Arsacal
button
button
button
button


Jongeren bijeen op weg naar WJD-Panama

Hoe kan het dat mensen niet geloven?

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 20 oktober 2018 - 1428 woorden
De jongeren bij elkaar in het Zandvlietlyceum
De jongeren bij elkaar in het Zandvlietlyceum
De huidige Boskantkapel met altaar uit de gebombardeerde Boskantkerk
De huidige Boskantkapel met altaar uit de gebombardeerde Boskantkerk
Pastoor J. vd Mee steekt een kaarsje aan bij Maria ter Weghe op 18 oktober
Pastoor J. vd Mee steekt een kaarsje aan bij Maria ter Weghe op 18 oktober (foto: B. Löwenthal)

Dit weekend zijn de jon­ge­ren die naar de Wereld­jon­ge­ren­da­gen in Panama gaan bij elkaar op een drietal lokaties rond het Centraal Station van Den Haag. Zater­dag 20 ok­to­ber was ik met hen samen in de vlakbij dit station gelegen Boskant­ka­pel (H. Antonius van Padua) voor de vie­ring van de Eucha­ris­tie. Hoe kun je als jongere gelovig zijn in een wereld die dat niet is?

Maria ter Weghe

Dat was een vraag die naar voren kwam uit het evan­ge­lie van deze dag. Het was het evan­ge­lie van het bezoek van Maria aan Elisabeth (Lc. 1, 39-56), want in het bisdom Rotter­dam wordt op 20 ok­to­ber Maria ter Weghe (Maria viatrix) gevierd, de naam waar­on­der Maria in Haast­recht wordt vereerd. Voor mij kwam dat mooi uit: ik ben tien jaar pastoor geweest in Haast­recht en na­tuur­lijk denk ik ieder jaar aan het feest van Maria van Haast­recht, dat daar ter plaatse overigens al op 18 ok­to­ber wordt gevierd. Het gaat om een Maria­beeldje dat in 1647 vanuit Foy bij Dinant naar Haast­recht is geko­men.

Zalig die gelooft hebt

Bij het bezoek aan Elisabeth krijgt Maria te horen: “Zalig gij die gelooft hebt”. De wereld­jon­ge­ren­da­gen staan dit keer in het teken van Maria met als thema precies de woor­den waar­mee Maria dat geloof tot uitdruk­king heeft gebracht: “Zie de dienst­maagd des Heren. Mij geschiede naar Uw woord”. Bovendien is Maria ter Weghe een “pel­gri­merende Madonna”: Maria gaat op weg naar Elisabeth, waar zij haar lof­lied, het Mag­ni­fi­cat zingt. Allemaal dus heel toepas­se­lijk voor deze dag!

Het was mooi om met de jon­ge­ren en een heel stel pries­ters die mee­gaan naar de WJD, deze Eucha­ris­tie te vieren. Na afloop heb ik nog eventjes mee kunnen gaan naar het Zandvlietlyseum waar de bij­een­komst was; de jon­ge­ren had­den schuin daar tegen­over over­nacht in de Engels­ta­lige pa­ro­chie. Ik ben blij dat er een heel mooie groep jon­ge­ren uit ons bisdom Haar­lem-Am­ster­dam, al moeten we onze meerdere erkennen in het bisdom Rotter­dam dat een nog grotere groep naar Panama af kan vaar­digen. Er is nu nog een voor­be­rei­dings­week­end in Bruinisse in no­vem­ber. Ik wens alle jon­ge­ren een fan­tas­tisch mooie pelgrimage toe met Maria als gids, naar Panama!

De oor­spron­ke­lijke Boskant-kerk was een water­staats­kerk in het Bezui­denhout die in de Tweede Wereld­oor­log is verwoest. Het was de Franciscaner­kerk waar de groot­va­der naar wie ik ben vernoemd, altijd ging biechten vanuit Leidschen­dam. Na de oorlog werd een nood­kerk gebouwd en vele tien­tal­len jaren later kwam de hui­dige kapel tot stand waar nu de blauwe zusters zijn. Gelukkig is het prach­tige altaar-zilver bewaard gebleven en dat is op de foto goed te zien.

Homilie

“Ik ben niet gelovig”

We komen allemaal wel de nodige mensen tegen
die zeggen: “Ik geloof niet”, “Ik ben niet gelovig”
of derge­lijke woor­den.
Na­tuur­lijk hangt het er van af
welke mensen op je pad komen,
in wat voor kringen je ver­keert,
maar in onze westerse samen­le­ving
is het vaak ge­mak­ke­lijker
om te zeggen: “Ik ben niet gelovig”
dan om te zeggen dat je wél gelovig bent.
In Panamà bij­voor­beeld ligt dat iets anders.
Maar wat betekent het
als iemand zegt dat ie niet gelovig is?

Kijken naar een boom

Als je bij­voor­beeld buiten loopt in de natuur,
kun je dat op veel ver­schil­lende manieren ervaren.
Je kunt aan een boom zien
wat voor soort boom het is,
aan de jaar­ringen kun je zien hoe oud die is,
je kunt zien of die boom in een goede conditie is
of aan het afsterven is,
of die een goede biotoop heeft of niet,
enzo­voorts, enzo­voorts.
Dat is bijna tech­nisch.
Maar je kunt ook een erva­ring hebben
van de harmonie en de schoon­heid
van die zelfde boom en van de natuur
waarin die zich bevindt,
zelfs zonder dat je al die vragen hebt kunnen be­ant­woor­den.
Dat is een soort totaal-erva­ring
waarvoor je niets hoeft te ontle­den.
Dat ontle­den, redeneren en analyseren
is na­tuur­lijk prima,
maar het is niet alles,
want de totaal erva­ring,
die indruk die de boom, die natuur op je maakt,
raakt je pas op een heel ander niveau.
En schoon­heid leidt tot God.

Niet te dicht op de Nachtwacht!

Je kunt het ver­ge­lij­ken met een borduur­werk.
Als je aan de achter­kant ervan kijkt,
zie je duizend dra­den,
je kunt daaraan voor­tref­fe­lijk zien
hoe dit borduur­werk tot stand geko­men is.
Maar kijk je naar de voor­kant,
dan zie je wat de zeg­gings­kracht
van al die draadjes is,
je ziet de compositie, de schoon­heid ervan.
Hetzelfde zou je kunnen zeggen van een schilderij.
Je moet niet te dicht op de Nachtwacht gaan staan.
Dat schilderij wordt nu gerestaureerd
en dat res­tau­ra­tie­pro­ces kun je gaan bekijken in het Rijks­mu­seum:
een inte­res­sante erva­ring, je ziet hoe het gebeurt.
Maar de compositie, het meester­schap van Rembrandt
komt pas tot uiting als je het van een afstand bekijkt
vóór de res­tau­ra­tie en hope­lijk nog beter daarna,
als het als geheel op je in laat werken.

De hand van de Mester

Zo zal het ook met vele mensen zijn
die we ontmoeten en die niet gelovig zijn.
Ze zien mis­schien de dra­den van het borduur­werk
en de dtreken van het penseel
op het schilderij dat Schep­ping heet,
maar niet de hand van de Meester die het gemaakt heeft.
Daar is een geloofs­er­va­ring voor nodig.

Erin gaan staan

Je zou het ook kunnen ver­ge­lij­ken met een kerk­ge­bouw
dat je van buiten ziet.
De ramen zijn donker van buiten gezien
en pas als je naar binnen gaat
zie je dat het prach­tige glas-in-lood-ramen zijn.
Ook met geloven is het zo
dat je ergens pas kunt geloven
als je een per­spec­tief van binnen uit hebt,
je moet erin gaan staan,
omdat geloven behalve een genade,
ook een bele­ving is, een inner­lijke erva­ring,
geloven is - zeggen we dan - een erva­ring van ons hart.

Zalig die geloofd heeft

Vandaag werd het in het evan­ge­lie tot Maria gezegd:
“Zalig zij die geloofd heeft”.
Elisabeth zei deze woor­den over Maria
omdat Maria
op de bood­schap van de engel had geant­woord:
“Zie de dienst­maagd van de Heer,
mij geschiede naar uw woord”,
wat het thema is van de WJD in Panamà.
Er kwam een engel op Maria af met een bood­schap,
dat was God’s actie;
Maria gaf een posi­tief ant­woord,
dat was háár respons van geloof,
niet omdat ze op dat moment
alles kon ontle­den en bere­deneren, totaal niet!
Maar ze werd geraakt en ze ging op die genade in
en ze deed wat ze dacht dat goed was.

Als het avond wordt...

Om nog even op die kerk met die glas-in-lood-ramen
terug te komen:
het verhaal wordt anders
als het buiten donker is
en je doet het licht aan in die kerk.
Van alle kanten zie je dan buiten
hoe mooi die ramen zijn.
Zo is het ook voor ieder van ons:
als je binnen gaat,
het geloof niet als een buiten­staan­der blijft bekijken
en als je leven dus niet alleen bestaat
uit ontle­den en analyseren,
dan kun je geraakt wor­den door de schoon­heid
en door de genade van God.
Genade noemen we alles wat God aan jou geeft.
Maar op een gegeven moment
- als je jezelf openstelt -
zal er dan iets in je ontstoken wor­den,
waardoor je zelf weer geloof, hoop en liefde gaat uitstralen
waardoor anderen ook schoon­heid en God kunnen ervaren.

Een weg naar God...

Bij die verlichte kerk werkt dat het best
als het laat in de avond is.
Dan zie je door het licht daar­bin­nen
buiten pas goed hoe mooi die ramen zijn.
Zo wordt dat duister een kans om iets moois te zien.
Ook in het leven van mensen is dat zo:
als we iets ergs meemaken,
iets wat moei­lijk is, als het donker is
- ziekte, verlies, misluk­king, een­zaam­heid, niet geac­cep­teerd wor­den noem het maar op -
dan helpen redeneren en analyseren niet meer.
Maar dat is altijd ook een kans
om meer te ontdekken
wat voor andere waar­den in het leven be­lang­rijk zijn
en wie God voor jou is.
Een moei­lijke periode in je leven
kan zo een weg wor­den naar God en naar geloof,
naar het vin­den van kracht­bronnen voor je leven
in Gods woord en in de sacra­menten.

Op naar Panama

“Zalig die geloofd heeft”.
Het wordt vandaag tegen Maria gezegd.
Ik mag hopen dat het van jullie allemaal
gezegd mag wor­den.
Voor Maria is het een mooie erva­ring,
het geeft haar vreugde en dank­baar­heid,
zoals ze die tot uiting brengt in dat lied:
“Mijn hart prijst hoog de Heer”.
Ik wens jullie allemaal nu alvast
mooie dagen in Panamà
en een mooie tijd van uitzien naar die bij­zon­dere reis.

Terug