Arsacal
button
button
button
button


Als alles je uit handen wordt geslagen...

De economische crisis en het fundament van ons bestaan

Overweging Preek - gepubliceerd: woensdag, 28 november 2012 - 840 woorden
Als alles je uit handen wordt geslagen...

De eco­no­mische crisis heeft grote gevolgen, veel mensen zien hun baan op de tocht staan, hun bedrijf in gevaar komen. Zij wor­den met bedreigende situaties gecon­fron­teerd. Voor degenen die in de pas­to­raal zijn aan­ge­steld is het een bij­zon­dere uit­daging hen bij te staan.

De lezingen van de laatste weken van het li­tur­gisch jaar schetsen een beeld van apocaly­tische situaties waarin mensen ervaren hoe de zeker­he­den van hun aards bestaan uit hun han­den wor­den geslagen. Bij de evan­ge­lie­le­zing van dins­dag in de 34e week door het jaar (Lc. 21, 5-11) heb ik de volgende kleine homilie gehou­den voor de deel­ne­mers aan de voort­ge­zette vor­ming van het aarts­bis­dom Utrecht.

Homilie

Velen van ons zullen zich nog wel het inter­view kunnen her­in­ne­ren dat kar­di­naal Eijk, toen nog bis­schop van Gro­nin­gen heeft gegeven - het was, meen ik, in 2001 - over hoe hij toen de vele maan­den van zijn ziekte had ervaren.

Wat mij vooral aansprak en opviel was dat het hem eens te meer dui­de­lijk was gewor­den hoe­zeer je als actieve, denkende mens je eigen­waarde ontleent aan je pres­ta­ties, aan wat je kunt en doet en aan de andere kant hoe ongelooflijk moei­lijk het wordt als dat allemaal op zijn grondvesten schudt en je alleen maar die lange, zwarte tunnel ziet en niet het licht van de uitgang.

Het is na­tuur­lijk van vol­ko­men andere aard maar ik denk dat we in zekere zin allemaal hiermee te maken hebben nu mensen in deze tijd van crisis ervaren dat alles wat ze hebben opge­bouwd uit hun han­den wordt geslagen: mensen die hun baan verliezen, mensen die met lede ogen moeten aanzien dat hun bedrijf, hun winkel, hun zaak achteruitgaat en failliet gaat.

Die twee uitersten van het bouwen op men­se­lijke pres­ta­ties en de uiterste onzeker­heid als alles in je bestaan in vraag wordt gesteld, komen vandaag in het evan­ge­lie terug.

Het evan­ge­lie speelt zich af op een moment dat alles nog in orde lijkt: sommigen merken op hoe de tempel daar prijkt met zijn fraaie stenen en wij­ge­schenken.

Het is de tempel van Herodes die ook wel als het gul­den huis werd aangeduid omdat die met goud was bekleed en schitterde in de zon.

Dat is de luister van wat de mens tot stand heeft gebracht.

Heel goed en mooi, zeker en ook nog ter ere van God.

Maar het is wat wij mensen tot stand hebben gebracht, het zijn onze pres­ta­ties, voor het goede doel wellicht, maar onze men­se­lijk­heid zit er bij in.

Waar Jezus dan over spreekt, is over de tijd dat heel het men­se­lijk bestaan op zijn grondvesten schudt.

Dat begint met de verwoes­ting van de tempel; het gaat voort met mensen die optre­den in Zijn Naam, met oorlogen en onlusten, strijd van volk tegen volk en van ko­nink­rijk tegen ko­nink­rijk, met aard­be­vingen, hongers­nood en pest en aan de hemel gewel­dige tekenen.

Niets is meer veilig, nergens meer geborgen­heid, alles wordt mensen uit han­den geslagen, overal onzeker­heid, de ge­zond­heid, je vei­lig­heid, je leven, alles wat je hebt opge­bouwd niets is meer zeker, zelfs de zeker­heid van het geloof wordt aangevochten: want velen zullen zeggen: Ik ben het en: het ogen­blik is nabij.

Nu, wat dat betreft heeft onze paus al dui­de­lijk aange­ge­ven dat we niet teveel belang moeten hechten aan de Maya-kalender.

En wij? De vrucht van deze periode voor kar­di­naal Eijk was - zoals hij­zelf toen aangaf - dat hij gedul­diger was gewor­den, dat wil in feite zeggen: minder op de pres­ta­tie en de perfectie gericht, meer overge­ge­ven - en dat hij een verlangen had gekregen om con­tem­pla­tiever, meer met God en vanuit Hem te leven; dat verlangen was gegroeid juist door die periode heen dat hij zo dui­de­lijk moest ervaren dat alle men­se­lijke kunnen hem uit han­den was geslagen.

We mogen hopen en bid­den dat ook de mensen in onze tijd iets van die ‘vrucht’ uit de eco­no­mische crisis zullen mee­ne­men en dat zij meer terug zullen gaan naar het fun­dament van hun bestaan.

In ieder geval is dat wel onze weg: dat wij ons zullen vast­hou­den aan de rots die Christus is, als wij in de bran­ding zijn die allerlei men­se­lijke zeker­he­den wegslaat.

En dan mag ons opvallen dat Jezus over deze apo­ca­lyp­tische tekenen spreekt op het moment dat alles nog perfect in orde schijnt te zijn.

Hij wil zijn leer­lin­gen gees­te­lijk voor­be­rei­den op de strijd die zij zullen moeten voeren: als men tracht hen in dwaling te brengen, zullen ze op hun hoede moeten zijn; als mensen in Zijn Naam zullen optre­den, moeten ze niet achter hen aan­gaan, als ze horen van oorlogen en onlusten, moeten ze zich niet uit het veld laten slaan.

Het is goed in tij­den dat men veel aankan, geacht wordt en pres­teert, daar niet in op te gaan, maar zich inner­lijk voor te berei­den op de be­proe­vingen die ook zullen komen en ons tot rijper christen maken omdat ze ons verbin­den met het kruis van Onze Heer.

Dat zal ons ook kunnen helpen wanneer wij mensen bijstaan die het in deze tijd door de hui­dige eco­no­mische omstan­dig­he­den niet zo ge­mak­ke­lijk hebben.

AMEN.

Terug