Arsacal
button
button
button
button


St. Urbanuskerk in Bovenkerk feestelijk heropend

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 21 mei 2016 - 1503 woorden
Een half uur voor de Mis stroomde de kerk al vol....
Een half uur voor de Mis stroomde de kerk al vol....
Enkele vrijwilligers
Enkele vrijwilligers
Met vice-voorzitter Ad Verkleij en dekenaal coördinator Dea Broersen
Met vice-voorzitter Ad Verkleij en dekenaal coördinator Dea Broersen

Op zater­dag­avond 21 mei is de St. Urbanus­kerk in Boven­kerk (Am­stel­veen) opnieuw in gebruik geno­men na een langdurige res­tau­ra­tie. De afgelopen jaren had­den de pa­ro­chi­anen in de H. Geest­kerk de Eucha­ris­tie gevierd; die was een week eerder aan de ere­dienst ont­trok­ken.

Op deze avond ging het juist om een nieuw begin; de bijna volle­dig gevulde kerk vierde dat fees­te­lijk met mooie zang van het dames- en heren­koor en met pastoor-deken Ambro Bakker, emeritus pastoor Jan Adolfs en de diakens Eugene Brussee en Paul Koopman. Aan het einde van de vie­ring sprak de vice-voor­zit­ter van het kerk­bestuur, Ad Verkleij, allen toe met een dank­woord en een vooruit­blik. Het lijkt me een gezonde pa­ro­chie: ik sprak ver­schil­lende pa­ro­chi­anen van 96 en 97 jaar oud die nog helemaal pit­tig waren!

Homilie

Broeders en zusters,

Thuis

Aan het begin van de vie­ring
zijn we be­spren­keld met het gewijde water.
Dat zorgt na­tuur­lijk altijd voor enige hilari­teit,
maar in feite is het best wel een mooi teken.
Het herinnert ons aan het doopsel
en aan het feit dat we door ons doopsel
bij de ge­meen­schap van de kerk behoren.
Je hoort erbij,
hier ben je thuis,
als een kind in het huis van de Vader.
Van harte wens ik U allen toe
dat U zich inder­daad thuis mag voelen
in deze fraai gerestaureerde kerk
en dat U hier dikwijls samen mag komen
om het geloof te delen,
het Pasen van de Heer te vieren,
om in dat licht even stil te staan
bij de dingen van alle dag ,
om God te danken
en noden en intenties bij Hem te brengen.

Niet alleen

Beleef je vreugde
om wat er goed gaat
niet in je eentje en zelfs niet alleen
met de mensen om je heen,
beleef het ook met God,
dan komt de dank­baar­heid erin
en wordt alles mooier.
Ben je trots op iets
of ben je dank­baar,
dat is het verschil.
Dank­baar­heid is mooier, rijker, meer.

En ook de lasten die op ons wegen:
draag ze niet alleen,
draag ze zelfs niet alleen met je naasten,
draag ze ook met God
en dan liever niet in de verwijtende sfeer:
Waarom hebt U mij dit of dat aan­ge­daan?
Dat zijn vragen waar je het ant­woord
toch nooit helemaal op krijgt,
al kun je soms iets van een bete­ke­nis
in moei­lijke dingen gaan ontdekken.
Dat ant­woord krijgen we niet hier.
Maar draag het met God,
ver­trouw je lasten, zelfs je radeloos­heid
aan Hem toe
en je zult merken
dat Hij die last met je gaat dragen.
Alles wordt anders
als we het doen samen met God.

Drieeen­heid

Wij zijn gedoopt.
Maar we zijn niet gedoopt in de naam van God
of in de naam van Jezus,
zelfs niet in de naam van de Vader alleen,
we zijn gedoopt in de naam
van de aller­hei­ligste Drieëenheid:
Vader, Zoon en heilige Geest.

Moslims

Voor de moslims is de Drieëenheid altijd een groot probleem
(Dat is een beetje zoals voor pro­tes­tan­ten
Maria­ver­ering een probleem was
- “Jullie aanbid­den Maria”, zei­den ze dan -;
maar ik heb de indruk dat hier de laatste jaren
veel meer begrip en open­heid geko­men is).
Voor de moslims is dus de Drieëenheid een probleem:
“Jullie aanbid­den drie Goden”, zeggen ze dan.
De bis­schop, mgr. Punt, ant­woordt daar altijd op
dat God geen eenzame almacht is.
En daar­mee heeft hij, denk ik, de kern geraakt.
Waarom één God in drie personen,
Vader, Zoon en heilige Geest?

God is één en ge­meen­schap

Na­tuur­lijk kunnen wij het mysterie van God
niet doorgron­den,
wat wij erover kunnen zeggen,
blijft altijd mensen­taal,
dus ook dit ant­woord is beperkt,
ook al is ons daarover
door Jezus zelf wel iets geopen­baard.
Maar wat wij er in die mensen­taal
van kunnen zeggen,
is dat God sociaal is in Zijn wezen,
niet een soort kluize­naar, alleen opgesloten in zich­zelf,
geen eenzame almacht.
Nee, God is liefde, uit­gaande liefde;
Hij is liefde in zich­zelf.
En Zijn Liefde gaat altijd uit naar anderen.
En daarom is God ge­meen­schap en toch één,
een ge­meen­schap van Vader, Zoon en heilige Geest
en toch één God.

De Geest om kerk te zijn

De Geest is de liefde:
“Geest die vuur en liefde zijt”.
Vorige week, op Pink­ste­ren, hebben we gevierd
dat God aan de leer­lin­gen de heilige Geest heeft gegeven
om samen kerk te kunnen zijn
met de Geest die ons samenbindt,
een ge­meen­schap van liefde
die altijd weer open staat
voor nieuwe mensen:
toen de apos­te­len de Geest had­den ont­van­gen
was het over en uit met
opgesloten blijven
en zich door angst laten bepalen;
ze gingen er meteen op uit,
naar de mensen toe.
Die Geest wordt ook aan ons gegeven,
we hoor­den dat in het evan­ge­lie
en ik hoop dat we er allen vurig van wor­den en liefde­vol
en dat de Geest ons tot de volle waar­heid mag brengen,
zoals het evan­ge­lie dat zegt.

Ergernissen

Mis­schien komt het weleens voor
dat U zich ergert aan deze of gene in de kerk.
De een ergert zich omdat een ander
altijd op zijn plaats gaat zitten,
een ander omdat iemand te hard zingt
of juist niet zingt of vals zingt,
gaat knielen als je moet staan,
sommigen ergeren zich aan kin­de­ren die geluid maken,
of wat dan ook .
Ie­der­een heeft zo zijn eigen ergernissen.
Maar wij zijn hier niet bijeen
omdat we elkaar hebben uitgekozen.
We zijn hier niet omdat we elkaar zo leuk vin­den.
We vallen niet op elkaar,
of minstens niet per se
en zeker niet op ie­der­een....
En trouwens, zelfs als je elkaar wél gekozen hebt,
bij­voor­beeld omdat je met elkaar getrouwd bent,
zul je elkaar toch ook moeten verdragen,
die ander moeten aan­vaar­den zoals hij of zij is.
Ik hoorde laatst van twee mensen
die twee-en-vijf­tig jaar waren getrouwd
en toen nog gingen schei­den.
Ze had­den elkaar toch nog niet helemaal
kunnen aan­vaar­den!

Geen gesloten clubje

Hier is het iemand anders
die ons hier bijeen heeft gebracht
en die ons tot ge­meen­schap heeft gemaakt;
dit is ook geen gesloten clubje,
maar een open ge­meen­schap,
open naar anderen toe.
Ie­der­een is uit­ge­no­digd
om samen met ons Jezus te volgen,
kerk te zijn,
een levende steen te wor­den
van het lichaam van Christus.
Zeker, als we Jezus willen volgen
en kerk willen zijn
vraagt dat van ons een levens­stijl
en bij ons geloof horen over­tui­gingen en idealen,
maar we sluiten niemand uit,
ie­der­een is uit­ge­no­digd
om mee te doen
en zoals paus Fran­cis­cus regel­ma­tig zegt:
we zijn geen ge­meen­schap van perfecten,
we zijn allemaal maar gewone en vaak zwakke mensen,
niet beter dan anderen,
wat betekent dat we ons­zelf en anderen
ruimte willen geven
om verder te groeien,
de eigen weg en roe­ping te ontdekken
en dat we alleen maar kerk kunnen zijn
als we verwel­ko­mend en uit­no­di­gend zijn
naar nieuwe mensen.

Kansen zien

Daar­mee geven we ook een sig­naal af:
deze mens, iedere mens
kan mijn broeder of zuster wor­den.
We zien kansen!
Laten we meer de moge­lijk­he­den zien in mensen,
dan wat ons van hen scheidt
of door ons niet goed bevon­den wordt.
Ieder mens is een po­ten­tiële broeder of zuster.
Zelfs een jihadist kan zich bekeren!

WJD

Deze zomer zijn er weer Wereld­jon­ge­ren­da­gen,
dit keer in Krakau in Polen.
Ik heb die dagen al een aantal keren mee­ge­maakt
en ik hoop van de zomer weer mee te gaan.
Nee, niet dat ik denk
dat ik nog een jongere ben,
maar ik ga wel graag mee
met de groep jon­ge­ren uit ons bisdom.
Mis­schien heeft U er wel eens foto’s van gezien
of reportages op TV,
bij­voor­beeld van het strand van Rio, de laatste keer:
meer dan twee miljoen jon­ge­ren
uit alle lan­den van de wereld,
in alle kleuren, soorten en maten
rond Christus, met de paus en de bis­schop­pen
voor de vie­rin­gen en de Mis.
Dan ervaar ik dat geen mens uit­ge­slo­ten is
en dat we een wereld­kerk zijn.

Die net zo goed!

Ons geloof gaat dus over de grenzen van ons dorp,
onze gemeente of ons land,
daar­bui­ten wonen anderen
en zij horen erbij.
Ons geloof is we­reld­wijd,
onze Kerk is we­reld­wijd,
die ver­volgde christen in Syrië of Pakistan
hoort er net zo goed bij
als die rijke Amerikaan
of die arme Afrikaan,
de jonge ongehuwde moeder
net zo goed als een stokoude man
die weinig meer kan.

Nu we van­avond deze gerestaureerde kerk
weer in bezit mogen nemen,
doen we dat met de vie­ring van de heilige Eucha­ris­tie.
Eucha­ris­tie betekent: dankzeg­ging
en het is de vie­ring
die Jezus ons bij het laatste avondmaal
heeft gevraagd te blijven doen:
het is de vie­ring van Zijn paas­mys­te­rie,
Zijn lij­den, dood en ver­rij­ze­nis,
van wat Hij voor ons heeft gedaan
om ons te verlossen
uit zonde en dood:
“Blijft dit doen om mij te gedenken”.

Communio

Deze vie­ring is er inder­daad één
van grote dank­baar­heid.
Dank­baar­heid vanwege dit kerk­ge­bouw,
dank­baar­heid om alles wat
bestuur, de vele vrij­wil­li­gers en het pas­to­raal team
hebben gedaan
om dit moge­lijk te maken,
dank­baar­heid ook
om het feit dat we ge­meen­schap zijn,
ge­meen­schap in Christus.
“Communio” is het Latijnse woord voor ge­meen­schap
en iedere keer als wij
de communie ont­van­gen
en Christus bij ons komt,
vieren we dus dat wij ge­meen­schap zijn.

Van harte wens ik U en allen
die in dit kerk­ge­bouw zullen komen toe
dat zij zich uit­ge­no­digd zullen weten
tot ge­meen­schap met de Heer
en met elkaar.
Amen.

Terug