Arsacal
button
button
button
button


“Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden”

Homilie op Hemelvaartsdag (Basiliek, Laren)

Overweging Preek - gepubliceerd: donderdag, 17 mei 2012 - 899 woorden
“Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden”

We hoor­den vandaag in het evan­ge­lie weer eens hoe be­lang­rijk het geloof is: "Wie gelooft en gedoopt is zal gered wor­den". Toch hebben we bijna allemaal wel grote moei­lijk­he­den om dat geloof door te geven.

Hoe kun je zorgen dat iemand gelooft? Kennis op zich geeft nog geen geloof. Je kunt alles koel redenerend bekijken aan de buiten­kant. Onder­wijsin­stel­lingen en in kranten geven soms ook wel iets door van wat katho­lie­ken denken en vin­den, maar het per­spec­tief is van afstand; je leest ook weleens iets over het geloof van de Inca’s of de Azteken of van een of andere buitenissige sekte. En al vin­den we dat mis­schien inte­res­sant of grappig of erg, we blijven aan de buiten­kant en kijken als toe­schou­wer. Niemand zal erover denken om de gods­dienst van de Azteken over te nemen, bij­voor­beeld. En dat is gezien hun praktijken na­tuur­lijk maar goed ook.

Zo zal het veel mensen helaas ook ver­gaan met wat zij lezen en horen over de katho­lie­ke kerk en het katho­lie­ke geloof. Voor veel mensen staat dit geloof ver van hen af. Het is alsof je van de buiten­kant naar een kerk­ge­bouw kijkt: zo over­dag, in de zon, is het mis­schien best een fraai gebouw, maar de ware schoon­heid ervan zie je pas als je binnen komt: dan zie je de glas in lood ramen die het geloof ver­beel­den, de beel­den, het altaar en het ta­ber­na­kel met de gods­lamp, als teken dat de Heer in ons mid­den is. Pas als je erin gaat staan, gaat er een wereld voor je open.

Niet anders is het met het geloof. Velen van ons zullen het geloof van huis uit hebben mee­ge­kre­gen. Toch waren er momenten en gebeur­te­nissen waardoor dat geloof iets van ons­zelf werd. We maken allemaal bepaalde dingen mee, soms was wat ons overkwam een zware be­proe­ving, soms was het een vreugde die jezelf te boven ging, zoals bij de geboorte van een kind.

Ook ongelo­vi­ge mensen hebben in hun leven vaak bij­zon­dere erva­ringen mee­ge­maakt, zaken die ze niet kunnen verklaren, gebeur­te­nissen waar je men­se­lijker­wijs maar moei­lijk een zin aan kon geven. Op dat moment komt het erop aan, het is een inner­lijke groeikans voor ons­zelf en een uit­daging. Maak je dan de sprong van ver­trouwen of blijf je op het niveau van het redenerend verstand? Als je vanuit een zekere open­heid voor de schoon­heid, voor de diepere dimensie als het ware van binnen uit kunt kijken, als je ervaart en ziet met je hart, dan gaat een nieuwe wereld voor je open.

Dat is een grote genade, het is de genade van het geloof en op het moment dat we ons daardoor hebben laten raken, als we ons ervoor hebben open gesteld om dat vuur in ons te laten komen, als we zo bewust zijn inge­gaan op dat wat ons geraakt heeft, dan zullen wij op onze beurt weer een woord kunnen spreken waarin vuur en bezieling door­klin­ken en dat het hart van anderen kan raken.

Na­tuur­lijk hebben we dan nog geen garantie dat die ander die bezieling op zal pakken en dat dit vuur in hem of haar ontstoken zal wor­den, want die ander moet er ook door geraakt wor­den en er mee door willen gaan en geloven is na­tuur­lijk ook een genade. De elf over­ge­ble­ven apos­te­len - Judas heeft zijn Heer verra­den en zich daarna opge­han­gen - nemen vandaag afscheid van hun Meester, Jezus keert terug naar de hemel. De apos­te­len krijgen de opdracht erop uit te gaan en overal te prediken, de verrezen Heer te ver­kon­di­gen. Tege­lijk wor­den zij eraan herinnerd dat hun geloof de basis is: op de eerste plaats zijn ze christen, daarna pas apostel. En als het met die basis goed zit, als ze dat geloof in hun hart levend weten te hou­den, bezield en bewust, dan zal er vuur in hun woor­den zijn, dan zal de Heer met hen mee­werken, dan zullen hun woor­den krach­tig zijn.

Na­tuur­lijk, U hebt het niet in de hand of U in uw concrete situatie het geloof kunt door­ge­ven, uit­ein­delijk is het een genade en die ander moet zich er zelf ook voor open stellen, maar het vuur in uw eigen hart is wel heel be­lang­rijk, wie zijn geloof voedt, wie zijn hart opent in liefde voor die ander en voor God, zorgt ervoor dat zijn uit­stra­ling krach­tiger is, zijn woor­den wel­spre­kender, zijn daden authen­tieker.

Twee ouders stierven bei­den jong, ze lieten vier kin­de­ren achter, de jongste was pas twaalf. Die kin­de­ren hebben zelf het gezin voort­ge­zet en het zijn prach­tige mensen gewor­den. Ze had­den in hun beide ouders een mooi voor­beeld gehad van geloof en liefde, dat had hen geraakt en zij had­den er voor open gestaan: in die geest wil­den zij verder gaan. De ouders waren jong gestorven en toch had­den zij lang genoeg geleefd om voldoende mee te kunnen geven, zodat hun kin­de­ren goed op hun bestem­ming kwamen. Ga erin staan, in dat geloof, beleef het met hart en ziel, van binnenuit, zodat die kracht van God Uw woor­den en daden kan vervullen en U anderen kunt bezielen.

Waarbij U ook nog mag bedenken dat het zaad dat U gezaaid heeft soms pas tien­tal­len jaren later tot wasdom komt. De Heer neemt afscheid, Zijn aardse leven is voor­goed voorbij, maar Hij laat ons niet alleen, Hij schenkt ons Zijn Geest. Op het Pinkster­feest zullen we dat weer gaan vieren. Dat die Geest ons allen moge bezielen. AMEN.

Terug