Arsacal
button
button
button
button


Armoede in de school. In Nederland? Ja, in Nederland

Bezinning op de Verus Identiteitsdag katholiek onderwijs

artikel_overig - gepubliceerd: donderdag, 8 november 2018
met de winnaars van de identiteitsprijs
met de winnaars van de identiteitsprijs

Je zou het misschien niet zeggen maar armoede is een probleem in Nederland, ook op school: één op de negen kinderen leeft op of onder de armoedegrens. Die armoede is vaak verborgen, dus voor leraren is het een uitdaging om die te traceren. De Verus identiteitsdag ging hierover en op die dag heb ik de bezinning gehouden die hieronder wordt weergegeven.

M25

Als het erom gaat mensen bewust te maken hoe essentieel het is om te zien naar anderen, wordt vaak verwezen naar woorden van Jezus over het laatste oordeel, die heel inspirerend zijn. Jongeren­groepen die met caritas, inzet voor de naaste, bezig zijn, worden zelfs kortweg aangeduid met “M25”, een verwijzing naar Matteüs 25, 31-46 waar die woorden zijn te vinden: de Mensenzoon vergezeld van al zijn engelen maakt er een scheiding onder de volkeren, zoals een herder dat doet tussen bokken en schapen. De mensen die aan de ene kant worden geplaatst - de bokken - hebben de hongerenden niet te eten gegeven, de dorstigen niet te drinken gegeven, de zieken niet bezocht, de vreemdelingen niet opgenomen, de naakten niet gekleed, de gevangenen niet bezocht, terwijl die aan de andere kant dat wél hebben gedaan. Het gaat hier om de werken van barm­har­tig­heid. De crux van dit verhaal is dat het de Heer zelf was die ze wel of niet hebben bijgestaan, omdat ze in feite aan Hem hadden gedaan, wat ze voor de minsten hadden verricht.

Nooit bij nagedacht..,

Maar de mensen die in dit stukje evangelie voor de Heer staan reageren allemaal onwetend en met verbazing: ze hadden er nooit bij stil gestaan dat het de Heer zelf zou zijn geweest voor wie ze wel of niet iets hadden betekend. Je doet de goede dingen gewoon omdat je goede hart je ingeeft dat het zo goed is, vaak zonder er diep over na te denken of de reikwijdte van je handelen te zien. Die mensen uit Matteüs 25 hadden het gewoon gedáán. Maar het is natuurlijk wél zo dat de waarden die we in ons dragen - ons mensbeeld, onze geloofsovertuiging, inspirerende voorbeelden, alles wat we hebben meegekregen - sterk bepalend zijn voor hoe we handelen. Het komt ergens vandaan bij­voor­beeld dat een mensenleven in onze cultuur meer waard is dan in vele andere culturen, dat we er bij ons polderend samen uit willen komen als er verschillen van inzicht zijn en dat iets willen betekenen voor een medemens nog steeds een basiswaarde is in onze maat­schappij.

Welke school is katholiek?

Wanneer is een school katholiek? Er zijn katholieke scholen in soorten en maten en ze zijn in bijna alle landen van de wereld wel te vinden, maar het zijn meestal geen scholen voor katholieke leerlingen. Het tweede Vaticaans concilie, de belangrijkste kerk­ver­ga­dering van de vorige eeuw (1962-1965), sprak zijn waardering al uit voor katholieke scholen die voor niet-katholieke leerlingen open staan (GE 9, 1). Een katholieke school is zichzelf, zeker, maar zij sluit niemand uit. Toen het concilie in die wereldwijde veelvormigheid probeerde te omschrijven wat een katholieke school nu eigenlijk is, kwam die kerk­ver­ga­dering uit bij een milieu dat bezield wordt door de evangelische geest van vrijheid en liefde, bij een sterk accent op menselijke vorming en persoons­ont­wik­ke­ling, bezield door de bood­schap van het evangelie (GE 8), waarbij bijzondere aandacht werd gevraagd voor kinderen die gehandicapt zijn, arm zijn of geen fijne gezinsachtergrond hebben.

Geen Yuppen-school

Een katholieke school is dus geen yuppen-school al komt het daar soms een beetje op neer in landen waar de bekostiging van de ouders moet komen, omdat het belastinggeld alleen naar openbare scholen gaat. Datzelfde concilie heeft die eenzijdige bekostiging van alleen openbare scholen dan ook als onrechtvaardige last gezien voor ouders die andere scholen kiezen (DH 5). 

Het gaat bij katholiek onderwijs om de vorming van mensen, het gaat om mensen en het gaat om de liefde. Het gaat erom Jezus te herkennen in wie arm zijn of in nood. En dat “Jezus herkennen” in deze mensen, betekent dat die mensen juist respect en aandacht waardig zijn.

Ouders

Een ander kenmerk van een katholieke school is dat die aansluiting probeert te vinden bij het gezin, de ouders probeert te betrekken bij het schoolgebeuren, omdat die tenslotte de eerstverant­woor­de­lijken voor de opvoeding zijn. Zij bepalen in eerste instantie wat voor opvoeding zij hun kinderen willen geven (DH 5; GE 6). Vandaar dat vrije school­keuze en ouderbetrokkenheid belangrijk worden gevonden. Ook dat is een element dat steeds weer terug komt in de kerkelijke teksten.

Aandacht...

Die missie van een katholieke school is zeker in onze tijd niet gemakkelijk, omdat die specifieke opdracht aandacht vraagt voor de mens achter de leerling, voor de context waarin hij of zij leeft; dat is een aanpak die vraagt om rust, tijd, empathie, per­soon­lijke aandacht en dat bij alle bureaucratie die óók moet, bij alle targets die óók gehaald moeten worden, bij de eisen die passend onderwijs stelt, bij het tekort aan leraren en de steeds grotere problematieken die er in gezinnen spelen en de groeiende diversiteit aan culturen en achtergronden in de klas waar een leraar ook iets mee moet.... Hoe krijg je daar überhaupt een dialoog op gang waarin leerlingen elkaar ontmoeten als persoon, met een weder­zijds verstaan en een openheid waardoor niemand uitgesloten wordt? Het doel is niet dat iedereen het met elkaar eens is, wél dat mensen elkaar zien staan, begrip voor elkaar krijgen en elkaar respecteren. Maar in dat hele verhaal is het niet altijd degene die de grootste mond heeft, die ook de meeste aandacht behoeft. Armoede maakt eerder stil.

Er is armoede in Nederland

Ik denk dat voor ons allen duidelijk is dat er in Nederland inderdaad armoede is. Het bewustzijn van dit probleem is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Eén op de negen kinderen op onze scholen zijn arm, zeggen de statistieken, meer dan 290. 000 kinderen in Nederland. In sommige wijken en plaatsen ligt dat percentage nog beduidend hoger. In een stad als Oss bij­voor­beeld zijn 2100 kinderen arm. In Nederland heeft één op de vijf gezinnen problematische schulden. De kinderen die arm zijn komen uit gezinnen die op of onder de armoedegrens leven, vaak in schuldsanering zitten, door de voedselbank worden onder­steund. Zij zijn financieel niet in staat om met de activiteiten mee te doen, kleding of schoeisel te kopen of gewoon een cadeautje te geven voor een verjaardag. Gelukkig zijn in vele gemeenten initiatieven om daar iets aan te doen en ook allerlei andere instanties zijn met gezins- en kinderarmoede bezig. En er zijn al flink wat scholen die maatregelen hebben genomen om kinderen te helpen, soms met hulp van derden.

Uitsluiting

Armoede betekent uitsluiting: je kunt niet meedoen, je hoort er niet of veel minder bij. We weten wat voor impact dit op kinderen heeft. Het gaat vaak om gewone dingen: geen vriendjes mee naar huis nemen, kleren die niet goed passen, met kapotte schoenen blijven lopen. En soms betekent het dat kinderen niet naar school komen, bij­voor­beeld om pijnlijke situaties te vermijden. Als kinderen van school wegblijven - spijbelen - is er meestal meer aan de hand.
De armoede heeft natuurlijk vaak te maken met andere factoren die in het gezin spelen, zoals een scheiding, arbeids­onge­schikt­heid, psychische problematiek en noem maar op. Bovendien speelt de uitsluiting - omdat het gezin financieel niet mee kan doen met anderen - ook een rol in het contact naar de ouders toe. Daardoor (en door andere factoren) is het lastig juist deze ouders bij het schoolgebeuren te betrekken.

Machteloos?

Ik heb niet een zak met oplossingen bij de hand, maar het bewustzijn van een probleem is het begin van een oplossing en daarom is het goed dat we rond dit thema samen zijn, ook al kunnen we niet alles oplossen.
Want er moet vaak ook nog eens zoveel en er zijn te weinig mensen om alles gedaan te krijgen wat zou moeten.... Soms kunnen we zelf iets doen, soms kunnen we een instantie waarschuwen, soms kunnen we een begeleiding aanbieden. Maar de toegang tot instanties is vaak ook een probleem en we kunnen dus niet alles. We kunnen niet alles oplossen en hebben niet op elke impliciete of expliciete hulpvraag een passend antwoord. Ook het gevoel van machteloos te staan in bepaalde situaties, hoort erbij.

Bidden en een kaarsje

En er zijn veel mensen die bidden. Het wonderlijke is altijd dat in enquêtes meestal meer mensen zeggen te bidden, dan dat er zeggen gelovig te zijn! Dat maakt ons - denk ik - duidelijk hoe diffuus geloof en geloven geworden zijn. Mensen zijn niet gewend dat heel duidelijk te benoemen. Maar als je kunt bidden, laat dan ook die leerling onderdeel zijn van je gebed. Of steek eens een kaarsje op voor een leerling. Het is een uiting van vertrouwen dat we uiteindelijk niet alleen zorgen, dat wij onze leerlingen niet voor alles kunnen behoeden en hun leven niet kunnen leiden en het is een toevertrouwen van die leerling, van dat kind, die jongere aan de zorgen van een hemelse Vader; dat haar/zijn leven ten goede moge worden geleid.... Dat is in ieder geval ook mijn gebed voor hen.

Hoe kunnen ze gezien worden?

Maar om even terug te keren naar het verhaal van Jezus uit M25, Matteüs 25: hoe kan het dat de ene helft van de mensheid - de bokken - die armen, noodlijdenden, zieken, vreemdelingen niet ziet staan? Ook in onze Nederlandse maat­schappij zijn meer dan een miljoen mensen ernstig eenzaam. Een paar procent van de bevolking - en dat zijn toch nog heel veel mensen - heeft zelfs minder dan eens in de maand een sociaal contact. Zij horen er niet echt bij, er is geen aandacht voor hen, zij worden niet gezien. Juist de armen worden niet gezien.
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze mensen gezien worden? Een vorm van een antwoord vinden we in het evangelie-verhaal van Bartimeüs, een blinde bedelaar, die langs de weg zit (Mc. 10, 46-52). Er staan veel mensen langs die weg omdat Jezus daar langs komt. Op het moment dat Bartimeüs Jezus te hulp begint te roepen - “Jezus.... Heb medelijden met mij” -, snauwt iedereen hem toe dat hij zijn mond moet houden. Maar dan staat Jezus stil en Hij laat hem roepen; meteen, op dat zelfde moment keert de stemming om: nu zeggen de mensen tot Bartimeüs; “Heb goede moed. Sta op, Hij roept U”. 

Verandering door aandacht

Wat gebeurt hier? De aandacht die Jezus aan die blinde geeft, het feit dat Hij hem belangrijk vindt, hem uit zijn isolement haalt, brengt deze verandering teweeg. Bartimeüs staat niet meer in de marge, hij is niet meer uitgesloten, al is hij op dat moment nog blind. Dat betekent: de aandacht die wij aan iemand geven in een penibele situatie, het feit dat wij iemand belangrijk vinden die het niet zo best heeft, een leerling van wie we aanvoelen dat die arm is of het thuis niet zo fijn heeft: die aandacht kan een verandering teweeg brengen in de wijze waarop “men” die persoon ziet. Stil staan, aandacht geven is belangrijk. Door een bepaalde vorm van positieve aandacht kunnen we eraan bijdragen dat iemand wordt bevrijd uit het isolement, er meer bij mag horen.

Zie je ze staan?

Toen ik pastoor was, hoorde ik veel verhalen van oudere mensen over hun schooltijd. Aan welke leraar - toen nog vaak en broeder of zuster - dachten zij met veel liefde terug? U raadt het al!

De eerste vraag is dus: zie je ze staan, zie je ze echt staan? Als we een hart voor mensen hebben en voor de vorming van alle kinderen in heel hun mens-zijn, zullen er wondertjes gebeuren. Het is een terugkerend refrein: het gaat om de mens, meer nog om de persoon dan om het vak en de kennis.

Het verlangen het kind als persoon te leren kennen is de kern. Om John Latijn te leren, moet je niet alleen Latijn kennen, je moet ook John leren kennen, zei paus Johannes Paulus I in de ene maand dat hij paus was (1978). Het kind mag gezien worden in zijn waardigheid (daar ging het in om in het evangelie van M25: Jezus in het kind herkennen).

Uitsluitings­me­cha­nismen

Dat betekent dat er op school een klimaat mag zijn waarin iedereen zich welkom weet, waarin we zo goed mogelijk proberen te vermijden dat uitsluitings­me­cha­nismen in werking treden, bij­voor­beeld door kinderen niet publiek geld te laten betalen, door niemand uit te sluiten van activiteiten en als er een activiteit is die geld kost, proberen financiering te zoeken, om maar een klein aspect te noemen. Natuurlijk is niet in elke situatie hetzelfde mogelijk, maar ik wens U - ons - allen van harte toe dat we mogen bijdragen aan een school waar ieder kind gezien wordt en gerespecteerd, waar de mens centraal staat.

Terug