Arsacal
button
button
button
button


TV-Mis in de kathedraal

10e zondag door het jaar B

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 10 juni 2018 - 945 woorden

De tiende zon­dag door het jaar heb ik ’s morgens eerst in de ka­the­draal gevierd, de H. Mis die door de KRO op TV is uitgezon­den. Het evan­ge­lie ging over ver­deeld­heid, een actueel thema. Een huis dat inner­lijk ver­deeld is, kan geen stand hou­den.

De foto’s zijn van het oefenen voor de uitzen­ding. In Haar­lem werd ook het feest van Maria van Haar­lem gevierd in de Sint Joseph­kerk. Het was moge­lijk mede daardoor niet zo heel druk in de ka­the­draal, wel waren er de nodige toe­risten uit Réunion, Duits­land, Engeland, Barcelona, Slowakije en nog andere ste­den en lan­den...

 

Inlei­ding

Harte­lijk welkom,
U hier in deze ka­the­drale basiliek
en alle mensen thuis
die in dit uur met ons verbon­den zijn.
Jezus heeft het vandaag in het evan­ge­lie
over ver­deeld­heid.
Wat inner­lijk ver­deeld is kan geen stand hou­den.
Ook wij­zelf zijn soms inner­lijk ver­deeld:
we willen God dienen, een goed mens zijn,
iets voor een ander betekenen,
maar wor­den dan ook wel weer eens getrokken
door andere emoties en gevoelens,
die de minder mooie kanten
van ons mens-zijn boven halen.
Daarom willen we ons
aan het begin van de vie­ring hernemen:
dat het goede in ons mag over­heer­sen,
dat we niet inner­lijk ver­deeld zullen zijn.
Laten we daarom om ver­ge­ving vragen
voor onze zon­den
om deze Eucha­ris­tie goed te kunnen vieren.

 

Homilie

Verdeeld...

“Wanneer een huis inner­lijk ver­deeld is...”.
Dat gebeurt nogal eens een keer.
Er is zoveel ver­deeld­heid onder mensen.
Er is ruzie over geld, over een be­han­de­ling,
over iets wat iemand wel of niet heeft gezegd
en zoveel meer.
En wie moet dan de eerste zijn
om het weer goed te maken?
Waar twee mensen ver­deeld zijn,
vin­den ze meestal bei­den
dat de ander het meer bij het ver­keerde eind heeft
dan hij- of zij­zelf.
En hoeveel wordt er niet geroddeld, gestookt,
kwaad ge­spro­ken en gelasterd?
Dat maakt altijd veel kapot.
Mensen wor­den dan tegen elkaar opgezet.
“Wanneer een rijk inner­lijk ver­deeld is,
kan dat rijk geen stand hou­den”,
zegt Jezus ons vandaag.

Hoogmoed

Deze ver­deeld­heid heeft bijna altijd
met hoogmoed te maken,
met een on­ver­mo­gen om de kleinste te zijn;
zij wordt gevoed door de gedachte
dat we het beter weten, beter oor­de­len,
het beter zien dan een ander.

De leugen die regeert

Maar dat kan toch soms ook zo zijn?
De ene mening is soms
veel beter dan een andere
en de waar­heid ligt toch niet altijd
precies in het mid­den.
Mag of moet je er dan niet iets van zeggen?
Iemand kan toch onge­lijk hebben,
ver­keerd oor­de­len of han­de­len?

Dat is na­tuur­lijk juist,
maar de vraag blijft toch
hoe we omgaan met het onrecht dat ons over­komt,
met het kwaad dat we ervaren,
met de leugen die regeert?

Het voor­beeld van Jezus

We kennen na­tuur­lijk het voor­beeld
van Jezus onze Heer
en van tal­loze heiligen
die met geduld
onrecht, laster, leugen
hebben verdragen.

“Geeft gij in het geheel geen ant­woord?” (Mc. 15, 4)
vroeg Pilatus aan Jezus in het lij­dens­ver­haal.
De kracht van Christus bestond erin
veel te verdragen en te zwijgen.

Water in de mond

Een vrouw kwam eens naar de heilige Vin­cen­tius Ferrer
om hem om raad te vragen.
Haar man schold haar iedere avond uit
en werd op den duur handtaste­lijk,
hij was voor geen rede vat­baar!
De heilige wist wel een oplos­sing.
Hij gaf haar water uit de bron van het klooster;
van dat water moest zij een flinke slok nemen
als haar man het huis ‘s avonds binnen kwam;
en zij moest het in haar mond hou­den,
zolang haar man bleef schel­den.
De vrouw kwam al na enkele dagen terug:
het was een wonder­mid­del, dat water,
heilig water, het had perfect gewerkt,
haar man was al gauw helemaal rus­tig gewor­den.
“Maar het wonder”, ant­woordde de heilige,
“Zat niet in de kracht van het water;
het wonder zat in de kracht van je zwijgen”.

Eén

De kracht van de Geest van God is
dat Hij bijeen­brengt, één maakt
wat ver­deeld is;
de kracht van de satan, de duivel zit erin
dat hij ver­deelt wat één is
en daarbij maakt hij altijd gebruik
van onze hoogmoed,
van ons verlangen ons te laten gel­den,
de grootste en superieur te zijn.

Maar wij wor­den gered en verlost,
niet door onze perfectie,
niet doordat we alles zo goed weten en doen,
maar door onze eenvoud en nede­rig­heid,
door ons ver­trouwen en onze overgave.
Want die red­ding, die verlos­sing is genade.

Lasteren of het goede erkennen?

Dat was de grote moei­lijk­heid
voor die schrift­ge­leer­den
die we in het evan­ge­lie ontmoeten:
zij kunnen niet het goede erkennen
dat zij in Jezus zou­den moeten kunnen zien,
zij vin­den dat Hij hun gezag aantast
en schrijven dat goede toe aan de duivel
en fami­lie­le­den zeggen
dat Jezus gek gewor­den is;
Die schrift­ge­leer­den en verwanten
spreken kwaad en las­te­ren
en dat doen zij eigen­lijk allemaal
omdat zij niet Jezus niet willen erkennen,
niet kunnen buigen,
niet de minste kunnen zijn,
slaaf zijn van hun eigen gelijk.

Het is niet ver­won­der­lijk
dat de liturgie bij dit evan­ge­lie
als eerste lezing
het verhaal van de zondeval in het paradijs
heeft geplaatst.
Want daar gaat het
over de hoogmoed van de mens
die zelf God wilde zijn.

Zijn voor­beeld

Het ant­woord van God
op die men­se­lijke hoogmoed was
dat Hijzelf mens is gewor­den
en de minste van ons allen wilde zijn
door als een mis­da­diger
te sterven aan een kruis.

Laten we dat voor­beeld volgen:
nederig, een­vou­dig denken over ons­zelf,
niet alleen gaan voor ons eigen belang
maar een­heid zoeken,
mensen proberen te verbin­den
met God en met elkaar,
de minste willen zijn,
weten te zwijgen en verdragen,
niet uit laf­heid, maar uit deugd.
Omdat niet wij de redders van de wereld zijn,
maar Jezus Christus, onze Heer,
die mens gewor­den
ons op de weg van de eenvoud is voor­ge­gaan.
AMEN.

Terug