Arsacal
button
button
button


Hoe ver moet ik gaan?

Van me af bijten of niet?

overweging_preek - gepubliceerd: maandag, 24 februari 2014
julianaklooster, Diocesaan centrum Heiloo
julianaklooster, Diocesaan centrum Heiloo

Tijdens de zondagse Eucha­ris­tie­viering bij het Jongeren­weekend in Heiloo, geor­ga­ni­seerd door de mede­wer­kers van het jon­ge­ren­pas­to­raat van het bisdom Haarlem-Amsterdam met mede­wer­king vanuit Jong katholiek als vervolgtraject van de WJD voor ver­schil­lende bisdommen, heb ik de volgende homilie gehouden over de evangelielezing van de zevende zondag door het jaar (A).

homilie

God zelf is naar ons toegekomen,
Hij is mens geworden
en heeft in Jezus ons leven gedeeld.
Hij is tot het uiterste gegaan
om zichzelf voor ons te geven,
Hij heeft voor ons geleden
en is voor ons gestorven aan het kruis.
Voor ons werd Hij veracht, bespot,
gegeseld en met doornen gekroond.
Hij hoefde niet,
Hij had het allemaal kunnen ontlopen,
maar heeft dit toch voor ons gedaan.
Dit was Gods antwoord op het onrecht
dat wij mensen Hem hebben aangedaan:
Hij is toen gewoon nog verder gegaan
in Zijn liefde voor ons.
Zijn leven was voor ons.

Sindsdien weten wij
waartoe een mens geroepen is:
je bent geschapen en geroepen om te geven.
Dat is iets wat wij ook ervaren:
een mens is pas echt gelukkig
als hij heeft gegeven;
hoe meer hij zich heeft gegeven
voor iets moois, iets kostbaars, iets van waarde,
des te meer ervaart hij een lichte vreugde
en dank­baar­heid in zijn hart.
Misschien kun je weleens blij zijn
om iets wat je hebt kunnen kopen,
of wat je hebt gekregen,
maar je zult nooit zo gelukkig en blij zijn
om iets wat je neemt, wat je hebt en bezit
als om iets dat je geeft.
Misschien klinkt dat niet heel vanzelfsprekend.
mensen stellen in enquêtes en onderzoeken bij­voor­beeld
een relatie altijd zo ongeveer boven aan.
Een vriend of vriendin hebben,
dat maakt je toch pas echt gelukkig?
Nee, dat is toch niet zo,
tenminste niet het ‘hebben ‘ maakt je gelukkig,
maar het feit dat je er voor een ander kunt zijn,
dat je je in liefde aan een ander mag geven.
Daarom heeft de Heer
het sacrament van het huwelijk ingesteld
als beeld van de liefde van Christus voor de Kerk
en wordt er in de huwelijksbelofte
In feite over geven gesproken:
“Ik wil je liefhebben en waarderen,
in lief en leed,
in voor- en tegenspoed,
in ziekte en gezondheid,
alle dagen van mijn leven”.
Het gaat niet zozeer om de relatie die jij hebt,
maar om de liefde die je geeft
en de offers die je brengt.
Daarom kun je ook in een andere levensstaat
heel gelukkig zijn,
als je maar niet egoïstisch leeft,
als je de gevende liefde maar leeft,
als je ook de offers maar incalculeert
en bereid bent die met liefde te brengen.

En dit is in feite
een soort algehele levenshouding:
wees een gevende,
niet een nemende mens.

Dat is in feite de bood­schap
die uit het evangelie naar voren komt.
Wij zijn gemakkelijk geneigd
om van ons af te bijten
en als iemand ons iets aandoet,
dat dubbel en dwars terug te betalen.
Maar die gevende mens
die wij geroepen worden te zijn,
zegt ons dat we geen weerstand moeten bieden,
maar ook de rechterwang toe moeten keren
als iemand ons op de linkerwang slaat.
Dat wil zeggen:
je moet geen wraak nemen,
maar juist tegemoet komend zijn.
Je moet niet denken
dat je alles beter kunt maken,
recht kunt zetten,
door je recht te halen.
Neem afstand,
laat eens iets over je kant gaan,
vergeld het kwaad eens met goed,
je moet iets overhouden
wat de Heer je bij het oordeel
nog kan vergelden,
wat Hijzelf je nog kan compenseren,
je bent geroepen om je leven
een getuigenis te laten zijn
van het feit dat we onze beloning
niet op aarde verwachten.
Daar komt bij
dat we allemaal de ervaring opdoen
dat een tegemoetkomende houding
vaak meer oplost dan het verlangen
om altijd en overal recht gedaan te krijgen.

De Heer heeft ons Zijn leven gegeven
toen wij mensen ons nog
als Zijn vijand gedroegen.
Zijn liefde tot de dood
was Zijn antwoord op onze zonde.
In antwoord op die Liefde
worden wij geroepen
onze vijanden lief te hebben
en dat betekent op zijn minst
dat we met Gods liefdevol oog
naar die persoon proberen te kijken
- wat die ons misschien ook heeft aangedaan -
en dat we voor hem of haar bidden.
Soms is dat moeilijk, soms kost het tijd
- anders zou de vergeving misschien ook te goedkoop zijn -,
soms zijn er factoren waar je rekening mee moet houden:
vergeving betekent niet dat alles weer
zoals vroeger zou moeten zijn.

Iemand sleepte zijn buurman voor de rechter
in verband met een tuinafscheiding
die niet goed stond;
zijn arts klaagde hij aan bij de tucht­com­mis­sie,
aan de pastoor schreef hij een dreigende brief
in verband met het zondags klokgelui
en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Hij had veel te klagen,
kreeg ook regelmatig zijn gelijk,
maar hield geen vrienden meer over
en bleef verzuurd en eenzaam achter.
Maar als hij ergens over heen had kunnen stappen
en bepaalde zaken had kunnen laten rusten
en in plaats van alle energie
aan die lelijke brieven te besteden,
zich had ingezet voor iets goeds en moois,
als hij had geleefd voor de liefde,
was hij duizendmaal gelukkiger geweest.
Wees tegemoetkomend,
verdraagzaam, hartelijk
gevend
en zet een extra stap
over je eigen grenzen
naar die ander toe.
Zo kunnen we beeld zijn
van Gods liefdevolle barm­har­tig­heid
voor mensen die eigenlijk
om hun zonden al verloren waren.

AMEN

Terug