Arsacal
button
button
button


Sander Dekker en het religieuze huwelijk

Het huwelijk als gevangenis?

artikel_overig - gepubliceerd: woensdag, 27 november 2019
Het huwelijk een gevangenis?
Het huwelijk een gevangenis?
Ook de Sint Josephkerk in Haarlem was rood aangelicht
Ook de Sint Josephkerk in Haarlem was rood aangelicht

Minister Sander Dekker is opnieuw met plannen gekomen om invloed van reli­gi­euze ge­meen­schappen in het (semi)publieke domein te weren. Dit keer gaat het om ‘de beëindi­ging van de reli­gi­euze ver­bin­te­nis’ waardoor de ene echt­ge­noot de andere in vrij­heid belet. De bur­ger­lijke rechter zou hier uit­komst moeten gaan bie­den. Wat ik van dit plan vind?

Artikel is aangevuld op 26 janu­ari 2020

Rode kerken

Het is opvallend dat de minister met zijn plan naar buiten komt precies op de dag dat 45 kerken in Neder­land en vele honder­den in de rest van de wereld in rood licht baden om aan­dacht te vragen voor onder­druk­king en ver­vol­ging van gods­dienstige minder­he­den en christen­ver­vol­ging!

Publieke domein vrij van religie?

Sander Dekker heeft een zekere naam hoog te hou­den op het gebied van het bashen van gods­diensten. Eerder probeerde hij met iPad-scholen en andere onder­wijs­vor­men de chris­te­lijke, katho­lie­ke en islami­tische scholen terug te dringen. Ik kan me de toe­spraak nog her­in­ne­ren waarin de -toen- staats­secre­taris nota bene met een beroep op 1 Korinten 13 (hooglied van de liefde) stelde dat katho­lie­ken en andere chris­te­nen zijn plannen moesten omarmen en dat toch ook kerken aan de ere­dienst wer­den onttrokken! Eerder schetste hij de iden­ti­teit van een school als een saus die je naar keuze op een gerecht kunt doen, om met die opmer­king ver­an­de­ring van iden­ti­teit te sti­mu­leren. Ook stond de toen­ma­lige staats­secre­taris op het stand­punt dat niet ledenaantallen moesten bepalen wat voor zend­tijd een omroep kreeg, maar heel andere zaken, zoals kwali­teit. Alle voor­stel­len lijken tame­lijk con­se­quent in dezelfde lijn te staan: ze beogen vormen van confessionele of reli­gi­euze presentie in het (semi)publieke domein terug te dringen. Ik heb deze stand­pun­ten van Sander Dekker ver­schil­lende malen op deze website besproken.

De vrij­heid om te schei­den

Nu gaat het dus over het ontbin­den van reli­gi­euze hu­we­lij­ken door de bur­ger­lijke rechter. Althans, dat lijkt hij te bedoelen in het bericht dat op de website van de rijksover­heid (www.rijksover­heid.nl) is verschenen. De kop van dit bericht is: "Sneller einde aan huwe­lijkse gevangen­schap". De ge­mid­del­de lezer zal misschien aller­eerst denken aan Islami­tische vrouwen voorzover die in een huwe­lijks­si­tua­tie van onder­druk­king en mishan­de­ling ver­blij­ven, maar dat staat er niet. Er wordt geen enkele nuance of nadere specificatie gegeven. Integen­deel, de minister geeft hier uit­druk­ke­lijk aan "iedereen moet de vrij­heid hebben om te schei­den en om zijn of haar leven weer los van elkaar te kunnen voortzetten. Dat geldt zowel voor het bur­ger­lijk huwe­lijk, als voor de reli­gi­euze ver­bin­te­nis, ongeacht of deze ver­bin­te­nis naast een bur­ger­lijk huwe­lijk bestaat".

Hoe ziet de katho­lie­ke kerk het ker­ke­lijk huwe­lijk?

Zoals vroeger in Neder­land de over­heid en de bevol­king altijd deed, gaat de katho­lie­ke kerk ook nu uit van het onontbind­ba­re (sacra­men­tele) huwe­lijk. Dat is gebaseerd op de woor­den van Jezus in het evan­ge­lie (vgl. bijv. Mt. 19, 3-6) en de bete­ke­nis van dat sacra­men­tele karakter. Het gaat in dit verband wat ver om de theo­lo­gische uit­wer­king daarvan te geven, maar die onontbind­baar­heid van het sacra­men­tele en voltooide huwe­lijk betekent dat de katho­lie­ke kerk voor deze hu­we­lij­ken alleen een nietig­ver­kla­ring kent, geen ontbin­ding (wel een schei­ding van tafel en bed). De pro­ce­dure tot nietig­ver­kla­ring gaat door op aanvraag van één van de partners, ook als de andere partner daar niet aan mee wil werken. De uit­komst kan zijn dat geen nietig­ver­kla­ring volgt, maar wie scheidt en een nieuwe relatie aangaat hoeft niet bang te zijn dat hij of zij in een ‘gevangen­schap’ wordt gehou­den of wordt ver­volgd. In de pas­to­raal van de Kerk zal er wel gepoogd wor­den - als daarvoor rede­lijker­wijs goede kansen zijn - om een relatie­breuk te helpen vermij­den; want een breuk heeft vaak niet alleen gevolgen voor twee mensen, maar ook voor de kinderen waarvan de partners-in-crisis de ouders zijn. Zeker is niet het enige punt bij een echtschei­ding dat mensen weer door moeten kunnen gaan met hun leven... Er zijn ook vaak kinderen bij betrokken, die de zwakste partij vormen. De katho­lie­ke kerk heeft er overigens alle begrip voor dat er situaties (bijv. hui­se­lijk geweld, seksueel mis­bruik, overspel, veel­vul­dige ruzie...) kunnen zijn waarin het beter is dat mensen uit elkaar gaan en ge­schei­den gaan leven. 

Moet het bur­ger­lijk huwe­lijk nog blijven?

Het bur­ger­lijk huwe­lijk is in Neder­land pas in de zeven­tien­de eeuw ingevoerd. Daarvoor was het een gods­dienstige en familie-aan­gele­gen­heid. Is dit instituut in de huidige vorm nog nodig? Ik ervaar het in ieder geval als minder juist dat de bur­ger­lijke over­heid voorschrijft dat een ker­ke­lijk huwe­lijk niet gesloten mag wor­den voordat een bur­ger­lijk huwe­lijk heeft plaats gevon­den, temeer omdat het concept van een bur­ger­lijk huwe­lijk de laatste vijftig jaar zo sterk veranderd is en nau­we­lijks meer te ver­ge­lij­ken is met een ker­ke­lijk huwe­lijk.

De minister overschrijdt een grens

De minister is het er per­soon­lijk vast niet mee eens dat iemand een reli­gi­eus huwe­lijk aan gaat. Hij heeft er blijkens zijn Wikipedia pagina zelf voor gekozen om samen te wonen en hij heeft ooit aange­ge­ven niet gelovig te zijn. Dat is zijn vrij­heid. Iets anders is of het in zijn rol als minister past om in deze vragen stelling te nemen op de wijze waarop hij dat heeft gedaan. Zijn bijdrage is mijns inziens onge­nu­an­ceerd en deze overschrijdt een grens, name­lijk die van het respect voor de gods­dienst­vrij­heid en de schei­ding van kerk en staat.

Van groot belang is zeker dat mensen­rechten beschermd wor­den, maar deze insteek biedt niet de juiste weg. Een andere vraag is nog of een recht op echtschei­ding tot de mensen­rechten behoort.

Postscriptum

In een artikel van Marije van Beek in Trouw van 25 janu­ari 2020 (De Ver­die­ping, pp. 10-11) werd op bovenstaande bijdrage ingegaan. Ik zou het allemaal niet goed hebben begrepen want er staat een uit­zon­de­rings­clau­su­le in de wet dat een man in 'zwaar­we­gende gevallen' niet hoeft mee te werken aan de ontbin­ding van een reli­gi­eus huwe­lijk en dat zou van toepas­sing kunnen zijn op katho­lie­ke hu­we­lij­ken, aldus de redenering van Benedicta Deogratias in Trouw. Deze jurist/onder­zoeker geeft wel aan dat velen niet zullen begrijpen wat 'zwaar­we­gende belangen' zijn en dat er voorlich­ting nodig is.
Mij ging het echter aller­eerst om de wijze waarop deze voorgenomen wetswijzi­ging door minister Sander Dekker is aan­ge­kon­digd op de website van de over­heid; tege­lijk lijkt het me nodig dat de insteek van de wetswijzi­ging wordt geëvalueerd. Dat rechten van vrouwen moeten wor­den ge­res­pec­teerd, lijkt me volstrekt helder; dat de staat gaat over de beëindi­ging van reli­gi­euze hu­we­lij­ken is dat beslist niet, ook niet als die staat voor zwaar­we­gende gevallen een uit­zon­de­rings­clau­su­le han­teert. Dat de Islam veelal geen schei­ding van kerk/gods­dienst en staat kent is proble­ma­tisch; als de staat eenzelfde weg opgaat, wordt alles nog proble­ma­tischer. Het gebeurt vaker (denk bijv. aan het onder­wijs) dat een probleem wordt ervaren dat gerela­teerd is aan de Islam en dat getackled wordt met voor­stel­len tot een algemene wet­ge­ving - want de wet is gelijk voor allen -, waarvan echter de con­se­quenties die verder strekken dan de situaties die men voor ogen heeft, onvoldoende wor­den voorzien.

Terug