Arsacal
button
button
button


Diakenkring bisdom Haarlem-Amsterdam bijeen

Wie mag er vieren?

nieuws - gepubliceerd: woensdag, 5 oktober 2016
Fontein in binnentuin Tiltenberg met taken van de diaken: verkondiging en doopsel
Fontein in binnentuin Tiltenberg met taken van de diaken: verkondiging en doopsel

Op dins­dag­avond 4 ok­to­ber was de diakenkring van het bisdom Haar­lem-Am­ster­dam bijeen in De Tilten­berg om met elkaar en met mij in gesprek te gaan over de taak van de diakens in de liturgie en het li­tur­gisch beleid in het bisdom en over de hoofd­lijnen van het visie-do­cu­ment dat momenteel wordt voor­be­reid.

Zo'n dertig diakens van het bisdom waren gekomen om deze bij­een­komst mee te maken. Dat geeft al een indicatie van de grote betrokken­heid en de saam­ho­rig­heid die er onder de diakens van het bisdom bestaat.

Het beleid rond de liturgie werd door­ge­spro­ken met op de ach­ter­grond het beeld van de diaken zoals die in de jonge kerk heeft gefunc­tio­neerd (zie onder) en de redenen van de herin­voe­ring van het diaconaat in het tweede Vati­caans concilie (zie hierover het betreffende artikel onder: artikelen, Vaticanum II op deze website).

Maar eerst werd gesproken over het visie-do­cu­ment dat de komende maan­den zal wor­den ge­pu­bli­ceerd en dat naast zaken als herstruc­tu­rering en samen­wer­king vooral aspecten van de nieuwe evangeli­sa­tie betreft. Het brengen van het evan­ge­lie zal in de toe­komst alleen maar be­lang­rijker wor­den.

Eucha­ris­tie centraal

Van groot belang is dat de dio­ce­sane richtlijnen de centrali­teit van de Eucha­ris­tie zo goed moge­lijk profileren omdat dit de viering van het Paas­mys­te­rie - onze verlos­sing - is die de Heer ons heeft toe­ver­trouwd. Daarom vieren we de Eucha­ris­tie op zon­dag, dag van de ver­rij­ze­nis met heel de geloofs­ge­meen­schap, en op de week­da­gen met hen die het verlangen en de moge­lijk­heid hebben de Eucha­ris­tie mee te vieren. Daarbij is tevens van belang dat het tweede Vati­caans concilie heeft gewild dat de heilige communie tij­dens de Mis wordt uitgereikt op de daarvoor bestemde li­tur­gische plaats. 

Niet-eucha­ris­tische vie­rin­gen

Darnaast zijn er ook andere, niet-eucha­ris­tische vie­rin­gen. Bij een uitvaart of huwe­lijk ligt een niet-eucha­ris­tische viering vaak voor de hand. Er zijn bij dze gelegen­he­den veel mensen aanwe­zig die geen band hebben met de Eucha­ris­tische viering. Bij deze gelegen­he­den wordt in niet-eucha­ris­tische vie­rin­gen in beginsel de heilige communie niet uitgereikt.

Woord- en communie­vie­ringen zijn er om het woord Gods te kunnen horen en te over­denken, samen te bid­den en zich te bezinnen en de heilige communie te ontvangen als men die niet op de gewone plaats, d.,w.z. tij­dens de Mis kan ontvangen. Als er op zater­dag­avond en zon­dag geen Eucha­ris­tie kan zijn in de kerk is een Woord- en communie­vie­ring moge­lijk, geleid door een diaken of iemand met een actuele zen­ding van de Bis­schop voor woord- en communie­diensten (pas­to­raal werkers en cate­chisten tij­dens hun aan­stel­ling).

Daar­naast zijn er gebeds­vie­ringen (zonder uitreiken van de heilige communie). Deze vie­rin­gen mogen in het bisdom ook gehou­den wor­den door gelo­vi­gen die daarvoor zijn opgeleid en gevormd en daarvoor door de bis­schop, de pastoor of de ter plaatse verant­woor­de­lijke priester, diaken of pas­to­raal werker in overeenstem­ming met de pastoor, wor­den gevraagd.

Bui­ten­ge­wone be­die­naren van de communie

Bui­ten­ge­wone be­die­naren van de heilige com munie mogen de heilige communie uitreiken met de viering zoals voorzien in het rituale over communie uitreiken buiten de Mis. Zij kunnen de communie uitreiken in de Mis of Woord- en communie­vie­ring die door een gewijde be­die­naar of iemand met een actuele zen­ding wordt geleid (bij gebrek aan voldoende gewijde be­die­naren) of in een viering in een zorgin­stel­ling die zijzelf hou­den. Ieder jaar wordt inn het bisdom een cursus gegeven voor de oplei­ding van deze bui­ten­ge­wone be­die­naren.

De taken van de diaken in de eerste eeuwen

Gelukkig komt er onder de priesters steeds meer begrip van het diaconaat en kennis van de eigen (li­tur­gische) rol van de diaken. Toch komt het nog een enkele keer voor dat een priester het evan­ge­lie wil lezen als een diaken aanwe­zig is. Over het algemeen had de leden van de diakenkring echter geen klagen over de samen­wer­king binnen het pas­to­rale team waarvan zij deel uit maken.

Daar­naast werd gesproken over de taken van de diaken in de eerste eeuwen om wellicht daaruit de eigen­heid van de diaken te kunnen begrijpen. Een enkele notitie daarover, soms een beetje in telegram­stijl:

Cyprianus schreef - om een opstandige diaken tot de orde te roepen, in het mid­den van de derde eeuw: “De diakens moeten niet vergeten dat de Heer zelf de apostelen, dat wil zeggen de bis­schop­pen en leiders van de kerken, heeft gekozen, terwijl wat betreft de diakens het de apostelen zijn die, na de hemelvaart van de Heer, hen hebben ingesteld om de dienaren van hun bis­schops­ambt en van de Kerk te zijn” (Ep. III.3.3)

Hieruit spreekt een bepaald beeld van de diaken: en verbin­ding met het bis­schops­ambt en een impliciete ver­wij­zing naar de keuze van de zeven in de Han­de­lin­gen van de apostelen. Irenaeus van Lyon (+ 202) past de titel diakonos toe op de zeven van Hand. 6,1-6. Zo is de taak van de diaken verstaan als dienst in materiële zin (caritas), hoewel in dezelfde passage van de Han­de­lin­gen ook over diakonie van het woord wordt gesproken.

Maar de eerste generaties chris­te­nen hebben ons geen eenduidig beeld van het diaconaat nagelaten. Het woord diaken en diaconie wordt in ver­schil­lende bete­ke­nissen gebruikt: Bij de bruiloft van Kana heten de dienaren "diakens", er is de diakones Phoebe (Rom. 16,1-2); Paulus spreekt van verschei­den­heid van diaconia (vgl. 1 Kor. 12,5; Ef 4,11-12). In het evan­ge­lie houdt Jezus de twaalf die strij­den om de eerste plaats, voor dat degene die de eerste wil zijn de diakonos, de die­naar van allen moet zijn (Mc. 9,35). Buiten deze tekst wordt de titel diakonos niet op de twaalf toegepast. Dat er een ambt of taak van diaken was binnen de kerk­ge­meen­schap ten tijde van het Nieuwe Testa­ment is dui­de­lijk: In de brief aan de Filippenzen 1,1 wordt bij­voor­beeld een groet gericht aan alle episkopen (bis­schop­pen) en diakenen (geci­teerd in 1Clemens en Didachè) en in het derde hoofdstuk van de eerste Timoteüsbrief wordt eveneens over beide groepen gesproken. Ignatius van Antiochië (+ rond 110) kent de drie ambten al: bis­schop, priester, diaken.
Aan het begin van de derde eeuw komt het begrip "clericus" op en wordt het beeld van diaconaat verder ontwikkeld. Taken die aan de diaken wor­den toe­ver­trouwd zijn dan:
- beheerder van goederen (vgl. Didaskalie ongev. 230): ver­de­ling van de gaven;
- zieken bezoeken; zorg voor de over­le­de­nen. De diaken Callixtus organiseerde bij­voor­beeld de catacomben in Rome;
- assis­tent en gedelegeerde van de bis­schop. Het geschrift Traditio Apostolica, een kerkorde uit het begin van de derde eeuw, ziet diakens als die­naars van de bis­schop; een ook in het oosten zeer verbreide kerkorde, de Didascalie, ziet de diaken als oog en oor van de bis­schop. De diaken wordt uit­ge­stuurd naar andere kerken om namens de bis­schop een bood­schap te brengen. Hij is bij­voor­beeld vaak seceretaris van de bis­schop (Athanasius was bij­voor­beeld secretaris van zijn bis­schop op het concilie van Nicea).
- intermediair zijn tussen leken die aan caritas doen en bis­schop
- li­tur­gische rol: oproepen doen aan het volk (Didascalie); Traditio Apostolica: zij presenteren de gaven aan de bis­schop en als er niet voldoende priesters zijn reiken zij ze uit. Cyprianus: bij afwe­zig­heid van de bis­schop moet een priester, geassis­teerd door een diaken de Mis vieren.
In de derde eeuw is er een stijgend belang van de cari­ta­tieve taak van de diaken; in de vierde e eeuw verzetten priesters zich tegen li­tur­gische taken/pre­tenties van de diakens.

 

Terug