Arsacal
button
button
button
button


Stille Omgang in het teken van gebed voor de nieuwe paus.

Nieuws - gepubliceerd: zondag, 17 maart 2013 - 1348 woorden
In de Sint Nicolaasbasiliek was het jongerenprogramma van de Stille Omgang
In de Sint Nicolaasbasiliek was het jongerenprogramma van de Stille Omgang

In de nacht van zater­dag op zon­dag vond de Stille Omgang plaats in Am­ster­dam, die stille gebeds­tocht ter eren van het heilig Sacra­ment, ter ge­dach­te­nis van het Eucha­ris­ti­sche wonder dat in 1345 plaats vond. In het begin van de avond heb ik de heilige Mis gevierd ter afslui­ting van de Mirakelweek, in de Begijnhof­ka­pel te Am­ster­dam.

Later op de avond vierde ik de Eucha­ris­tie met de Westfriese bede­vaart. Bij deze gelegen­heid heb ik de volgende homilie gehou­den:

Homilie

Broeders en zusters, Voor de Kerk is dit een bij­zon­dere tijd, er begint een nieuwe periode met een nieuwe paus: paus Fran­cis­cus die de Kerk naar de toe­komst zal lei­den.

Voor het eerst in mijn leven mocht ik op het Sint Pieters­plein het bij­zon­dere moment meemaken dat de witte rook opsteeg, de naam van de paus werd bekend gemaakt en de nieuwe paus zijn eerste zegen gaf.

We willen van­avond bij­zon­der voor hem bid­den om Gods rijke zegen: dat de Heer hem steeds zal ingeven wat hij moet zeggen of doen.

En dat Onze Lieve Heer hem zal bijstaan in zijn niet ge­mak­ke­lijke taak.

We hopen en bid­den dat – mede door de inzet van paus Fran­cis­cus – de bood­schap van het evan­ge­lie meer ingang mag vin­den en meer mensen Jezus zullen ontmoeten, met name in de sacra­menten.

We vieren deze Stille Omgang in het jaar van het Geloof en het thema van dit jaar is ontleend aan een woord van Herman Schaepman, de grote politicus en pries­ter, die honder­tien jaar gele­den overleed en die als motto had: “Credo, pugno”, “Ik geloof, ik strijd” of – wat heden­daag­ser ver­taald –: Ïk geloof in Gods liefde, daar ga ik voor”.

Maar aller­eerst wil ik U nog eens zeggen dat het voor mij een vreugde is om samen met u de heilige Eucha­ris­tie te mogen vieren bij gelegen­heid van deze Stille Omgang.

Het is prach­tig dat we hier ieder jaar met zoveel mensen samen­ko­men om in stilte dit Eucha­ris­tisch wonder te gedenken, en te vieren dat de Heer zelf met ons meereist op onze aardse pelgrims­tocht.

Want daar gaat het om als we in stilte door deze stad trekken.

De stilte van een gelovig mens brengt hem bij God, stilte maakt ruimte voor de eeuwige, ons alle overstijgende God en Heer, die we ver­trouw­vol “Abba, Vader” mogen noemen.

De drukte van ons dage­lijks leven maakt ons ge­mak­ke­lijk op­per­vlak­kig: we zijn te druk om ergens diep op in te gaan.

Dit is een nacht om te bedenken en te ervaren: Je bent niet alleen! Er loopt Iemand naast je, er woont Iemand in je, er gaat Iemand altijd met je mee, die je liefheeft, je bemint en je bewaart.

Dat geeft je kracht om te strij­den! Na­tuur­lijk, het blijft geloof en geloof wordt ook altijd beproefd.

De Heer is bij ons, maar altijd op verborgen wijze.

Je ziet Hem niet, maar Hij geeft je tekens van Zijn aanwe­zig­heid en werk­zaam­heid.

Het is een teken en dat wil zeggen dat het ook kunt ontkennen en afwijzen, het is niet dwingend als een wiskunde-som, maar als je die sprong van ver­trouwen waagt, je durft over­ge­ven, als je ervoor gaat, zal het een ont­moe­ting wor­den, die je niet meer vergeet.

Na­tuur­lijk is het grootste en meest be­lang­rijke teken dat Hij ons nagelaten heeft de aller­hei­ligste Eucha­ris­tie: Wij zien het brood wij zien de kelk met wijn, maar met geloof mogen we daarin Jezus zelf aanbid­den die onder die nie­tige gedaanten van het brood en de wijn tot ons komt, als voedsel voor onze ziel.

En inder­daad: het heeft met geloof te maken dat we Zijn aanwe­zig­heid daarin aanbid­den, met een inner­lijke open­heid voor het mysterie, en dat we aanvoelen dat Hij er is.

Het is de moeite waard om daarvoor te gaan, omdat het je leven vervult en alles anders, mooier maakt.

Mis­schien hebt u al eens van het levens­ver­haal van Grietje Schouten uit Marken gehoord.

Zij kwam voor de oorlog als pro­tes­tants meisje in een katho­liek sanatorium te liggen.

Daar waren de eerste katho­lie­ken die zij ontmoette, want op Marken was ie­der­een pro­tes­tant.

Op een dag kwam de pries­ter langs met de heilige communie om die naar een ziekte te brengen.

Op dat moment was het haar dui­de­lijk, zomaar ineens voelde zij in haar hart, dat de Heer daar was en zij kreeg een vurig verlangen om ook ter communie te kunnen gaan.

Als enige op heel Marken werd zij toen katho­liek.

Zo zijn er ook in ons leven momenten mis­schien dat we ervaren en merken dat Hij er is, dat we er niet alleen voor staan, dat God bij ons is en ons sterkt.

Jaren gele­den las ik een boek over het leven van de ongelo­vi­ge dokter Carrel.

Hij wilde het feno­meen van massa-hysterie en bijgeloof onder­zoeken en ging daarom mee als brancardier naar Lourdes.

Hij kwam bij de grot waar hij een erns­tig zieke patiënt heen begeleidde.

Hij had het onverant­woord gevon­den dat die persoon had mee kunnen gaan omdat die feite­lijk ster­ven­de was.

Maar bij de grot was hij getuige van een wonder: voor zijn ogen zag hij de deken die de patiënt bedekte, dalen: de erns­tig opgezwollen buik werd weer normaal en deze zieke was genezen.

Nu had die dokter dus een wonder mee­ge­maakt, een echt en onverk­laar­baar wonder.

Toch bracht het die dokter niet tot geloof, hij was er nog niet klaar voor om zijn ra­tio­na­lis­me, zijn kri­tische kijk te verlaten.

Het bracht hem wel in ver­war­ring en later keerde hij naar Lourdes terug.

Op een gegeven moment stond hij achter in de basiliek en werd het “Mag­ni­fi­cat”gezongen, de lofzang van Maria, die over haar eigen klein­heid zingt en over de groot­heid van God.

Ineens brak er iets in hem, de dikke bast van zijn zelfin­ge­no­men­heid barstte open, ein­de­lijk kwamen zijn eenvoud, zijn liefde, zijn kinderhart vrij en toen kwam er ruimte voor ver­trouwen, voor geloof, voor het wonder en hij barstte daar in tranen uit.

Ja, je kunt God alleen ervaren als je open staat voor wat klein en nie­tig is, wat zo komt God tot ons: klein en verborgen, in een stukje brood, een beetje wijn.

Niet voor niets legt paus Fran­cis­cus in de paar dagen dat hij paus is al zoveel nadruk op de eenvoud, de klein­heid en de armoede.

Er zijn na­tuur­lijk ook wel dagen en tij­den dat we Hem veel minder sterk ervaren en Hij voor ons veel meer verborgen is, dat we ons dor voelen en koud.

Dan is het be­lang­rijk dat we op zoek gaan, nieuwe in­spi­ra­tie opdoen, proberen ons hart weer te openen voor Gods liefde, zoek Hem! Ja, dan is het be­lang­rijk dat we ons niet laten ver­zwak­ken, maar plaatsen en erva­ringen proberen te vin­den die ons kunnen helpen, die ons geloof kunnen ver­ster­ken die ons hart weer vurig­heid kunnen geven: Een bede­vaart, een retraite, een boek of een film, en ook deze nacht van de Stille Omgang kunnen de gelegen­heid wor­den dat we geraakt wor­den, dat ons hart openbreekt, dat we straks ver­trouw­vol wan­de­len als kin­de­ren aan de hand van hun hemelse Vader.

Je bent niet alleen.

Wij mensen zijn geneigd dat te denken, geen reke­ning te hou­den met God, alleen uit te gaan van ons eigen wijze redeneren.

Dat was in de tijd van Jezus niet anders.

Denk bij­voor­beeld maar aan de broodvermenig­vul­diging: duizen­den mensen zijn bij Jezus en hebben niets te eten.

De plek is afgelegen.

Men­se­lijk ge­spro­ken is er niets wat zo’n grote menigte kon voe­den en de apos­te­len zeggen: “Stuur de mensen maar naar huis”.

Zij hiel­den geen reke­ning met de kracht van God, met de macht van Jezus om een wonder te doen.

Ook wij zijn gewend zo te kijken en te redeneren.

We zien vaak alleen de men­se­lijke moge­lijk­he­den, de men­se­lijke oplos­singen, die wel vaak heel direct, maar ook juist vaak kortzich­tig zijn.

Deze nacht is een uit­no­di­ging om opnieuw met het hart van een kind in ver­trouwen op je hemelse Vader door het leven te gaan.

Geloof en ver­trouw op Gods liefde.

Ga ervoor! Amen

Terug