Arsacal
button
button
button
button


Hoe weet je of je roeping hebt?

Stappen op de weg van een (priester)roeping

Overweging Roeping - gepubliceerd: vrijdag, 5 maart 2021 - 1395 woorden
Het seminarie in Heiloo
Het seminarie in Heiloo
Een nieuwe priester geeeft de neomistenzegen
Een nieuwe priester geeeft de neomistenzegen

Dit weekend wor­den door het sint Wil­li­brord­semi­narie ori­ën­ta­tie­da­gen gehou­den. Zes deel­ne­mers ver­die­pen zich in wat roe­ping is, hoe je die on­der­scheidt, wat een pries­ter­oplei­ding inhoudt en hoe de gees­te­lij­ke, men­se­lijke, pas­to­rale, filo­so­fische en theo­lo­gische vor­ming verloopt. Over roe­ping heb ik op vrij­dag­avond 5 maart een inlei­ding gegeven.

Eerst heb ik ver­teld over mijn eigen roe­ping en hoe ik dui­de­lijk­heid kreeg dat het pries­ter­schap mijn weg was. Na de inlei­ding zijn we nog wat in gesprek gegaan.

Van­wege de corona-situatie wordt het weekend digi­taal gehou­den zon­der fysieke bij­een­komsten, maar wel dus met een pro­gram­ma waarbij alle facetten aan bod komen.

 

Over roe­ping

Een licht uit de hemel?

Wat is roe­ping? Als het gaat over een God­de­lijke roe­ping hoef je zeker niet te denken aan een bij­zon­der teken van God, een speciale gebeur­te­nis, een won­der, niet met woor­den te vatten erva­ring of een stem uit de hemel, zoals bij de jonge Samuël. Na­tuur­lijk kan een won­der­baar­lijk teken je gegeven wor­den, maar meestal roept God op een andere wijze. Hij legt iets in je hart: een gedachte, een verlangen, de schoon­heid en aan­trek­ke­lijk­heid van een roe­ping, een rich­ting voor je leven. Kortom, roe­ping houdt in dat je je inner­lijk tot iets, bij­voor­beeld tot een bepaalde levensweg, getrokken voelt.

On­der­schei­den...

Dat betekent niet het gaat om een weg die je heel erg aan­trek­ke­lijk lijkt of die je leuk vindt. Eerlijk gezegd heeft het feit dat je iets mis­schien heel graag wilt, nog niet zoveel over roe­ping te zeggen. Stel je bij­voor­beeld voor dat iemand voor het pries­ter­schap kiest omdat hij vindt dat je dan indruk kunt maken of heilig over­komt of omdat hij het mooi vindt om chique kazuifels te dragen of een bepaalde positie wil bereiken. Die persoon heeft vast niet die roe­ping of als hij al een roe­ping tot het pries­ter­schap heeft, moet die heel erg uitgezuiverd wor­den, want het gaat bij roe­ping erom jezelf te geven.

Vrije wil

Want roe­ping begint voor wat je eigen aan­deel betreft bij de bereid­heid om offers te brengen. God roept je nooit buiten je om. Hij heeft je een vrije wil gegeven en met die vrije wil zeg je ja op iets dat je wordt gevraagd, want roe­ping is een uit­no­di­ging, een vraag om iets met je leven te gaan doen. Vanuit die vrije wil ga je doen wat je gevraagd wordt.

Wanneer is je wil vrij?

Maar wanneer is je wil vrij? Eerlijk gezegd gaat dat niet van­zelf. Dat je iets heel graag wil, betekent bij­voor­beeld niet dat je iets met vrije wil kiest. Je wil is echt vrij als je zowel het één wilt doen als het andere, maar je de wil van God wilt vol­bren­gen. Dat betekent dat je eerste inzet om een roe­ping te on­der­schei­den en te beant­woor­den erin bestaat dat je je inner­lijk vrij maakt. Het is dus heel be­lang­rijk om erop te letten waar je meer getrokken wordt door God en waar je meer getrokken wordt door je eigen verlangens.

Offers brengen

Om vrij te kunnen zijn om voor je ware roe­ping te kiezen, is het heel be­lang­rijk offers te kunnen brengen. Leg je er op toe om min­der te leven op de golven van wat je leuk vindt, aan­trek­ke­lijk, wat je fijn vindt en plezierig. Niet dat je altijd moet doen wat niet leuk is of zo, maar het is be­lang­rijk afstand te nemen van je verlangens. Het is goed om offers te brengen, dat wil zeggen dingen te doen en te kiezen die je mis­schien niet zo leuk of pret­tig vindt, maar die je doet omdat ze goed zijn en waarde­vol. Het is dus bij­voor­beeld zeer goed om iets te doen voor mensen die lij­den of arm zijn, zon­der mate­rië­le vergoe­ding. Mis­schien zou je eigen­lijk eer­der op moeten staan, kri­tiek beter moeten verdragen, min­der moeten eten of drinken, seksuele beko­ringen vermij­den, vaker biechten, bid­den of naar de Mis gaan of meer aan­dacht moeten geven aan die of die persoon. Zo zijn er vele voor­beel­den te noemen.

Ver­an­de­ren

Als er iets is waar­van je denkt: dat zou ik eigen­lijk anders moeten doen, is het zeer goed voor de vor­ming van jezelf als mens en christen om met een concreet punt te beginnen dat je wilt ver­an­de­ren en te bedenken hoe je valkuilen zult kunnen vermij­den. Niet alles tege­lijk, dan wordt het niks. Ieder offer dat je brengt - waardoor je dus tegen de stroom van wat je wilt en altijd maar doet ingaat - maakt je persoon sterker en helpt je om de wil van God te kunnen doen en een roe­ping te kunnen herkennen en volgen.

"Dat lukt me niet..."

Het kan dus zijn dat je roe­ping verschijnt als een prach­tig verge­zicht. Je ziet dat die de goede weg wijst, maar het lukt je niet om die weg daad­wer­ke­lijk te gaan met de offers die daarbij komen kijken. Het is te moei­lijk. Dat betekent niet perse dat die weg niets voor je is en dat God je dus niet roept, het kan een­vou­dig betekenen dat je jezelf nog moet oefenen in het brengen van offers om een vrij mens te kunnen zijn. Het is een grote oefe­ning om van je ik-gericht­heid los te komen. Begin met iets een­vou­digs en bouw het op.

Gees­te­lij­ke lei­ding

Als je die gelegen­heid hebt is het heel goed om met een gees­te­lijk bege­lei­der en/of biecht­va­der hierover heel open te praten, nadat je eerst ver­trouwen in die persoon hebt gekregen. Vertel bij­voor­beeld wat je moei­lijk vindt, breng je dromen en verge­zichten onder woor­den en stel deze bege­lei­der de vraag die je eigen­lijk aan God zelf wilt stellen: Heer, wat moet ik doen? Hoe kan ik de wil van God on­der­schei­den...

Nadere invulling van de roe­ping

Na­tuur­lijk zijn er ook vragen over hoe je de roe­ping precies zou moeten invullen. Bij­voor­beeld als het gaat om een gees­te­lij­ke roe­ping als pries­ter, kan het zijn dat niet meteen dui­de­lijk is op wat voor wijze je pries­ter zou moeten wor­den: mis­schien in een orde, of in een bisdom, in een missieland of ...

Na­tuur­lijk gaat het er dan altijd om dat je je be­schik­baar wilt stellen en het is goed je te oriënteren, maar als je inner­lijk (nog) geen zeker­heid hebt is het beter alleen de stappen te zetten waarover je inner­lijk dui­de­lijk­heid hebt.

Een wijze van leven

Pries­ter­schap is een dienst waarbij je jezelf en je eigen plannen los moet laten, naar het voor­beeld van Jezus Christus die bad: “Niet mijn wil Vader, maar Uw wil geschiede”. Dat komt heel bij­zon­der tot uiting in de belofte van ge­hoor­zaam­heid die een pries­ter bij zijn wij­ding aflegt, maar ook bij­voor­beeld in het celi­baat. Dat maakt dui­de­lijk dat het pries­ter­schap niet een baan of functie is, maar een wijze van leven. Verder kan ik er dit over zeggen: ga bij het gaan van de weg van je roe­ping uit van wat dui­de­lijk voor je is.

Als je weet dat je pries­ter moet wor­den, maar niet of je bij een orde moet gaan (en zo ja: welke), dan kun je wel een pries­ter­oplei­ding volgen, maar niet bij een orde gaan totdat dui­de­lijk voor je wordt welke rich­ting de Heer je wijst.

Men­se­lijke over­we­gingen

Ook hierbij geldt weer dat niet je eigen wil en verlangen de door­slag kan geven: ‘Ik moet wel alleen kunnen wonen’ of juist: ‘Ik wil niet alleen wonen’ zijn over­we­gingen die hun doel missen. ‘Met mensen omgaan en al die vrij­wil­li­gers die zeuren, is niets voor mij’, ‘Ik moet wel een behoor­lijk huis hebben en in de stad wonen’, ‘Ik ben zo gehecht aan... (vul maar in), dus dat moet ik wel hebben’, dat zijn allemaal over­we­gingen die je een teken geven dat je nog niet goed in staat bent om een roe­ping van God te volgen.

Kleine stapjes...

Mis­schien bedoel je: ik kan niet zon­der, ik kan het echt niet. Dan is het be­lang­rijk om met kleine stapjes te leren om dingen los te laten. Wie God wil dienen, wie Jezus wil volgen kan niet anders dan loslaten, telkens weer de focus verleggen, weg van jezelf, naar het geven, naar het dienen, naar God en de naaste. En Jezus heeft het al gezegd: wie alles prijsgeeft om Mij te volgen, zal het hon­derd­vou­dig terug krijgen.

Je geluk bestaat trouwens niet in wat je hebt, maar in wat je kunt missen.

Terug