Arsacal
button
button
button
button


De Heer is verezen!

Homilie Paaszondag

Nieuws - gepubliceerd: zondag, 8 april 2012 - 846 woorden

De Heer is verrezen! Alleluja. Heel de Paas­tijd door zullen we deze blijde woor­den steeds weer terug horen. En het zijn woor­den die we voor ons­zelf regel­ma­tig mogen herhalen: De Heer is verrezen! Dat is de kern van ons geloof en daar­mee ook van heel ons men­se­lijk bestaan: De Heer leeft!

Hij is door lij­den en dood gegaan en weer opgestaan als eerste van vele broe­ders en zusters. De Heer leeft! De dood, de neergang, aftakeling en het lij­den hebben niet het laatste woord; het laatste woord behoort aan God die aan het einde van iedere tunnel op ons wacht. Als je mag leven in dit geloof, dit ver­trouwen, veran­dert dat je leven, omdat het per­spec­tief anders wordt bij alles wat je over­komt. Vertrouw-vol geloof heeft mensen geleid in de moei­lijkste omstan­dig­he­den die we ons kunnen bedenken. Jaren gele­den bezocht ik het con­cen­tratie­kamp Ausch­witz. Je vindt daar ook een dodenbarak waar de Nazi’s mensen de hon­ger­dood lieten sterven of waar die de nacht moesten door­bren­gen voor hun executie. Daar in die dodencel in die gruwe­lijke hel heeft iemand een kruis getekend met Christus eraan. Midden in de ellende een teken van hoop! Het kwaad had die man er niet onder gekregen, hij had hoop en ver­trouwen bewaard!

Ook de heilige Maxi­mi­liaan Kolbe kwam daar terecht, in die­zelfde barak, om de hon­ger­dood te sterven. Maar samen met zijn medege­van­ge­nen ver­an­der­den zij hun cel in een klooster­kerk. Biddend en zingend bleven zij ver­trouwen tot woede van hun bewakers; zo kreeg het kwaad, die duivelse macht van de Nazi’s ook over hen geen macht: hun hoop, hun geloof was sterker. Al waren zij geboeid en vast­ge­zet, al wer­den zij verne­derd, inner­lijk waren zij vrij, zij waren geen slaven meer omdat Christus verrezen is. De af­schu­we­lijke uiter­lijke omstan­dig­he­den raakten hen na­tuur­lijk wel, maar die kregen hen er niet onder! Datzelfde woord "Christus is verrezen", Christos woskresse klonk ook in de Goelagarchipel en in de con­cen­tratie­kampen van Stalin, die alle gods­dienst wilde vernie­tigen. Stiekem begroetten de gevangen elkaar met deze hoop­volle woor­den. En niemand kreeg het voor elkaar, de Nazi’s niet en de communisten niet, om die hoop, die inner­lijke zeker­heid, dat geloof vol­ko­men te breken. Het geloof en ver­trouwen kwamen terug toen de muur viel en het communisme voorbij was; de kerken die Stalin tot musea had gemaakt wer­den heropend en de kruisen op de koepels kwamen terug. In onze eigen maat­schap­pij heet het duiveltje dat ons verleidt een beetje anders: zijn naam is genot­zucht, "ik", hedonisme of ma­te­ri­alisme; toch blijven mensen zoeken naar de zin van hun leven, want hun hart is onbevre­digd en zon­der God kun je uit­ein­delijk niet gelukkig zijn, tenminste niet wat ik onder geluk versta: dat je toe­komst ziet, dat je een po­si­tie­ve ver­wach­ting hebt, dat je in de liefde leeft, dat je ver­trouwen hebt dat je bij alles wat je over­komt in Gods liefde­volle zorg geborgen bent, dat er Iemand is die van je houdt en dat die liefde het laatste woord heeft. Het geloof is een grote schat voor ons leven! Toen na een bloe­dige oorlog het communisme de macht in heel Vietnam had over­ge­no­men wer­den vele chris­te­nen ver­volgd, opgesloten en her-opgevoed. Dat lot overkwam ook de toen nog jonge bis­schop Van Thuan. Hij werd vast­ge­zet jarenlang, vaak in eenzame opslui­ting, in vre­se­lijke omstan­dig­he­den. Maar uit­ein­delijk lukte het hem een beetje brood en een beetje wijn binnen gesmokkeld te krijgen in zijn cel. En zo vierde hij heel primi­tief met een druppel wijn en een beetje brood en uit zijn hoofd de heilige Eucha­ris­tie, het le­vens­of­fer van de Heer, die voor ons verrezen is. En zo werd zijn ge­van­ge­nis een soort retraitehuis, een centrum van be­zin­ning. De korte be­zin­nende teksten die hij in zijn cel op stukjes papier heeft opge­schre­ven, hebben later hon­derd­dui­zen­den mensen geïnspireerd en getroost. Ze zijn in vele talen uitge­ge­ven en de paus heeft hem gevraagd om in het Vati­caan een retraite te geven. Zo zijn er vele miljoenen mensen vóór ons geweest die een Paasleven hebben geleid. Ook nu zijn er in de wereld vele chris­te­nen die moeten lij­den, die ver­volgd wor­den om hun geloof en dat weten te dragen met hoop, met geloof en ver­trouwen, omdat de Heer verrezen is. Denk eens aan al die mensen als je het zelf soms moei­lijk hebt.,

Verheug je altijd in de Heer! Het is gek, maar juist als alles van een leien dakje gaat, er geen grote moei­lijk­he­den zijn, wor­den mensen eer­der op­per­vlak­kig. Ze wor­den niet gecon­fron­teerd met een nood­zaak om heel diep over de bete­ke­nis en de zin van hun leven na te denken. De moei­lijk­he­den in ons leven zijn er niet voor niets; ze doen ons pijn, zeker, maar zij vormen ons, zij maken ons serieuzer, zij stemmen ons tot nadenken. Zij vormen vaak een kruis­punt voor ons leven waardoor je moet kiezen hoe je ver­der gaat en wat voor rol God daarin speelt. Alles wordt anders wanneer de levende Heer erbij is... Laten we daarom dit feest van Pasen met vreugde vieren, want de Heer is verrezen!


Terug