Arsacal
button
button
button
button


Bidden is geen ‘kunstje’ maar wat dan wel?

Fraaie Evensong in kerk van Overveen

overweging_bezinning - gepubliceerd: zondag, 12 februari 2017

In de kerk van Overveen - één van de BOAZ parochies: Bloemendaal, Overveen, Aerdenhout en Zandvoort - werd zondag 12 februari om 17.00 uur een Evensong gehouden, door de Martinuscantorij uit Zwaag onder leiding van choirmaster Paul Waerts met een onverwacht grote opkomst: de kerk was voor driekwart gevuld.

Op zo'n grote deelname was niet helemaal gerekend; aan de mensen moest worden gevraagd samen te kijken in de boekjes. De velen die waren gekomen hadden geen ongelijk: het was een mooi gebeuren met prachtige zang.

Het koor heeft zich toegelegd op Anglicaanse kerkmuziek en heeft als “visiting choir” gezongen in Britse kathedralen en abdijkerken zoals St. Paul’s Cathedral en Westminster Abbey in Londen. Het was een zogenaamde ‘Choral Evensong’ die in Overveen plaats vond: het Anglicaans ‘Avondgebed’ met lezingen, psalmen en hymnen, de geloofsbelijdenis, het Magnificat, de Lofzang van Simeon en het Onze Vader.

Pastoor Bart Putter was de celebrant, de choirmaster Paul Waerts is tevens als musicus werkzaam in de BOAZ parochies.Ik was aanwezig om de homilie te verzorgen.

Homilie

De on­be­vlekte ont­van­ge­nis

Gisteren was de jaarlijkse gedenkdag
van de verschijningen van Maria in Lourdes,
Zuid-Frankrijk.
Bernadette zag daar in 1858 een
in het wit geklede dame,
die haar wees waar zij
een bron moest opgraven,
een bron die dagelijks
128.800 liter water geeft.
Die verschijningen waren het begin
van een stroom van pelgrims
tot op de dag van vandaag.
Lourdes staat erom bekend
dat sommige mensen er
van hun ziekte worden genezen,
maar dat is misschien niet eens het voornaamste.
Het is een plaats van gebed,
een plaats waar vele mensen samen komen
om getroost en gesterkt te worden.
Toen Bernadette de witte dame vrroeg
wie zij eigenlijk was,
antwoordde deze
- met woorden die Bernadette niet begreep -
“Ik ben de on­be­vlekte ont­van­ge­nis”.
Twee jaar eerder was deze kerk al gebouwd
en toegewijd aan de on­be­vlekte ont­van­ge­nis,
vandaar dat ik dit
toch even wil memoreren.

Zij konden bidden!

Heer, leer ons bidden!
Misschien dat U die verzuchting ook weleens slaakt:
“Heer, leer mij bidden!
Want het is werkelijk een grote genade als je kunt bidden.
Ik heb een vrouw gekend in mijn jeugd
die één voor één al haar zoons verloor:
allemaal door dezelfde ziekte,
allemaal op ongeveer dezelfde leeftijd.
Alleen haar dochter bleef in leven.
Één van die zoons woonde thuis bij haar
en zij heeft hem maandenlang
verzorgd en verpleegd.
Zij was een eenvoudige vrouw,
niks bijzonders,
maar zij kon bidden.
Een andere vrouw uit mijn geboortedorp
lag verlamd op bed,
in een kamer niet ver van de kapel
waar ik misdienaar was.
Iedere ochtend kwam ik bij haar
om de priester te vergezellen
die haar de heilige communie gaf.
Die vrouw had een verlamming
die haar steeds verder
in de greep kreeg,
zij kon steeds minder,
een proces dat tientallen jaren is doorgegaan.
Er waren rond haar bed spiegels gemonteerd,
zodat zij toch een beetje naar buiten kon kijken.
Op het laatst kon zij bijna niets meer bewegen.
Toch was zij altijd opgewekt
en velen kwamen naar haar toe
met hun ellende en zorgen.
Zij kon bidden.
Als je kunt bidden,
ik bedoel dus écht bidden,
met je hart erbij;
als je kunt bidden uit het diepst van je hart,
dan bezit je een grote schat.

Dat kruis...

Mensen die niet bidden
en mensen die wél kunnen bidden,
maken vaak dezelfde ellende mee.
Het is niet zo dat je voor problemen gespaard blijft
als je kunt bidden.
Jezus zegt ons immers dat we ons kruis moeten opnemen
en dat betekent ook
dat je je kruis, je narigheid
niet van je af kunt gooien.
Je mag erom vragen:
Heer, neem dit kruis van mij af,
zoals Jezus heeft gebeden in de hof van olijven:
“Vader laat deze beker aan mij voorbijgaan”,
maar we weten tegelijk
dat de Heer niet alle kruisen van ons weg zal nemen,
want wij zijn christenen,
dat wil zeggen: volgelingen van Jezus Christus
die het kruis heeft opgenomen en gedragen.

Mensen die niet bidden
en mensen die wél kunnen bidden,
maken dus vaak dezelfde ellende mee,
alleen: wie bidt draagt het anders.

Geen kunstje

Maar hoe kun je dan leren bidden,
hoe kun je bidden met geheel je hart?
Het is niet een kunstje wat we kunnen leren,
bidden is niet het opzeggen van een bekende tekst,
dat is natuurlijk prima,
maar het is geen bidden,
als dat niet iets is van onze persoon.
Om te kunnen bidden,
moeten we van binnen een knop kunnen omzetten.

Een atheïst maakt een wonder mee

Lang geleden ging een ongelovige arts
mee met een zieken­bede­vaart naar Lourdes.
Deze dokter Carrel begeleidde een zieke
die er zeer slecht aan toe was
naar de grot waarin Maria was verschenen.
Hij geloofde daar niets van
en vond het idioot en onverantwoord
om zo’n ernstig zieke vrouw
op reis te laten gaan.
Tijdens het gebed voor de grot
zag hij voor zijn ogen
het dekentje waaronder zij lag
met haar opgezwollen buik,
langzaam naar beneden gaan.
Haar buik werd weer normaal
en de vrouw werd genezen.
De atheïstische dokter
had een wonder meegemaakt!
Toch kon de man niet geloven
en dat verwarde hem ergens wel.
Jaren later kwam hij terug
op de plaats waar hij dit had meegemaakt.
Toen gebeurde het ineens wél:
het Magnificat werd gezongen,
zoals wij straks ook zullen doen:
het zijn de woorden van de lofzang
die Maria heeft gezongen
en waarin zij zegt
dat zij maar een kleine dienares is
en dat God aan haar grote dingen heeft gedaan.
Het zijn nederige woorden.
Ineens brak er iets in deze arts,
hij kon huilen, hij kon geloven,
hij kreeg een eenvoudig en nederig hart,
als van een kind...

Dat is het eerste wat nodig is
om te kunnen geloven, om te kunnen bidden:
een eenvoudig hart, je ergens kind voelen,
met open handen
en niet groot en machtig...

 

Afstand nemen

Je hoort dat ook weleens vaker zeggen over Lourdes:
het grootste wonder van Lourdes is niet
dat mensen er genezen worden
- al gebeurt dat ook zo af en toe -
maar dat ze in Lourdes hun kruis leren dragen
met vreugde en in vrede.

Wat is het dus een groot geluk als je kunt bidden:
je kunt dan als het ware meer afstand nemen,
je gaat niet meer op in je eigen sores,
je krijgt een helicopterview, een bredere kijk,
omdat je een beetje kijkt
met de ogen van de Heer.

Maar dat zegt ons ook al iets
als antwoord op de vraag:
“Maar hoe moet ik dan bidden?
Hoe kan ik echt leren bidden?
Hoe kan ik ervoor zorgen
dat mijn bidden niet het gedachteloos opzeggen is
van oude, bekende formules,
maar dat het een echt bidden is met mijn hart?”.

In de ruimte van God

Je moet eigenlijk altijd
- om echt te kunnen bidden -
beginnen jezelf eenvoudig en klein
te plaatsen
in de grote ruimte van God.
Begin je gebed nooit
met je eigen problemen.
“Help me met dit, help me met dat”,
maar eerst moet je eigenlijk zien
wie het is tot wie je je richt
en die je kan geven al wat je vraagt.

Dat is het wat Jezus doet
in Zijn antwoord op de vraag van de leerlingen:
“Heer, leer ons bidden”.
De Heer antwoordt
door zijn leerlingen
het Onze Vader te leren,
dit gebed dat wij honderden keren
in de mond nemen,
voor en na het eten, bij de rozenkrans,
in de Mis voor de communie
en ook vandaag, in deze Evensong.

Uw Naam, Uw rijk, Uw wil

Dat gebed bestaat eigenlijk uit twee delen.
Het eerste deel is er helemaal aan gewijd
dat we onszelf in Gods te­gen­woor­digheid plaatsen.
Het begin niet met onze eigen noden
maar het begint ermee
dat we ons richten op de hemelse Vader:
“Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw rijk kome,
Uw wil geschiede”.
Dus eigenlijk kunnen we dit grote gebed van de Heer
niet echt bidden
zonder eerst onze eigen zorgen, onze eigen noden
een beetje los te laten.
En zelfs wanneer we dan beginnen te bidden
voor onze eigen noden:
“Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden”,
dan worden we toch weer uitgenodigd
ook om ons heen te kijken:
Want we zeggen:
“Zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaars”:
wie God iets wil vragen,
moet zelf bereid zijn om te geven
en te vergeven.

Overgave

Hier leert Jezus ons wat het geheim van bidden is.
Bidden begint met loslaten, overgeven,
uit handen geven,
ergens klein en eenvoudig zijn,
zoals Jezus deed in de hof van olijven:
“Vader, niet mijn wil, maar Uw wil geschiede”.
Pas als we durven los te laten,
pas als we durven te vertrouwen
- zoals een kind op zijn vader -
dat God voor ons zorgt,
dat Hij ons - bij alle problemen en moeilijkheden -
niet zal laten vallen,
pas dan kunnen we bidden.

Terug