Arsacal
button
button
button
button


Na 450 jaar een Hoogmis in de Grote kerk van Alkmaar

Feest van het Bloedwonder

Nieuws - gepubliceerd: zondag, 6 mei 2018 - 1076 woorden
Een altaar opgesteld in de Grote kerk
Een altaar opgesteld in de Grote kerk
het altaarstuk van Maerten van Heemskerck
het altaarstuk van Maerten van Heemskerck
Velen waren gekomen om mee te vieren
Velen waren gekomen om mee te vieren

Op zon­dag 6 mei was de Grote Kerk van Alkmaar weer even katho­liek. De zes­tien­de eeuwse kerk, tot voor enkele jaren een pro­tes­tantse kerk, wordt nu voor allerlei doel­ein­den gebruikt. Het gebouw bestond 500 jaar en dat was een gelegen­heid om op deze oor­spron­ke­lijke plaats het heilig Bloed­won­der van Alkmaar te vieren.

Bis­schop mgr. Jozef Punt was hoofd­cele­brant van de Eucha­ris­tie­vie­ring in een volle­dig gevulde Grote of Sint Laurens­kerk. Ik heb daarbij de homilie gehou­den, die hier­on­der na te lezen is. Tijdens de Mis stond de relikwie van het H. Bloed naast het altaar opge­steld. Het heren­koor zong de Gre­go­ri­aanse sacra­mentsgezangen en het gemengde koor voerde de Krönungsmesse van W.A. Mozart uit; het was dan ook een bij­zon­dere en prach­tige vie­ring. Ook Vader Abt Gerard Mathijsen con­ce­le­breerde, evenals deken Eduard Moltzer, pastoor Franklin Brighita, de beide pries­ters van het mens­ge­wor­den Woord die in de pa­ro­chie werk­zaam zijn. assis­te­rend pries­ter Bernard Dijkman, pastoor Anton Overmars van Bergen-Schoorl en oud-kape­laan Jeroen de Wit.

In de kerk zijn momenteel de zijvleugels te zien van het grote altaar­stuk dat Maerten van Heemskerck ooit voor deze kerk schilderde.

 

Homilie

De wijn kleurde rood...

De bouw van deze grote kerk van Alkmaar,
toen toegewijd aan de heilige Lau­ren­tius,
werd vijf­hon­derd jaar gele­den voltooid.
Dat is het wat we dit jaar vieren.
Hier werd het bloed­won­der vereerd,
want op deze zelfde plaats stond de kerk
waar in 1429 die bij­zon­dere gebeur­te­nis plaatsvond:
Folkert morste bij zijn eerste Mis
bij het com­mu­ni­ce­ren
een paar druppels van het heilig Bloed
op het kazuifel, het kleed van de pries­ter.
De witte miswijn kleurde rood:
het heilig bloed­won­der van Alkmaar
was geboren.

Een engel op zee

Een ver­schij­ning van een engel
met de stof van dit kazuifel
aan een schipper
die op zee in een storm ver­keerde,
gaf daarna een be­lang­rijke impuls
aan de devotie.
Uit het jaar na het wonder­baar­lijk gebeuren,
zijn al bede­vaarten gedo­cu­men­teerd,
waar­on­der als een van de eerste
die van de adellijke Abdis Mechtild van der Does
van Leeuwenhorst bij Noordwijkerhout,
die hier kwam danken voor haar gene­zing.
Dit is dus een bij­zon­dere plaats
en daarom zijn er bij­zon­dere redenen
waarom we in dit voor­ma­lig kerk­ge­bouw,
dat ooit een katho­lie­ke kerk was
toch deze mooie hoogmis vieren.

Hoe het was...

We hebben er nu mis­schien niet meer zo’n voor­stel­ling van
hoe de kerk er voor de her­vor­ming moet hebben uitgezien
met heiligen­beel­den en altaren
en na­tuur­lijk met het prach­tige altaar­stuk
van Maerten van Heemskerck
- nu weer even hier terug -.
En hoeveel pro­ces­sies zullen er in die jaren
zijn uit­ge­gaan van deze kerk?
Met alle mooie gewa­den
van de pries­ters en de misdienaren,
met de kloos­ter­lingen van allerlei soort
in hun habijten
moet dat een bij­zon­dere en kleur­rijke belevenis zijn geweest.

Het oude geloof

Maar in weinige jaren draaide de situatie dus helemaal om:
de katho­lie­ken die hier luisterrijk
hun liturgie had­den gevierd,
behoor­den voor­taan tot een niet toegestane gods­dienst,
die gelei­de­lijk aan in allerlei huizen in het geheim
weer plaatsen ging creëren
waar de oud-gelo­vi­gen
of aanhangers van het oude geloof
- zoals de katho­lie­ken wel wer­den genoemd -
samen kon­den komen
om toch de heilige Mis te vieren.
De samen­le­ving was in gods­diens­tig opzicht
in korte tijd heel erg veranderd.

Onstuimige groei

In de stilte en verborgen­heid
zijn de katho­lie­ken eeuwen dóór gegaan
Maar in de negen­tien­de eeuw
kwamen zij uit hun schuil­plaatsen vandaan
en heel veel mensen sloten zich toen weer aan;
het katho­lie­ke volks­deel groeide,
tot zo’n veer­tig procent van de Neder­landse bevol­king.
Nooit eerder in de ge­schie­de­nis van ons land
wer­den er zoveel prach­tige grote kerken gebouwd
als in de anderhalve eeuw die toen kwam.
ook kwamen er allerlei kloosters weer terug,
van zusters, paters en broeders,
in deze stad alleen al zeker een stuk of vijf
en voor ieder aspect van het leven
was er wel een eigen, katho­lie­ke organi­sa­tie,
compleet met gees­te­lijk adviseur.

Niet zo "cool"

Nu zijn we weer in een andere tijd,
geloof en kerk hebben de wind niet zo mee,
het is niet “hip” of “cool”meer
om te geloven en rooms katho­liek te zijn.
Je bent niet extra stoer
als je erbij bent
en je maakt ook niet beter carrière.
Je hoeft niet katho­liek te zijn
om er in het leven een beetje bij te horen.
Het gaat dus nu steeds minder om het instituut,
niet meer om een machtsblok of organi­sa­tie.

De koffie

Maar die kerk is ook niet zomaar een club
waar je zon­dag­och­tend na de Mis
zo fijn koffie kunt drinken.
Die koffie drinken we
omdat we ge­meen­schap zijn,
ge­meen­schap in Christus,
omdat we elkaar willen steunen en sterken
op de weg van de navol­ging van Jezus Christus.

De inhoud

Want het moet nu om de inhoud gaan,
om het geloof, om de hoop en de liefde;
en de liefde is daar­van de kern.
“Blijft in mijn liefde”,
zegt Jezus in het evan­ge­lie vandaag.
En: “Dit is mijn gebod,
dat gij elkaar liefhebt”.
Dat is een liefde
niet zozeer van het fijne gevoel,
dat er morgen mis­schien niet meer is,
maar een liefde die iets over heeft voor een ander,
die er voor God en de mede­mens is.
Want wat ons samenbindt in de katho­lie­ke ge­meen­schap is
de liefde tot God,
en de liefde voor de naaste.

Nerveus

Toen Folkert zijn eerste Mis in Alkmaar deed,
had hij al een leven achter de rug,
niet alles even fraai.
Hij was rijk van huis uit, hield van stappen,
was soms wat agressief.
Hij had gevochten in de Hoekse en Kabeljauwse twisten
en daarbij enkele burgers van Hoorn gedood.
Maar hij had dat boek zomaar gesloten
zonder de bis­schop iets te ver­tellen.
Hij had zich zó laten wij­den
maar toen werd hij toch wat nerveus:
nu was hij pries­ter,
maar met een verle­den,
eigen­lijk niet waar­dig.
Zo stond hij daar, trillend en bevend
en morste wat bloed.

Deze ge­schie­de­nis is nog steeds in­spi­re­rend.
Die laat zien dat iemand als Folkert
best wel op kon gaan
in wat stoer is en pret­tig, wat anderen imponeert,
maar dat er dan toch een moment kan komen
dat de genade van God,
de kracht van Zijn Geest
het hart van iemand kan raken
waardoor die persoon
voor de inhoud gaat,
voor het geloof en de liefde,
de relatie met God.

Bidden met Maria...

En vandaag op deze dag,
nu we vijf­hon­derd jaar ge­schie­de­nis overzien
mogen en willen we bid­den
dat Gods Geest ook nu
de harten zal raken
en daar het vuur van geloof en liefde zal onts­te­ken,
opdat alle mensen bewaard zullen wor­den
voor rampen en onheil
en in Gods liefde zullen blijven.
Moge Maria,
die de moeder is van alle mensen,
daarbij onze voor­spreek­ster zijn.
AMEN

Terug