Arsacal
button
button
button
button


Celebrate!

Één grote familie...

Nieuws - gepubliceerd: donderdag, 9 augustus 2012 - 1147 woorden
Celebrate!

In het weekend van 28-29 juli heb ik in Stads­ka­naal iets van "Celebrate" kunnen meemaken: 800 mensen, veel gezinnen, veel tieners, kin­de­ren, jon­ge­ren waren een week op een prach­tige locatie bijeen om vakantie te vieren, als broeders en zusters bijeen te zijn en de Heer te onmoeten. De lezing van Fr. Pat Collins over de vader­loze maat­schap­pij vond ik zeer in­spi­re­rend.

Hulde trouwens aan alle mensen van de Katho­lie­ke Charis­ma­tische Vernieu­wing die heel veel vrije tijd en liefde in deze nieuwe afleve­ring van Celebrate hebben gestopt. Zater­dag­avond heb ik gegeten met de Haar­lemse groep, op zon­dag was ik bij de 130 tieners en bij de vol­was­se­nen voor de heilige Mis. Daarbij heb ik de voglende homilie gehou­den:

homilie

We hoor­den deze zon­dag een evan­ge­lie dat wel bij deze dagen past: een flinke groep mensen is bij elkaar geko­men, een grote menigte, en zij hebben een gewel­dige tijd, ze zijn onder de indruk van wat ze meemaken, van de tekenen die Jezus aan de zieken doet en zij volgen Hem. Ik hoop dat het ons niet anders zal ver­gaan in het leven dat we onder de indruk komen van wat Jezus doet, van hoe Hij ons beter maakt, hoe Hij de won­den van onze ziel geneest: wat is er zoal? haat en wrok mis­schien en pijn om iets wat is gebeurd of wat mensen ons hebben aan­ge­daan.

Het leven en mensen slaan vele won­den: laten we dus doen als die mensen vandaag in het evan­ge­lie en al onze verwon­dingen bij Hem brengen, die onze ziekten en kwalen heeft gedragen, die ons geneest en leven geeft. Als je last van je tand hebt, krijg je de indruk dat heel je lichaam tand is, dat pijn­lijke deeltje hoe klein het ook is, dát vraagt alle aan­dacht. Zo is het ook met gees­te­lij­ke pijn en gees­te­lij­ke won­den: ze claimen je heel erg, ze trekken alle aan­dacht naar zich toe.

Maar als je ze af kunt geven, als je er echt op durft en wilt ver­trouwen dat er een Vader in de hemel is die er voor zorgt dat er geen haar van je hoofd verloren gaat - al word je ook ouder en kaler -, dan kun je je focus weer verleggen, dan kun je je weer openen voor andere zaken en andere mensen, omdat je je geopend hebt voor Hem, onze Heer. Vaak kun je iets niet meteen van je afzetten maar al te weten dat God er is, dat alles in Zijn han­den ligt en dat je het een beetje tijd moet geven, kan je al ver­trouwen geven.

Dus dat die menigte mensen zo vol ver­trouwen naar Jezus kwamen, is eigen­lijk al een heel goed begin, maar dan gaat het verder: het wordt tijd om te eten. We lazen het verhaal van de broodvermenig­vul­diging uit het evan­ge­lie volgens Johannes en die evangelist is er heel erg op gespitst om te laten zien dat de won­de­ren die Jezus doet altijd een diepere bete­ke­nis hebben, ze zijn niet zomaar een stunt, maar ze willen iets dui­de­lijk maken van de groot­heid van God en de zorg die Hij voor ons heeft, ze bevatten een diepere laag.

Daarom noemt Johannes de won­de­ren “tekens” en geeft hij af en toe een kleine hint, een aan­wij­zing van die diepere bete­ke­nis. Zo zegt hij hier dat er vijf­dui­zend mannen waren, de vrouwen wor­den niet genoemd. Dat is niet vrouwon­vrien­de­lijk bedoeld, maar in de Joodse ere­dienst in de synagoge komen de mannen samen en ze wor­den geteld omdat er een minimumaantal aanwe­zig moet zijn.

Johannes laat ons dus aan de ere­dienst denken, aan de liturgie. Dan zegt hij ook nog dat het vlak voor Pasen was, het Joodse feest waarop het paaslam werd geslacht en zo doet Johannes ons denken aan Jezus die zich­zelf aan ons geeft, die Zijn leven voor ons opoffert. En na­tuur­lijk moeten wij daarbij denken aan ónze liturgie, aan de heilige Eucha­ris­tie, waar eigen­lijk iets derge­lijks gebeurt als we in het evan­ge­lie hebben gehoord: een jongen brengt vijf gerstebro­den - het brood van de armen - en twee vissen naar voren, bij Jezus.

Ook in de Mis wor­den straks de gaven naar voren gebracht, mensen, mis­die­naars brengen het brood en de wijn en dat is dan nog gewoon de vrucht van men­se­lijke arbeid: mensen hebben er hard voor gewerkt om dit te kunnen produceren, toch is het ook iets heel gewoons en een­vou­digs. En Jezus maakt dit beetje brood en deze wijn, door de woor­den van de pries­ter, tot het mooiste geschenk dat God aan een mens kan geven: Brood en wijn wor­den Zijn lichaam en bloed, en de Heer komt bij ons met Zijn ziel en Zijn lichaam, Zijn Godheid en mens­heid.

Maar Hij maakt gebruik van het werk van onze han­den, van brood en wijn. En zo gaat het dus ook bij de broodvermenig­vul­diging: die jongen komt naar voren met z’n broodjes en twee vissen, het is niet veel, maar de Heer maakt er gebruik van en Hij doet er wonder­werken mee. En zo is het precies met ieder van ons: wij hebben niet veel te bie­den, zelfs als je heel knap bent en uitzon­der­lijk capabel, is dat nog maar als een stipje in het grote heelal.

Wie zijn wij mensen nu helemaal? Wat stellen we eigen­lijk voor? Vaak voelen we ons ook maar klein en nie­tig, onmach­tig ook tegen­over een eco­no­mische crisis, ont­slagen, tegen­over oorlog, fun­da­men­ta­lisme of geweld en andere grote gebeur­te­nissen in de wereld, wat kun je eraan doen? Wij zijn dan vaak meer speelbal dan actor, zo ver reikt onze invloed niet.

We zijn dus nie­tige mensen, maar we zijn groot gemaakt door God doordat Hij met onze kleine bijdrage won­de­ren doet. Mis­schien dragen we bijna allemaal wel iets in ons hart mee, iets wat iemand ons eens ooit heeft gezegd, een voor­beeld wat ons gegeven werd, mis­schien was het zelfs maar een klein gebaar, iets een­vou­digs, een ont­moe­ting, maar het werd rich­ting­ge­vend voor ons leven, want in dat kleine onnozele “iets” werkte in feite de kracht van de heilige Geest.

Dus, sta niet te veel stil bij die onmacht, die we allemaal wel eens ervaren: dat je dingen nu eenmaal niet kunt ver­an­de­ren, in het groot en in het klein, maar ver­trouw erop dat de Heer dat kleine beetje dat je te bie­den hebt vrucht­baar zal maken, het zal vermenig­vul­digen. Dus aarzel niet Waar liggen je moge­lijk­he­den? Kom op met jouw vijf bro­den en twee vissen!

Dus: Spreek dat woord, bid met ver­trouwen, wees niet bang, doe wat je kunt... De Heer kan er won­de­ren mee doen! De leer­lin­gen halen de over­ge­ble­ven brokken weer op: twaalf man­den vol, zo groot is de overvloed die God ons geeft en dat alles zo netjes weer wordt ingezameld, geeft ook aan dat we Gods gaven niet moeten verspillen: je hebt veel van Hem gekregen, wees er zuinig op, doe er wat mee! Amen.

Terug