Arsacal
button
button
button
button


Sacramentsprocessie Amsterdam

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 2 juni 2013 - 1082 woorden
Heilige Mis in O.L. Vrouwekerk voorafgaand aan de processie
Heilige Mis in O.L. Vrouwekerk voorafgaand aan de processie

Bij prach­tig weer werd op 2 juni in Am­ster­dam de Sacra­ments­pro­ces­sie gehou­den met deelname van Armeense chris­te­nen, Koptische chris­te­nen met hun pries­ter en de Syrisch Orthodoxe chris­te­nen met hun pries­ter en Aarts­bis­schop Polycarpus. Met hem hebben we bij­zon­der gedacht aan en gebe­den voor de twee ont­voerde bis­schop­pen van Aleppo. De Apos­to­lische Nuntius, mgr. André Dupuy was hoofd­cele­brant, ik heb de navolgende homilie gehou­den.

homilie

Wij kunnen het niet!
Dat is de con­clu­sie die de apos­te­len
vandaag in het evan­ge­lie trekken
als ze de Heer zeggen:
“Stuur de mensen weg”,
wij kunnen ze niet helpen.

Wij kunnen het niet,
dat is ook onze men­se­lijke erva­ring.
Er zijn zoveel momenten in ons leven
dat we tegen grenzen aanlopen,
dat we onze onmacht ervaren,
dat wij het niet kunnen.
Ouders ervaren dat in de opvoe­ding
en als we - hoe dan ook - merken
dat mensen andere wegen gaan
dan we zou­den wensen,
je ervaart dat bij ziekte,
bij het ouder wor­den,
of als de eco­no­mische crisis toeslaat,
als je niet kunt stu­de­ren wat je wilt,
enzo­voorts.
Dat we het uit­ein­delijk niet kunnen,
is mis­schien wel onze meest fun­da­men­tele erva­ring,
omdat we tenslotte allemaal sterven.
Eigen­lijk - zo zou je kunnen zeggen -
is het hele leven één grote oefe­ning
van leren afgeven, over­ge­ven, loslaten:
iedere keer een beetje sterven
zodat we bij ons uit­ein­delijk sterven
ons kunnen over­ge­ven in Gods han­den:
“In uw han­den beveel ik mijn geest”.

Op één bepaald moment van je leven
kun je denken dat je heel wat bent
en heel veel kunt,
dat je de hele wereld aankunt,
maar plot­se­ling of gelei­de­lijk kom je er achter
dat wat je zelf te bie­den hebt
niet meer is dan vijf bro­den en twee vissen
en wat betekent dát nou...?
Onze krachten zijn beperkt
en wat we hebben, hebben we gekregen!

De apos­te­len van de Heer waren jonge mensen
en zij had­den eerst gedacht
aan prach­tige plaatsen in de VIP-lounge
van het ko­nink­rijk van Jezus,
de één aan Zijn rechter­hand, de ander aan Zijn linker....
Gelei­de­lijk heeft Jezus dat beeld
dat Zijn leer­lin­gen had­den, bij­ge­steld:
Wie mijn volgeling wil zijn,
moet zich­zelf verloochenen
en zijn kruis opnemen.... (Lc. 9, 23)
Wie de kleinste is onder u allen,
die is de grootste.... (Lc. 9, 48).

“Wij kunnen het niet”.
Dat kan een uiting wor­den van onmacht,
van teleur­stel­ling en ont­moe­di­ging
of het kan een uit­spraak wor­den
van ver­trouwen en overgave:
Ik kan het niet,
maar Hij kan het - God kan het -
en we zijn geborgen in Zijn Vaderhan­den
en in Zijn Vaderhart.
Je eigen klein­heid wordt dan tot genade:
je hoeft niet zoveel meer,
je mag zijn als een kind:
als ge niet wordt als kin­de­ren,
kunt ge het rijk der hemelen niet binnen­gaan (Mt. 18,3; vgl. Lc. 9, 46-48).
We mogen ons aan die Vader toe­ver­trou­wen.
In Zijn han­den en door Zijn zegen
wor­den die vijf bro­den en twee vissen,
dat weinige wat wij hebben,
tot een overvloed waar­mee je twaalf korven vult!

Dit evan­ge­lie van de wonder­ba­re spijzi­ging
of ook: de wonder­ba­re broodvermenig­vul­diging,
werd vandaag na­tuur­lijk voor­ge­le­zen
omdat het Sacra­ments­dag is.
Wij vieren vandaag op meer intense wijze
de aller­hei­ligste Eucha­ris­tie,
het offer, het paas­mys­te­rie van de Heer,
we ont­van­gen met bij­zon­dere eerbied
de heilige communie,
omdat daarin de Heer zelf tot ons komt
onder de gedaante van het brood
en we dragen de Heer straks weer
door de straten van Am­ster­dam
en wij volgen Hem.
Onze pro­ces­sie door de straten
is een beeld van onze levensweg:
wij zijn op weg,
ons doel is het huis van de Heer,
Hij is bij ons op die levensweg,
Hij vergezelt ons,
maar hoe vaak is Hij niet klein
en verborgen voor onze ogen;
om ons heen is van alles
wat onze aan­dacht trekt en ons afleidt,
soms denken wij: is Hij er wel?
En we zou­den God soms best
eens een paar vragen willen stellen.
Vaak is Hij klein en verborgen in ons leven,
maar af en toe laat Hij even merken
dat Hij er echt wel voor ons is.
Jaren gele­den moest ik een jongetje begraven
van een jaar of zes.
De ouders waren na­tuur­lijk heel verdrie­tig
en dat gold ook voor de kin­de­ren van zijn klas.
Toen het kistje de kerk uit werd gedragen
naar het kerkhof een drie­hon­derd meter verder,
barstte er een vre­se­lijk noodweer los:
alles werd donker en het begon zelfs te hagelen.
“Moet dat nou ook nog?”
hoorde ik de vader achter mij zachtjes zeggen.
Maar toen het kistje op het grafje werd geplaatst
braken ineens de wolken open
en er kwam een zonne­straal
die recht op dat kistje viel.
Het was alsof God wilde zeggen:
mensen, jullie hebben vele vragen,
niemand van jullie begrijpt waarom dit kind
werd weg­ge­no­men,
maar probeer toch te ver­trouwen
dat het ant­woord wel bestaat.
En zoiets heb ik vaker mee­ge­maakt:
mid­den in iets akeligs, iets zwaars,
gaf de Heer ineens een kleine vinger­wij­zing,
een teken, een inner­lijke kracht
om mensen te sterken, hen te helpen
om het ver­trouwen toch niet te verliezen.
Zo kan een tijd van ziekte en van tegen­slag
ergens ook weer een tijd van genade wor­den.
Nee, je kunt het niet,
we zijn maar o, zo zwakke mensen,
een kind, een leer­ling,
maar blijf ver­trouwen!

Dat is dus de vraag:
door welk teken laten we ons lei­den?
Door de grote en zware, moei­lijke gebeur­te­nissen mis­schien,
die als een blok op ons kunnen vallen
en zoveel indruk maken?
Of door de kleine tekens van hoop en licht,
die God ons geeft.
Door het voor­beeld dat Jezus ons geeft,
de aan­wij­zingen die Hij aan Zijn leer­lin­gen geeft
en bovenal door de heilige Eucha­ris­tie
waarin de Heer onder een zo nie­tige, verborgen gestalte
bij ons komt,
daardoor wil Hij ons zeggen
dat je toch meer moet letten op het een­vou­dige,
op dat kleine teken,
op Zijn verborgen aanwe­zig­heid,
dan op het grote, op wat indruk maakt,
wat ons overwel­digt en ons kan ont­moe­di­gen.
Zoek en koester de kleine tekens die Hij je geeft
en probeer die te verstaan.
Daarom heeft Hij zelf gekozen klein te wor­den:
een kleine mens,
jong gestorven,
schan­de­lijk ver­oor­deeld;
en Hij heeft ervoor gekozen klein te blijven:
onder de gedaante
van een klein beetje brood
komt Hij bij ons.
Precies daar ligt de gees­te­lij­ke strijd:
dat we meer moeten letten op het kleine
dat verborgen aanwe­zig is
dan op het grote
dat onze aan­dacht claimt
en ons ertoe brengt te claimen,
naar ons­zelf toe te halen,
ons vast te klampen aan mensen en dingen
die toch voor­bij­gaan,
dat is uit­ein­delijk allemaal van de duivel.
Maar de Heer is als een zachte, stille kracht,
verborgen aanwe­zig.

Ontvang Hem bewust, met liefde,
met een open hart,
zodat Hij Zijn kracht, Zijn genade
in uw hart kan ontvouwen.
Dat is genoeg.
AMEN

Terug