Arsacal
button
button
button
button


De kruisweg van onze Heer Jezus Christus

De lijdens- of passietijd is begonnen

Overweging Bezinning - gepubliceerd: zondag, 29 maart 2020 - 3606 woorden

De laatste twee weken voor Pasen staan we gelovig stil bij het lij­den van onze Heer Jezus Christus. Een goede manier om dat te doen is het over­we­gen van de staties van de kruis­weg. Daartoe vindt U hier­on­der een tekst met over­we­gingen en de vaste gebe­den die bij iedere statie wor­den gezegd, met afbeel­dingen van de kruis­wegs­ta­ties van de ka­the­draal.

 

Eerste Statie

JEZUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD

V. Wij aanbid­den U Christus en wij loven U.
A. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, angst en jaloezie verblind­den het oog van Uw tegen­stan­ders. Zij waren bang voor Uw koning­schap, bang hun macht te verliezen. Wat begon met koning Herodes, die het kleine kind van Betlehem wilde doden, dat wordt nu voltooid: de "koning der Joden" wordt ter dood ver­oor­deeld.

Men laat U deze kruis­weg gaan
Al hebt Gij niets ver­keerds gedaan,
Aan onze red­ding is gewijd
wat U, Heer Jezus, voor ons lijdt.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God wees ons zon­daars gena­dig.

Stabat Mater dolorosa,
iuxta crucem lacrimosa,
dum pendebat Filius.

Cuius animam gementem,
contristatam et dolentem,
pertransivit gladius

Met de tranen in haar ogen,
stond de Moeder diepbewogen,
naast het kruis waar Jezus hing.

Door haar pijn­lijk zuchtend harte,
overstelpt van wee en smarte,
't scherpe zwaard van droef­heid ging.

Tweede Statie

JEZUS NEEMT HET KRUIS OP ZIJN SCHOUDERS

V. Wij aanbid­den U Christus en loven U.
A. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, het kruis op Uw sch­ou­ders, is dwaas­heid voor wie niet geloven, maar voor ons is het de kracht van God. Voor wie niet geloven is dit het bewijs dat men niet op God moet ver­trouwen. Jezus is toch Gods Zoon? Kijk eens wat Hem over­komt! Hij had toch geen kwaad gedaan? Zie Hem nu eens lij­den.
Maar voor wie geloven is dit het bewijs dat ook wij op onze kruis­weg door dit leven, bij verdriet en tegen­slag op Gods liefde mogen ver­trouwen.
Dit is immers de weg naar de Ver­rij­ze­nis, de weg naar het leven!

Heer, Gij hebt dit kruis gedragen
op Uw weg naar Golgotha;
geef mij kracht om zonder klagen
dóór te gaan, U achterna.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons zon­daars gena­dig.

O quam tristis et afflicta,
fuit illa benedicta
Mater Unigeniti!

Hoe bedrukt, hoe neer­ge­sla­gen,
moest de zegenrijke klagen
om Gods een­ge­bo­ren Zoon.

Derde Statie

JESUS VALT VOOR DE EERSTE KEER ONDER HET KRUIS

V. Wij aanbid­den U, Christus en wij loven U.
A. Omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, een eerste keer bent U gevallen onder het zware kruis. Zo zwaar is de last van kwaad en pijn die op de mens­heid drukt. Heer, vergeef ons onze zon­den waardoor wij de last van Uw kruis hebben verzwaard. Maak ons tot nieuwe mensen, mensen naar Uw hart. Geef dat wij voor elkaar een zegen mogen zijn, dat wij Uw han­den mogen zijn om te bouwen aan Uw ko­nink­rijk van vrede en ge­rech­tig­heid.

Gij zijt de weg ten eind gegaan
- Gevallen en weer opgestaan -
met Uw hulp kan dat ons gelukken,
wanneer zon­den ons bedrukken.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons
A. God wees ons zon­daars gena­dig.

Quae maerebat et dolebat,
pia Mater dum videbat,
Nati poenas inclyti

Ach, hoe schreide en hoe kreet zij
en wat folte­ringen leed zij
bij 't aanschouwen van die hoon.

Vierde Statie

JEZUS ONTMOET ZIJN BEDROEFDE MOEDER

V. Wij aanbid­den U Christus en loven U
A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, Uw moeder kon dit lij­den niet langer aanzien en zij is naar U toe gegaan. Zij heeft Uw lij­den meebeleefd en werd daardoor geraakt, zoals de oude Simeon haar eens had voorspeld: “Uw eigen ziel zal door een zwaard wor­den doorboord”. Men kan niet lief­heb­ben zonder te lij­den.
Zegen, Heer, alle ouders, de gezinnen. Geef kracht aan moeders en vaders om te lijken op Maria in hun liefde voor hun kin­de­ren; droog de tranen van de kin­de­ren die liefde te kort komen of alleen staan, die mis­handeld wor­den, geen geborgen­heid kennen. Dat vragen wij op de voor­spraak van Maria, die U ook aan ons als Moeder hebt gegeven.

Maria,
U die onze moeder bent
die al onze zorgen kent,
tot U bid­den wij
om blijvende trouw
van man en vrouw,
en dat elk ont­van­gen kind,
welkom is en wordt bemind
en in het gezin
een goede basis
voor zijn leven vindt.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons
A. God, wees ons zon­daars gena­dig

Quis est homo qui non fleret,
Matrem Christi non videret
in tanto supplicio?

Quis non posset contristari,
Christi matrem contemplari
dolentem cum Filio?

Wie kan nu zijn tranen houen,
en de Moeder hier aanschouwen,
in haar bitter zielewee?

Wie voelt niet zijn hart verscheuren,
die de Moeder zo ziet treuren,
lij­dend met haar Jezus mee?

Vijfde Statie

SIMON VAN CYRENE HELPT JESUS ZIJN KRUIS TE DRAGEN

V. Wij aanbid­den U, Christus en loven U
A. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, Simon van Cyrene wordt ge­dwon­gen om Uw kruis te helpen dragen. Zo wordt hij van toe­schou­wer en toevallige voorbij­gan­ger tot medespeler in dit grote drama. Hij deelt in Uw verlossend lij­den; en wat hij eerst be­schouw­de als een last, kreeg de kans een roe­ping te wor­den.

Wanneer we ons posi­tief verdiepen in iets, gaan we de rijkdom ervan ontdekken; pas als we van binnenuit - en niet als toe­schou­wer - ergens naar kijken, kunnen we dat gaan waar­de­ren. Zo open­baart de Kerk, die het Lichaam van Christus is, haar schoon­heid eerst, wanneer we haar van binnenuit, als lid van dit Lichaam, be­schou­wen. Zij is als een ka­the­draal die alleen degenen die in haar ver­blij­ven de prach­tigste kleuren van haar glas-in-lood-ramen laat zien.

Heer, wij bid­den U dat de mensen van onze tijd niet op een afstand blijven van God, het geloof en de Kerk, maar er zich van binnenuit in zullen verdiepen en de rijkdom ervan zullen ontdekken. En geef dat wij­zelf niet uiter­lijk en poli­tiek over de Kerk spreken, maar met geloof in het geheim van Uw heilige Geest, die haar leidt en bezielt.

Het kruis stelt mensen voor allerlei vragen;
maar er is geen andere begaan­ba­re weg
dan het eigen kruis te dragen
met Jezus, Gods Zoon,
die de Waar­heid, de Weg en het Leven is.
Voordat U voor ons hebt gele­den
en alles hebt volbracht,
hebt U in angst en nood gebe­den;
geef dat wij
die delen in die nood
ook de opdracht mogen ontdekken
die erin ligt:
dat U door be­proe­vingen in ons leven
een groter ver­trouwen wilt wekken,
dat er bete­ke­nis is in alles
wat ons over­komt.
En geef dat wij meer ver­trouwen in U
die voor ons hebt gele­den.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons zon­daars gena­dig.

Pro peccatis suae gentis
vidit Jesum in tor­mentis
et flagellis subditum.

Zij zag Jezus voor de zon­den
van zijn volk bedekt met won­den
van de wrede geseling.

Zesde Statie

VERONICA DROOGT HET GELAAT VAN JEZUS AF

V. Wij aanbid­den U, Christus en loven U.
A. Omdat Gij door Uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Een vrouw maakt zich uit de menigte los en wordt van een van de vele toe­schou­wers tot een lief­heb­bende naaste. Zij droogt Uw aange­zicht af met een doek. De legende verhaalt dat zij de afdruk van Uw gelaat in die doek ont­ving.
Haar naam is een teken: Veronica, "het ware gelaat". Zij herkende in die mens die voorbij­ging, de lij­dende liefde. Uw beeltenis was voor­goed in haar ziel geprent.
Zoveel mensen lij­den honger, zoveel mensen gaan gebukt onder oorlog en geweld, zoveel mensen zijn een­zaam, verdrie­tig, zoveel mensen hebben een goed woord, een ge­tui­ge­nis nodig...

Heer, help ons om Uw gelaat te ontdekken in de lij­dende mede­mens, in de mensen die ons pad kruisen. Wordt het een voorbij-gaan of wordt het een onmoe­ting?

Als elk men­sen­le­ven wordt geteld,
ein­digt nietsontziend geweld.
Als mensen elkaar niet als bedrei­ging zien
en proberen anderen niet te ontlopen;
wanneer ze trachten open te staan,
te begrijpen en lief te hebben,
zullen vreem­de­lingen
broeders en zusters wor­den.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God wees ons zon­daars gena­dig.

Vidit suum dulcem Natum
moriendo desolatum
dum emisit spiritum.

Zij zag haren Liev'ling sterven
alle troost zijns Vaders derven
tot de geest uit 't Lichaam ging.

Zevende Statie

JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE MAAL ONDER HET KRUIS

V. Wij aanbid­den U, Christus, en loven U
A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, U was doodmoe, uitge­put. Een lange nacht van ver­ho­ren, bespot­ting en mishan­de­ling was hieraan vooraf gegaan. Zo bent U voor de tweede maal onder het kruis gevallen.

Heer, U hebt het lot onder­gaan van alle mensen in de wereld die wor­den mis­handeld en onderdrukt en daar niets aan kunnen ver­an­de­ren. U, de Schepper van al wat bestaat, hebt Uzelf tot een mach­te­loos schepsel gemaakt. Temid­den van de mensen bent U de kleinste, de meest geslagen mens gewor­den, een mis­da­diger in de ogen van de mensen. Uw groot­heid open­baarde zich in de diepste vernede­ring.
Help ons de kleine plaats lief te hebben, be­schei­den­heid en eenvoud te waar­de­ren; niet te overtroeven, maar te dienen, niet de weg van de oude Adam, maar die van de nieuwe Adam te kiezen.

Heer,
Uw liefde gaat naar kleine mensen;
U hebt zalig geprezen
wie zijn als een kind;
geef dat wij niets anders wensen,
het niet in men­se­lijke groot­heid zoeken,
nu we door U zo wor­den bemind.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons zon­daars gena­dig.

Eia Mater fons amoris
me sentire vim doloris
fac ut tecum lugeam.

Fac ut ardeat cor meum
in amando Christum Deum
ut sibi complaceam.

Sancta mater istud agas
Crucifixi fige plagas
cordi meo valide.

Geef o moeder, bron van liefde
dat ik lijd wat U zo griefde
geef mij dat ik met U klaag.

Ach, ont­vlam mijn hart en zinnen
dat ik ook mijn God mag minnen
en die Heiland steeds behaag.

Moeder, wil dit heil bewerken:
des Gekruisten wondemerken
diep te prenten in mijn hart.

Achtste Statie

JEZUS TROOST DE WENENDE VROUWEN

V. Wij aanbid­den U, Christus en loven U
A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, vrouwen hebben U gevolgd op Uw kruis­weg. Zij hebben meegeleefd met wat U overkwam. "Wees niet bedroefd over Mij, maar over Uzelf en over Uw kin­de­ren", hebt U hun gezegd.
Hoe vaak gebeurt het niet dat mensen wel oog hebben voor licha­me­lijke pijn, voor uiter­lijke smart, maar niet de onzicht­ba­re pijn ontwaren noch de won­den die een mens niet kan zien: de gees­te­lij­ke pijn en de won­den die geslagen wor­den door gees­te­lij­ke leegte, door op­per­vlak­kig­heid, door kwaad en zonde.
De gevolgen van Uw lij­den en Uw pijnen waren heil­zaam voor heel de wereld, maar wie zal de gevolgen meten van het kwaad dat bedreven wordt en daar­mee de diepte van het lij­den dat U op zich hebt geno­men?
Denk, Heer, aan hen die ongezien lij­den.En wij bid­den U ook voor alle vaders en moeders die verdriet en zorgen hebben om hun kin­de­ren en voor alle jonge mensen die ver­keerde wegen gaan. Troost de ouders en geef uit­zicht aan alle jonge mensen.

Heer, Als wij ons hart openen voor Uw woor­den en Uw persoon, en als wij ons hart niet sluiten voor onze naaste en de gevolgen van het kwaad proberen te verhin­de­ren, dan zullen wij mensen zijn naar Uw hart; dan drogen wij Uw tranen over ons, dan zal er vreugde zijn in de hemel.

Door uw woor­den en Uw leven
hebt U allen troost gegeven;
Uw smarte­lijk lij­den
was oor­zaak van heil
voor alle mensen;
laten wij meer bedroefd zijn
over het kwaad waardoor dit lij­den
werd veroor­zaakt,
dan over Zijn pijnen
die de mens­heid gene­zing
brachten.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons zon­daars gena­dig.

Tui Nati vulnerati
tam dignati pro me pati
poenas mecum divide.

Zoveel heeft in ziel en leden
gaarn'uw Zoon voor mij gele­den
laat mij delen in zijn smart.

Negende Statie

JEZUS VALT VOOR DE DERDE MAAL ONDER HET KRUIS

V. Wij aanbid­den U, Christus, en wij loven U.
A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, U hebt gezegd: "Wie mij volgen wil, moet zijn kruis opnemen". In alle tij­den dragen de mensen hun kruis. Ieder huis, heeft zijn kruis. Ieder voelt zijn eigen leed. Maar het meest voelen we het kruis dat we niet willen dragen. Dat wordt een last waar­on­der we bezwijken. Ver­ge­lij­ken met anderen kunnen we eigen­lijk niet en ruilen nog minder. En als we zou­den kunnen ver­ge­lij­ken, zou­den we wellicht met niemand willen ruilen.

Heer, geef ons de kracht om het kruis te kussen,
om het te aan­vaar­den uit Uw hand.
Geef ons moed om te dragen - met U.

Geef ons, Heer, ver­trouwen en moed,
overgave bij te­gen­spoed;
Moge het ons wor­den gegeven
om ook bij te­gen­spoed
de inner­lijke rust te bewaren
en in vrede te leven.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons zon­daars gena­dig.

Fac me tecum pie flere
crucifixo condolere
donec ego vixero.

Laat als kind met U mij wenen
medelij­dend mij verenen
met uw Zoon, mijn leven lang.

Tiende Statie

JEZUS WORDT VAN ZIJN KLEDEREN BEROOFD

V. Wij aanbid­den U, Christus, en loven U.
A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, U bent geslagen en uitgelachen, bespot en vernederd op allerlei manieren. De soldaten ver­deel­den Uw kleren door erom te dobbelen. Niets waard werd U geacht. In de ogen van de mensen een stuk afval.
Als wij vernederd wor­den en uitgelachen, als mensen ons bena­de­len, als wij ons een­zaam voelen, help ons dan om ons­zelf daarin met U te verenigen, die dit alles voor ons heeft doorstaan.
En geef dat wij niemand behan­de­len zoals de 'eerzame' burgers van Uw tijd U behandeld hebben en dat wij in iedere mede­mens een won­der­lijke schep­ping van U zullen zien, een mens die ons respect en een men­se­lijke be­han­de­ling verdient.

Iedere mens kan een naaste wor­den,
dat is meer dan 'mede­mens':
je naaste is geschapen
door Gods goed­heid;
Het is Gods liefste wens
dat wij lief­heb­ben.
Wie liefde zaait
stelt God te­gen­woor­dig
die Liefde is,
en hij zal dank­baar­heid oogsten.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons zon­daars gena­dig.

Iuxta crucem tecum stare
et me tibi sociare
in planctu desidero.

Naast het kruishout wil ik toeven
en mij daar met U bedroeven
om het lij­den, naamloos groot.

Elfde Statie

JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD

V. Wij aanbid­den U, Christus, en loven U
A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, spijkers wor­den in Uw lichaam geslagen. De harde wreed­heid van de mens die zijn Redder doodt. Het kwaad, dat met de eerste mensen be­gon­nen was, bereikt hier zijn hoogte­punt: de mens slaat zijn God aan het kruis, de mens doodt God.
Harde hamer­slagen over­stem­men het geweten, kromme redene­ringen praten het kwade goed, op­per­vlak­kige taal schermt diepere gevoelens en gedachten af.

Help ons, Heer, steeds weer te kiezen voor de zachte kracht van Uw liefde, voor de zuivere weg die U in de Zalig­spre­kingen hebt gewezen en die Uzelf bent gegaan.
Laat nooit het kwaad in ons de over­hand krijgen.

De macht van het kwaad is sterk,
zij is overal in de wereld aan het werk;
en toch is de macht van de liefde,
van het offer, de eerbied,
de chris­te­lijke bemoe­diging,
sterker dan oorlog en ver­nie­ti­ging

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zon­daars, gena­dig

Virgo virginum praeclara
mihi jam non sis amara
fac me tecum plangere.

Maagd der maag­den onvolprezen
wil mij niet on­gun­stig wezen
laat mij treuren aan Uw zij.

Twaalfde Statie

JEZUS STERFT AAN HET KRUIS

[Wij knielen neer en bid­den in stilte]

V. Wij aanbid­den U, Christus en loven U
A. Omdat gij door Uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Dit is het heiligste ogen­blik van heel de wereldge­schie­de­nis. Alles krijgt een nieuwe bete­ke­nis: ons leven, ons lij­den, heel het wereld­ge­beu­ren en ons doen en laten. Alles op aarde wordt rela­tief, betrekke­lijk: het komt te staan in het licht van de eeuwig­heid, het aardse leven wordt een voorpor­taal, bijna een wacht­ka­mer.
Wij zijn verlost! Gered van de eeuwige dood!

Heer, wij danken U dat U dit voor ons hebt willen doen, om ons tot het Geluk te brengen. Dat een mens zijn leven opoffert om een ander van de dood te red­den, is iets bij­zon­ders; dat U - Gods Zoon - Uw leven voor ons hebt gegeven, is iets dat we nooit op waarde zullen kunnen schatten. Wij danken U daarvoor.
Onder het kruis staat Uw moeder, Maria. Zij staat ook onder ons kruis. U heeft haar op die eerste Goede vrij­dag aan ons als moeder gegeven.

Wij belij­den uw dood op het kruis,
die wij vandaag in dank­baar­heid gedenken;
moge die ons de genade schenken
die ons toegang geeft tot 't Vaderhuis.

V. Ontferm U over ons, Heer,ontferm U over ons
A. God, wees ons, zon­daars, gena­dig.

Fac ut portem Christi mortem
passionis fac consortem
et plagas recolere.

Fac me plagis vulnerari
fac me Cruce in ebriari
et cruore Filii.

Laat mij Christus' doodsstrijd strij­den,
deel­ge­noot van al Zijn lij­den
laat mij sterven zoals Hij.

Laat zijn won­den mij doorwon­den,
worde ik bij zijn kruis ver­slon­den
in het bloed van uwen Zoon.

Dertiende Statie

JEZUS WORDT VAN HET KRUIS GENOMEN

V. Wij aanbid­den U, Christus, en loven U.
A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Het is voorbij, het is volbracht. Heer Jezus, U hebt de goede strijd gestre­den, de wedloop voleind, Uw taak volbracht; U bent niet bezweken in die uren van haat en nijd, in die uren waarin alles verloren leek te zijn.

Heer, geef ons de kracht U na te volgen. Help ons doelbewust te zijn en onze taak in dit leven te vol­bren­gen, zonder ons te laten ont­moe­di­gen door wat dan ook. Want wij allen krijgen te maken met de beko­ring dat ons werken zonder re­sul­taat zal blijven, dat niets uithaalt wat we doen, dat de offers die wij ons getroosten geen re­sul­taat boeken, dat het goede zaad dat wij zaaien slechts op rots­grond zal vallen.
Leer ons, goede Jezus, het re­sul­taat aan U over te laten, te geloven dat het zaad elders en anders op zal schieten dan wij had­den kunnen denken en vermoe­den, maar dat U het vrucht­baar­heid zult verlenen als wij ons inzetten en dóór gaan van U te getuigen waar wij leven en werken. Zo zullen wij U navolgen op de kruis­weg en ...in Uw ver­rij­ze­nis.

Aan Uw ko­nink­rijk zullen wij bouwen
als wij de ko­nin­klij­ke weg gaan
van het ver­trouwen,
als wij standvas­tig zijn,
volhar­dend in geloof en moed,
overtuigd
dat de weg
die wij in Uw Naam gaan,
leven doet.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons zon­daars gena­dig.

Flammis ne urar succensis,
per te Virgo sim defensus
in die iudicii

Moge ik in het vuur niet bran­den,
neem, o Maagd, mijn zaak in han­den
in het oor­deel voor Gods troon.

Veer­tien­de Statie

JEZUS WORDT IN HET GRAF GELEGD

V. Wij aanbid­den U, Christus, en loven U.
A. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.

V. Heer Jezus, twee van Uw leer­lin­gen hebben voor Uw begrafenis gezorgd: Jozef van Arimatea en Nicodemus. Zij waren leer­lin­gen van U in het geheim, uit vrees voor de Joden.
Wilden zij nu hun gebrek aan moed goed maken?
Veel mensen zijn bang om voor Christus uit te komen, uit vrees voor de mensen, voor men­se­lijk oor­deel. Veel ouders durven niet goed over U te spreken, omdat zij zich onge­mak­ke­lijk voelen en de woor­den niet kunnen vin­den. Zo blijft het geloof in U in hun hart verborgen.
Heer, geef dat vele mensen actief naar buiten tre­den met hun inzet en hun geloof niet zullen begraven in hun hart. Mogen velen getuigen van Uw ver­rij­ze­nis!

Wij bid­den voor die mensen
die in een zekere angst leven
voor het oor­deel van anderen,
voor hen die in twijfel leven
zich niet aan het gelovig ver­trouwen
durven over­ge­ven;
voor allen
die niet durven spreken
van Uw welda­den, Heer:

Moge die vrede in hun hart neerdalen
waarvoor U zoveel heeft gele­den
en die U Uw apos­te­len op het Paas­feest
hebt gewenst
en in de kracht waar­van
zij zijn uit­ge­gaan
over heel de wereld.

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zon­daars, gena­dig.

Christe, cum sit hinc exire,
da per Matrem me venire
ad palmam victoriae.

Quando corpus morietur,
fac, ut animae donetur
paradisi gloriae. Amen.

Christus, wil bij mijn verschei­den
door Uw Moeder mij gelei­den
tot de over­win­naars­prijs.

Doe, als 't lichaam dan zal sterven,
mijne ziel de glorie erven
van het hemels paradijs. Amen.

Slot­ge­bed

V. Moge de almach­tige God, die ons heeft verlost door zijn Zoon, zich over ons ontfermen en ons allen behou­den brengen tot de heer­lijk­heid van het hemels Vaderhuis.
Allen: Amen.

V. Loven wij de Heer.
A. Wij danken God.

 

Lied

Christus heeft voor ons gele­den
ls een beeld van ons bestaan,
dat wij zover zou­den gaan
in zijn voetstappen te tre­den.

Die geen zonde heeft bedreven
uit wiens mond niet is gehoord
enig onvertogen woord
maar de adem van het leven.

Die wanneer Hij werd geslagen
zelfs zijn mond niet open deed
die niet dreigde als Hij leed
maar het zwijgend heeft verdragen.

Die de zonde heeft gekorven
in zijn lichaam aan het hout
dat gij Gode leven zoudt,
aan de zonde afgestorven.

Door wiens striemen gij genezen
door wiens dood gij levend zijt,
levend in recht­vaar­dig­heid,
taal en teken van Gods wezen

Als eer­tijds verdoolde schapen
thans de Herder toegewijd
die u in de waar­heid leidt,
uw bewaarder zal niet slapen.

 

(Via crucis de licentia Ordinarii publici iuris facta, +Jan Hendriks, Harlemi, 31 martii MMXX)


Terug