Arsacal
button
button
button
button


Hoe ver moet ik gaan?

Van me af bijten of niet?

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 24 februari 2014 - 848 woorden
julianaklooster, Diocesaan centrum Heiloo
julianaklooster, Diocesaan centrum Heiloo

Tijdens de zon­dagse Eucha­ris­tie­vie­ring bij het Jon­ge­ren­week­end in Heiloo, geor­ga­ni­seerd door de mede­wer­kers van het jon­ge­ren­pas­to­raat van het bisdom Haar­lem-Am­ster­dam met mede­wer­king vanuit Jong katho­liek als ver­volg­tra­ject van de WJD voor ver­schil­lende bis­dom­men, heb ik de volgende homilie gehou­den over de evan­ge­lie­le­zing van de zevende zon­dag door het jaar (A).

homilie

God zelf is naar ons toe­ge­ko­men,
Hij is mens gewor­den
en heeft in Jezus ons leven gedeeld.
Hij is tot het uiterste gegaan
om zich­zelf voor ons te geven,
Hij heeft voor ons gele­den
en is voor ons gestorven aan het kruis.
Voor ons werd Hij veracht, bespot,
gegeseld en met doornen gekroond.
Hij hoefde niet,
Hij had het allemaal kunnen ontlopen,
maar heeft dit toch voor ons gedaan.
Dit was Gods ant­woord op het onrecht
dat wij mensen Hem hebben aan­ge­daan:
Hij is toen gewoon nog verder gegaan
in Zijn liefde voor ons.
Zijn leven was voor ons.

Sindsdien weten wij
waartoe een mens ge­roe­pen is:
je bent geschapen en ge­roe­pen om te geven.
Dat is iets wat wij ook ervaren:
een mens is pas echt gelukkig
als hij heeft gegeven;
hoe meer hij zich heeft gegeven
voor iets moois, iets kost­baars, iets van waarde,
des te meer ervaart hij een lichte vreugde
en dank­baar­heid in zijn hart.
Mis­schien kun je weleens blij zijn
om iets wat je hebt kunnen kopen,
of wat je hebt gekregen,
maar je zult nooit zo gelukkig en blij zijn
om iets wat je neemt, wat je hebt en bezit
als om iets dat je geeft.
Mis­schien klinkt dat niet heel van­zelf­spre­kend.
mensen stellen in enquêtes en onder­zoeken bij­voor­beeld
een relatie altijd zo ongeveer boven aan.
Een vriend of vriendin hebben,
dat maakt je toch pas echt gelukkig?
Nee, dat is toch niet zo,
tenminste niet het ‘hebben ‘ maakt je gelukkig,
maar het feit dat je er voor een ander kunt zijn,
dat je je in liefde aan een ander mag geven.
Daarom heeft de Heer
het sacra­ment van het huwe­lijk inge­steld
als beeld van de liefde van Christus voor de Kerk
en wordt er in de huwe­lijks­be­lof­te
In feite over geven ge­spro­ken:
“Ik wil je lief­heb­ben en waar­de­ren,
in lief en leed,
in voor- en te­gen­spoed,
in ziekte en ge­zond­heid,
alle dagen van mijn leven”.
Het gaat niet zozeer om de relatie die jij hebt,
maar om de liefde die je geeft
en de offers die je brengt.
Daarom kun je ook in een andere levens­staat
heel gelukkig zijn,
als je maar niet egoïstisch leeft,
als je de gevende liefde maar leeft,
als je ook de offers maar incalculeert
en bereid bent die met liefde te brengen.

En dit is in feite
een soort algehele levens­hou­ding:
wees een gevende,
niet een nemende mens.

Dat is in feite de bood­schap
die uit het evan­ge­lie naar voren komt.
Wij zijn ge­mak­ke­lijk geneigd
om van ons af te bijten
en als iemand ons iets aandoet,
dat dubbel en dwars terug te betalen.
Maar die gevende mens
die wij ge­roe­pen wor­den te zijn,
zegt ons dat we geen weerstand moeten bie­den,
maar ook de rechterwang toe moeten keren
als iemand ons op de linkerwang slaat.
Dat wil zeggen:
je moet geen wraak nemen,
maar juist tegemoet komend zijn.
Je moet niet denken
dat je alles beter kunt maken,
recht kunt zetten,
door je recht te halen.
Neem afstand,
laat eens iets over je kant gaan,
ver­geld het kwaad eens met goed,
je moet iets over­hou­den
wat de Heer je bij het oor­deel
nog kan vergel­den,
wat Hijzelf je nog kan compenseren,
je bent ge­roe­pen om je leven
een ge­tui­ge­nis te laten zijn
van het feit dat we onze belo­ning
niet op aarde ver­wach­ten.
Daar komt bij
dat we allemaal de erva­ring opdoen
dat een tegemoet­ko­mende hou­ding
vaak meer oplost dan het verlangen
om altijd en overal recht gedaan te krijgen.

De Heer heeft ons Zijn leven gegeven
toen wij mensen ons nog
als Zijn vijand gedroegen.
Zijn liefde tot de dood
was Zijn ant­woord op onze zonde.
In ant­woord op die Liefde
wor­den wij ge­roe­pen
onze vijan­den lief te hebben
en dat betekent op zijn minst
dat we met Gods liefde­vol oog
naar die persoon proberen te kijken
- wat die ons mis­schien ook heeft aan­ge­daan -
en dat we voor hem of haar bid­den.
Soms is dat moei­lijk, soms kost het tijd
- anders zou de ver­ge­ving mis­schien ook te goedkoop zijn -,
soms zijn er factoren waar je reke­ning mee moet hou­den:
ver­ge­ving betekent niet dat alles weer
zoals vroeger zou moeten zijn.

Iemand sleepte zijn buurman voor de rechter
in ver­band met een tuinaf­schei­ding
die niet goed stond;
zijn arts klaagde hij aan bij de tucht­com­mis­sie,
aan de pastoor schreef hij een dreigende brief
in ver­band met het zon­dags klokgelui
en zo kan ik nog wel even door­gaan.
Hij had veel te klagen,
kreeg ook regel­ma­tig zijn gelijk,
maar hield geen vrien­den meer over
en bleef verzuurd en een­zaam achter.
Maar als hij ergens over heen had kunnen stappen
en bepaalde zaken had kunnen laten rusten
en in plaats van alle energie
aan die lelijke brieven te beste­den,
zich had ingezet voor iets goeds en moois,
als hij had geleefd voor de liefde,
was hij duizendmaal gelukkiger geweest.
Wees tegemoet­ko­mend,
verdraag­zaam, harte­lijk
gevend
en zet een extra stap
over je eigen grenzen
naar die ander toe.
Zo kunnen we beeld zijn
van Gods liefde­volle barm­har­tig­heid
voor mensen die eigen­lijk
om hun zon­den al verloren waren.

AMEN

Terug