Arsacal
button
button
button
button


Geloven: je krijgt het hier niet aangewaaid...

Een persoonlijke ontdekkingstocht

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 7 januari 2018 - 957 woorden
Kerstal uit de kerststallententoonstelling in de kathedraal
Kerstal uit de kerststallententoonstelling in de kathedraal
Kerststal in de Kerstmiskapel van de kathedraal
Kerststal in de Kerstmiskapel van de kathedraal

Op het feest van de Open­ba­ring des Heren, zoals het feest van Drie­ko­nin­gen offi­cieel heet, was ik in de ka­the­drale basiliek van Sint Bavo voor de Eucha­ris­tie­vie­ring. Wijzen uit het Oosten, zoekers, kwamen van ver en von­den het Kind in Beth­le­hem. Ze moesten er wel iets voor doen...

Dat het koningen waren, drie in getal, staat niet in de bijbel. Het evan­ge­lie heeft het over wijzen uit het oosten. Goed, ze brachten drie geschenken mee: goud, wierook en mirre, en daar zou je drie gevers achter kunnen vermoe­den. Dat het koningen waren past wel in de profetie van Jesaja die - honder­den jaren voor Christus -het erover had dat "koningen op de luister van uw dageraad"afkomen en goud en wierook aan­voeren (Jes. 60, 1-6), maar het is niet waar­schijn­lijk. Waar­schijn­lijker is dat het wijzen - magiërs of Magawan - waren uit het noor­den van Iran (Perzië), aanhangers van Zarathoestra (vgl. M. Hesemann, Maria von Nazareth, pp. 156-172). De namen Caspar, Melchior en Balthassar wor­den pas in de derde eeuw vermeld en in die­zelfde tijd wor­den de wijzen voor het eerst 'koningen' genoemd.

HOMILIE

Voor ie­der­een

Een mooie dag vandaag,
dit feest van de Open­ba­ring des Heren
met de drie wijzen uit het Oosten
die na de arme herders het Kind bezoeken
en die ons dui­de­lijk maken
dat de kerst­tijd al weer bijna voorbij is.
De drie wijzen wor­den ge­woon­lijk afge­beeld
als afkoms­tig uit ver­schil­lende rassen en naties
en de één jong, de volgende van middel­ba­re leef­tijd
en de derde als een echte senior.
Zo wordt ons aange­ge­ven
dat Jezus Christus voor ie­der­een geboren is:
rijk en arm, oud en jong
geel, rood, blank of zwart
of wat voor kleur of afkomst we ook hebben.
Jezus Christus de Ver­los­ser
is er voor ie­der­een,
dit Kind werd geboren voor ons allen;
niemand is te slecht, te goed,
te dik, te dun, te oud, te jong,
te raar of te gewoon, te zus of zo, nee:
ieder mens wordt uit­ge­no­digd, opge­roe­pen
Hem te aan­vaar­den, Hem na te volgen,
zijn bood­schap en Hemzelf in het hart te sluiten.
De bood­schap van kerst­mis is dui­de­lijk:
er is iemand
die altijd van ons houdt,
wat er ook gebeurt!

Vaarwel aan het geloof?

Maar we ervaren allemaal
dat het niet zo ge­mak­ke­lijk is in onze tijd
om de blijde bood­schap door te geven.
Ik denk dat we bijna allemaal
de erva­ring hebben
dat kin­de­ren, klein­kin­de­ren
of andere fami­lie­le­den en kennissen
het geloof en de navol­ging van Jezus
vaarwel hebben gezegd,
er niet van willen weten..
Dat zit in onze tijd en samen­le­ving:
want hoewel we­reld­wijd
het percentage gelo­vi­ge mensen stijgt
- 84% van alle mensen rekent zich tot een geloof -
is dat in ons land niet zo.
Niemand twijfelt ooit aan het bestaan
van Farao Amenhotep I of koning Tiglat Pileser II,
maar als het om feiten gaat
die met geloof en kerk te maken hebben,
wordt vaak gedaan alsof ze sprookjes zijn,
ook als die feiten
uit do­cu­menten en op­gra­vingen
zonder meer vast staan.

Een zekere moed

In Neder­land moet je een zekere moed hebben
om ervoor uit te komen
dat je gelovig bent en belij­dend katho­liek.
We krijgen het geloof niet meer doorge­ge­ven
door scholen en andere instituties
of door een gelo­vi­ge sfeer in de maat­schap­pij.
Geloven is tot de privé-sfeer terug gedrongen.

Niet aangewaaid

Niermand kan dus denken
dat kin­de­ren en jonge mensen
auto­ma­tisch wel bepaalde geloofs­tra­di­ties
krijgen aangewaaid.
Dat is niet meer.
Zeker, zelfs in onze samen­le­ving
zal het geloof niet ver­dwij­nen
en ook de katho­lie­ke kerk zal blijven bestaan.
Maar het is - en wordt nog meer -
een per­soon­lijke ontdek­kings­tocht,
zoals dat was
bij de wijzen uit het oosten.
Hoe kwamen die ertoe
om voor het Kind Jezus
op hun knieën te vallen,
het te eren als koning en Heer
en het kost­ba­re geschenken aan te bie­den?

De ster

Het was de bij­zon­dere ster die zij had­den gezien,
die had hen op weg gezet.
Maar goed, als wij een bij­zon­dere ster zou­den zien,
komen we nog niet auto­ma­tisch bij Jezus uit.
Zij had­den in hun gods­diens­tige boeken
over die Supernova gelezen,
waaraan een bete­ke­nis werd toegekend
en toen zij na hun bezoek aan koning Herodes
de ster weer zagen,
wer­den zij vervuld van overgrote vreugde.

Een ster, open­heid en genade...

Er was dus iets - een bij­zon­dere ster -
die hen naar Jezus had gewezen,
zij had­den die ver­wij­zing verdiept door erover te lezen
en ze wer­den inner­lijk geraakt.

Bij ons gaat het eigen­lijk niet anders:
om op het spoor van Jezus en geloof te komen:
hebben we iets of iemand nodig
die ons een rich­ting wijst,
een ster op ons pad,
een hint, een vinger­wij­zing;
dan moeten we er zelf iets mee gaan doen:
er kan alleen iets gebeuren
als we er open voor staan
en we zullen ons moeten verdiepen;
dan zal er ook iets bij komen
van een inner­lijke aanra­king,
waardoor we merken en ervaren
dat we een goede weg zijn gegaan.
Als Gods genade in ons hart komt,
is er inner­lijke vrede en vreugde en troost,
een soort bevesti­ging van dat het goed is,
zoals bij die wijzen uit het oosten.

In­ter­net

Ik ken een jonge man
die op het spoor van het geloof kwam,
meer wilde weten,
allerlei zaken opzocht op in­ter­net
om zich te verdiepen,
geraakt werd, verder ging op die weg
en nu zelfs pries­ter is gewijd.
Het was een mooie, lange reis
en er was een ster die hem leidde
en vreugde gaf.

Een hemel vol sterren

Ja, het begon bij een ster.
Ik wil U vandaag daarom uit­no­di­gen
om zo’n ster voor anderen te zijn,
zo’n ster die een mooi licht
uit­straalt of weerkaatst
en een weg wijst.
En na­tuur­lijk moeten er dan ook
andere aspecten bij komen
om iemand met Jezus in aanra­king te brengen:
verlangen, een open hart en Gods genade
maar ik bid om een hemel vol sterren,
om zeer veel mensen
die weg­wij­zers willen zijn
naar Jezus,
het Kind van Beth­le­hem.
AMEN.

Terug