Arsacal
button
button
button
button


Duizend bekoringen als je geroepen wordt

Gebedsdag gebedskring en eerste zaterdagviering

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 4 mei 2019 - 967 woorden

Zo’n drie­hon­derd mensen waren naar Onze Lieve Vrouw ter Nood geko­men voor de eerste zater­dag­vie­ring en gebeds­dag voor de gebeds­kring van het semi­na­rie. De dag begon met de fees­te­lij­ke Eucha­ris­tie­vie­ring in de Bede­vaart­ka­pel. Met lunch, ge­tui­ge­nissen en een Lof werd de gebeds­dag ver­volgd.

Bij de Eucha­ris­tie­vie­ring heb ik on­der­staan­de homilie gehou­den; voor de Mis waren drie beicht­va­ders druk bezig biecht te horen, terwijl de rozen­krans gebe­den werd. Pries­ter Eli Stok die aan ons semi­na­rie stu­deerde voor het bisdom Rotter­dam, ver­telde na de lunch over zijn bele­ving van het pries­ter­schap in de pa­ro­chies waar hij is aan­ge­steld, se­mi­na­risten gaven een ge­tui­ge­nis en brachten muziek mten gehore.

 

Homilie

Duizend beko­ringen

Broeders en zusters,
Het is goed dat u hier bent geko­men vandaag
om te bid­den om pries­terroe­pingen.
Dat gebed is heel hard nodig,
want niet alleen moet het hart van een jonge man
wor­den geraakt
door de kracht van Gods genade
om een roe­ping te kunnen hebben,
hij moet daarna ook nog eens vechten
tegen duizend beko­ringen,
staande in een wereld
die heel anders denkt en doet
dan Jezus ons heeft voor­ge­daan en voorge­hou­den,
en waarin veel jon­ge­ren
een goed gezin en mensen om hen heen
moeten missen
die hen kunnen steunen en helpen
om de weg van Jezus te gaan.

Anders dan de wereld...

Die weg van Jezus gaat over eenvoud,
over liefde tot God en de naaste,
over kuis­heid, nede­rig­heid en dienst­baar­heid,
maar in onze wereld gaat het juist erom
te schit­te­ren, goed naar voren te komen,
aan­dacht te trekken
en als individu aan je trekken te komen.
Het brengen van offers
is voor velen een onbekend begrip.

Ze doen het zelf niet...

Na­tuur­lijk zijn mensen uit zo’n wereld
er dan gauw bij
om de kerk die zulke andere waar­den predikt
van hypo­cri­sie te beschul­digen
als die zelf zon­digt:
zie je wel, zij doen het ook niet.

Tegen de stroom...

Dus jonge mensen moeten
met vallen en opstaan mis­schien
tegen de stroom van de tijd
een weg van beke­ring gaan.
En na­tuur­lijk geldt dat ook
voor een meisje of jongen
met een kloosterroe­ping.

Allerlei vragen...

En dan zijn er nog allerlei vragen
die speciaal voor jonge mensen
ont­moe­di­gend kunnen zijn:
Hoe zal het verder gaan met de Kerk,
nu er zo weinig jon­ge­ren zijn?
Kan ik me daar­mee wel engageren?
En dan de negatieve dingen
van de katho­lie­ke kerk,
soms lijkt het wel
of dat er alleen maar is.
En kan ik het wel?
Zal ik celi­ba­tair kunnen leven?
Zal ik me een leven lang
kunnen geven in dienst­baar­heid aan mensen,
in navol­ging van Jezus,
voor Christus en de Kerk?

Ook het huwe­lijk is voor veel jon­ge­ren
al een moei­lijke en inge­wik­kelde stap.

Duizend moei­lijk­he­den

Dat zijn angsten zoals die van de apos­te­len
die alleen tegen een harde wind op roei­den,
terwijl de nacht ging vallen.

En toch kan Gods genade alles
en die genade moet wor­den afgesmeekt:
“De oogst is groot.
Bidt de Heer om arbeiders “

Voor iemand die ge­roe­pen is,
zijn er duizend moei­lijk­he­den,
maar na­tuur­lijk hoeven die nog
geen enkele twijfel te veroor­zaken
of een roe­ping op de lange baan doen schuiven;
wie echt ge­roe­pen is
zal een verlangen voelen en een inzet
om voor de wil van God wil gaan.

Dwaalwegen blokkeren

Het is uit deze inner­lijke motivatie,
vanuit de liefde voor Christus en de Kerk
en de liefde voor de roe­ping,
dat iemand die ge­roe­pen is
de kracht zal ont­van­gen
om beko­ringen en moei­lijk­he­den te over­win­nen.
“Heer, voor U wil ik leven,
dus de grote dwaalwegen
zal ik blokkeren.
En mocht ik toch een keer gestruikeld zijn,
wil ik opstaan, ver­ge­ving vragen, verder gaan”.

Geen hypo­cri­sie, geen dubbelleven!

Eerlijk­heid en beke­ring zijn essentieel
- eigen­lijk voor iedere christen -;
hypo­cri­sie en een dubbel leven
zijn een doodlopende weg.
Daarom onder meer
is het eer­lijke gesprek van een se­mi­na­rist
met zijn gees­te­lij­ke vader zo be­lang­rijk.

Niet nieuw

Nu zijn die duizend moei­lijk­he­den
eer­lijk gezegd
niet helemaal nieuw.
Toen ik acht­tien was,
tra­den alle pries­ters uit
- van de zes kape­laans die in mijn geboorte­plaats waren,
zijn er vijf uitgetre­den en de zesde is vroeg gestorven -,
de semi­na­ries waren gesloten
en in de kerken leek het wel
of niemand meer geloofde
in de Eucha­ris­tie:
er was geen eerbied
en de liturgie was vaak een rommeltje.
Ge­loofs­be­lij­de­nissen wer­den veranderd
en velen kwamen niet verder
dan het evan­ge­lie van de barm­har­tige Samari­taan.

In deze tijd?

Dus toen ik tegen mijn ouders zei
dat ik pries­ter wilde wor­den,
keken ze voor­na­me­lijk bezorgd:
Zou je dat nu nog wel doen,
in deze tijd?
Gelukkig heb ik er nooit spijt van gehad.
En zij ook niet.
Ik ben dank­baar dat ik dit jaar
al veer­tig jaar pries­ter mag zijn.

Een verwel­ko­mende kerk

Maar wat zeker ook be­lang­rijk is
- naast het gebed om roe­pingen -
is dat we in de kerk proberen
een ge­meen­schap te vormen
waar jonge mensen echt welkom zijn,
dat we hen kansen geven
zich te vormen
en een plaats en een rol in onze geloofs­ge­meen­schap te krijgen
en dat we hen onder­steunen
om een weg met Jezus
- een weg van geloof - te gaan.
Heel veel jon­ge­ren hebben van huis uit
weinig of niets mee­ge­kre­gen,
vele jon­ge­ren - ook uit katho­lie­ke families -
zijn niet meer gedoopt
en niet met het geloof opgegroeid,
zij moeten dus een langere weg gaan
om bij Jezus en de Kerk uit te komen,
maar zij hebben het­zelfde hart
en dezelfde bestem­ming
gekregen als wij.

Wees weg­wij­zers

Dus laten we allen proberen
weg­wij­zers te zijn
naar Christus en de Kerk,
naar het evan­ge­lie en de sacra­menten,
want die bood­schap van het evan­ge­lie
en de sacra­menten
zijn onein­dig rijk en mooi.
We kunnen allemaal iets doen.
Ons geloof, ons voor­beeld, onze harte­lijk­heid en open­heid
kunnen daaraan bijdragen
en na­tuur­lijk ook ons gebed.
Daarvoor is niemand te oud!
Ik was als kind mis­die­naar in een bejaar­denhuis
en bij hoogbe­jaarde, emeriti pries­ters.
Die hebben op mij grote indruk gemaakt
en zeker bij­ge­dragen aan mijn roe­ping.
Dus: we zijn nooit te oud
om een steentje bij te dragen!
Laten we bid­den om roe­pingen
en door ons gelovig christen-zijn
wijzen naar Hem
die de Weg, de Waar­heid en het leven is.
Amen

Terug