is precies andersom:
Hij praat niets goed, maar
Hij toont barm­har­tig­heid.
Hij vergeeft,
Hij geeft een nieuwe kans
aan ieder die zich in eenvoud
tot Hem keert.
Je hoeft je niet mooier voor te doen dan je bent.
Hij ziet je gewoon heel graag.
Je hoeft niets te doen om Zijn liefde te verdienen;
die verdienen we eigenlijk nooit,
die krijgen we gewoon maar.
Heb je een fout gemaakt?
O.K., dat was dan fout,
maar het leven is een oefening,
Je mag opnieuw beginnen.

We mogen het best tegen een ander zeggen
wanneer er iets fout is,
niet goed is,
maar niet vanuit een houding van:
"Wat ben ik toch rechtvaardig".

We mogen het best zeggen
als iemand iets fout doet,
maar laten we het dan doen om die "iemand" te winnen
en niet om hem vast te pinnen
of aan de schandpaal te nagelen.

Stelt U zich eens voor
- en dat is misschien toch niet zo moeilijk -
dat U iets gedaan hebt
waarvoor U zich eigenlijk schaamt.
Stel U voor dat ze U ergens op betrappen:
U hoopte al dat ze dat niet zouden ontdekken.
U schaamt zich rot
en U zou wel ergens in de grond willen verdwijnen.
En iedereen weet het
en van degenen die het niet weten
hebt U nog het gevoel dat ze het weten
of het te weten zouden kunnen komen.
Overal voelt U de priemende blikken
en wijzende vingers op U gericht:
die, die is het, die heeft het gedaan,
die is fout.
En U voelt: "Ik ben ook fout geweest".

Als U zich dat voor kunt stellen,
dan kunt U de geschiedenis begrijpen
van die vrouw in het evangelie
die ze willen stenigen om haar zonden.
De Farizeeën en de schriftgeleerden waren zo:
priemende blikken en vingers
hielden ze op anderen gericht.
Maar Jezus is niet zo.
Hij bewijst haar barm­har­tig­heid.
Praat Hij haar zonden goed?
Nee, dat doet Hij niet,
maar ze mag opnieuw beginnen,
ze krijgt een nieuwe kans,
een schone lei.
Hij draagt haar fout niet na,
Hij neemt ze weg.
Je kunt opnieuw beginnen
of je hernemen en fouten herstellen.

In detectives zie je vaak
dat iemand nog een misdaad pleegt
om zijn eerste misdaad
te kunnen blijven verbergen.
Ook met fouten die we hebben gemaakt,
grote en kleine,
bestaat de neiging
om daarop voort te borduren
en de fout eerder toe te dekken.

Kijk liever uit, dat je geen fout maakt
om een fout te herstellen.
Dat brengt je verder van huis.

Jezus wijst geen mensen na
en Jezus wijst geen mensen af.
Hij wacht op ze
- zoals die vader in het verhaal van de verloren zoon -
om ze barm­har­tig­heid te bewijzen.
Niets is té erg of té gek.
Hij nodigt uit om een nieuw leven te beginnen.
Hij heeft begrip voor ons,
want Hij kent ons nog beter
dan wij onszelf kennen
en Hij heeft ons lief
tot het uiterste toe.
Hij ziet onze diepste beweegredenen
en Zijn blik is liefdevol.
Hij praat niet met anderen
over je werkelijke of vermeende
zwakke kanten.

Jezus brandmerkt mensen niet;
meer dan hun zonden en gebreken
ziet Hij in mensen nieuwe kansen.
En wie die ogen vol liefde op zich voelt rusten,
vindt de kracht voor een nieuw leven,
voor een nieuw begin.

Met een uitgestoken hand,
zo treedt Hij op de mensen toe.

Door Zijn liefde gered

God is onze Vader,
maar dan zijn wij een kind.
De heilige Geest
is "de Helper",
maar dan zijn wij mensen die hulp nodig hebben,
die het zelf niet kunnen.

Misschien dat het sommige mensen ergert,
dat we zo klein worden afge­schilderd.
Maar als we er goed over na denken
is het eigenlijk de werkelijkheid
en zelfs iets fijns en iets moois:
bij God hoef je even niets,
niet dat "moeten", die stress en prestatiedwang.
Je hoeft niet groot en geweldig te zijn,
je hoeft niemand te overbluffen,
je hebt alles gekregen
en zo is het goed.

Echt helemaal aanvaard worden zoals je bent,
liefgehad te worden zoals je bent,
dat is iets geweldigs!
Die liefde hoef je niet te verdienen
door kunstjes te vertonen
die applaus op kunnen wekken;
die liefde hoef je niet te verdienen
door grote en mooie prestaties,
die is er, daar kun je altijd op rekenen,
dat is de basis die er altijd is.

Zo heeft God ons lief.

Hij geeft alles...

Hij toonde ons Zijn liefde
tot het uiterste toe
in het lijden en de dood van Zijn Zoon.

Zijn wijd geopende armen
omvatten ons allen in liefde.
De bron van ons christen-zijn
en van heel de betekenis, de waarde
van ons mens-zijn,
ligt op het kruis.
Door Zijn kruis zijn wij verlost,
door Zijn ongeluk worden wij gelukkig,
door Zijn pijn worden wij genezen,
door Zijn dood krijgen wij het leven
en vergeving van onze zonden.

Als iemand in het water springt
om je te redden,
is dat al heel wat.
De meeste mensen blijven aan de kant staan.
Zo´n mensenredder wordt nat
en misschien verkouden,
maar déze mensenredder Jezus
wordt vreselijk mishandeld en gedood.
Hij geeft alles
uit liefde.

Natuurlijk weten wij dit al,
het is niets nieuws.
Maar we moeten dit kruispunt
van heel onze mensengeschiedenis,
dit heilsmysterie,
steeds dieper in ons laten doordringen
om eruit te kunnen leven,
ook als het kruis
van haat en kwaad
ons eigen leven raakt.

“Vader, vergeef het hun...”

Wij waren zondaars,
mensen hadden afschuwelijke misdaden gepleegd,
God gelasterd en vervloekt.
Het lijden en kruis van de Heer
is daarop Gods antwoord.

Heel onze wereld
is vol van vergelding,
van het oog om oog en tand om tand,
de spiraal van geweld en terrorisme.

God had het ultieme gewelddadige antwoord
kunnen geven,
de laatste onovertrefbare wraak,
waarop geen overtreffend antwoord
meer mogelijk is.
Hij doet dat niet
maar geeft Zijn leven;
Hij geeft uit liefde en vrije wil
wat Zijn ergste vijanden
voor Hem hadden bedacht.
Hij geeft de macht over Zijn eigen leven
uit handen, voor ons.

Stel je de persoon voor
met wie je de moeilijkste omgang hebt
of iemand die je heeft gekwetst
en pijn gedaan:
wat is jouw antwoord?
Het antwoord dat de wereld ons vóórleeft,
betaalt het de ander
dubbel en dwars terug.

Maar Jezus ziet in die mens
- die moeilijke, die nare -
het beeld en de gelijkenis van Zijn Vader.
Hij roept niet, Hij schreeuwt niet,
op straat verheft Hij Zijn stem niet (vgl. Jes. 42, 2).
De pijn, het verdriet dat Hem kwetst,
tast de liefde niet aan:
“Vader, vergeef het hun,
want zij weten niet wat ze doen” (Lc. 23,34).
Hij verontschuldigt de pijn
die zij Hem aandoen!
En Hij heeft niets kwaads gedaan,
Hij had zichzelf niets te verwijten,
terwijl onze werkelijkheid
altijd een grijs-tint heeft.
Wij zijn niet wit
en zij niet zwart,
maar iets er tussen in.

BIECHTEN?

Wij hebben vergeving nodig

Waarom gaan biechten?

In het sacrament van de biecht
reikt God aan mensen een hand
en schenkt vergeving en verzoening
aan allen die eenvoudig zijn
en nederig van hart.
Maar mensen denken zo anders dan God
en er zijn zo weinig uitgestoken handen,
die je vast kunt houden.
En het is tegelijk een grote stap
om klein te erkennen:
“Vader, ik heb gezondigd”.
Zouden daarom zoveel mensen moeite hebben
om dit sacrament te verstaan?

Vergeven is noodzakelijk.
Wij mensen moeten elkaar niet vastpinnen
op onze fouten,
maar ons hart ombuigen
tot verzoening,
zoals Jezus dat heeft voorgedaan.
Wij moeten elkaar vergeven
en wij hebben Gods vergeving nodig,
want als onze gedachten en bedoelingen
niet worden gezuiverd en gelouterd,
kunnen we niet voor God bestaan
bij wie geen spoor van kwaad of zonde is.
Gaan biechten wil zeggen:
je door Gods genade
laten bevrijden
van je zonden,
gereinigd worden
en gesterkt om Jezus te volgen.
In het eeuwig leven kunnen we
geen zonde binnenbrengen,
anders zouden we de hemel nog “vervuilen”.
We hebben dus vergeving nodig.

Maar waarom moeten we dan
de vergeving van God ontvangen via de Kerk?

Wij zijn tot gemeen­schap geroepen

(Waarom via de Kerk en de priester? Kan het niet rechtstreeks?)

Toen Jezus door het land van Palestina trok
was een van de eerste dingen die Hij deed
apostelen roepen
om Hem te vergezellen,
Zijn woorden te horen
om samen met Hem een gemeen­schap te vormen
en om door Hem uitgezonden te worden.
En Hij wilde dat zijn leerlingen
ook na Zijn hemelvaart
een gemeen­schap zouden vormen,
gebouwd op Petrus, de rots.
die gemeen­schap noemde Hij "Kerk" (Mt. 16,18).

Dus blijkbaar vond Jezus zelf het nodig
dat er een gemeen­schap zou bestaan,
de gemeen­schap van de Kerk.

Gemeen­schap is belangrijk,
dat ervaren vele mensen
die eenzaam zijn
in een op het individu gerichte maat­schappij
(er zijn steeds meer “singles”).

Alleen-zijn is soms moeilijk.
Veel mensen moeten dat dagelijks aan den lijve ondervinden.
Echt alleen-zijn
- van God en mens verlaten -
is ook niet goed.
Want iedere mens is een beetje on-af;
de een is een beetje te veel zus,
de ander een beetje te veel zo.
Andere mensen kunnen ons ergens uittrekken,
bij­voor­beeld uit een put van negatieve gedachten;
anderen ontnuchteren onze naïeve overmoed
of wijzen ons eens ergens op;
we kunnen ons optrekken
aan mensen die we als voorbeeld kunnen nemen.
Andere mensen zijn voor ons een klankbord.
Ons eigen straatje is niet perse beter.
Wij zitten op een bepaalde manier
ook wel gevangen in onszelf.
Dat is het nut van bij­voor­beeld vakantie:
we breken er even uit,
we nemen afstand.
Dus is het goed om op een bepaalde manier
niet-alleen te zijn, gevoed te worden van buiten-af,
niet alleen ónze gedachten, ónze vragen, ónze zorgen.
Als je er midden in zit
lijken problemen onbedwingbaar, onoverkomelijk.
Op afstand zijn de moeilijkheden relatief.
Trouwens: geen mens kan het allemaal in zijn eentje,
we hebben elkaar nodig.

Daar komt nog iets bij:
als een mens altijd om zichzelf heen cirkelt
met zichzelf bezig is
en voor zichzelf leeft,
is hij een egoïst.
We vergeten verdriet en pijn
als we voor een ander in de weer zijn.
Geven maakt gelukkig.

Trouwens de liefde is het belangrijkste in het leven:
en dat is altijd: liefde tot God en de liefde tot de naaste;
dus ook weer: je openen naar de ander;
Liefde is niet: op je eentje verder je eigen weg gaan,
maar de ander verdragen, rekening houden met elkaar,
open staan voor elkaar,
enzovoorts.

En God zelf is gemeen­schap:
een Drie-eenheid
van Vader, Zoon en heilige Geest,

Als we dit alles overwegen,
kunnen we aanvoelen waarom Jezus
de kerk­ge­meen­schap heeft gewild:
wij mensen zijn vanuit ons diepste wezen
geroepen om niet alleen te zijn,
maar gemeen­schap te vormen met anderen;
wij hebben anderen nodig
en anderen hebben ons nodig;
wij hebben een bijdrage te geven aan de gemeen­schap
en wij hebben de gemeen­schap nodig.

Mens-zijn is altijd mede-mens zijn,
is samen mens-zijn.

Ook Jezus geeft zijn genade aan ons
door de kerk­ge­meen­schap.
Zijn sacramenten heeft Hij toevertrouwd
aan de kerk­ge­meen­schap.
Alle sacramenten zijn gemeen­schaps­vieringen,
vieringen van de Kerk,
ook de biecht
al speelt die zich af
in de beslotenheid
en volstrekte vertrouwelijkheid.
De priester is daar als “andere Christus”
en man van de Kerk
en je hervindt daar de gemeen­schap met God
en met je broeders en zusters.

De gemeen­schap, de kerk­ge­meen­schap
is dus wezenlijk.
Wij hebben de Kerk nodig
en de Kerk heeft ons nodig.

Wij hebben Gods vergeving nodig
want wij zijn maar zwakke mensen;
wij ontvangen die vergeving
binnen een gemeen­schap,
de gemeen­schap van de Kerk;
zo worden we uit onszelf gehaald
en zijn we geen rechter in eigen zaak.
Wij ontvangen Gods genade in en door de Kerk,
want wij zijn geroepen tot gemeen­schap met elkaar.

Je moet het Hem zeggen!

(Waarom moet je de zonden aan een priester zeggen?)

We weten allemaal wel,
hoe moeilijk het vaak is om iets goed te maken.
Sommige kwesties slepen jaren
of zelfs een leven lang.
En vele mensen dragen in hun hart een wond,
die nooit echt is geheeld.
Veel dingen blijven liggen
en worden niet uitgepraat.
Om een breuk te herstellen
moet je trouwens met z'n tweeën zijn;
twee mensen moeten het samen willen
en in eenvoud elkaar de hand reiken
en wíllen vergeven.
Pas als twee mensen naar elkaar toegaan
en vergeving vragen,
of laten merken dat ze vergeving nodig hebben,
is het echt over.

Als dat niet kan,
bij­voor­beeld omdat de ander niet wil,
kunnen we nog lijden en wachten
op andere tijden.

God is goed.
En al begrijpen wij Hem niet,
toch heeft Hij niets verkeerds gedaan.
Wij kunnen God niet ter verantwoording roepen.
Hij staat boven ons.
Maar Hij wacht niet passief totdat wij komen
om het weer goed te maken, nee:
Onze Lieve Heer is altijd bezig
zijn genadepijlen op ons af te schieten.
Hij wil ons hart raken met zijn liefde voor ons.
God zegt ook nooit: "het is genoeg,
jij bent mijn kind niet meer".

De hand die wij mensen elkaar kunnen reiken,
de vergeving die wij elkaar kunnen schenken,
geeft God aan ons
in het sacrament van boete en verzoening,
de biecht.
Hij staat klaar om Zijn woord van vergeving te spreken.
Het is niet die priester als mens
die je vergeeft,
het is Jezus die daar aanwezig is
en die handelt in en door de priester
als gewijde bedienaar.

Gaan biechten is een stap zetten,
je moet een drempel over.
Mensen maken elkaar soms bang om te biechten
of geven elkaar tegenzin.
Er zijn dan heel veel redenen
om toch maar niet te gaan.

Zou dat niet net zo zijn als tussen mensen?
Er zijn zo veel redenen om niets te zeggen,
het niet uit te praten,
het te laten liggen.
En die ander praat er ook niet over;
misschien is die het al vergeten.
Maar de wolken schuiven weg
en de zon breekt door
- hartverwarmend -
als twee mensen elkaar de hand reiken
en het eindelijk durven zeggen:
"sorry, ik heb het toch niet goed gedaan".

Je moet het zeggen!

Liefdesdialoog

Onder mensen is het vaak:
Wie zet de eerste stap?
Want er is vaak een beetje gelijk
aan beide kanten.
Voor God bestaan die vragen niet,
want Hij heeft niets verkeerds gedaan.
Het kan zijn dat je boos op Hem bent,
maar je bent niet in de positie
om Hem iets te verwijten
of ter verantwoording te roepen.
Hij is God
en jij bent mens.

Maar Hij werd mens
en gaf voor ons Zijn leven
toen wij nog zondaars waren,
terwijl Hij bad:
“Vader vergeef het hun...”.

Ware liefde kan niet zonder
vergeving ontvangen
en vergeving schenken.

God is onze Vader
omdat Zijn liefde
een beeld is van de liefde
van goede ouders voor hun kinderen;
en Jezus wordt de bruidegom genoemd
van ons, die de Kerk vormen,
omdat de liefde waarmee Hij Zijn leven geeft
ook de basis is
van de liefde tussen man en vrouw
die elkaar hun leven geven.
Liefde is geven
en dus ook vergeven.

Daarom is het te begrijpen
dat het goed is om te biechten
en daar een soort “liefdesdialoog” van te maken
als tussen een kind en zijn vader,
of als van een bruidegom met zijn bruid.
Dat komt de kwaliteit
van je relatie met God
ten goede.

We moeten rekening houden
met de gevoelens van een ander.
Misschien dat iets jezelf niet belangrijk leek,
maar dat je toch een ander hebt gekwetst.
Het is belangrijk om voeling te houden
met de beleving van de ander.

Zoiets is er ook in de verhouding tot God.
Het is niet altijd een zeer goed teken
als iemand niet weet
wat hij zou kunnen biechten.
Dat kan ook een teken zijn
van een zekere lompheid in de relatie.

Door onze dag te overdenken
en in het licht van Gods barmhartige liefde
te bezien hoe alles is gegaan,
kunnen we een grotere fijn­ge­voe­lig­heid verwerven
in ons contact met God:
aanvoelen wat Hem tekort doet.

Sacrament van boete en vergeving

Gods vergeving ontvangen
in het boete-sacrament,
kun je alleen als je spijt hebt
van wat je hebt misdaan (berouw);
en je moet het zeggen (belijdenis)
en bereid zijn
het naar vermogen goed te maken
(voldoening, als teken waarvan
we een penitentie aanvaarden:
een gebed of kleine opdracht
die de priester ons geeft)
Zo ontvang je Gods vergeving in de absolutie
(het gebed waarmee de priester
je de vrijspraak geeft)
en Zijn genade­kracht
om rijke vrucht te dragen.

Bij een algemene absolutie
- gegeven aan een hele groep tegelijk -
mis je wat wezenlijk is
voor de liefdesdialoog
tussen Schepper en schepsel,
tussen Vader en kind:
dat je het uitspreekt, eerlijk en oprecht
en er een zekere uitwisseling
van gedachten kan plaatsvinden.
Je kunt zo´n algemene absolutie
dan ook alleen in nood ontvangen,
als je het voornemen hebt
ernstige zonden
later nog per­soon­lijk te belijden.

Wat moet je zeggen?

Wat moet ik biechten?
Ik doe toch niets verkeerd?
Ik leid een rustig leven
en geef iedereen het zijne,
wat zou ik moeten biechten?

Kijk maar naar Jezus
en spiegel je aan Zijn liefde,
Zijn gebed,
Zijn levenswijze
en omgang met de mensen.

Dit is je roeping:
Hem na te volgen,
totdat Christus ten volle in je gevormd is (vgl. Gal. 4,19).

Niet alleen de grote zonden
vormen stof voor de biecht.
Iedere onvolmaaktheid
die je in jezelf ontdekt,
kun je biechten,
niet uit angst
dat God je er streng voor zou straffen,
maar uit liefde
en om te kunnen groeien
door de kracht van Zijn genade.

Door de dingen bij naam te noemen,
overwin je de neiging
om ze goed te praten;
door ze als kwaad te benoemen,
leg je bij jezelf
de maat van het leven van Jezus aan;
je stelt je open
en God kan je bereiken
en je helpen om te groeien.

Zoals de zonde concreet is,
zo is ook de vergeving concreet
Wij mensen zeggen tot elkaar:
Ik vergeef je dat je dit of dat gedaan hebt;
dat is geen algemeen en vaag verhaal,
het gaat om concrete zaken.
Zo is het ook met Gods vergeving.

Je kunt je dag bekijken,
uur na uur:
hoe was ik toen en toen?
Was Christus in mij,
zoals ik sprak en dacht en handelde?

Je kunt ook de geboden nagaan,
één voor één:
niets boven God stellen;
Zijn Naam met eerbied gebruiken;
de zondag heiligen;
je ouders eren;
niet doden
(ook niet “als het ware”, door woorden of gedachten);
geen onkuisheid doen;
niet stelen
niet vals getuigen, niet roddelen of liegen;
geen onkuisheid verlangen;
niet jaloers zijn.
Je kunt ook nagaan:
Hoe was ik in mijn verhouding tot God,
tot mijn naasten, de Kerk en mijzelf?
Heb ik één van hen
in iets tekort gedaan?

Een geestelijke vader

Eens verdwaalde iemand in een diep donker bos.
Korte tijd later verdwaalde er nog iemand en ontmoette de eerste.
Zonder te weten hoe het hem was vergaan, vroeg hij hem hoe hij eruit kon komen.
"Dat weet ik niet", antwoordde de eerste, "Maar ik kan je wel zeggen welke wegen je nog verder het bos in leiden, dus laten we samen de weg zoeken om er weer uit te komen"
(uit: W. Hoffsümmer, Kurzgeschichten III, nr. 189).

Zo is de taak van een priester.

Mensen gaan soms naar een priester
als ze er zelf helemaal niet meer uitkomen
of als ze een flinke zonde hebben gedaan.
Dan is die priester een soort van noodhulp,
voor het uiterste geval.

Toch is biechten veel meer.
Het kan ook een gelegenheid worden
om eens te praten over de dingen van ons hart,
over de manier waarop we zijn en reageren
en bezig zijn met de dingen.
Onze manier van omgaan met de dingen
die we misschien zo vanzelfsprekend vinden,
is toch niet altijd de beste.

Alles wat wij doen, heeft consequenties.
Kleine daden hebben vaak grote gevolgen.
Stel, U maakt een wandeltocht door bossen of bergen;
op de kaart staat aangegeven hoe je moet lopen
om je bestemming te bereiken.
Maar als je aan het begin van uw tocht
een verkeerde weg inslaat,
kom je vermoedelijk heel ergens anders uit.
Zeker als je in een onbekende omgeving bent,
in een onherbergzaam natuurgebied bij­voor­beeld,
is het zaak goed op te letten
om niet te verdwalen
en aan het einde van de dag
ergens "in the middle of nowhere"
door de duisternis te worden overvallen.

Zo'n tocht is ook ons leven.
De weg die we kiezen, het pad dat we inslaan,
heeft grote gevolgen;
het brengt ons op onze bestemming
of het laat ons verdwalen.
Want niet alle wegen leiden naar geluk en vrede.
Niet iedere beslissing is heilzaam.
Veel kunnen we weer goed maken,
maar sommige dingen zijn onherstelbaar
en laten diepe wonden na.
Is het dan niet heel belangrijk
om te reflecteren over de keuzes die wij maken
en de manier waarop wij zijn en reageren?

Een priester biedt zich aan
om een geestelijke vader te zijn
met wie je dingen door kunt spreken
om te ontdekken
waarheen het licht van de heilige Geest
je wil leiden.
Mensen hebben zelf vaak niet de kennis,
de ervaring of de kracht
om de goede weg te vinden
of om eruit te komen.
En in ieder geval is onze blik beperkt.
Het oordeel over ons leven
komt alleen aan God toe,
zodat het goed is
om met de hulp van een geestelijke gids
wat afstand te nemen
van je eigen oordeel
en samen de wil van God
en de weg van de heilige Geest
na te gaan.

Wij hebben anderen nodig!

Vraagt en U zal gegeven worden,
klopt en U zal worden open gedaan

Wie vragen stelt,
krijgt antwoorden.
Je vraagt niet gauw te veel.

Open in gebed je ziel
voor je hemelse Vader
in alle openheid en eerlijkheid,
stel jezelf vragen
bij wat je denkt en doet en laat;
wanneer je die vragen ook stelt
aan een geestelijke vader
die een verstandig oordeel heeft
en geloof en liefde,
komt er meer licht op je levensweg.
Blijf vragen stellen.

Soms is het al voldoende een klankbord te hebben.
Het hoeft niet iemand te zijn
die alle antwoorden weet te geven;
iemand kan ook te vlug of te veel antwoorden geven,
je eigenlijk naar zijn hand willen zetten.
Als het maar iemand is
die je de hulp en de vrijheid geeft
om de weg van God voor jou
te onderscheiden.
Zo'n contact met een geestelijke vader
die je begrijpt,
je kent en aanvoelt,
heeft tijd nodig om te groeien.

Een geestelijke vader is geroepen
- met de liefde en zorg van de hemelse Vader -
wegen te zoeken
die ons verder brengen
op onze weg door het leven.

OP WEG

Een beter mens worden

Nu kunnen we niet altijd
zomaar een andere weg inslaan.
Iedereen is bij­voor­beeld zoals hij is;
als iemand heel ongeduldig is
of gauw scherp overkomt, of erg emotioneel is,
of teveel kletst of juist te weinig zegt,
kan die persoon niet even een knop omzetten
om zichzelf te veranderen.
Hij moet dus ook tenminste een beetje lijden
onder zijn eigen onvolmaaktheid
en de anderen lijden mee.
Die persoon kan alleen zijn best doen
om minder ongeduldig, minder scherp of emotioneel,
minder kletserig of juist spraakzamer te worden.
We kunnen niet meer doen dan ons best.

Maar we moeten wel ons best doen.
Iemand kan mensen van zich vervreemden
en zich in allerlei moeilijkheden brengen
door verkeerde keuzes
en door onvolmaaktheden in zichzelf;
Als hij zichzelf dan niet probeert te verbeteren,
heeft hij het eigenlijk aan zichzelf te wijten
dat de gevolgen zo ongelukkig zijn.
Als iemand echter probeert zich te herstellen,
al gaat het met vallen en opstaan,
verdient hij de steun van goede mensen.
Daarom is het te waarderen
als iemand ons ergens op wijst.

Als iemand ons ergens op wijst
en er geen direct belang bij heeft,
maar gewoon de moed heeft opgevat
om die stap te nemen,
moeten we zo iemand niet de mond snoeren
met een nare opmerking.
Want we hebben er alle baat bij
dat die persoon er een volgende keer
niet het zwijgen toe doet.

Als we ons best hebben gedaan
en het is niet zo goed gelukt,
mogen we onszelf toch zeggen:
ik heb mijn best gedaan, ik heb het geprobeerd;
het ging misschien niet geweldig,
maar ik heb het werkelijk geprobeerd;
voor de rest moet ik het overgeven en erin berusten
dat het ook door mijn eigen onvolmaaktheid is
dat de dingen niet zo goed zijn gegaan
als ik had gewenst.

Alles wat wij doen heeft consequenties.
We kunnen een plank maar één keer verzagen.
Veel dingen zijn niet meer terug te draaien.
De gevolgen van bepaalde traumatische gebeur­te­nissen
of van bepaalde ervaringen ten goede of ten kwade,
kunnen mensen tekenen
zelfs tot in het tweede of derde geslacht;
iemand die nu het milieu vervuilt
of een bepaalde schadelijke stof gebruikt,
brengt gevolgen teweeg
die generaties lang doorwerken.
En we kunnen nu nog lang niet alle consequenties
van het menselijk handelen overzien.
Pas op het einde van de tijd
worden de vertakkingen van het kwaad
en alle lijnen van de barm­har­tig­heid
geopenbaard.
Maar nu is het tijd om stil te staan
bij de weg die wij inslaan,
bij de keuzes die wij maken,
als verant­woor­de­lijke gesprekspartners van God
die ons de schepping heeft toevertrouwd.

Dat komt tot uiting in dit sacrament
van boete en verzoening.
Wij ontvangen kracht
om onze verant­woor­de­lijk­heid
als mens en als christen waar te maken.

Moed en vertrouwen!

Zeker, we leren de mentaliteit van de mens kennen,
als we ervaren dat een mens soms een beest kan zijn;
maar we leren ook de mens kennen
als we ervaren
dat die mens een engel van goedheid kan zijn.
Trouwens, een mens is op zijn slechtste momenten
meestal niet zichzelf,
dan wordt hij meegesleept door woede, door passie, door angst.
Daarom is zelfbeheersing nodig.
Een mens is eigenlijk ten diepste
degene die hij zou willen zijn,
dat waar hij naar streeft.
Zo ziet God naar ons:
Hij kijkt naar wat wij willen,
waar we naar streven,
en niet zozeer naar wat we hálen
en naar onze mislukkingen.

Op weg naar heelheid

“De mens is in zichzelf verdeeld”.
Deze uitspraak van het tweede Vaticaans concilie (Gaudium et spes 13)
weerspiegelt de ervaring van de mens,
zoals de apostel Paulus die verwoordt
in de brief aan de Romeinen:
“Het goede dat ik wil,
doe ik niet
en het kwade dat ik niet wil,
doe ik wel” (vgl. Rom. 7, 19).
Paulus concludeert
dat de goede wil wel binnen zijn bereik ligt,
maar niet de goede daad.
Hij ervaart in zich een onmacht tot het goede.
Die verdeeldheid die iemand in zichzelf ervaart,
kan hem of haar ertoe brengen
zich maar uit te leveren aan de zonde.
Het goede ook maar niet meer te willen,
omdat de ervaring van eigen onmacht
zo sterk is.
Een bekende, nu overleden,
homoseksuele acteur
zei eens over zijn eigen leven
dat hij vurig katholiek was geweest,
zelfs Franciscaan had willen worden,
maar eenmaal in Amsterdam gekomen,
kwam hij terecht in een levenswijze,
waardoor hij tot de conclusie kwam
dat het geen zin had om steeds te gaan biechten.
Hij had het goede gewild,
hij had een onmacht gevoeld
en had toen het goede maar opgegeven,
want je kunt nu eenmaal niet
op twee gedachten blijven hinken.

Een rijk dat innerlijk verdeeld is,
een huis dat innerlijk verdeeld is,
kan geen stand houden,
het gaat te gronde (vgl. Mc. 3, 24-25).

Je kunt niet verdeeld blijven,
je kunt niet op twee gedachten blijven hinken,
je kunt geen dubbelleven blijven leiden.

De apostel Paulus
komt op basis van deze ervaring
dat hij doet wat hij niet wil
en dat hij wil wat hij niet doet,
tot een lofzang op God:
“God zij gedankt door Jezus Christus”
en:
“Voor hen die in Christus Jezus zijn,
bestaat er thans geen vonnis meer.
De wet van de Geest heeft U vrijgemaakt”.
En dat is ook wat het Jezus zegt:
“Alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden,
ook alle godslasteringen” (Mc. 3, 28).
Het vonnis luidt dus: vrijspraak,
kwijtschelding en vergeving!
Er is maar één uitzondering:
als iemand lastert tegen de heilige Geest... (Mc. 3, 29),
Gods uitgestoken hand afwijst
en geen vergeving wil.

Voor Paulus is de combinatie
van zijn goede wil en zijn zwakheid,
zijn onvermogen het goede te doen,
de diepste reden voor zijn dankbaarheid:
ik ben verlost, gered van mijn bestaan ten dode!

Als je verdeeld bent,
kan je rijk geen stand houden.

Verdeeld ben je wanneer je die goede wil
die binnen je bereik ligt
niet vasthoudt,
wanneer je niet in al je zwakheid
wilt vertrouwen op de kracht van de heilige Geest,
wanneer je niet je goede wil
behouden wilt,
ook al merk je dat je die niet
hebt gerealiseerd in je daden
en het vernederend is
die zwakheid toe te moeten geven.
De ervaring van je zwakheid, zo redeneert Paulus,
is de diepste reden om op God te vertrouwen
en op Zijn genade.

Je bent niet verdeeld
wanneer je weliswaar je zwakheid merkt,
maar je helemaal toevertrouwt
aan Gods heer­schappij
en je steeds weer aanbiedt om Hem
de duivel uit jezelf te laten drijven.
Je raakt alleen verdeeld
als je bij de duivel te biecht gaat
omdat het kwade zo sterk in je heerst.
Maar we worden steeds meer
mensen uit één stuk
als we het beeld van God
dat wij in ons dragen,
laten stralen,
doordat we een beroep doen
op Gods barmhartige liefde
en op zijn genade,
als we blijven verlangen en streven
naar heelheid
wanneer wij als bezeten zijn
en onze zwakheid ervaren.

Bij de eerste stap op weg naar de zonde
ben je het meest vrij,
als je die gezet hebt
wordt het alleen moeilijker
om je los te rukken
uit de omarming van het kwaad.

Aanvaarden

We zeggen weleens: "Een kat in het nauw
kan rare sprongen maken".
Als iemand in het nauw zit,
kan hij soms tot vreemde dingen komen,
die we eigenlijk niet van hem verwachten
en waar hij ook alleen maar spijt van kan krijgen.
Ook kiest een mens soms dingen
uit angst om alleen te komen staan.

En onze mentaliteit?
We moeten ons voornemen eerlijk te blijven.
Er zijn bepaalde levenswetten
die we altijd in acht moeten nemen,
ook die keer dat het ons niet uitkomt;
het is voor ons eigen bestwil.
Dat geldt met name voor de tien geboden.
We moeten aanvaarden
dat we het leven niet naar onze hand kunnen zetten;
dingen nemen zoals ze komen,
zoals ze ons gegeven worden.
Voor ons verwende welvaartsmensen
is dat best wel heel moeilijk,
maar het is de enige weg!
We moeten ons daarop instellen.
Het is een voorwaarde om gelukkig te kunnen zijn,
hier en nu en later.

Zelfmedelijden lost niets op.
Dat is een weg die eindigt in een zwart gat.
Het is het beste om radicaal af te rekenen
met zelfmedelijdende gedachten.
Het beste wat we met lijden kunnen doen,
is het beleven met de lijdende Heer
en het met Hem opdragen aan de Vader.

Op bepaalde momenten in het leven
staan we voor moeilijke keuzes.
Er dringen zich dan twee mogelijkheden aan ons op:
een zeer nobele
en een andere misschien zeer logische, normale, te begrijpen keuze...
Zonder iemand te willen veroordelen, zou ik zeggen:
De meest nobele mogelijkheid is de beste.

Vaak is wat moeilijker is in het begin
op den duur trouwens in feite gemakkelijker
en beter te verdragen.

Het gaat er niet om iemand te veroordelen;
je kunt iemand niet veroordelen
omdat hij op een bepaald moment
geen heldendaad heeft laten zien.
Daarom is Gods barm­har­tig­heid ook altijd groter
dan het kwaad dat mensen kunnen aanrichten.
Bij God is altijd vergeving.
Er is een nieuw begin mogelijk.
Ook dat zegt ons dit sacrament van Gods vergeving;
het is een sacrament van bemoediging:
zit maar niet in de put over jezelf
en je eigen onvermogen;
begin opnieuw: moed en vertrouwen!

Besluit

De priester oefent in de biecht de volmacht uit
die Jezus op Pasen aan zijn apostelen heeft meegedeeld:
"aan wie gij de zonden vergeeft,
die zijn ze vergeven;
en aan wie ge ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven" (Jo. 20,23).
In dit sacrament
kun je Gods vergeving ontvangen
als wat het werkelijk is:
een grote genade,
nieuw leven.

De priester strekt zijn hand over je uit en zegt:

"God de barmhartige Vader,
heeft de wereld met zich verzoend
door de dood en de verrijzenis van Zijn Zoon
en de heilige Geest uitgestort
tot vergeving van de zonden;
Hij schenke U
door het dienstwerk van de Kerk
vrijspraak en vrede
en ik ontsla U van uw zonden
in de naam van de Vader en de Zoon
en de heilige Geest.
Amen".

(De tekst van de absolutie,
waarmee de priester van zonden ontslaat).

Dankgebed

Heilige Vader,
Gij hebt ons her­schapen
naar het beeld van Uw Zoon.
Wij bidden U:
dat wij die Uw barm­har­tig­heid hebben ontvangen
een teken worden van Uw liefde in de wereld.
Door Christus onze Heer.
Amen.

God, onze Vader,
Gij hebt onze zonden vergeven
en ons Uw vrede geschonken.
Lat ons ook elkaar onze schuld vergeven.
Dan zullen wij in de wereld
bewerkers zijn van de vrede.
Door Christus onze Heer.
Amen.

(uit de Orde van Dienst voor Boete en Verzoening)

Inhoudsopgave

VERGEVEN

  • Moet je het maar wegstoppen?
  • Open staan
  • Ik kan niet vergeven
  • Wraak is geen weg
  • Je gevoelens afgeven

VERGEVEN WORDEN

  • Wij hebben zelf vergeving nodig
  • Wat je kunt is je gegeven
  • Geen sorry-cultuur
  • Niemand is groot
  • Imponeren
  • Welk netwerk?
  • Klein is groot genoeg

JEZUS' HOUDING

  • Je mag opnieuw beginnen
  • Door Zijn liefde gered
  • Hij geeft alles
  • Vader,vergeefhethun

BIECHTEN?

  • Wij hebben vergeving nodig
  • Wij zijn tot gemeen­schap geroepen
  • Je moet het Hem zeggen!
  • Liefdesdialoog
  • Sacrament van boete en vergeving
  • Wat moet je zeggen?
  • Een geestelijke vader

OP WEG

  • Een beter mens worden
  • Moed en vertrouwen!
  • Op weg naar heelheid
  • Aanvaarden

BESLUIT

  • Dankgebed
Terug