Arsacal
button
button
button


Catechist zijn: een prachtige roeping!

Catechisten bisdom Haarlem-Amsterdam bijeen

Nieuws - gepubliceerd: zaterdag, 29 februari 2020 - 5134 woorden

Zater­dag 29 februari kwamen de cate­chisten bijeen in het bis­schops­huis bij de ka­the­draal in Haar­lem. Het was voor mij een goede gelegen­heid om te luis­te­ren naar hun erva­ringen, ons te bezinnen op de roe­ping tot cate­chist en te bespreken hoe we de taak en de roe­ping van de cate­chist meer onder de aan­dacht kunnen brengen bij de pries­ters en diakens, in de oplei­ding en natuur bij moge­lijke kan­di­da­ten!

Leidraad

Leidraad binnen ons bisdom voor de roe­ping tot cate­chist is de door Rome uitge­ge­ven Gids voor cate­chisten. Cate­chiste Monica Wildeboer heeft daar een uit­ge­breide samen­vat­ting van gemaakt, die ik zo vrij ben hier­on­der weer te geven, zodat ieder die in­te­res­se heeft in deze roe­ping daar kennis van kan nemen.

Wie is en wat doet de cate­chist?

De roe­ping is een weg voor vrouwen en mannen. De cate­chisten hou­den zich bezig met het geven van catechese, met pas­to­rale taken, zoals het bezoeken van mensen, het be­ge­lei­den van geloofs­leer­lingen en vele andere taken, en zij mogen als er geen Eucha­ris­tie kan zijn, bij afwe­zig­heid van een pries­ter of diaken, een woord- en communie­vie­ring hou­den of ook andere gebeds­vie­ringen lei­den (kruis­weg, vespers enz.). Wanneer er geen gewijde be­die­naar is, mogen zij het heilig sacra­ment uitstellen, omdat zij tevens bui­ten­ge­woon be­die­naar van de heilige communie zijn. De cate­chisten nemen het op zich een leven van gebed te lei­den, verbon­den met de kerk, en zo moge­lijk getij­den­ge­bed (de lau­den en vespers) te bid­den. Zij wor­den regel­ma­tig uit­ge­no­digd voor vor­mings­da­gen en ont­moe­tingen voor de pries­ters, diakens, pas­to­raal werkers en cate­chisten.

Aan het einde van de bij­een­komst hebben we samen de vespers gebe­den en een foto gemaakt in de ka­the­draal waar zij hun zen­ding van de bis­schop hebben ont­van­gen. Enkele cate­chisten waren helaas door ziekte of om andere redenen verhinderd.

 

Gids voor cate­chisten

Uit­trek­sel van de “Guide for cate­chists”, gericht aan de bis­schop­pen, pries­ters en cate­chisten.

Intro­duc­tie

De con­gre­ga­tie voor de Evangeli­sa­tie van de volken (CEP) heeft altijd een bij­zon­dere in­te­res­se gehad in de cate­chisten als primaire factor voor Evangeli­sa­tie. In 1970 heeft zij al een prak­tische handlei­ding voor de cate­chisten uitge­ge­ven. I.v.m. radicale ver­an­de­ringen in de wereld en het bewust­zijn van zijn verant­woor­de­lijk­he­den wil het CEP aan­dacht vragen voor de hui­dige situatie en vooruit­zichten bie­den voor de verdere ont­wik­ke­ling van dit “prijzens­waar­dige leger van lekenapos­te­len”. Cate­chisten zijn volgens paus Johannes Paulus II de fun­da­men­tele evan­ge­lische dienst aan de wereld. De gids behandelt de principiële aspecten van de roe­ping van de cate­chist; de iden­ti­teit, spiri­tua­li­teit, selectie en trai­ning, missio­naire en pas­to­rale taken etc. voor nu en de toe­komst.

voor­woord

Cate­chisten hebben altijd een heel be­lang­rijke rol vervuld binnen de Evangeli­sa­tie in de wereld. Ook vandaag de dag zijn zij onver­vang­ba­re Evan­ge­listen, zoals de en­cy­cliek “Re­demp­to­ris Missio” terecht zegt. Paus Johannes Paulus II beves­tigde de unici­teit van de rol van de cate­chisten, hij zei: “gedurende mijn apos­to­lische reizen heb ik per­soon­lijk kunnen ervaren dat de cate­chisten een nood­za­ke­lijke bijdrage leveren in het ver­sprei­den van het geloof en de Kerk, vooral in de missie­ge­bie­den”.

De con­gre­ga­tie voor de Evangeli­sa­tie van de volken erkent de onbetwiste effec­ti­vi­teit van de cate­chisten: onder de verant­woor­de­lijk­heid van de pries­ters ver­kon­di­gen zij de Blijde Bood­schap aan hun broeders en zusters en berei­den hen voor op hun opname in de ker­ke­lijke ge­meen­schap door het Doopsel. Door hun gods­diens­tig on­der­richt, voor­be­rei­ding op de Sacra­menten, het aan­spo­ren tot gebed en andere chari­ta­tieve werken, helpen de cate­chisten de gedoopten te groeien in hun chris­te­lijk leven. Bij een tekort aan pries­ters zijn de cate­chisten ook belast met de pas­to­rale lei­ding van de kleine ge­meen­schappen. Vaak zijn zij geloofs­ge­tui­gen in moei­lijke situaties en omstan­dig­he­den, soms ook met gevaar voor eigen leven. De cate­chisten zijn waar­lijk de trots van de mis­sio­ne­rende Kerk!

Deze gids is gericht aan bis­schop­pen, pries­ters en de cate­chisten zelf, maar ook bedoeld voor cateche­tische centra en oplei­dingen voor cate­chisten. Niet alleen om een vernieuwd beeld van de cate­chist te geven maar ook als bijdrage voor de groei van deze vitale sector voor de toe­komst van de mis­sio­ne­ring van de wereld. De H. Vader heeft grote waar­de­ring voor het ini­tia­tief voor deze gids en geeft zijn apos­to­lische zegen, vooral aan de cate­chisten zelf.

De cate­chist in een missio­naire Kerk: roe­ping en iden­ti­teit

Iedere gedoopte katho­liek is per­soon­lijk door de H. Geest ge­roe­pen mee te werken aan de komst van Gods Rijk. Onder de leken­ge­lo­vigen bestaan gevarieerde roe­pingen of ver­schil­lende spi­ri­tu­ele en apos­to­lische wegen te gaan voor in­di­vi­duele gelo­vi­gen en groepen. Binnen de algemene roe­ping van de leken zijn er ook speciale roe­pingen.

Aan de oorsprong van de roe­ping van de cate­chist, dus terzijde van de Sacra­menten van het Doopsel en Vormsel, ligt een spe­ci­fie­ke oproep van de Heilige Geest, een “speciaal cha­risma herkend door de Kerk” en dui­de­lijk gemaakt in het mandaat (de opdracht) van de Bis­schop. Het is be­lang­rijk voor de kandidaat cate­chist de bovenna­tuur­lijke en ker­ke­lijke bete­ke­nis van zijn/haar roe­ping te herkennen, en als het moge­lijk is te (be)ant­woor­den, zoals Gods Zoon, “Hier ben ik” (Heb 10:7), of, zoals de profeet, “Hier ben ik, zend mij” (Jes 6:8).

In de actuele missio­naire praktijk is de roe­ping van de cate­chist spe­ci­fiek voor de taak van de catechese, en alge­meen het samen­wer­ken binnen de apos­to­lische diensten welke be­lang­rijk zijn voor de opbouw van de Kerk. De CEP houdt vast aan de waarde en de onder­schei­ding van de cate­chistenroe­ping. Iedere cate­chist moet proberen zijn eigen spe­ci­fie­ke roe­ping te ontdekken, on­der­schei­den en koes­te­ren.

Vanuit het bo­ven­ge­noem­de kan wor­den opgemaakt dat de cate­chisten in de missie gebie­den hun eigen iden­ti­teit hebben die hen karakte­riseren ten opzichte van degene die werken in de oudere Kerken, zoals het Ker­ke­lijk gezag en wet­ge­ving dui­de­lijk hebben herkend. In het kort, de cate­chist in de missie gebie­den iden­ti­fi­ceert zich door vier ele­menten: ge­roe­pen door de Heilige Geest; een ker­ke­lijke zen­ding; samen­wer­ken met de apos­to­lische opdracht van de bis­schop; en een speciale bin­ding met de missio­naire ac­ti­vi­teit voor de volken (ad Gentes). Verbon­den aan de vraag over de iden­ti­teit is die van de rol van de cate­chist in de missio­naire ac­ti­vi­teit, een rol die zowel be­lang­rijk als veelzij­dig is. Naast de expliciete pro­cla­ma­tie van de chris­te­lijke bood­schap en de be­ge­lei­ding van de cate­chu­me­nen en pasge­doopten op hun weg naar volle­dige rijp­heid in het geloof en het sacra­men­tele leven, omvat de rol van de cate­chist aanwe­zig­heid en getuigen, verwikkeling in de men­se­lijke ont­wik­ke­ling, incul­tu­ra­tie en dialoog.

De en­cy­cliek Re­demp­to­ris Missio beschrijft de cate­chisten als “speciale werkers, lei­dende getuigen, nood­za­ke­lijke (onmis­ba­re) evan­ge­lis­ten, die de basis­kracht van de chris­te­lijke ge­meen­schappen represen­te­ren, bij­zon­der in de jonge Kerken”. Het ker­ke­lijk wet­boek (CIC) heeft een canon over de cate­chisten ont­wik­keld voor de missio­naire ac­ti­vi­teit en beschrijft hen als: “leken christen­ge­lo­vigen die een goede vor­ming hebben ont­van­gen en een uits­te­kend chris­te­lijk leven lei­den. Onder lei­ding van de mis­sio­na­rissen geven zij on­der­richt over het Evan­ge­lie en verbon­den met de li­tur­gische ere­dienst en in werken van barm­har­tig­heid”. Deze beschrij­ving van de cate­chist correspon­deert met die van het CEP uit 1970: “de cate­chist is een leken persoon speciaal aan­ge­steld door de Kerk, in overeenstem­ming met de lokale behoeften, om Christus bekent te maken, geliefd en gevolgd door hen die Hem nog niet kennen en door de gelo­vi­gen zelf”.

Voor de cate­chisten geldt dat sommige functies van de heilige bedie­ning, die niet behoren tot het karakter van de Heilige Orde, hen kunnen wor­den toe­ver­trouwd. De uit­voe­ring van deze functies, als er geen pries­ter be­schik­baar is, maakt echter geen pastor van de cate­chist. Het CEP zegt: “de cate­chist is geen ver­vanger van de pries­ter, maar is een gerech­tigd getuige van Christus in de ge­meen­schap”.

Cate­go­rieën en taken

Omdat er een verschil is tussen de cate­chisten in de missie­ge­bie­den en die in de oudere Kerke, en er onderling ook verschil is tussen de ver­schil­lende ge­meen­schappen is het moei­lijk een enkele beschrij­ving te geven die van toepas­sing is op allen.

Er zijn twee hoofdtypes cate­chisten: fulltime cate­chisten, die hun hele leven in deze dienst stellen en offi­cieel zo erkend zijn; en parttime cate­chisten die gedeelte­lijk hun tijd dienst­baar stellen. Het verschilt van plaats tot plaats, maar er zijn veel meer parttime cate­chisten dan fulltime. Verschei­dene taken zijn toe­ver­trouwd aan beide types cate­chisten, en in deze taken is de grote diver­si­teit te zien die bestaat tussen ver­schil­lende gebie­den. De volgende schets wil een rea­lis­tische samen­vat­ting geven van de voor­naam­ste toe­ver­trouwde functies aan de cate­chisten in Kerken die af­han­ke­lijk zijn van het CEP:

  • er zijn cate­chisten met de spe­ci­fie­ke taak voor de catechese, die jonge mensen en volwassen on­der­richten in het geloof, kan­di­da­ten en hun families voor­be­rei­den op de initiatie sacra­menten, en helpen bij bij­een­komsten en ont­moe­tingen rondom de catechese. Cate­chisten met deze functies zijn talrijker in Kerken die de nadruk leggen op het ont­wik­ke­len diensten van leken.
  • en er zijn cate­chisten die samen­wer­ken (participeren) in ver­schil­lende vormen van apos­to­laat met gewijde be­die­naren, wiens aan­wij­zingen zij gewillig aannemen. De hen toe­ver­trouwde taken zijn veelsoor­tig: preken tot niet chris­te­nen; on­der­richt aan de cate­chu­me­nen en aan degene die al zijn gedoopt; het lei­den van de gebeds­diensten in de ge­meen­schap, in het bij­zon­der tij­dens de zon­dagsliturgie bij afwe­zig­heid van een pries­ter; de zieken helpen en het lei­den van uit­vaar­ten; het trainen van andere cate­chisten in speciale centra of het be­ge­lei­den van vrij­wil­li­gers (cate­chisten) in hun werk; pas­to­rale ini­tia­tie­ven onder hun hoede nemen en het or­ga­ni­se­ren van pa­ro­chie plech­tig­he­den; de armen helpen en werken aan de men­se­lijke ont­wik­ke­ling en ge­rech­tig­heid. Dit type cate­chist is meer alge­meen in gebie­den waar de pa­ro­chies uitgestrekt zijn over een groot gebied, ver van het centrum, of waar vanwege een tekort aan clerici de pa­ro­chie­pries­ter leken leiders selec­teert om hem te helpen.

De dyna­miek van de jonge Kerken en hun socio­lo­gische en culturele situatie doet ook andere apos­to­lische functies opkomen. Bij­voor­beeld de gods­dienst­on­der­wijzers in de scholen die les­ge­ven aan gedoopten en aan niet chris­te­lijke stu­den­ten. Deze zijn te vin­den in scholen van de over­heid waar de staat reli­gi­eus on­der­richt toe­staat, als wel in de Katho­lie­ke scholen. Er zijn ook “zon­dags cate­chisten” die les­ge­ven in zon­dags­scho­len die door de pa­ro­chie zijn geor­ga­ni­seerd, speciaal daar waar de staat geen gods­dienston­der­richt op de scholen toe­staat. In grote ste­den, speciaal in de arme delen, doen vele leken apos­te­len uits­te­ken werk onder de be­hoef­ti­gen, immi­gran­ten, ge­van­ge­nen en andere noden. Zulke functies zijn overwogen dien­over­een­koms­tig de ont­vanke­lijk­heid en erva­ring van de ver­schil­lende Kerken, en zowel goed voor de cate­chist als voor de algemene vorm van leken dienst aan de Kerk en haar missie. De CEP beschouwt het veelvoud en variëteit van deze taken als een expressie van de rijke werk­zaam­heid van de H. Geest in de jonge Kerken en beveelt ze allen bij de bis­schop­pen aan. Het vraagt hen deze speciaal te koes­te­ren welke het beste be­ant­woor­den aan de hui­dige noden en in de nabije toe­komst, in zover dit te voor­zien is.

Er is nog een over­we­ging. Cate­chisten mogen oud of jong zijn, man of vrouw, getrouwd of alleen, en deze factoren zullen mee­ge­no­men moeten wor­den in de verant­woor­de­lijk­he­den en toe­wij­zing van de taken in de ver­schil­lende culturele omstan­dig­he­den. Dus een gehuwde man is de meest aangewezen persoon om de ge­meen­schaps­lei­der te zijn, bij­zon­der in ge­meen­schappen waar mannen nog steeds een dominante rol hebben. Vrouwen zullen dan de meest na­tuur­lijke keuze zijn om on­der­richt te laten geven aan de kin­de­ren en jon­ge­ren, en voor het werken aan de chris­te­lijke be­vor­de­ring en vooruithelpen van vrouwen. Getrouwde stellen hebben een grotere stabili­teit en kunnen een ge­tui­ge­nis zijn van de waar­den van het chris­te­lijk huwe­lijk. De jongere cate­chisten zullen bij voor­keur het contact leggen met de jon­ge­ren, en ac­ti­vi­teiten ver­rich­ten die langer tijd vragen.

Vooruit­zichten voor de ont­wik­ke­lingen in de nabije toe­komst

De algemene ten­dens, welke de CEP goed­keurt en aan­moe­digt, is dat de figuur van de cate­chist als zodanig wordt bekrach­tigd en ontwikkelt, onaf­han­ke­lijk van de taken hij of zij verricht. De waarde van de cate­chisten en hun invloed op het apos­to­laat zijn altijd beslissend voor de Ker­ke­lijke missie. Zich­zelf baserend op zijn eigen we­reld­wijde erva­ring, biedt de CEP de volgende sug­ges­ties aan om te helpen bij, en promoten van de re­flec­tie op dit on­der­werp:

  • Absolute priori­teit moet gegeven wor­den aan kwali­teit. Een alge­meen probleem is te­gen­woor­dig de schaars­heid aan goed getrainde kan­di­da­ten. Het karakter van de cate­chist is het eerst be­lang­rijke, en dit moet de criteria voor selectie en het pro­gram­ma voor trai­ning en be­ge­lei­ding beïn­vloe­den. De woor­den van de H. Vader: “Voor een derge­lijk fun­da­men­tele Evan­ge­lische dienst zijn een groot aantal werkers nood­za­ke­lijk. Maar strevend voor cijfers, moeten we vandaag de dag boven alles streven naar het waarborgen van de kwali­teiten van de cate­chist”.
  • Met het oog op de hernieuwde missie voor de volken zal de toe­komst van de cate­chisten in de jonge Kerken zeker gemar­keerd wor­den door een missio­nair vuur. Daarom zullen de cate­chisten nog meer ge­kwa­li­fi­ceerd moeten zijn als leken pioniers van het apos­to­laat. In de toe­komst, zoals als in het verle­den, zullen zij zich on­der­schei­den door hun nood­za­ke­lijke (onmis­ba­re) bijdrage tot de missie ac­ti­vi­teiten aan de volkeren.
  • Sleu­tel­fi­gu­ren met de taak zich te ver­ster­ken. Overal zullen op zijn minst enkele pro­fes­sio­nele cate­chisten aanwe­zig moeten zijn die zijn opgeleid in geschikte centra en die, geplaatst in sleu­tel­posten van de cateche­tische organi­sa­tie onder lei­ding van hun pastoor, toe­zicht heeft op de voor­be­rei­ding voor nieuwe kan­di­da­ten, hen introdu­ceert in hun functies en hen begeleid in hun werk. Deze sleu­tel­fi­gu­ren zullen op alle niveaus gevon­den moeten wor­den - pa­ro­chieel, dio­ce­saan en natio­naal - en zullen een garantie zijn voor de goede functione­ring van een zodanig be­lang­rijke sector van het Ker­ke­lijk leven.
  • Het CEP verwacht dat in de nabije toe­komst het werk van de cate­chisten steeds verder zal wor­den ont­wik­keld, en we zullen van nu af proberen te zien hoe de pro­ta­go­nisten (voor­vech­ters) van morgen zullen han­de­len.

Hieruit volgt dat het van grote waarde zal zijn om ge­spe­cia­li­seerde cate­chisten te hebben die het chris­te­lijk leven willen promoten daar waar het meren­deel van de mensen wel is gedoopt, maar waar het peil van reli­gi­euze in­struc­ties en/of van het ge­loofs­le­ven niet hoog is. Cate­chisten zou­den ook getraind moeten wor­den voor de uit­dagingen van deze tijd zoals de seculari­sa­tie, mi­gran­ten, poli­tieke kansen, de invloed van de massa media etc. De Kerk heeft cate­chisten nodig, nu en in de toe­komst.

De spiri­tua­li­teit van de cate­chist

Nood­zaak en aard van spiri­tua­li­teit voor de cate­chisten. Cate­chisten moeten een diepe spiri­tua­li­teit hebben door te leven in de Geest die hen helpt zich­zelf continu te vernieuwen in hun spe­ci­fie­ke iden­ti­teit. Hun spiri­tua­li­teit is verbon­den aan de deelname aan de drie taken van Christus: aan het pries­ter­lijke, profe­tisch en ko­nin­klijk ambt. Als leden van de leken­ge­lo­vigen zijn zij betrokken op de seculiere wereld en kunnen daardoor vele terreinen door­dren­ken met de geest van het Evan­ge­lie. Zo zijn zij in de wereld om getuigen te zijn van Christus.

Voor gehuwde cate­chisten, het huwe­lijksleven vormt een in­te­graal deel van hun spiri­tua­li­teit. Zoals de paus bekrach­tigt, “van gehuwde cate­chisten wordt verwacht dat zij steeds getuigen van de chris­te­lijke waar­den van het huwe­lijk, het sacra­ment trouw te bleven en hun kin­de­ren op te voe­den met het gevoel voor verant­woor­de­lijk­heid”. Deze huwe­lijks­spi­ri­tua­li­teit kan grote invloed hebben op hun ac­ti­vi­teiten, en het is goed voor hen als zij hun gezin betrekken bij hun werk zodat zij als familie apos­to­lische getuigen kunnen zijn.

De spiri­tua­li­teit van de cate­chist is ook een voor­waarde voor hun apos­to­lische roe­ping en daarvoor dragen zij de volgende kenmerken: open­heid voor Gods woord, voor de Kerk en voor de wereld; een authen­tiek leven; een missio­nair vuur; en devotie tot Maria.

  1. Open­heid voor Gods woord: een fun­da­men­tele spi­ri­tu­ele hou­ding is die van openstaan voor Gods woord als: de open­ba­ring, gepredikt door de Kerk, gevierd in de liturgie en tot leven gebracht in het leven van de heiligen. Dit is altijd een ont­moe­ting met Christus, verborgen in het Woord, in de Eucha­ris­tie en in onze broeders en zusters. Open­heid voor het Woord betekent open­heid tot God, tot de Kerk en tot de wereld. - Open­heid tot God Uno et Trino, die in de meest intieme diepten van ieder mens is en bete­ke­nis geeft aan zijn of haar leven: in over­tui­ging, beoor­de­ling, het scala van waar­den, keuzes, relaties, gedrag etc. cate­chisten moeten zich­zelf toestaan binnen te stappen in de cirkel van de Vader die het Woord mee­deelt; van de Zoon, het geïncar­neerde Woord, die alleen de woor­den spreekt van de Vader; en van de Heilige Geest, die het verstand verlicht en helpt het Woord van God te verstaan, die het hart opent om het Woord met liefde te ont­van­gen en de prak­ti­se­ren. Het gaat dus om een spiri­tua­li­teit die gewor­teld is in het levende Woord van God, met een Trinitaire dimensie, het Woord met het uni­ver­se­le aanbod voor Redding/verlos­sing. Het vereist een ant­woor­dende inner­lijke hou­ding die deelt in de liefde van de Vader, die wil dat ieder tot kennis komt van de waar­heid en wordt gered; die zoekt ge­meen­schap met Christus, en deelt met Hem het leven; die laat zich­zelf toe dat de Geest hem/haar omvormt tot een moe­dige getuige van Christus en een verlicht prediker van het Woord.
  2. Open­heid voor de Kerk, waar­van de cate­chisten levende leden zijn, die zij willen opbouwen, en van waaruit zij hun zen­ding hebben ont­van­gen. Het Woord is toe­ver­trouwd aan de Kerk, zodat het trouw bewaard zal wor­den, het met hulp van de Geest uit­ge­legd kan wor­den, en verkon­digd in de hele wereld. Als mensen van God en van het mys­tieke Lichaam van Christus, verwacht de Kerk van de cate­chisten een diep gevoel van toebe­ho­ren aan Christus en verant­woor­de­lijk­heid, dat zij leven als actieve leden, het uni­ver­seel sacra­ment van verlos­sing vraagt om een leven in dit mysterie, en van de genade, hierdoor wordt de cate­chist een zicht­baar teken voor de ge­meen­schap. De dienst van de cate­chist is nooit een privé zaak of geïso­leerd, het is altijd diep Ker­ke­lijk. Open­heid voor de Kerk drukt zich uit in ‘kinder­lijke’ liefde (in de zin van ‘als kin­de­ren van God’), toe­wij­ding aan haar diensten en de bereid­heid te lij­den voor de Kerk. In het bij­zon­der komt deze open­heid ook tot uitdruk­king in de aan­han­ke­lijk­heid en ge­hoor­zaam­heid aan het Roomse Pon­ti­fi­caat, het centrum van een­heid en de band van de uni­ver­se­le ge­meen­schap, alsook aan de bis­schop, de vader en gids van de afzon­der­lijke kerk. De spiri­tua­li­teit van de cate­chisten uit zich in een oprechte liefde voor de Kerk, in navol­ging van Christus die, “van de Kerk hield en Zich­zelf voor haar heeft opgeofferd” (Ef 5:25).
  3. Missio­naire open­heid naar de wereld. Cate­chisten moeten open en aan­dach­tig (attent) zijn voor de noden van de wereld, wetende dat zij werken voor- en in de wereld zonder haar compleet toe te behoren. Dit betekent dat zij oprecht betrokken moeten zijn op het sociale leven rondom hen heen, zonder zich terug te trekken uit angst of problemen. Open­heid naar de wereld is een ka­rak­te­ris­tiek van de spiri­tua­li­teit van de cate­chist en een deugd die voort­komt uit de liefde van Jezus, de Goede Herder, wie kwam “om de verstrooide kin­de­ren Gods bijeen te ver­ga­deren” (Joh 11:52). Cate­chisten hebben een be­lang­rijke rol op het gebied van men­se­lijke ont­wik­ke­ling en het pleiten voor recht­vaar­dig­heid. Zij moeten de moed hebben om op te komen voor de zwakken en hun rechten te verde­digen. Cate­chisten moeten vervuld zijn van deze liefde, en dit over­bren­gen op hun broeders en zusters als zij preken dat God zijn liefde en verlos­sing aan ieder aanbiedt. Cate­chisten moeten een gevoelig­heid hebben voor het omgaan met mensen met moei­lijk­he­den zoals mensen met moeizame hu­we­lij­ken, kin­de­ren uit gebroken gezinnen etc. Zij moeten juist aan hen het grote medelij­dende hart van Jezus kunnen tonen.
  4. Authen­tiek leven. De werken van de cate­chist zijn betrokken op hun gehele zijn. Voor zij het Woord prediken, moeten zij zich deze eigen maken en er naar leven. “De wereld heeft Evan­ge­listen nodig die spreken over God die zij kennen en die hen zo bekend is, alsof ze Hem, de onzicht­ba­re, zien”. Wat cate­chisten on­der­richten is niet zomaar pure men­se­lijke ge­schie­de­nis of de som van hun eigen per­soon­lijke opinies maar het geloof van de Kerk. Voor dat men catechese geeft moet men aller­eerst een cate­chist zijn. De waar­heid van hun leven beves­tigt hun bood­schap. Het zou droevig zijn als zij niet zou­den prak­ti­se­ren wat zij ver­kon­di­gen en zou­den spreken over een God van wie zij theore­tische kennis zou­den hebben maar geen contact. Zij zou­den de woor­den van Marcus met betrek­king op de roe­ping van de apos­te­len op zich­zelf moeten toepassen: “Hij stelde er twaalf aan als zijn metgezellen en om gezon­den te wor­den om te preken” (Mc 3:14-15). Een authen­tiek leven is een leven van gebed, van ervaren van God en getrouw­heid aan het werk van de Heilige Geest. Cate­chisten als leden van het lekenapos­to­laat kunnen niet een even ges­truc­tu­reerd gees­te­lijk leven lei­den zoals de reli­gi­euzen, zij zullen het met iets minder moeten doen. Maar in iedere levens­si­tua­tie is het voor ie­der­een moge­lijk, pries­ter, reli­gi­eus of leken­persoon, om een hoge graad van com­mu­ni­ca­tie met God te bereiken binnen een geor­dend ritme van gebeds­mo­menten, inclusief het vin­den van tijd voor stilte­mo­menten om dieper in con­tem­pla­tie tot God te komen. Hoe intensiever en echter iemands spi­ri­tu­ele leven is, hoe meer overtuigend en ef­fec­tief zijn/haar ge­tui­ge­nis en ac­ti­vi­teiten zullen zijn. Het is ook be­lang­rijk voor cate­chisten inner­lijk te groeien in de vrede en vreugde van Christus, zodat zij voor­beel­den zullen zijn van hoop en moed. Cate­chisten moeten dan ook dragers van paschale vreugde en hoop zijn, be­schei­den/nederig en vreug­de­vol in hun geloof, in naam van de Kerk.
  5. Missio­nair vuur. Op grond van hun doopsel en speciale roe­ping, zullen cate­chisten die dage­lijks in contact komen met grote aantallen niet-chris­te­nen, zoals in de missie­ge­bie­den het geval is, moeten zich laten raken door de woor­den van Jezus: “Nog andere schapen heb Ik die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik lei­den”(Joh 10:16) “Gaat heen in de gehele wereld, verkon­digt het Evan­ge­lie aan de ganse schep­ping”(Mc 16:15). Cate­chisten moeten een sterk missio­naire geest bezitten, een spirit waaruit blijkt dat zij overtuigd zijn van wat zij ver­kon­di­gen en waardoor hun ge­tui­ge­nis meer ef­fec­tief kan zijn, zij moeten moe­dig en en­thou­siast zijn, en zich nooit schamen voor het Evan­ge­lie. Cate­chisten zullen moeten proberen te zijn zoals de herder die op zoek gaat naar het ene, verloren schaap, en niet stopt te zoeken eer hij het heeft gevon­den. Of als de vrouw die een drachme was verloren en niet stopte met zoeken totdat zij het gevon­den had (Lc 15: 4,8). Met Paulus moeten zij zeggen: “Wee mij, als ik het Evan­ge­lie niet verkon­dig”(1Cor 9:22-23). Het bran­dend vuur in Paulus is een in­spi­ra­tie voor de cate­chist om hun eigen vuur te laten oplaaien, wat zal door­werken in hun roe­ping en hen zal helpen Christus krach­tig te ver­kon­di­gen en actief te blijven werken aan de groei van de Ker­ke­lijke ge­meen­schap. Het stempel van authentici­teit van de missio­naire geest is het Kruis. De Christus die de cate­chisten kennen en ver­kon­di­gen is “de Ge­krui­sig­de”, die door de vader uit de doden is opgewekt op de derde dag. Ze zullen erop voor­be­reid moeten zijn te leven in hoop met het mysterie van de dood en opstan­ding te mid­den van moei­lijke omstan­dig­he­den en situaties, per­soon­lijk leed, familie­pro­ble­men, en obstakels binnen hun apos­to­lisch werk.
  6. Devotie tot Maria. Door haar eigen speciale roe­ping, zag Maria de Zoon van God “groeien in wijs­heid, jaren en genade”(Lc 2:52). Zij was zijn lerares die “Hem trainde in kennis over de mens, kennis van de H. Schrift, van het liefde­volle plan van God met Zijn mensen, en de aanbid­ding van de Vader. Zij was ook de eerste van Jezus’ volgelingen. Met recht en vreugde kunnen we zeggen dat Maria de “levende cate­chis­mus” is, “moeder en model voor de cate­chisten”. De spiri­tua­li­teit van de cate­chist, alsook van ieder katho­liek, zal wor­den verrijkt door de devotie van Maria, Moeder van God. Voor aan anderen uit te leggen welke plaats Maria inneemt binnen het mysterie van Christus en de Kerk, zullen de cate­chisten haar in hun eigen hart moeten hebben en een Mariale piëteit uitdragen naar de ge­meen­schap. Zij zullen in Maria een ef­fec­tief model vin­den voor zich­zelf en anderen. De predi­king van het Woord is altijd verbon­den met het gebed, het vieren van de Eucha­ris­tie en de opbouw van de ge­meen­schap. De eerste chris­te­lijke ge­meen­schap was het model hier­voor: verzameld rond Maria, de moeder van Jezus (Hand 1:14).

Cate­chisten moeten ook hart hebben voor de oecumene, het verlangen naar een­heid onder de chris­te­nen, en gewillig de dialoog willen aan­gaan met chris­te­nen van andere, niet katho­lie­ke ge­meen­schappen. Zij moeten zich ook inzetten voor oecu­me­nische ini­tia­tie­ven, waarbij ze de regels van de Kerk hier­voor dienen te bewaken, maar ook hun eigen katho­lie­ke iden­ti­teit bewaren en uitstralen.

Zij moeten ook proberen goede relaties te onder­hou­den met andere cate­chisten en leiders van andere kerk­ge­noot­schappen, in overeenstem­ming met hun herders en, als zij die taak hebben gekregen, als hun representant optre­den.

Ook de dialoog met mensen van andere religies is een deel van de missie van de Kerk. Zoals prediken is ook dit een vorm van mensen kennis te laten maken met Christus. Cate­chisten, met hun taak de hoop te ver­kon­di­gen, zullen open moeten staan voor deze vorm van dialoog en getraind moeten wor­den daaraan deel te kunnen nemen.

Verant­woor­de­lijk­heid van het volk van God

Het is be­lang­rijk te weten dat in de en­cy­cliek Re­demp­to­ris Missio, paus Johannes Paulus II zegt: “Onder de leken die Evan­ge­listen wor­den hebben de cate­chisten een ere­plaats....... Er is altijd behoefte aan de bedie­ning van de cate­chist, een bedie­ning met zijn eigen ka­rak­te­ris­tieken”.

Zij verdienen een ere­plaats binnen hun ge­meen­schap en moeten goed ge­pre­sen­teerd wor­den in pas­to­rale overleggen en andere organi­sa­ties op pa­ro­chieel en dio­ce­saan niveau. In de gese­cu­la­ri­seerde atmo­sfeer van de hui­dige wereld hebben zij een speciale rol te vervullen door het licht van het Evan­ge­lie uit te dragen in ver­schil­lende situaties. In iedere theo­lo­gische dis­cus­sie be­tref­fen­de de leken is het nodig te erkennen dat de cate­chist een speciale plaats bezitten.

Verant­woor­de­lijk­heid van de bis­schop in het bij­zon­der. De bis­schop­pen zijn “de eerstverant­woor­de­lijken voor de cate­chisten”. Het CEP spoort in­di­vi­duele bis­schop­pen en de Epis­co­pale Con­fe­ren­ties aan hun aan­dacht en zorg voor de cate­chisten te continueren en zelfs te vermeer­de­ren, door er voor te zorgen dat er gede­fi­ni­eerde criteria voor selectie zijn, het ont­wik­ke­len van pro­gram­ma’s en struc­tu­ren voor vor­ming, ingaan op de vragen in ver­band met belo­ning etc. Zij moeten in­te­res­se tonen in hun cate­chisten en, voor zover moge­lijk, een per­soon­lijke relatie met ieder van hen hebben. Waar dit niet moge­lijk is moet een epis­co­pale plaats­ver­van­ger voor hen benoemd wor­den.

Vanuit de eigen erva­ring geeft het CEP de volgende punten voor speciale aan­dacht:

  • de gelo­vi­gen, en vooral de pries­ters, bewust maken van de be­lang­rijke rol van de cate­chisten.
  • be­schrij­ven of vernieuwen van cateche­tische di­rec­to­riums op lan­de­lijk of dio­ce­saan niveau, alsook het toepassen en aanpassen van de richt­lij­nen voor de locale omstan­dig­he­den van de Algemene Cateche­tische Di­rec­to­rium, de Apos­to­lische Exhor­ta­tie Catechesi Tradendae, en de hui­dige Gids voor Cate­chisten.
  • de garantie van een goede oplei­ding waar de cate­chisten goed voor­be­reid wor­den op hun taken- het aan­moe­di­gen van het voor­be­rei­den en selec­te­ren van sleu­tel­fi­gu­ren; cate­chisten die goed getraind zijn en een zekere mate van erva­ring hebben, om deze nauw te laten samen­wer­ken met de bis­schop en de pries­ters, en te helpen bij de trai­ning en be­ge­lei­ding van de cate­chisten die als vrij­wil­li­gers werk­zaam zijn, en om ze lei­dende functies te geven in de toepas­sing van het cateche­tisch pro­gram­ma.
  • met behulp van de ge­meen­schap voor­zien in een budget voor de oplei­ding, ac­ti­vi­teiten en on­der­houd van de cate­chisten.
  • bovenal moeten de bis­schop­pen hun verant­woor­de­lijk­heid voor de cate­chisten tonen door va­der­lijke liefde, aan­dacht voor hun behoeftes en per­soon­lijke kennis­ma­king met hen.

Verant­woor­de­lijk­heid van de pries­ters.

Pries­ters, en in het bij­zon­der pa­ro­chie pries­ters, als leraren van het geloof en directe samen werkers van de bis­schop, hebben een speciale verant­woor­de­lijk­heid voor de cate­chisten. Als herders, die de ver­schil­lende cha­risma’s in de ge­meen­schap herkennen, promoten en coör­di­ne­ren, zullen een bij­zon­dere in­te­res­se moeten hebben in die van de cate­chist, die met hen de taak delen van het on­der­richten van de mensen in het geloof. Zij moeten hen behan­de­len als mede­wer­kers, verant­woor­de­lijk voor de bedie­ning die hen is toe­ver­trouwd, en niet als onder­ge­schikten die in­struc­ties uit­voeren. Zij moeten hen aan­moe­di­gen crea­tief te zijn en ini­tia­tief te tonen. Zij moeten ook de ge­meen­schap trainen om hun cate­chisten te res­pec­teren. Toekoms­tige pries­ters moeten op het semi­na­rie leren de cate­chisten te waar­de­ren en res­pec­teren als apos­te­len en vrien­den­me­de­werkers in de wijn­gaard van de Heer.

 Con­clu­sie

De hoop voor de missie in het derde mil­len­nium. De in­struc­ties die deze Gids bevat zijn bedoeld als een alge­meen model om te dienen als een ideaal en te bewerken/ aan te passen waar nodig.

De cate­chisten wor­den hoog geacht voor hun par­ti­ci­pa­tie in missio­naire ac­ti­vi­teiten en voor hun ka­rak­te­ris­tieken zoals we ze tegen­ko­men in de Ker­ke­lijke ge­meen­schappen buiten de missie.

Hun aantal blijft groeien en lag in de afgelopen jaren tussen de 250.000 en 350.000 (rond 1990). Voor vele mis­sio­na­rissen waren zij absoluut onmis­baar in hun dienst als hun nabije assis­tenten en soms ook als hun tolken. Vaak waren zij in staat om het geloof in de ge­meen­schap levend te hou­den in perio­den van be­proe­ving, en kwamen er uit hun families pries­ter­lijke en reli­gi­euze roe­pingen voort. We kunnen alleen maar heel veel respect hebben voor deze broe­der­lijke (zuster­lijke) bezielers van de jonge ge­meen­schappen.

Bij wijze van con­clu­sie mogen we de woor­den van paus Johannes Paulus II citeren aan de cate­chisten van Angola tij­dens zijn bezoek aan dat land: “Vaak kwam het op jullie neer om de jonge chris­te­lijke ge­meen­schappen op te bouwen en te ver­ster­ken, en zelfs nieuwe te stichten door de eerste ver­kon­di­ging van het Evan­ge­lie. Als de mis­sio­na­rissen er niet kon­den zijn voor die eerste ver­kon­di­ging, of weg moesten voor hier een ver­volg aan te kunnen geven, waren het jullie, de cate­chisten, die de cate­chu­me­nen instrueer­den, de mensen voor­be­reidde op de sacra­menten, on­der­richt gaven in het geloof, en de chris­te­lijke ge­meen­schappen leid­den (...). Dank de Heer voor de gave van jullie roe­ping, onder andere mannen en vrouwen heeft Christus jullie speciaal ge­roe­pen om instru­menten van Zijn red­ding te zijn. Antwoord edel­moe­dig op je roe­ping en jullie namen zullen opge­te­kend wor­den in de Hemel (Lc 10:20)”.

Het CEP hoopt dat, met Gods hulp en die van de Maagd Maria, deze Gids een nieuwe impuls mag geven voor de pro­mo­tie van de cate­chisten, zodat hun edel­moe­dige (vrucht­ba­re) bijdrage zich blijft continueren, en vruchten opbrengen voor de missie van de Kerk voor het derde mil­len­nium.

Paus Johannes Paulus II heeft op 16 juni 1993 toestem­ming gegeven aan de cardinale Prefect Jozef Tomko om de Gids voor de Cate­chisten te publiceren.

 

Uit­trek­sel: Cate­chiste mw. Monica Wildeboer-Van Rossum BScR

Terug