Arsacal
button
button
button
button


Nieuwe gemeenschaps- en kerkzaal ingewijd

Neocatechumenale Weg in Almere

Nieuws - gepubliceerd: zondag, 27 januari 2013 - 1376 woorden
Met de bisschoppen J. Punt en F. Wiertz, rectoren van seminaries en Kiko Argüello in het
Met de bisschoppen J. Punt en F. Wiertz, rectoren van seminaries en Kiko Argüello in het

In Almere is sinds een aantal jaren een "Missio ad gentes" op ini­tia­tief van de Neo­ca­te­chu­me­nale Weg, die geïnitieerd is door Kiko Argüello en Carmen Hernández. Het doel van deze Missie is om aan niet-gedoopten of buiten­ker­ke­lijken het evan­ge­lie te brengen en hen uit te nodigen kennis te maken met het katho­lie­ke geloof. Aan de Europalaan in Almere-Poort heeft de Missio een nieuwe zaal in gebruik geno­men, die ik deze zater­dag­avond, 26 januari, mocht inwij­den.

We vier­den de heilige Eucha­ris­tie met de ge­meen­schappen. Twee Neo­ca­te­chu­me­nale ge­meen­schappen komen er samen en ik sprak onder meer met twee vol­was­se­nen die zich voor­be­rei­den op het heilig doopsel en een derde die nog wat meer in de fase van afwe­ging zat. Ver­schil­lende missie­ge­zinnen onder­steunen deze missie en zijn in Almere komen wonen. Zij hebben met hun gezin hun vaderland en alles achter­ge­la­ten om zich in dienst van deze missie te stellen en ik moet zeggen dat ik bewonde­ring heb voor de geest en het geloof die spreken uit hun woor­den en daden.

Hier­on­der de homilie die ik - min of meer - bij deze gelegen­heid heb gehou­den en die ik in iets andere vorm ook heb gebruikt bij de zon­dagsmis in Nes aan de Amstel op zon­dag­mor­gen.

Homilie

(Eer)gis­te­ren werd de beke­ring van de apostel Paulus gevierd.

De man Saulus was op weg naar Damascus om daar een christen­ver­vol­ging op touw te zetten.

Onderweg werd hij gegrepen, van zijn paard gegooid op de grond geslingerd, een licht over­straalde hem, hij hoorde de stem van de Heer en alles werd anders: Saulus werd Paulus en een fan­tas­tische mis­sio­na­ris, met een enorme werk­kracht, die door zijn brieven nu nog steeds ons in het spoor van Jezus leidt.

Won­der­lijk hoe God door één mens zoveel nieuws in gang kan zetten.

Zo zijn er een heel aantal momenten in de ge­schie­de­nis van de Kerk aan te wijzen, waarop God iemand roept, die een heel nieuwe wen­ding geeft aan het ker­ke­lijk leven en de maat­schap­pij en die de Kerk een nieuw missio­nair elan geeft.

Denk aan een Bene­dic­tus of Fran­cis­cus, Ignatius of Teresa van Avila of andere grote orde­stich­ters.

Wat is hun leven niet een aanzet geweest voor een vernieu­wing en opbloei van de Kerk.

Hoe zou Europa er bij­voor­beeld hebben uitgezien zonder de volgelingen van Bene­dic­tus die het geloof hebben gebracht, het onder­wijs en de land­bouw­me­tho­den? Ook in onze tijd doet zich dat voor, met name de nieuwe bewe­gingen en ge­meen­schappen hebben nieuw vuur gebracht in de Kerk en mensen ertoe aan­ge­zet om missio­nair te wor­den.

Dat zijn tekenen van hoop in een voor de Kerk niet zo ge­mak­ke­lijke tijd.

Als we terugzien op het leven van Kiko en Carmen en het een­vou­dige begin van de Neo­ca­te­chu­me­nale Weg in de barakken-wijken van Madrid, dan mogen we gewoon heel dank­baar zijn voor het missio­naire vuur dat hierdoor in de Kerk is geko­men.

Het is een missio­nair vuur waardoor honderd­dui­zen­den mensen zijn gegrepen, Christus zijn gaan volgen en op hun beurt weer een leven zijn gaan lei­den dat weer nieuwe mensen inspireert tot geloof, hoop en naasten­liefde.

Het is goed God daarvoor te bedanken.

Het gaat op en neer in de Kerk, dopen of ontdopen, ‘goede tij­den, slechte tij­den’.

Soms zit het mee, soms zit het tegen.

Mensen zijn ook best beïn­vloed­baar en gevoelig, niet alleen voor ‘Blue monday’ maar ook voor een stem­ming die gekweekt wordt, een imago dat gecreëerd wordt.

Het is won­der­lijk maar de sfeer waarin we verkeren doet er veel aan toe of af.

Wat scheelt het al veel of je goede vrien­den krijgt of minder goede...

Dat is op ons werk al zo: wie in een sti­mu­lerende omge­ving mag werken met fijne mensen, goede collega’s, allemaal zeer ge­mo­ti­veerd, die zal ook zelf vaak tot mooie pres­ta­ties komen, terwijl er ook werk- en leef­om­ge­vingen zijn die alle energie opslokken en wegnemen en maken dat je er ‘s nachts nog van wakker ligt.

Zo is het ook in de Kerk.

In de tweede lezing sprak Paulus over het beeld van het lichaam: in dat lichaam moet geen ver­deeld­heid zijn, alle ledematen moeten samen­wer­ken; die harmo­nische ver­bon­den­heid met elkaar ten dienste van het goede, van God, brengt prach­tige dingen tot stand.

Je moet niet op je strepen gaan staan, want de bijdrage van ieder lid van dat lichaam is reuze be­lang­rijk.

Het is dus zeer voornaam dat we proberen als broeders en zusters met elkaar in de kerk te leven, elkaar op te bouwen in geloof, elkaar te sti­mu­leren in de navol­ging van Christus en in het beleven en verder geven van ons geloof.

Helaas gaat dat ook in de kerk niet altijd zo perfect: er zijn mensen die fouten maken, zon­den doen, en geen mens is zonder zon­den.

Er zijn mensen die ruziën, zich ver­zet­ten, niet met elkaar in gesprek gaan, over anderen praten in plaats van met hen en soms kunnen de golven best wel hoog gaan....

Heel vaak is het zo dat als iemand op afstand is en er dingen zijn die we niet goed begrijpen, die we zelf in onze gedachten gaan invullen, dat we dan vijand­beel­den creëren, in feite gaan ver­on­der­stellen en er langzamer­hand heel erg van overtuigd raken dat die ander een vre­se­lijk monster is met wie geen gesprek moge­lijk is.

Wil die ander zich openen? We moeten proberen hem of haar te helpen.

Dat gebeurt na­tuur­lijk vaak in het dage­lijks leven en helaas komt dat ook nogal voor in de Kerk en dat zou na­tuur­lijk niet zo moeten zijn want we zijn ge­roe­pen om één lichaam te vormen, niet alleen ik met mijn eigen mensen, maar die grote we­reld­wijde Kerk: broeders en zusters zijn we van elkaar! Eigen­lijk was het in het leven van Jezus niet anders.

We hoor­den vandaag hoe Jezus in de kracht van de Geest overal optreedt en dat valt enorm goed: overal wordt Hij geprezen en ze lopen Hem allemaal achterna.

Ook in de synagoge van Nazaret is het een hele drukte.

Maar niet zo heel veel later komt deze zelfde Jezus helemaal alleen te staan, wordt Hij ver­volgd en opgejaagd zoals we volgende week al zullen kunnen horen.

Diezelfde mensen die nu nog zo vol overgave luis­te­ren, keren zich tegen Hem.

En we weten na­tuur­lijk maar al te goed dat de Heer Zijn aardse leven zal ein­digen aan het kruis geslagen als een mis­da­diger, ver­wor­pen en veracht.

In een gezin is het zo dat je elkaar moet verdragen: de een is meer zus, de ander is zo.

Geen enkele relatie kan stand hou­den zonder een flinke dosis verdraag­zaam­heid en een liefde die ook offers weet te brengen.

Een groot gezin is daarom niet zo slecht: daar leer je zulk soort dingen.

En dat geldt na­tuur­lijk ook voor het grote gezin van de Kerk.

er ligt een opdracht aan ieder van ons om open te staan voor onze broeders en zusters en voor de kracht van de heilige Geest die alle kleinmen­se­lijke redene­ringen overstijgt en om zo ons­zelf te laten bezielen en die bezieling uit te dragen, te delen met anderen zodat Jezus, zodat de heilige Geest kan wonen in de harten van de mensen.

Heel vaak zijn we bang dat mensen aan iets van ons zullen raken, dat we iets af moeten staan.

Ook in de Kerk kan dat een angst zijn die mensen weerhoudt zich te geven.

Toch wor­den we vaak rijker als we geven.

En een christen, een katho­liek moet per de­fi­ni­tie zijn een open mens, open voor anderen, open om te getuigen, open om te delen en te ont­van­gen, in verbin­ding met heel het lichaam van Christus.

Dat is de blijde bood­schap die Jezus komt brengen: aan armen de Blijde Bood­schap, aan ge­van­ge­nen: vrijla­ting, aan verdrukten: vrij­heid.

Dus onze bood­schap is: Wat houdt je gevangen? Wat beklemt en verdrukt je? De Heer wil je bevrij­den! Hij wil je openen: ga maar in die ruimte staan, en weet je opgeno­men in één we­reld­wijd en de tij­den overstijgend lichaam van Christus, een lichaam met heel veel ver­schil­lende ledematen: adem ruim en vrij, volg je roe­ping, zoek je plaats.

wat is jouw plaats? Er zijn vele roe­pingen, vele moge­lijk­he­den.

Hij geeft het je in...

AMEN

Terug