Arsacal
button
button
button
button


Als je weleens last hebt van depressieve gevoelens...

Wees blij in de hoop (Rom. 12, 12)

Overweging Bezinning - gepubliceerd: zondag, 26 november 2023 - 2156 woorden

Het thema van de wereld­jon­ge­ren­dag van 2023 was "Wees verheugd in de hoop"(Rom. 12,12). Dat klinkt ge­mak­ke­lijk maar wat kun je doen als je last hebt van depressieve gevoelens?

Wees blij in de hoop (Rom. 12, 12)

Jon­ge­ren en depressie

1. Ben je hoop­vol? Veel jon­ge­ren zijn niet zo hoop­vol, zeggen de onder­zoeken. 2021: 1 op de 11 (9 procent) jong­vol­was­se­nen (18 tot en met 34 jaar) in Neder­land heeft een hoog risico op een angst­stoor­nis of een depressie in 2020. Dit is een toename ten opzichte van 2016, toen had 7 procent een hoog risico, in 2012 was het 6 procent (RIVM). In de corona­tijd was er een extra risico op depressie door meer een­zaam­heid, onzeker­heid en stress. In de Corona tijd had een kwart van alle jon­ge­ren last van sombere en depressieve gevoelens (ipractice.nl)

2. Wanneer krijg je last van depressieve gevoelens? Problemen thuis zoals ruzie met of tussen ouders, of met een broer of zus; door sociale situaties: Je verliest de grip op situaties of ervaart een gevoel van mach­te­loos­heid; door liefdes­pro­ble­men en liefdesverdriet; wanneer je kwaad bent op iemand of op meer­dere mensen, maar het niet kunt uiten; als je stress hebt door langdurige pres­ta­tiedruk kun je depressief wor­den; ook mishan­de­ling of andere ingrijpende gebeur­te­nissen kunnen maken dat je depressief wordt en het kan ook in je zitten: dat je een aanleg hebt voor somber­heid. Maar hoe dan ook: ie­der­een kan het krijgen.

3. Daarom is het wel goed en be­lang­rijk om stil te staan bij de woor­den van de apostel Paulus: hoe kun je blij zijn in de hoop? Want blij zijn in de hoop, betekent dat je blij bent om iets wat er niet of nog niet is, maar waar je naar uitziet. Je bent blij om iets moois en iets fijns dat er nog niet is, maar waar je op hoopt. Dat is na­tuur­lijk wel heel mooi want dat betekent dat je blij kunt zijn, zelfs als je in de shit zit! Blij in de hoop...

Erover praten

4. Als je het rijtje hoort van situaties waardoor je depressief wordt, dan kunnen we con­clu­deren: depressie heeft veel te maken met onmacht, het hebben van nare gevoelens en er niet over kunnen praten. Als je iemand hebt met wie je er over kunt praten, is dat al iets heel goeds, dat kan heel goed helpen. Met wie kun je erover praten? Kijk eens om je heen: een ver­stan­dig, wijs mens, die goed kan luis­te­ren en een gelovig mens die je kan helpen om er ook in gebed mee om te gaan en die het gelovig uit­zicht erin betrekt. Het is be­lang­rijk dat iemand goed kan luis­te­ren en niet te snel met “oplos­singen” komt.
En als iemand bij jou komt om te praten? Luister dan en leef mee. Dat meeleven is be­lang­rijker dan “het probleem oplossen”.

De rol van het geloof

5. Waarom is het geloof zo be­lang­rijk als je met rot­ge­voe­lens zit? En waarom is het geloof zo be­lang­rijk om geen depressie te krijgen? Omdat depressieve gevoelens ervoor zorgen dat je het niet meer ziet zitten, je hebt geen uit­zicht, alles is duister. En het geloof laat je juist uit­zicht zien, een toe­komst, er is altijd hoop: wees blij in de hoop, zegt Paulus daarom. Je bent op weg naar iets moois, je bent ge­roe­pen om hier op aarde een mooie taak te vervullen en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Als je geen geloof hebt en geen hoop zit je als het ware op­ge­slo­ten in een kamer zon­der ramen, als je geloof hebt en hoopt dan leef je als het ware in een kamer met ramen en openslaande deuren die toegang geven tot een prach­tige tuin. Als je weet en kunt voelen en ervaren dat je op weg bent naar een mooie, po­si­tie­ve toe­komst, dan wordt ook je leven nu meer leef­baar. Als je hoop hebt, leef je anders.

6. Ik kan je dan ook aanbevelen om alles te doen om je geloof te ver­die­pen, nieuwe erva­ringen op te doen. Alle mooie erva­ringen die je met God hebt opgedaan, vormen een kracht en een schat die je door een donkere periode heen helpen. Als je mee geweest bent naar de Wereld­jon­ge­ren­da­gen, dan weet je waar­schijn­lijk al hoe be­lang­rijk en mooi het is om nieuwe erva­ringen met je geloof op te doen. Zoek erva­ringen die je kunnen in­spi­re­ren, die geven voe­ding aan de hoop die in je leeft en de hoop geeft je uit­zicht en geluk, vreugde. Want het komt erop aan om stevig te staan in de hoop, overtuigd zijn van wat je nog niet ziet.

Onder het kruis

7. Stel je voor dat je onder het kruis van Jezus Christus staat. Daar ston­den Maria en de leer­ling die Jezus liefhad. Het werd donker. Ze denken vaak dat met die leer­ling die Jezus liefhad de apostel Johannes wordt bedoeld, maar eigen­lijk zijn wij dat allemaal. Dus als je dat evan­ge­lie leest of hoort, denk dan aan jezelf als het gaat over die leer­ling die Jezus liefheeft. Ik denk dat het daarom zo gezegd wordt in het evan­ge­lie omdat de bijbel eigen­lijk wil zeggen dat je dat zelf bent: jij bent de leer­ling die Jezus liefheeft. En je staat allemaal weleens onder het kruis als je iets naars en akeligs meemaakt.

8. Ook Maria stond dus onder het kruis van Jezus. Dat moet voor haar wel heel erg zijn geweest: haar enige Zoon hing voor haar ogen te sterven, nadat Hij vre­se­lijk gemar­teld was, als een crimineel. Werd Maria toen depressief? Haar kracht was haar geloof, haar ver­trouwen, haar hoop... Vanaf het kruis kreeg Maria in feite een nieuwe zen­ding. Jezus zei daar tegen die leer­ling: “Ziedaar je Moeder” en tegen Maria: “Ziedaar je zoon”, zie­daar je kind. Vanaf het kruis kreeg Maria de taak om op een nieuwe manier moe­der te zijn: moe­der voor allen die in Jezus geloven en Hem willen volgen. Haar hart werd doorboord door pijn en verdriet, tege­lijk was er een nieuw uit­zicht.
Het is dan ook heel goed om je gevoelens in gebed met Maria te delen.

De ver­wach­ting van een luikje

9. Zo gaat het ook met jou: als je door een verdrie­tige periode heen gaat, er iets is dat je veel pijn en verdriet doet, gebeurt er ook iets dat jou nieuw uit­zicht geeft als je geloof hebt en hoop. Als God een deur dicht doet, doet Hij ook ergens weer een luikje open. Zit je in een rot­pe­rio­de? Ga zoeken naar het luikje dat voor jou open staat; ga ver­der met hoop en een ver­wach­ting dat er iets komt. Kijk naar je ver­dere weg en naar de toe­komst: mis­schien moet jij ook een kruis­weg gaan, zoals Jezus, maar ook voor jou komt de ver­rij­ze­nis, de opstan­ding ten leven.

De rol van je goede (geloofs)erva­ringen

10. Jezus was dood, toen en daar op het kruis. Was de hoop gestorven? Was de wereld de­fi­ni­tief zon­der licht, zon­der leven, zon­der doel? Maria zal in dat uur zeker opnieuw in haar hart geluisterd hebben naar het woord van de engel Gabriël, waar­mee die aartsengel ant­woordde op de schrik van Maria toen de engel bij haar binnen kwam: “Vrees niet, Maria!” (Lc. 1,30), wees niet bang!
Doe dat ook gerust dikwijls: denk terug aan je mooie erva­ringen, hoe God je heeft aan­geraakt en geleid, waar heb je Zijn liefde gevoeld? Welke weg is God met jou gegaan? Het is ook niet ver­keerd om die erva­ringen eens op te schrijven, ze kunnen je sterken als eens in een donkere tijd zit.

11. Heel dikwijls heeft Jezus dat Zelf tot Zijn leer­lin­gen gezegd: Vreest niet! Wees niet bang! Ze zeggen wel dat dit 365 keer in de bijbel staat, dat is dus voor elke dag een keer; in feite staat het nog iets vaker in de bijbel! Tot Zijn leer­lin­gen heeft Jezus dat vlak voor het uur van het verraad en het lij­den, nog eens gezegd: “Hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16,33). “Laat je hart niet verontrust of klein­moe­dig wor­den” (Joh. 14,27).

12. “Vrees niet, Maria!” Toen in Nazaret had Maria dat al te horen gekregen. Toen heeft de engel ook tot Maria gezegd: “Aan Zijn Rijk zal geen einde komen” (Lc. 1,33). Dat “Rijk” van Jezus was heel anders dan de mensen zich had­den kunnen voor­stel­len. Dat rijk van Jezus begon op het uur van Zijn lij­den en dood, zijn leer­lin­gen had­den meer gedacht aan tronen, aan kronen, aan een eer­volle positie. Zo is het nu ook: Het gaat allemaal vaak anders dan je had kunnen denken; de wegen van God zijn totaal anders dan wat wij ons kunnen voor­stel­len. Maar je moet niet bang zijn, maar vooruit kijken, leven vanuit de hoop.

Josephina Bakhita

13. Josephina Bakhita werd rond het jaar 1869 geboren in Darfur (Soedan). Op haar negende werd zij door slaven­handelaren ont­voerd en vijf keer op slaven­markten verkocht. Ze werd heel vaak gegeseld en geslagen. Ze hield er haar hele leven lang 144 littekens aan over. Was er nog wel hoop voor haar? Ja, zij hoefde de hoop niet te verliezen. In 1882 werd zij verkocht aan de Ita­li­aanse consul, die haar mee naar Italië nam. Daar had zij een goede tijd en zij leerde zusters kennen en door hen leerde zij Jezus kennen. Zij had zoveel slechte meesters gehad, nu leerde zij een goede Meester kennen: Jezus. Zij noemde Jezus vaak “Mijn meester”. In 1890 werd zij gedoopt en zes jaar later deed zij geloften en werd kloosterzuster. In 1947 is zij in Italië gestorven. Haar laatste jaren was zij niet goed qua ge­zond­heid. Als men aan haar vroeg: “Hoe gaat het met je?” Zei zij altijd: “Zoals de Meester het wil” en zij bleef opgewekt, zij was blij in de hoop.

De Goede Herder en de eerste chris­te­nen

14. De chris­te­nen van de eerste eeuwen beel­den Jezus vaak af als de goede her­der. Zij had­den vaak met christen­ver­vol­gingen te maken, maar dat beeld van de her­der die zijn schaapje draagt, herinnerde hen aan de hoop: “De Heer is mijn her­der, ik kom niets te kort. Al voert mijn weg door donkere dalen, ik ben niet bang, omdat U mij leidt” (Ps. 23).

Is eeuwig­heid saai?

15. Door de hoop zijn mensen ook anders naar het leven gaan kijken. De hoop zegt je: het mooiste moet nog komen, ik moet niet leven voor wat ik hier en nu te pakken kan krijgen, maar mijn eigen­lijke belo­ning ligt in de toe­komst: in het eeuwig leven bij God. Eeuwig leven is niet eindeloos lang leven, je zou mis­schien kunnen denken: dat wordt saai! Nee! Het zal helemaal anders zijn, het gaat erom dat je gelukkig zult zijn, maar er is geen tijd, we kunnen het ons hier op aarde nog helemaal niet goed voor­stel­len hoe het zal zijn; alleen dit je zult voor altijd gelukkig zijn, geen depressie meer of angst, niets, alleen maar iets fijns, blij­heid omdat je bij Christus bent.

Moeder Teresa

16. Die blij­heid in de hoop heeft mensen geïnspireerd om alles achter zich te laten en mooie, goede dingen te doen, voor anderen te zorgen. Denk bij­voor­beeld aan Moeder Teresa: zij was zuster en lerares in een mooie school, maar zag op straat de mensen sterven. Toen liet zij haar mooie leven en alles achter om voor die armste mensen te gaan zorgen. Zij begon met mensen die in de goot van de staten lagen te sterven, hopeloos, afge­schre­ven. Zij liet hen een waar­dige dood sterven als teken van de hoop. De bood­schap van haar leven is: Er is hoop!

Toch zat zij tien­tal­len jaren in een gees­te­lij­ke duisternis, een “nacht van de ziel”. Ook andere grote heiligen hebben zoiets gekend. In die tijd moest Moeder Teresa zich vast­hou­den aan de goede erva­ringen die zij met God had opgedaan in de tijd daarvoor.

Hoe kun je meer hoop krijgen?

17. Hoe kun je meer hoop krijgen?
Het eerste is: door te bid­den. Kar­di­naal Nguyen van Thuan zat der­tien jaar in een ge­van­ge­nis van de communisten in Vietnam, waar­van negen jaar in een isoleercel. Je moet je voor­stel­len hoe hopeloos je je dan zou voelen! Zolang achter de tralies in een heel nare situatie. Maar hij ging iedere dag een pro­gram­ma volgen met gebeds­tij­den, die hij iedere dag deed. Hij heeft ook allerlei mooie gebe­den opge­schre­ven. Toen hij tenslotte vrij kwam in 1988 werd hij voor de hele wereld een getuige van de hoop. In 2002 is hij gestorven.

18. Het tweede is: de goede dingen doen; het derde is: het lij­den dat je treft en dat je niet uit de weg kunt gaan, aan­ne­men en verbin­den met het lij­den van Jezus, je kunt ze als offers opdragen, ze aan God aanbie­den en vragen dat er iets goeds uit mag voort­ko­men.

19. Het vierde is: voed in je hart het ver­trouwen op het oor­deel van God: we mogen hoop­vol en ver­trouw-vol naar Hem toe gaan. Zij oor­deel over ons zal barm­har­tig zijn en vol liefde voor ons.

 

Zie ook: P. Bene­dic­tus XVI, En­cy­cliek Spe Salvi, 30 nov. 2007

Terug