Arsacal
button
button
button
button


Over het grote belang van verbondenheid

Vijfde zondag van Pasen B

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 2 mei 2021 - 940 woorden
schildering in de Pauselijke Lateraanse Universiteit in Rome
schildering in de Pauselijke Lateraanse Universiteit in Rome

Op de vijfde zon­dag van Pasen was ik in de Vredes­kerk in Am­ster­dam. Het evan­ge­lie van deze zon­dag is Johannes 15,1-8 over de wijnstok en de ranken. “Ik ben de wijnstok, Gij zijt de ranken. Wie in mij blijft terwijl ik blijf in hem, die draagt veel vrucht.” Alle reden dus om stil te staan bij ‘ver­bon­den­heid’.

Homilie

Verbon­den zijn

Hoe be­lang­rijk...

Ver­bon­den­heid is heel be­lang­rijk.
Hoe goed doet het ons
als mensen aan ons denken
als wij in een moei­lijke periode zijn.
Hoeveel pijn doet het
als je niets hoort
van mensen met wie je dacht
verbon­den te zijn.

Echte ver­bon­den­heid?

Iemand die het goed gaat,
die voorspoed en rijkdom geniet,
die een aanzien­lijke functie bekleedt,
heeft meestal vele “vrien­den”,
maar het zijn vaak vrien­den
tussen aanhalings­te­kens.
Niet voor niets zeggen we
dat je in tijd van nood
je ware vrien­den leert kennen.

Wederkerig

Na­tuur­lijk zal ver­bon­den­heid
weder­zijds moeten zijn;
als we van anderen ver­bon­den­heid ver­wach­ten,
hebben wij­zelf ook een taak
om ver­bon­den­heid te laten zien
door de aan­dacht en de zorg
die wij voor die anderen hebben.
Het is een beetje raar
als we zelf zou­den denken:
waar blijven ze nu,
waarom toont niemand
aan­dacht voor mij,
als we zelf geen aan­dacht
voor anderen laten zien,
geen ver­bon­den­heid
beleven.
Dat er dan
geen belang­stel­ling en ver­bon­den­heid
door anderen wordt getoond,
is dan niet zo vreemd.

Niet alleen de eigen behoefte...

Er zijn perio­den in ons leven
waarin we mis­schien zelf
niet zo’n behoefte hebben
dat anderen veel aan­dacht
aan ons beste­den,
maar dat kan op een gegeven moment
dus heel anders wor­den,
zelfs zo dat we ons afvragen:
Waarom denkt niemand aan mij?
Het is goed er daarom attent op te wezen
hoe we er voor anderen kunnen zijn.

Dat geldt zeker in onze samen­le­ving
die erg op het individu is gericht,
waardoor ook veel een­zaam­heid ont­staat.
Alles wat mensen kan verbin­den,
wat maakt dat mensen naar elkaar omkijken,
moeten we maar bevor­de­ren.

Ver­bon­den­heid met God

En boven alles
is er onze ver­bon­den­heid met God.
Die is van groot belang.
Van Hem hebben we alles ont­van­gen:
ons leven, onze gaven, onze moge­lijk­he­den,
de kansen en de tijd,
alles is gekregen;
ook het doel van ons leven
heeft de Schepper aan ons mee gegeven.
Voor ieder mens is dat ver­schil­lend
en dat doel is ook niet erfe­lijk per se.
Toch ervaren we allemaal
dat sommige keuzes bij ons passen
en andere niet;
dat gaat zover dat we soms voelen:
deze roe­ping, deze weg:
daar ben ik voor geschapen.

Zie je de gave?

Dat we verbon­den blijven met God
is een mooi teken
van onze dank­baar­heid
om alles wat ons werd gegeven;
en als je ervan overtuigd bent
dat alles je gegeven is,
dat alles in je leven een gave van God is,
dan kun je niet anders dan met God verbon­den zijn
want: “Los van Mij
kun je niets”,
zoals Jezus vandaag zelf in het evan­ge­lie zegt.

Zonder dank­baar­heid geen ver­bon­den­heid

En als je dat niet zo beleeft
- dat het allemaal cadeautjes zijn
van de goede God -
dan krijgt alles
een andere waarde.
Dan gaat het leven in feite
draaien om het “ik”:
dit heb ik gepres­teerd,
het is mijn succes,
ik deed dat gewel­dig.

Leven vanuit ver­bon­den­heid

Maar als we iets zeggen of doen
vanuit ons geloof
en vanuit onze ver­bon­den­heid met God
- ook al noemen we God er mis­schien
niet steeds uit­druk­ke­lijk bij -
krijgt al wat we zeggen en doen
meer bete­ke­nis.
We wor­den zelf meer instru­ment
in Gods hand;
er is meer reden tot dank­baar­heid;
je komt mak­ke­lijker tot overgave
als het mis­schien niet zo lukt.
Alles is in Gods hand.

Bidden

Het is daarom heel mooi en goed
om alles te be­ge­lei­den met gebed.
Als je er eerst voor bidt
(voor wat je gaat doen of gaat zeggen)
zal wat je gaat doen of gaat zeggen
anders wor­den,
vrucht­baarder, mooier, rijker, dieper.
Vanuit God, vanuit het gebed
gaan we dan naar anderen
met onze goede woor­den,
met onze goede daden;
en na afloop mogen we alles
weer bij Hem neerleggen,
Zegen het, Heer
en ook: U moet het maar doen,
uit­ein­delijk ben ik het niet...

Emoties

Maar soms nemen onze emoties ons mee,
zijn we kwaad of gedeprimeerd of...;
maar waar die ons naar toe willen brengen
zal meestal niet zo vrucht­baar zijn.
Als we vanuit het gebed
en als het ware met Gods ogen
proberen te zien,
zal alles meer vrucht dragen,
want dan komt het voort
uit onze ver­bon­den­heid met God.

Hij is zo niet

Nu laat God ons nooit in de steek.
Geen mens laat Hij alleen.
Als bepaalde mensen
heel lang niets van zich hebben laten horen
en ons in moei­lijke perio­den
maar hebben laten zwemmen,
dan kunnen wij denken:
daar hoef ik geen contact meer mee,
die hebben me zo in de steek gelaten!

God denkt zo niet.
Zijn gedachten zijn nu eenmaal
niet onze gedachten
God denkt niet als een mens.
Wij mogen bij Hem toch altijd weer
een nieuw begin maken.

Afhaken?

Het mooiste is
als wij met Hem verbon­den zijn
als een rank aan de wijnstok,
zoals het evan­ge­lie zegt.
Er zullen moei­lijke perio­den zijn,
want - zo zegt het evan­ge­lie -
iedere rank wordt gezuiverd, gelouterd.
Dat zal ons dus ook over­ko­men.
We wor­den op de proef gesteld.
Maar het stomste wat we dan kunnen doen
is teleur­ge­steld afhaken.
Een afgesne­den rank
valt op de grond en verdort,
dat wordt niks.
Wie daar­en­te­gen in moei­lijk­he­den
zijn toevlucht neemt tot God
die groeit gees­te­lijk.
Om ons heen
is het donker en duister mis­schien,
maar gees­te­lijk groeien we dan juist door.

“Blijf in Mij”, zegt de Heer,
“Dan blijf ik in U”.
Dan kunnen we vragen wat we willen
en het zal altijd een goede vraag zijn,
omdat we met Hem verbon­den zijn.

Beleef het!

Ver­bon­den­heid met de naaste,
Ver­bon­den­heid met God:
beleef het!

Terug