Arsacal
button
button
button
button


33e Zondag door het jaar A

Overweging Preek - gepubliceerd: dinsdag, 29 november 2011 - 1063 woorden

Na­tuur­lijk zijn we allemaal heel ver­trouwd met de bete­ke­nis van het woord talent: het is een gave, een kunde die je bezit, een cha­risma dat je hebt. Die bete­ke­nis van het woord ‘talent’ komt uit de parabel die we zojuist hebben gehoord.

Oor­spron­ke­lijk was een talent een grote, zware hoeveel­heid goud, van wel 34 kilo, met een waarde van ongeveer 6000 maal het dagloon van die tijd, wat betekent dat één talent zo tegen de twin­tig jaarsala­rissen waard was! Het gaat dus om enorme bedragen die door die heer aan zijn dienaren wor­den toe­ver­trouwd. Met vijf talenten in huis hoefde je nooit meer te werken! Maar dat is dus nu juist net niet de bedoeling, want de Heer zegt dat je er mee aan de gang moet gaan en opbrengst moet genereren.

Dat het woord ‘talent’ is gaan betekenen wat het nu betekent heeft alles te maken met de bete­ke­nis van deze parabel, want Jezus doelt er dui­de­lijk op dat wij allemaal talenten, gaven hebben toe­ver­trouwd gekregen van de Heer, die ons het leven heeft gegeven en dat je met die talenten moet woekeren, dat je met de gaven die je toe­ver­trouwd zijn moet werken, ze in moet zetten voor de goede zaak. Vooral de laatste woor­den van het evan­ge­lie van vandaag maken dat heel dui­de­lijk, waar ge­spro­ken wordt over de duisternis, waar geween zal zijn en tan­dengeknars. Die uitdruk­king kennen we uit het evan­ge­lie uit de mond van de Heer wanneer Hij oor­deelt aan het einde der tij­den. Doe je best en probeer de talenten in te zetten die God je heeft gegeven, dat is de bood­schap van vandaag.

Nu zijn we allemaal ver­schil­lend. Van sommige mensen vallen de talenten heel erg op: ze zijn bij­voor­beeld crea­tief of zake­lijk heel succes­vol, ze weten mis­schien altijd weer iets grappigs te zeggen of kunnen heel goed muziek maken.

Ik weet na­tuur­lijk niet hoe U over uw eigen talenten denkt: mis­schien bent U gelukkig en tevre­den met wat Onze Lieve Heer U bij de schep­ping heeft toe­ver­trouwd, mis­schien ook heeft U de indruk dat U bij het uit­de­len van de talenten helaas bent over­ge­sla­gen.

Toch is dat nooit helemaal waar. En het is ook niet zo dat de talenten die heel erg in het oog springen, altijd de beste of be­lang­rijk­ste zijn. Onder de heiligen vind je bij­voor­beeld aan de ene kant heel op­val­lende figuren met grote, opzien­ba­rende talenten, zoals Fran­cis­cus van Assisi, die een heel cha­ris­ma­tische per­soon­lijk­heid moet zijn geweest, maar ook heel onop­val­lende figuren. Sommige heiligen leid­den een heel onop­val­lend bestaan, zoals bij­voor­beeld Martinus de Porres. Hij was een een­vou­dige leken­broeder in een klooster in Lima in Peru. Hij ver­zorgde zieken, in en buiten het klooster. Een nederig en terugge­trok­ken man, maar toen hij stierf en begraven werd, stroom­den tien­dui­zen­den mensen toe om hem te be­ge­lei­den. En de heilige Theresia van Lisieux kwam nooit buiten haar klooster en zij is jong gestorven. Haar leven was het God te zoeken in heel kleine en een­vou­dige dingen. Dus je kunt soms van jezelf denken dat je niet zoveel talenten hebt, maar toch heeft God U iets gegeven, Hij heeft U bepaalde gaven toe­ver­trouwd en daar­mee ook een beetje de weg gewezen naar wat het spe­ci­fie­ke doel van uw leven is, wat Uw bijdrage kan zijn aan het ko­nink­rijk van God. En het is ook heel be­lang­rijk om altijd te bedenken dat de liefde de grootste gave, het grootste talent is. De liefde en de goed­heid die U geeft aan mensen om Uw heen en aan God zelf in uw gebed, maken Uw leven tot een rijke schat, de moeite waard!

Een oud verhaal ver­telt dat op de gedenksteen van een nieuwe kerk, gebouwd op een heuveltop op kosten van een rijk man, op wonder­baar­lijke wijze niet de naam van die man kwam te staan, maar die van een arm, onbekend vrouwtje, dat iedere dag water en voer was komen brengen aan de paar­den die de stenen naar boven had­den moeten slepen. In haar hart was liefde geweest.

Wees niet jaloers en raak niet ont­moe­digd. Als U ziet wat een ander kan, wat u zelf niet kunt, als het U in het oog springt dat een ander veel meer talenten heeft gekregen, wees dan niet afguns­tig. Liefde en goed­heid zijn het be­lang­rijk­ste. Daar gaat het uit­ein­delijk om. Mis­schien heeft die keiharde zakenman uit­ein­delijk minder waarde­volle talenten dan U. En denk eraan dat het in die parabel van het evan­ge­lie gaat om zeer grote, zware betaal­mid­de­len, 34 kilo per stuk of nog meer, waar je vre­se­lijk mee loopt te slepen. Het is niet altijd voordeliger als je veel in het oog springende talenten hebt. Dat kan ook een last zijn. Ieder kunstje dat je kent, moet je ook vertonen en soms ben je gelukkiger als je je kunt concentreren op weinige, mooie talenten en je daar iets mee doet. Je bent niet altijd gelukkiger als je vele verant­woor­de­lijk­he­den moet dragen. En raak ook niet ont­moe­digd: ik kan dit niet, ik kan dat niet en anderen doen alles beter. Nee! je moet gewoon jouw eigen goede dingen doen. Die zijn een bijdrage, van al het goede dat je zaait, zul je ook oogsten, er komt iets uit voort. Soms anders dan je denkt, soms valt het je bitter tegen, maar als je je hebt ingezet, als je hebt gegeven wat je hebt te geven, dan kun je eer­lijk zeggen: ik heb mijn best gedaan, mis­schien is het niet zo gelukt als had gemoeten of zoals ik had gewild, maar met al mijn gebrekkig­heid heb ik toch mijn best gedaan. Er komt vaak meer uit voort dan je kunt meten.

En dan mogen we ook nog eens luis­te­ren naar de woor­den die de Heer in de parabel spreekt tot degene die de vijf en die de twee talenten heeft. Twee keer spreekt die heer precies dezelfde woor­den: “Uits­te­kend, goede en trouwe die­naar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik U aanstellen, ga binnen in de vreugde van uw heer”. het maakte niet uit of die die­naar de vijf of de twee talenten had: dit was wat hij te horen kreeg omdat hij gewoekerd had met wat hem was toe­ver­trouwd, hij had zich ingezet, de belo­ning was voor bei­den gelijk.

Dat de Heer ons mag zegenen om met ver­trouwen aan het werk te gaan met de talenten die Hij ons heeft toe­ver­trouwd. Amen.


Terug