Arsacal
button
button
button
button


In de meest simpele eenvoud....

Maria’s medewerking aan de verlossing - Geloofsdag in Thorn

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 7 oktober 2017 - 966 woorden
Foyer de charité Thorn
Foyer de charité Thorn
Maria en Dominicus
Maria en Dominicus

Op 7 ok­to­ber was ik in Thorn in de Foyer de Charité voor de Geloofs­dag om daar enkele inlei­dingen over de mede­wer­king van Maria aan de verlos­sing te geven en de Eucha­ris­tie te vieren. Op deze dag wordt de ge­dach­te­nis van Onze Lieve Vrouw van de Rozen­krans gevierd.

Bidt de Rozen­krans!

Het aantal van 150 Wees gegroeten voor een volle­dige rozen­krans is over­ge­no­men van het aantal psalmen. Het feest is inge­steld onder de naam van Onze Lieve Vrouw van de Over­win­ning naar aan­lei­ding van de over­win­ning op de Turkse vloot bij Lepanto op 7 ok­to­ber 1571. Omdat die over­win­ning werd behaald onder een­drach­tig gebed van de broeder­schappen van de rozen­krans, ver­an­der­de Gregorius XIII het feest, in heilige maagd Maria van de rozen­krans. Veel pausen hebben gevraagd de Rozen­krans te bid­den. Paus Leo XIII heeft er zelfs negen en­cy­clie­ken aan gewijd. Paus Pius XI heeft gevraagd de Rozen­krans te bid­den, vooral in de ok­to­ber­maand, om rampen af te weren die de wereld bedreigen van de kant van het communisme en het moderne hei­dendom, en drukt de ouders op het hart in de hui­se­lijke kring 's avonds de Rozen­krans te bid­den. Bij ver­schij­ningen van Maria, vooral in Lourdes en Fatima, is het belang van het Rozen­krans­ge­bed onder­streept.

Het Rozen­krans­feest werd een typisch Do­mi­ni­caans feest doordat de oorsprong van de rozen­krans abusieve­lijk aan de stichter van de Dominicanen werd toege­schre­ven, die dit gebedssnoer van Maria ont­van­gen zou hebben.

Tijdens de Eucha­ris­tie­vie­ring heb ik de hierna volgende homilie gehou­den.

Homilie

In de tempel of ergens achteraf...

Heel het evan­ge­lie
dat we zojuist hebben gehoord
ademt eenvoud en geborgen­heid.
De eerste woor­den die zijn voor­ge­le­zen
“Toen Elizabeth zes maan­den zwanger was...”
ver­wij­zen naar de aan­kon­di­ging en de geboorte
van Johannes de Doper.
Ook daar was het de engel Gabriël geweest
die de geboorte aan­ge­kon­digd had,
maar het had plaats­ge­von­den
in de tempel van Jeru­za­lem
en dan ook nog
op een heel bij­zon­der moment:
De aan­kon­di­ging had plaats gevon­den
tij­dens het wierookoffer
dat Zacharias
als hoogte­punt van heel zijn pries­ter­lijk
leven en werken
daar in de tempel mocht opdragen.
Als we het naar het heden zou­den moeten vertalen
zou U het kunnen ver­ge­lij­ken
met een ver­schij­ning
tij­dens de pausmis in de Sint Pieter.
Zo´n soort be­lang­rijk moment.

Drie keer niks

Maar bij de aan­kon­di­ging aan Maria
niets van dit alles.
De ont­moe­ting gebeurt binnen
in het een­vou­dige huisje
van een vrouw,
die ook nog eens jong is
en nog niet volle­dig gehuwd,
dat was in de visie van die tijd
driemaal niks
(je moest toen oud zijn om gezag te hebben
en man zijn en volle­dig getrouwd),
en zij woont bovendien in een gehucht
- het woord stadje is eigen­lijk een eufemisme -
in Nazaret waar Bijbel en Talmoed
niet over spraken,
en dat ligt weer
in het halfhei­dense Galilea,
niet eens in Judea,
waar de echte Joden wonen.
En Maria noemt zich tegen­over de engel
dienst­maagd: δούλη staat er in het Grieks,
je zou het ook met slavin kunnen vertalen.
Het is zo van alles het minste
wat je je kunt bedenken.
En het kind moet Jezus wor­den genoemd,
(Jehosua of Jeshua)
dat betekent: God redt,
maar het is een heel gewone naam,
die tot de 2e eeuw na Christus veel voor­komt.
Dus het is allemaal heel gewoontjes,
alles ademt de meest simpele eenvoud.

De Aller­hoog­ste in onherken­ba­re eenvoud

Maar de woor­den die ge­spro­ken wor­den
staan ermee in lijn­recht contrast:
Degene die geboren wordt
is de Mes­si­aanse heerser
die voor eeuwig koning zal zijn.
Hij zal groot zijn,
Zoon van de Aller­hoog­ste,
zal dit Kind wor­den genoemd.
Wat daar­mee bedoeld wordt,
is even verderop verdui­de­lijkt:
“De heilige Geest zal over U komen
 en de kracht van de Aller­hoog­ste zal u overschaduwen;
en wat ter wereld gebracht wordt
zal heilig heten,
Zoon van God”.
Dus bij de uiter­lijke eenvoud en gering­heid,
voegen zich deze woor­den
die aan­ge­ven
dat hier gebeurt
wat het allergrootste, aller­hoog­ste is
wat je kunt bedenken:
dat God zelf hier binnen treedt
in onze wereld:
de Aller­hoog­ste
in de eenvoud van ons mens-zijn
 
Alles ademt dus de klein­heid en eenvoud
waar­mee God zelf in deze wereld
wil komen.

Eucha­ris­tisch

God komt tot ons
in eenvoud en klein­heid, verborgen
en dat is niet alleen iets van toen
op dat moment van de menswor­ding,
het is ook niet alleen iets van het aardse leven van Jezus,
dit gaat nog altijd door,
ook hier en nu
wanneer Hij tot ons komt
verborgen, een­vou­dig en klein
onder de nie­tige gedaante van het Brood.
Het is hét kenmerk gewor­den
van de Kerk,
het Lichaam van Christus:
het is de ware Kerk
waar wie nederig, een­vou­dig en dienst­baar verschijnt,
zicht­baar teken is
van de wijze waarop Jezus
tot ons komt.

Het komt op geloof aan

Dan komt het op het geloof aan
om achter het men­se­lijke
het god­de­lijke zien.
Je ziet mensen, een instituut,
herken Christus!
Je ziet een beetje brood, een beetje wijn,
zie Hem!
Je ziet wat olie, wat water,
een hand die wordt opgelegd,
zie Christus die vergeeft, die sterkt, die wijdt!
Je ziet een arme­lijk huisje,
een alledaags meisje,
herken God en Zijn moeder!

Zie meer!

Hem herkennen
in de Kerk,
in de sacra­menten,
in je leven,
in de gewone gebeur­te­nissen van iedere dag:
zie meer Hem,
dan het uiter­lijke, alle­daag­se
wat er gebeurt.
Dat kunnen we van Maria leren
die in die een­vou­dige set­ting
haar jawoord sprak;
het is het ant­woord van de mens
die Gods hand herkent
en zich daaraan overgeeft.

Hem herkennen in alles

Denk gerust aan dingen in je leven
waar je het moei­lijk mee hebt:
dit of dat zou anders moeten zijn,
dat zou ik graag anders willen hebben,
en probeer die bewe­ging met Maria mee te maken:
zie het, onderken het
en neem het aan:
dit of dat vind ik moei­lijk,
maar ik neem het van U aan,
het mag er zijn,
dat is mijn “Fiat”,
in de gewone dingen, in alles Hem herkennen.
Dat het ons steeds gegeven mag zijn
om dat met Maria mee te doen. AMEN.

Terug