Arsacal
button
button
button
button


Hoor ik bij de schapen of bij de bokken?

Het geweten en Christus Koning die niet wordt herkend

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 22 november 2020 - 947 woorden
De Vredeskerk was feestelijk versierd
De Vredeskerk was feestelijk versierd
Mijn koninkrijk is niet van deze wereld
Mijn koninkrijk is niet van deze wereld

Op het Hoog­feest van Christus Koning was ik in de Vredes­kerk in Am­ster­dam voor de Eucha­ris­tie­vie­ring. Vóór Corona was deze Mis bedoeld als de fees­te­lij­ke vie­ring van 25 jaar El Shaddai. Dat is nu zater­dag­mid­dag gevierd, zon­dag was nu de Mis met de pa­ro­chi­anen, althans de kleine groep die nu kon deelnemen. De woor­den van de Mensen­zoon, de grote Koning, in het evan­ge­lie van deze dag (Mt. 25, 31-46) klinken voor de bokken aan diens linker­hand nogal streng: "Gaat weg van mij...".

Moeten we bang zijn dat die woor­den ook over ons wor­den uit­ge­spro­ken? Daar ston­den we bij stil in de homilie.

Homilie

“Je hebt het voor mij gedaan”

Goede herder

Als we aan Jezus denken
of aan God in het alge­meen
komt al gauw het beeld van de goede herder
naar voren,
die achter zijn verloren schaapjes aan gaat
en als het eenmaal gevon­den is
dat op zijn sch­ou­ders
mee naar huis neemt.
Dat beeld komt ook
uit de eerste lezing van deze dag naar voren (Ez. 34, 11-12. 15-17).
Een prach­tig beeld van Gods
zorg en liefde voor ons
en van het feit
dat we altijd weer
ver­ge­ving kunnen krijgen
en een nieuw begin kunnen maken.

Bokken en schapen

Maar vandaag zien we in het evan­ge­lie een herder
die een schei­ding teweeg brengt
tussen bokken en schappen
en met de bokken
loopt het niet goed af.
Het feest van Christus Koning
richt onze aan­dacht en gedachten
naar het einde der tij­den
en het laatste oor­deel.

Mis­schien dat dit
ons een beetje angst aanjaagt,
vooral doordat de bokken moeten heen­gaan
naar een eeuwige straf.
Zullen we gestraft wor­den
of krijgen we een hemelse belo­ning?
Na­tuur­lijk hopen we dat laatste:
“O, when the Saints go marching in,
I want to be in that number”,
daar wil ik graag bij zijn!

Onver­diend

Na­tuur­lijk her­in­ne­ren we ons allemaal wel
de dingen waar we in te kort geschoten zijn,
onze zon­den en fouten,
want we zijn nu eenmaal geen
volmaakte chris­te­nen
- Ik in ieder geval niet -
en we zijn ook niet de grootste heiligen
van de kerkge­schie­de­nis,
maar we proberen ons best te doen
en we zijn ons allemaal denk ik wel bewust
dat we uit­ein­delijk
helemaal af­han­ke­lijk zijn
van Gods genade en barm­har­tig­heid.
Je kunt de hemel niet verdienen,
al doen we ook ons best,
dat blijft een onver­diend cadeau,
want de hemel is groter en mooier
 dan alles wat we ons kunnen voor­stel­len.

Niet volmaakt

Daarom moet dat bewust­zijn van onze tekort­ko­mingen
ons niet bedroefd maken en terneer­ge­sla­gen,
maar juist dank­baar
omdat alles wat we van God ont­van­gen
een vrije gave is, een onver­diend cadeau
en dat kan ons helpen
om iets ge­mak­ke­lijker te ver­ge­ven
wat anderen ons hebben aan­ge­daan.
Want vaak kunnen we ons beter her­in­ne­ren
wat andere mensen ons hebben aan­ge­daan
dan dat we onze eigen tekort­ko­mingen her­in­ne­ren.
Ja., soms vin­den mensen het veel ge­mak­ke­lijker
om de zon­den van hun buurvrouw of buurman te belij­den
dan die van hen­zelf!
Maar in feite weten we goed
- tenminste dat geldt voor mij -
dat we niet zo volmaakt zijn,
niet zulke model-chris­te­nen
als we mis­schien eigen­lijk zou­den willen zijn.

Een troost

Maar er is één grote troost
in het evan­ge­lie van deze dag.
Want daar zegt de hemelse koning,
die grote herder van de schapen
tot de bokken en de schapen
dat zij Hemzelf wel of niet welkom hebben geheten
in de vreem­de­ling, in de noodlij­dende,
de arme, de zieke of de gevangene
en beide groepen
die aan de rechter­kant én die aan de linker­kant
geven dan precies het­zelfde ant­woord:
“Wanneer hebben we U hongerig gezien,
of dors­tig, als vreem­de­ling, naakt of in de ge­van­ge­nis?”
Dus of het nu schapen of bokken waren,
links of rechts,
ze had­den de Heer niet herkend,
maar die aan de rechterzijde
had­den hun goede hart gevolgd,
terwijl die aan de linker­kant
dat niet had­den gedaan.

Hem niet herkend?

Dus, het kan goed zijn
dat we Jezus niet altijd herkennen
in de arme, de vreem­de­ling of de gevangene,
maar dan maakt het toch nog een groot verschil
of we iets voor hen hebben gedaan of niet.
Want het komt erop aan
of we de roe­ping volgen
die we ervaren in ons hart
om de naasten lief te hebben.
Mis­schien had­den we weinig geloof,
mis­schien had­den we er niet zozeer
Jezus in gezien,
maar Hij wás er
en als we die stem in ons hart
die ons roept tot liefde­vol mededogen,
vrien­de­lijk­heid en naasten­liefde,
als we die stem van de Geest van God
die ons inspireert
herkennen en volgen,
dan doen we het goede,
dan maken we de juiste keuze,
dan krijgen we die woor­den van de Heer te horen:
“Wat je hebt gedaan
voor de minsten van de mijnen,
heb je voor Mij gedaan”.

Het geweten

Dit maakt ons dui­de­lijk
hoe be­lang­rijk het geweten is.
Het geweten is heilig,
in ons geweten zijn we alleen met God,
daar horen we Zijn stem,
die ons zegt lief te hebben,
het goede te doen
en het kwade te laten.
Die stem zegt ons:
“Doe dit, doe dat niet”(vgl. GS 16)
en we wor­den ge­oor­deeld
naar onze trouw aan het geweten,
aan die inner­lijke stem.
Als we luis­te­ren naar die stem in ons binnenste,
als we proberen te doen,
volgens ons eer­lijk aanvoelen,
wat juist is en goed,
komen we steeds dichter bij Jezus,
die we ge­roe­pen zijn om te volgen
en bij Maria onze moeder,
die het voor­beeld is van chris­te­lijk leven
en de koningin van de vrede,
dat is de vrede die je hebt
als je in harmonie bent
met jezelf, je naaste en met God.

Dit zal Hij ons zeggen

Zo nodigt het evan­ge­lie ons vandaag uit
om open te staan voor alle goede inge­vingen
die de Heer door Zijn Geest
in ons hart legt
en om die in praktijk te brengen.
Als we dat proberen te doen,
zal die Koning en die Herder van de schapen
ook tot ons zeggen:
“je hebt het voor mij gedaan!”

Terug