Arsacal
button
button
button
button


Hoe had dit kunnen gebeuren?

Koninklijke onderscheidingen in Wormer

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 30 april 2017 - 820 woorden
Met de gedecoreerden op de foto
Met de gedecoreerden op de foto

Op de derde zon­dag van Pasen was ik in de H. Maria Magdalena­kerk in Wormer. Daar werd gevierd dat drie vrij­wil­li­gers van de pa­ro­chie deze week een ko­nin­klij­ke onder­schei­ding had­den gekregen.

De heer en mevrouw Gerard en Corrie Schavemaker-Conijn en de heer Cor Bijvoet wer­den lid in de Orde van Oranje Nassau en had­den die onder­schei­ding met een mooie per­soon­lijke toe­spraak van de burge­mees­ter opgespeld gekregen. Ze hebben grote ver­diensten voor de pa­ro­chie en voor de Wormerse ge­meen­schap. Er was een toe­spraakje na afloop van de Mis van de voor­zit­ter van de loka­tieraad, er werd gezongen voor de gedecoreer­den en er was koffie met een gebakje.

 

Homilie

Hoe kon het gebeuren?

De twee mannen die van Jeru­za­lem naar Emmaus lopen,
zitten vol van hun eigen gevoelens.
Het is allemaal anders gegaan
dan ze had­den gehoopt of verwacht:
Jezus, zo mach­tig in daad en woord,
zo geliefd onder de mensen
was als de eerste de beste mis­da­diger
aan de kant gezet
en ter dood gebracht.
Het was allemaal niet te begrijpen.
Hoe had dit kunnen gebeuren?
Deze gevoelens zijn, denk ik,
voor bijna ieder van ons wel herken­baar.

Opgesloten

Als wij iets ergs mee maken,
zeker als het iets is
wat we moei­lijk kunnen begrijpen en vatten,
over­komt het ons ook wel
dat we als het ware
helemaal opgesloten zitten
in dat vre­se­lijke verdriet, die pijn
over wat er gebeurd is en we niet kunnen plaatsen.
Zo’n groot verdriet, zo’n pijn vraagt tijd,
tijd om de blik weer naar voren te kunnen richten..
Ze zeggen dat de tijd alle won­den heelt,
dat is niet altijd waar,
maar wel wordt het anders door de tijd.
Wat altijd wel be­lang­rijk is:
dat we met iemand kunnen praten
over alles wat is voor­ge­vallen.
We merken ook:
sommige gesprekken helpen,
andere juist niet.
De twee leer­lin­gen zijn eerst met elkaar in gesprek,
maar ze komen er niet uit,
het is doffe ellende.
Dan mengt die derde, die vreem­de­ling
zich in dat gesprek
en dan opent zich gelei­de­lijk een nieuw per­spec­tief.

Hij spreekt tot hun hart

Het is be­lang­rijker dat die ander
met wie we erover kunnen praten,
goed kan luis­te­ren,
dan dat hij of zij de ant­woor­den weet.
Zo begint het ook in het evan­ge­lie vandaag.
Die vreemde man die bij de leer­lin­gen komt lopen,
zegt zelf eerst niets,
hij begint te vragen, hij laat hen ver­tellen:
“Wat is er dan gebeurd?”
en de leer­lin­gen krijgen alle tijd
om te ver­tellen
hoe ze de gebeur­te­nissen hebben ervaren.
Daarna komt die vreem­de­ling
pas met ant­woor­den, uitleg,
maar niet op een theore­tische manier,
Hij spreekt tot hun hart:
“Brandde ons hart niet in ons,
zoals Hij onderweg met ons sprak?”

In­spi­ra­tie

Eigen­lijk is dit al iets
om ter harte te nemen.
De manier waarop wij dingen, gebeur­te­nissen ervaren,
is niet de enig moge­lijke
en soms ook niet de beste.
We moeten onze eigen negatieve gevoelens
niet verabsolu­te­ren, er is meer!
Wie het weleens heeft mee­ge­maakt
kan bij­voor­beeld beves­tigen
dat als ons geloof een beetje is wegge­zakt,
we ineens weer geïnspireerd kunnen raken
door een nieuwe erva­ring op te doen,
ons te laten in­spi­re­ren
door een mooie cursus, een bede­vaart,
een bij­zon­dere vie­ring, een retraite
en noem maar op.
Alleen al de sfeer waarin we verkeren
kan een heel negatieve
of juist een po­si­tie­ve invloed hebben

Ver­rij­ze­nis!

In het evan­ge­lie wor­den die terneer­ge­sla­gen leer­lin­gen
dus geïnspireerd en bezield
door de woor­den van die vreem­de­ling
die bij hen kwam lopen
en door een heel bezielde vie­ring
wanneer ze Hem herkennen
aan het breken van het brood.

Zo werd de be­lang­rijk­ste bood­schap
van heel de christen­heid,
dat centrale gegeven van ons chris­te­lijk geloof
aan hen doorge­ge­ven:
De Heer is verrezen!
Hij is wer­ke­lijk verrezen!
Dat ging leven in hun hart.
Somber­heid en triest­heid
maakten plaats voor vreugde en vrede.

Opstaan, hoop en ver­trouwen

Die centrale bood­schap van de ver­rij­ze­nis,
dat fun­dament van ons geloof,
geeft ook aan dat het laatste woord
dat over het leven van ieder van ons
zal wor­den ge­spro­ken,
geen woord van aftakeling, ziekte en dood is,
maar een woord van leven,
van eeuwig leven en eeuwige vreugde.
Van ons wordt eigen­lijk alleen gevraagd
dat we ons aan dat woord,
die bood­schap van hoop en toe­komst,
van ver­rij­ze­nis en opstan­ding
toe­ver­trou­wen,
niet alleen aan het eind van ons leven,
maar ook tij­dens onze levensweg.
Want op die levensweg
komen tal­loze momenten voor
van neerliggen en het niet zien,
van verdriet en niet begrijpen
en dan mogen we opstaan, vooruit zien,
verder gaan, ver­trouwen,
want dat donkere duister
heeft niet het laatste woord,
maar het licht en de vrede.
Heer, geef dat we dat mogen zien!

Op weg, op zoek

Dat is niet altijd ge­mak­ke­lijk,
het gaat niet van­zelf dat we dan weer
dat gelovig en ver­trouw-vol per­spec­tief
te pakken krijgen.
We hebben Iemand nodig die ons inspireert,
iemand die ons hart laat bran­den,
iets dat ons vuur geeft
en onze ogen open doet gaan.
Laten we dus allemaal
steeds op zoek blijven gaan naar dat vuur,
naar plaatsen en momenten
die ons kunnen in­spi­re­ren en sterken
om onze weg met Jezus te gaan.
AMEN

Terug