Arsacal
button
button
button
button


Stuur ze maar weg...

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 30 mei 2016 - 1659 woorden

Zondag­avond 29 mei werd in Heiloo Sacra­ments­dag gevierd en de slui­ting van de mei­maand. Zo'n 250 pelgrims waren geko­men voor de fees­te­lij­ke Eucha­ris­tie­vie­ring en de pro­ces­sie met het H. Sacra­ment en het fraai versierde beeld van O.L. Vrouw ter Nood.

Tijdens de pro­ces­sie zong het koor met een orkestje meerstemmige lie­de­ren en maria­lie­de­ren samen met de mensen. Bij het rustaltaat werd een toe­wij­ding gebe­den en de pro­ces­sie werd afgesloten met de zegen met het heilig sacra­ment bij de genade­ka­pel. Ook de se­mi­na­risten en de zusters waren bij de procvessie betrokken, evenals een zestal pries­ters, de diaken en acolieten en mis­die­naars en na­tuur­lijk alle pelgrims die aan de pro­ces­sie deelnamen.

Het was weer een mooie avond, beguns­tigd gelukkig door mooi, droog weer, een eerbe­toon aan Maria en aan Jezus in het heilig Sacra­ment.

Homilie

Broeders en zusters,

Stuur ze weg

“Stuur dat volk weg”
dat is de reactie van de apos­te­len
als er een grote menigte mensen bij Jezus is geko­men
en het avond wordt
en die mensen te eten moeten hebben.
“Stuur ze weg”.

afschuifbeleid

Er kunnen allerlei redenen zijn
om mensen weg te sturen.
In het ant­woord van de twaalf apos­te­len
zien we al een paar van die redenen:
Ze kunnen zelf wel zorgen
dat ze aan eten komen
in de dorpen en gehuchten in de omtrek.
Het is niet onze zorg,
laat ze zich zelf maar red­den!
Niet dat er in die dorpen en gehuchten in de omtrek
allerlei bakkerijen en super­markten te vin­den zijn, trouwens.
Die zijn er niet,
want de mensen maakten thuis
zelf wat brood;
maar die menigte mensen
moet daar maar onderdak vin­den,
in die dorpen
bij de mensen die daar wonen,
vin­den de apos­te­len.
Ook geen rea­lis­tisch verhaal trouwens,
want alleen de mannen
zijn al met zo’n vijf­dui­zend
en dan nog alle vrouwen en kin­de­ren!
Hoe zou­den ze met z’n allen
in een paar kleine dorpjes
onderdak en voedsel kunnen vin­den?
Het is dus meer een afschuifbeleid:
wij weten daar geen raad mee,
het gaat mij niet aan,
ik hoef daar niet voor te zorgen,
laat zij het maar doen,
stuur ze maar weg.
We kunnen ons dat wel voor­stel­len, trouwens.
Hoe reageren mensen nu,
hoe reageren wij zelf,
op mensen die onze hulp nodig hebben,
op een bede­laar op straat,
op de vluch­te­lingen­pro­ble­ma­tiek,
op iemand die aanbelt
of iets van ons wil.
En dit is dan ook nog eens een keer,
zo’n grote massa mensen
dat je men­se­lijker­wijs wel moet zeggen:
Wat kan ik daar mee?

Dit is te groot,
die kunnen wij niet aan!

Die op­per­vlak­kige mensen

Er kan nog een andere reden bij komen
voor de apos­te­len
en dat is dat al die mensen
wel luis­te­ren naar de woor­den van Jezus
over het ko­nink­rijk Gods,
maar hun in­te­res­se is vaak op­per­vlak­kig
en ze komen toch wel heel speciaal
omdat Jezus won­de­ren kan doen,
blin­den kan laten zien,
verlamde mensen weer kan laten lopen
en vele andere kwalen kan genezen
en dat ook inder­daad volop doet.
Heb je een pijntje, een kwaaltje
of een serieus ge­zond­heidsprobleem?
Ga maar naar Jezus,
Hij helpt je ervan af!
We zien vaker in het evan­ge­lie
dat de apos­te­len en anderen zich ergeren
omdat de mensen zich niet engageren,
zich niet echt
als leer­ling en volgeling van Jezus gaan zien.
Stuur ze maar weg,
stuur die mensen weg
want het zijn - zeg maar - “kerst­mis-katho­lie­ken”,
je ziet ze het hele jaar niet
en dan zitten ze met kerst­mis ineens op jouw plaats.

Oordelen

Dat overkwam de apos­te­len
en dat kan ons ge­mak­ke­lijk over­ko­men:
we hebben onze oor­de­len over mensen,
er zijn mensen die we wel willen helpen
en mensen die we niet willen helpen,
er zijn mensen die we niet zien zitten
of waar­van we de praktijken niet goed­keu­ren
en mensen die we wel zien zitten.

Zwakke mensen

Maar dan vergaten de apos­te­len
dat zij zelf ook maar zwakke mensen waren:
als het even stormde op het meer
waren hun geloof en ver­trouwen verdwenen
en zij zou­den de benen nemen
toen het moei­lijk werd;
tij­dens Jezus’ lij­den waren zíj ver­trok­ken!

positie claimen

Daar komt dan nog bij
dat de apos­te­len toch een beetje vin­den
dat zij als apos­te­len iets te zeggen hebben
en dat zij Jezus op moeten komen:
Ze wijzen de mensen
die met kin­de­ren naar Jezus komen,
bars af;
ze willen vuur uit de hemel roepen
als Samaritanen Jezus niet willen ont­van­gen,
ze willen een Kananeese vrouw wegsturen
die achter hen aan loopt en gene­zing vraagt.
Er zit dus ook nog iets bij van:
mensen moeten hun plaats weten.
Stuur die mensen weg.

Afgewezen

Het gaat zo ge­mak­ke­lijk,
dat we oor­de­len en afwijzen,
hard spreken
dat wij in feite zeggen:
Stuur die mensen weg.

Als we een nega­tief oor­deel hebben
over mensen of praktijken,
als we ons niet met compassie, met mee­ge­voel
ergens op in willen laten,
als wij geen verant­woor­de­lijk­heid willen nemen,
is dat vaak door onze emotie gekleurd
en kunnen er vrij harde, stevige woor­den vallen.
Soms zit er onmacht bij.
In feite bereiken we dan het tegen­deel
van wat we eigen­lijk graag
vanuit ons geloof en ons oprecht mens-zijn
zou­den willen bereiken.
Als we oor­de­len en wegsturen
om wat voor reden ook
dan kan het ge­mak­ke­lijk gebeuren
dat mensen zich door die afwij­zing
als mens afgewezen voelen,
ook al is dat niet onze bedoeling.

Dat dunne lijntje

Wat de apos­te­len aan de mensen
van plan waren te zeggen,
dat is:
Hoepel op en zoek het zelf maar uit!
Wat zij eigen­lijk willen is
dat mensen in een liefde­volle relatie tre­den
met Jezus,
een relatie van geloof en ver­trouwen.
Maar zij zou­den het tegen­deel hebben bereikt
wanneer zij wer­ke­lijk zou­den hebben gezegd:
Ga maar weg, zoek het zelf maar uit.
Al die mensen zou­den zich
in de steek gelaten
en afgewezen hebben gevoeld
en het dunne lijntje dat zij met Jezus had­den
zou wor­den verbroken.

Sturen we de mensen weg
of trekken we hen aan?
Dat is een vraag voor ieder van ons,
een vraag over hoe we
in het leven staan.

Haal mensen erbij!
Breng hen harte­lijk naar Jezus toe.

Liefde com­mu­ni­ce­ren

Hoe be­lang­rijk is het
dat wij bij alles wat wij zeggen
eerst en vooral
de liefde proberen te com­mu­ni­ce­ren;
alleen de liefde heeft aantrek­kings­kracht.
Na­tuur­lijk is er een zender en een ont­van­ger
en zelfs de mooiste en harte­lijkste bood­schap
kan wor­den mis­ver­staan,
maar het gaat erom
dat wij wer­ke­lijk uit liefde hebben gehandeld
en niet uit emotie, kwaad­heid, irri­ta­tie,
iemand op z’n nummer willen zetten, enzo­voorts.

Geeft gij hun maar te eten

Wat is het ant­woord van Jezus?
“Geeft gij hun maar te eten”.
Dat leek idioot.
Er waren maar vijf bro­den en twee vissen.
Maar het ant­woord wilde eigen­lijk zeggen:
dat de leer­lin­gen aan het werk moesten gaan,
zich in moesten zetten,
dat zij
van het goede dat zij had­den
moesten uit­de­len
en dat de Heer hen dan zou helpen
en het vrucht­baar zou maken.

Mis­schien denken we vaak:
Ik kan dit niet,
het is niets voor mij,
wat moet ik hiermee,
stuur die mensen weg.

Maar de Heer zegt:
Begin er maar aan,
geef gij hun maar te eten.
En dan neemt Hij in zijn han­den
dat schamele wat wij te bie­den hebben,
het wordt gezegend
en Hij maakt dat het rijke­lijk voldoende is.
Zo gaat het steeds:
moed en ver­trouwen, zegt de Heer,
ik maak jouw armoede tot overvloed,

Deel van je armoede

Zo moeten wij ons geloof delen,
alle gods­diens­tige en men­se­lijke waar­den
die in ons zijn,
soms lijkt het weinig,
maar het gaat uit­ein­delijk niet
om wat wij bezitten,
maar om wat Hij geeft.
Daar mogen we helemaal op ver­trouwen.

Twee grote gees­te­lij­ke kracht­bronnen

We sluiten van­avond de mei­maand af,
die aan Maria is toegewijd.
We vieren vandaag
het feest van Onze Lieve Vrouw ter Nood
en tege­lijk is het Sacra­ments­dag.
Dat zijn onze twee grote helpers in het leven:
de heilige communie
die we met devotie en liefde ont­van­gen
is een grote gees­te­lijk bron van kracht voor ons.

Jezus, zo simpel

Het is zo mooi:
Jezus zelf heeft ervoor gekozen
om heel armzalig en klein, verborgen
onder ons aanwe­zig te zijn.
Als we denken dat we het niet kunnen,
als we zou­den willen zeggen:
ik doe maar niks,
ik kan het niet, ik wil het niet,
stuur ze allemaal maar weg,
kijk dan hoe klein Jezus gewor­den is
en hoe simpel, gewoontjes en arm
Hij onder ons komt.

Maria: haar macht komt van God

En na­tuur­lijk is er dan Maria,
de Moeder tot wie wij altijd mogen gaan
in armoede en nood.
Zij zal nooit zeggen:
“Stuur dat mens maar weg”,
wij zijn altijd bij haar welkom.
Niet omdat zij zoveel kan uit zich­zelf.
Van zich­zelf is zij een klein, een­vou­dig meisje
in een uit­hoek woo­nach­tig, zonder invloed,
zonder macht.
Haar macht komt van God,
haar plaats en positie komen door Jezus,
haar leven wordt geleid
door de heilige Geest.
Kijk wat God door Maria kan bewerken
en ver­trouw
dat Hij ook door jou, door U wel wat kan!
Stuur de mensen niet weg.

De droom van don Bosco

Ruim honderd­vijf­tig jaar gele­den
waar­schijn­lijk precies op deze dag
(op 30 mei 1863 heeft hij de droom ver­teld)
kreeg de heilige Don Bosco een droom
- een bekende droom, wellicht ook bij U wel bekend.
Don Bosco zag het schip van de kerk, geleid door de paus,
temid­den van hevige storm en zware golven
en bedreigd door kanonvuur
van talrijke vijan­dige schepen.
Maar dan staan daar twee grote zuilen
in de woeste zee;
de ene zuil bekroond door de Eucha­ris­tie,
de andere zuil door de Maagd Maria,
hulp van de chris­te­nen.
Tussen die beide zuilen
laat de paus in die droom
het anker zakken,
daar vindt het schip van de kerk
zeker­heid en geborgen­heid.

En wij...

Het kan stormen in het leven van de Kerk
en in ons eigen leven
en wij zijn maar klein;
dat kan ons ertoe brengen
af te wijzen,
ons te sluiten,
het niet meer te zien,
niet in ons toe te laten:
stuur ze maar weg!
Maar de Heer wil ons helpen
om stappen te zetten,
om ons de mild­heid en barm­har­tig­heid
van de hemelse Vader
en van onze moeder Maria
in her­in­ne­ring te roepen en eigen te maken
en door de communie die wij ont­van­gen
en door de voor­spraak van Maria
zal Hij dat weinige wat wij te bie­den hebben zegenen
en onze inzet vrucht doen dragen.
Amen.

Terug