Arsacal
button
button
button


Erkenning en waardering....

Missiezondag in de Sint Pancratiuskerk te Castricum

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 21 oktober 2012
de vice-voorzitter, mw. Clarien A.M. Slot-Abeling opent de ontmoeting, rechts pastoor Kaleab
de vice-voorzitter, mw. Clarien A.M. Slot-Abeling opent de ontmoeting, rechts pastoor Kaleab

Deze zondag, 21 oktober, heb ik de parochie van de Goede Herder met de Sint Pancratius­kerk in Castricum bezocht. Na de heilige Eucha­ris­tie­viering, opge­luis­terd door het uitstekend dames- en herenkoor van de parochie, was er een ontmoeting voor de parochianen met de gelegenheid om vragen te stellen en in gesprek te gaan.

Er kwamen vele vragen variërend van het seksueel misbruik, de communie onder twee gedaanten, hoe betrekken we jongeren bij de kerk, waarom is er zo'n afstand tussen de parochianen en de hiërarchie, waarom wordt de betekenis van hemelse bood­schappen niet meer onder de aandacht gebracht, het celibaat enzovoorts. Allemaal vragen waaruit de grote betrokkenheid bij de kerk van de aanwezige parochianen bleek.

Ik heb geprobeerd zo goed mogelijk te antwoorden, al weet ik natuurlijk ook niet op alles raad. De parochie heeft een pastoor die uit Ethiopië afkomstig is en daaruit zijn allerlei leuke contacten gegroeid met Ethiopië: de MOV-groep van de parochie was net in Ethiopië en over twee weken gaat de voetbalclub DEM waar de pastoor een ethousiast lid van is. Hieronder de homilie die ik bij deze gelegenheid heb gehouden.

Homilie 29e zondag door het jaar

Ieder mens krijgt graag waardering en iedereen wil wel een plaatsje onder de zon.

Als je een goede plaats krijgt toegewezen, als je een hogere rang of bevordering krijgt, als je erop vooruitgaat in salaris, dan is misschien vaak nog wel het belangrijkste: dat mensen je zien staan, dat er waardering uit spreekt voor wie je bent en wat je doet, dat je erkenning vindt.

Daarom wordt een koninklijke of kerkelijke onderscheiding ook vaak zeer op prijs gesteld: het is een teken, een gebaar van erkenning en waardering.

We vieren vandaag missie­zondag en ik denk dat de mensen in de landen van de zogenaamde derde wereld ook een stukje erkenning, waardering en verbondenheid ervaren als ze horen en zien dat hun rijkere medemensen, hun geloofsgenoten in de westerse wereld, een bijdrage geven, hen steunen met projecten waardoor zij zich kunnen ontwikkelen, een opleiding kunnen volgen, een kans krijgen op een betere toekomst.

In september was ik op de cursus voor de nieuwe bis­schop­pen en daar kwam een Braziliaanse bisschop naar me toe om me te zeggen: Ik heb zoveel aan Nederland te danken: ik ben door een Nederlandse missionaris gedoopt, heb bij een Nederlandse pastoor mijn eerste communie gedaan, ik kreeg les op het seminarie van een Nederlander en ik ben door een Nederlandse bisschop gewijd.

En ooit kwam ik een Afrikaanse priester tegen die me vertelde dat hij in zijn gebeden altijd nog dacht aan een Nederlandse familie die zijn studie had betaald.

Het was duidelijk bij die twee personen, die priester en die bisschop, dat zij die hulp vanuit Nederland als een teken van liefde, van zorg en waardering hadden ervaren.

Zo zal het hier in Castricum ook gaan: later zullen mensen vertellen: pastoor Kaleab, een Ethiopische priester, heeft mij gedoopt, bij hem heb ik mijn eerste communie gedaan, of: hij heeft mijn man begraven.

Zij zullen dat zeggen met dankbaarheid en waardering voor de pastoor die aan hen dit teken van liefde had gegeven.

En dat is nu weer een van de mooie dingen van onze universele Kerk: we zij niet een Kerk van Castricum, van Noord-Holland of van Nederland, maar een Kerk van de hele, wijde wereld, een universele Kerk.

Wij zijn in de Kerk verbonden met mensen over de hele wereld, rijk en arm, wit, geel of bruin, uit een oude cultuur of een land in ont­wik­ke­ling, dat maakt niet uit: we zijn broeders en zusters van elkaar en dat drukken we heel bijzonder uit door onze bijdrage op een dag als vandaag, op missie­zondag.

Ook de apostelen hielden van waardering, van erkenning en een mooie positie.

Één kant van de medaille is daarvan dat het goed is wanneer wij die waardering aan anderen laten blijken, als we iemand bevestigen in het goede en mooie wat die doet. Dat doet onszelf ook goed.

We krijgen allemaal weleens graag een aai over onze bol en het hoort bij de naasten­liefde dat we onze waardering voor anderen uiten.

Maar we kunnen aan de andere kant ook te zeer haken naar bevestiging, streven naar waardering en naar een hoge positie.

Als iemand heel erg ambitieus is, kan dat er mee te maken hebben dat die persoon zich eigenlijk ten diepste niet zo aanvaard en bevestigd voelt, dat hij of zij zich eigenlijk niet goed genoeg voelt en daarom per se iets moet bereiken om maar goed gevonden te worden.

Dan staat de positie natuurlijk ook wel heel erg in het teken van zelf iets te betekenen, iets te zijn.

Maar je bent goed zoals je bent, en je bent al helemaal goed als je probeert te dienen, iets probeert te betekenen voor andere mensen en uiteindelijk: als je probeert om te leven met een hart vol liefde voor God en je naaste.

Je hoeft geen uitzonderlijke prestaties te verrichten, geen hoge positie te bekleden, je bent het beste als je gewoon liefdevol jezelf probeert te zijn.

In het evangelie van vandaag proberen twee apostelen bij Jezus de beste plaatsen voor zichzelf te regelen.

En de andere apostelen zijn geen haar beter, want die worden kwaad als zij merken dat die twee dit hadden gevraagd.

Het antwoord van Jezus komt eigenlijk beide keren op hetzelfde neer: God heeft je geroepen om je te geven, je zult zelfs heel wat kruisen moeten dragen.

God heeft je geroepen om te dienen, er dus voor anderen te zijn en welke positie je ook bekleed, wat ook je plaats in Kerk of samenleving is, vergeet nooit dat je je plaats gekregen hebt, niet om jezelf te ver­heer­lij­ken of er zelf voordeel van te hebben, maar om te dienen, om je leven te geven.

Een tamelijk jong echtpaar met twee kleine kinderen kwam voor moeilijke vragen te staan omdat één van de jonge kinderen - ik weet niet wat voor ziekte het was - vaak benauwd en daardoor angstig was.

Ik weet niet meer alle details, maar de conclusie was toch dat het belangrijk zou zijn als één van de ouders thuis zou blijven.

Beide ouders hadden een goede baan, beiden hadden veel plezier in hun werk, beiden zagen ze er tegen op om de hele dag thuis te zijn, minder geld te hebben, hun sociale contacten te missen.

Maar ze wisten allebei ten diepste dat hun leven als dienst was bedoeld en dat deze situatie van hen vroeg om dit ingrijpend besluite te nemen; en ze hebben met liefde die moeilijke keuze gemaakt en het is gelukkig heel goed gegaan.

Je leven is er uiteindelijk niet om je eigen ambitie te bevredigen, maar om te dienen, God en de naaste. En dat blijft altijd heel belangrijk.

Als we ons dit realiseren, zullen we ook de kracht ontvangen om bepaalde offers te brengen, de offers die nodig zijn om onze taken in dit leven in trouw en op dienstbare wijze te kunnen vervullen.

AMEN

Terug