Arsacal
button
button
button


Je mag er zijn...

Vijfde zondag door het jaar C

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 7 februari 2016
Je mag er zijn...

Zondag 7 februari heb ik de Eucha­ris­tie gevierd in de Sint Jozefkerk in Zaandam, waar ik sinds kort admini­strator van ben geworden. Diaken Jeroen Hoekstra die ook actief is in de parochie heeft geassis­teerd.

Het dames- en herenkoor onder leiding van een Litouwse dirigente en een Letse organist/pianist zong en dat deed het voortreffelijk.

Veel mensen maakten gebruik van de mogelijkheid koffie te drinken en dat was voor mij een gelegenheid om met allerlei mensen kennis te maken.

In de kerk komen eenmaal per maand ook de Irakese gemeen­schap en de Filippijnen samen voor de Eucha­ris­tie. Op deze zondag waren dat de Irakezen, waaronder veel jongeren en een hele groep kinderen.

Ik heb hier de volgende homilie gehouden.

Homilie

Eigenlijk zouden we ons deze scene
met de vangst van die enorme massa vissen,
even moeten voorstellen:

Blijf bij me

Een boot met netten volgestouwd met vis
en Simon Petrus die tussen al die vis
op zijn knieën gaat,
Jezus te voet valt
en zegt:
“Heer, ga weg van mij,
want ik ben een zondig mens”.
Ik denk dat wij precies het tegen­over­ge­stelde
zouden hebben gezegd, zoiets als:
“Ach Jezus,
ik ben toch een aardige kerel, een aardige vrouw,
blijf alstjeblieft bij me
en zorg dat mijn netten
iedere dag zo vol zitten”.
Want ja, de aanwezigheid van de Heer
is blijkbaar erg goed voor de handel.
Wij zouden misschien iets hebben van:
“Wow, ja, top!”
Maar hier gebeurt iets heel anders
in dit evangelie:
ze gaan niet uit hun dak,
maar ze hebben het over ontzetting,
zelfs de woorden “zonde” en “angst” vallen daar.
Krijg je een boot vol met vis,
gaat je handel eens lekker
en dan krijg je deze reactie
met ontzetting, zonde en angst!

Niet dat Jezus zelf dat zo wil:
Hij is daar eigenlijk niet zo van,
want Hij zegt juist aan het einde van dit evangelie:
“Wees niet bevreesd, wees niet bang”.

Het boze oog

Misschien dat sommigen van U
wel aan vroeger moeten denken.
Op sommige plaatsen had je een driehoek hangen
met een oog erin afgebeeld
en de tekst eronder: “God ziet u”.
Dat is het beeld
dat misschien toch de één of ander van U
vroeger wel heeft mee gekregen:
God als Iemand
waar je bang voor moest zijn,
die alles ziet en in de gaten houdt.
Maar als iemand - ook een mens - zo naar je kijkt,
controlerend, speurend
of hij een foutje kan ontdekken,
dan raakt een mens verlamd,
dan kan er bijna niet iets moois meer
uit zijn handen komen.
Er zijn al allerlei onderzoeken gedaan bij­voor­beeld
die duidelijk maken dat als een werknemer
zo door zijn baas wordt benaderd
- met dat strenge oog, afgrenzend, controlerend -,
die werknemer veel minder tot stand zal brengen,
dan wanneer hij uitdaging en aanmoediging krijgt.
Dat is eigenlijk net zo als met ouders.
Als de ouders altijd alleen maar bang zijn,
fouten zien en waarschuwen,
dan kan een kind zich niet ontplooien,
maar als een vader of moeder
ook vertrouwen schenkt en aanmoedigt,
zal het kind juist vleugels krijgen.
Niet dat een werkgever of ouders
nooit iets mogen zeggen,
maar het gaat om de houding
van waaruit ze dat doen.

Een hartelijke God

Jezus heeft ons
een hartelijk beeld van God gegeven:
het beeld van een barmhartige Vader,
een goede herder,
een genezing en vergeving brengende Heer,
die ons tegelijkertijd uitdaagt.
Dat vieren we heel bijzonder
in dit jaar van barm­har­tig­heid
dat paus Franciscus is begonnen.

Een andere blik

Het oog van Jezus,
is de blik waarmee Hij de tollenaar Matteüs aankijkt
of de Samaritaanse vrouw.
Och, die waren zo zondig en verkeerd
in de ogen van de mensen.
De zogenaamd goede mensen dachten toen:
“Als Jezus wist wie dat waren,
zo Hij zich niet met hen inlaten”.
Maar Hij wist juist wél wie ze waren
en daarom gaat Hij juist naar hen toe
en Hij kijkt hen aan, maar zonder oordeel.
Die blik wordt door paus Franciscus
in diens wapenspreuk in het Latijn omschreven als:
“Miserando atque eligendo”,
dat betekent: Hij kijkt je vol liefde aan
en Zijn blik betekent uitverkiezing,
het is een blik die je kracht schenkt,
die je vleugels geeft.

Niet goed genoeg?

Maar toch,
zijn wij zelf ook niet vaak als Petrus en zijn makkers?
Wat Petrus hier tot uitdrukking brengt
met zijn woorden;
“Ga weg van mij, want ik ben een zondig mens”,
is eigenlijk hetzelfde als wat de profeet Jesaja
honderden jaren eerder zei
en wat we in de eerste lezing hoorden:
“Wee mij, ik ben verloren,
ik ben een mens met onreine lippen”.
Ook daar is het de Heer die moed geeft
en Jesaja op weg stuurt.
Petrus en Jesaja brengen allebei
iets onder woorden
waar heel veel mensen mee te maken hebben.
Zij geven uitdrukking aan het gevoel
dat zij niet goed zijn
of niet goed genoeg,
dat zij als mens niet deugen,
niet waard zijn om bemind te worden.
Mag ik er wel zijn?
Ben ik wel de moeite waard?
Ben ik wel goed genoeg
om liefgehad te mogen worden?
“Ga weg van mij,
want ik ben een zondig mens”.

Wie telt mee?

Dat is een vraag en een beleving
die eigenlijk
van alle tijden is
en die uiteindelijk ook niet afhangt van een geloof.
We voeden die beleving iedere keer
wanneer wij de indruk geven
dat alleen die mensen meetellen
die veel kunnen,
die de dingen goed doen,
die handig zijn en knap,
die geld hebben, rijk
en zogenaamd belangrijk zijn.

God heeft dat juist totaal omgekeerd,
Jezus heeft er daarom voor gekozen
om te leven als een arme, een vluchteling,
uiteindelijk als een misdadiger,
zo is Hij aan het kruis gestorven;
en Zijn aandacht en zorg en liefde
gingen juist uit naar de arme, de gebrekkige,
degene die in de ogen van de zogenaamde goede mensen
een zondaar was.

Zijn blik zegt ons:
Je mag er zijn,
of beter nog:
Ik wil dat jij er bent - je bent gewenst -
en dat je op weg gaat....

Barm­har­tig­heid

Misschien leeft dat gevoel stiekem
ook wel in ons:
Ik tel niet mee,
ik ben niet goed genoeg,
ik mag er eigenlijk niet zijn.
Dat kunnen we zelfs
in de uitdrukking “Gods barm­har­tig­heid” ervaren.
Maar de barm­har­tig­heid van God
is niet iets neerbuigends,
niet iets voor zielige mensen,
het is compassie en begrip,
het is een hartelijke liefde,
het is een uitdaging:
“Weest niet bevreesd”;
het is: je moed geven
om als Hij vraagt: Wie zal ik zenden?
met een gezond zelfvertrouwen
antwoord te geven en te kunnen zeggen:
“Hier ben, zend mij”.
Durf te vertrouwen
en ga maar op weg....
Hem achterna.

Amen.

Terug